Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Súdwest-Fryslân;
gelet op het artikel 2:10, lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Súdwest-Fryslân;
B E S L U I T:
vast te stellen de nadere regels voor het tijdelijk plaatsen van objecten in de openbare ruimte.
Artikel 1 Definities
In de nadere regels wordt verstaan onder:
a.aanvrager: een natuurlijke persoon of rechtspersoon welke de melding indient;
b.college: het college van burgemeester en wethouders;
c.melding: het melden van het tijdelijk plaatsen van objecten in de openbare ruimte;
d.objecten: objecten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van incidentele werkzaamheden zoals een hoogwerker (zonder kenteken), verhuislift (zonder kenteken), container, steiger, bouwmateriaal of mobiel toilet;
e.openbare weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan;
f.openbare ruimte: de ruimte die voor iedereen toegankelijk is, zoals straten, pleinen en groenvoorzieningen;
g.ontheffing: een ontheffing voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan.
Artikel 2 Het melden van het plaatsen van een object
1Het plaatsen van een tijdelijk object in de openbare ruimte kan worden toegestaan na een voorafgaande melding. De melding wordt ingediend met het formulier ‘Tijdelijk plaatsen object openbare ruimte’. Dit formulier is te vinden op de website: www.sudwestfryslan.nl.
2Een melding kan niet worden gedaan wanneer de werkzaamheden zijn gerelateerd aan een omgevingsvergunning.
Artikel 3 Gegevens melding
Een melding wordt in behandeling genomen als op het meldingsformulier de volgende gegevens volledig zijn ingevuld:
a.soort object;
b.NAW gegevens particulier of bedrijf;
c.locatie object;
d.duur plaatsing;
e.een situatietekening met de plaats en de afmetingen van het object, tevens met vermelding van de ruimte die beschikbaar blijft voor overig verkeer.
Artikel 4 Behandeltermijn
De melding wordt minimaal vijf werkdagen voor plaatsing ingediend.
Artikel 5 Voorwaarden
1Plaatsing van objecten in de openbare ruimte is uitsluitend toegestaan voor een verhuizing, verbouwing of onderhoudswerkzaamheden aan tuin of woning als op eigen terrein geen ruimte is en geen andere alternatieven voor handen zijn.
2Voor de veiligheid moet een container buiten werkzaamheden:
a.in kernen, winkel- of uitgaansgebieden met een slot afgesloten worden;
b.in overige gebieden minimaal met een afdeknet afgesloten worden.
3Objecten op het trottoir kunnen alleen worden geplaatst als minimaal 1 strekkende meter vrije doorgang blijft bestaan.
4Een vrije doorgang van tenminste 3.50 strekkende meter op de openbare weg voor voertuigen van nood- en hulpdiensten dient altijd gewaarborgd te zijn.
5Brandkranen, andere bluswaterwinplaatsen en inspectieputten van het riool worden vrijgehouden voor toegang en gebruik door hulpdiensten of de gemeente.
6De aanvrager dient maatregelen te treffen om de verkeersveiligheid te waarborgen.
7Bij beschadiging van het wegdek, groenstroken, plantsoenen en andere gemeentelijke eigendommen, verhaalt de gemeente de kosten van herstel op de houder/gebruiker van het object.
8Er is ten tijde van de plaatsing van het object geen stremming van de openbare weg gepland.
9De aanvrager dient de specifieke parkeerregels ter plaatse in acht te nemen.
10De aanvrager heeft de omwonenden geïnformeerd.
Artikel 6 Ontheffing
Indien de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden kan het college een ontheffing verlenen.
Artikel 7 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel 8 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als ‘Nadere regels voor het tijdelijk plaatsen van objecten in de openbare ruimte’.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouder van gemeente Súdwest-Fryslân op 13 juli 2021.