Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels behorende bij de Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Súdwest-Fryslân 2019

Gemeente Súdwest-Fryslân · geldt sinds 5 maart 2020

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest-Fryslân;

gelet op artikel 84 van de Gemeentewet en artikel 7, eerste lid, en artikel 11, derde lid, van de Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Súdwest-Fryslân 2019

b e s l u i t :

vast te stellen de Nadere regels behorende bij de Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Súdwest-Fryslân 2019

Hoofdstuk 1 Definities

ARTIKEL 1 Definities

1De definities genoemd in artikel 1 van de Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Súdwest-Fryslân 2019 zijn ook voor deze nadere regels van toepassing.

2In deze nadere regels wordt verstaan onder:

a.commissie: commissie straatnaamgeving gemeente Súdwest-Fryslân, bedoeld in artikel 7;

b.verordening: de Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Súdwest-Fryslân 2019;

c.wet: de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.

Hoofdstuk 2 Toekennen van een nummeraanduiding

ARTIKEL 2 Wijze van nummering

1Een nummeraanduiding kan alleen worden toegekend wanneer het gekoppeld kan worden aan de naam van een openbare ruimte. Indien er geen naam voor de openbare ruimte is vastgesteld, dient dit alsnog te gebeuren.

2Een nummeraanduiding bestaat eerst uit een natuurlijk getal, tussen 1 en 99999.

3Een nummeraanduiding bestaat bij voorkeur alleen uit bovengenoemd getal.

4Indien het niet anders kan, kan gekozen worden voor aanvulling met een huisletter en/of een huisnummertoevoeging.

5Indien nodig wordt het nummer gevolgd door een huisletter. Dit bestaat uit één hoofdletter, niet zijnde een I, J, O of Q.

6Indien nodig kan ook een huisnummertoevoeging worden toegekend. Dit kent maximaal 4 posities, en kan bestaan uit een (combinatie van een) natuurlijk getal en/of één of meerdere letters (alleen hoofdletters).

7Het gebruik van diakrieten en leestekens als / “ ‘ ( )., - _ ?!@# is niet toegestaan. Ook spaties zijn niet toegestaan.

8De te kiezen nummeraanduiding wordt als volgt bepaald:

a.De nummers lopen op vanuit het centrum van de woonplaats.

b.Voor wegen die loodrecht op deze richting liggen, geldt dat genummerd wordt volgens de richting van de wijzers van de klok.

c.Nummers aan de ene zijde zijn oneven, aan de andere zijde even. Ook wanneer slechts aan één zijde is gebouwd.

d.Bij sterk wisselende bebouwing moeten even en oneven nummers aan elkaar worden gerelateerd.

e.Bij doodlopende wegen wordt genummerd vanaf de aangrenzende weg.

9Indien de toepassing van bovenstaande regels in een bestaande situatie leidt tot onduidelijke of ongewenste situaties, kan in afwijking hiervan worden besloten.

10Gebouwen met toegangen aan verschillende wegen moeten worden genummerd volgens de nummering zoals deze plaatsvindt langs de weg waaraan de toegangen zijn gelegen.

11Bij gebouwen met meerdere verblijfsobjecten wordt indien mogelijk de ‘hotelnummering’ toegepast.

12Voor ruimten tussen gebouwen die in de toekomst mogelijk bebouwd kunnen worden, moet tenminste het maximaal te verwachten aantal huisnummers worden gereserveerd.

13Voor zover niet in deze nadere regels opgenomen, gelden de bepalingen van de NEN-normen 1773 en 1774.

ARTIKEL 3 Levering van huisnummerborden (vervallen)

Hoofdstuk 3 Nadere regels met betrekking tot de technische uitvoering van naamborden

ARTIKEL 4 Zichtbaarheid

1Huisnummers moeten zo mogelijk bij de toegangen van het verblijfsobject worden aangebracht op een van de openbare ruimte zichtbare plaats.

2In situaties waarbij deze directe zichtbaarheid niet aanwezig of voor handen is, moet een tweede huisnummer zodanig worden aangebracht, dat dit vanaf de openbare ruimte zichtbaar is.

3De bordjes dienen zo groot te zijn dat deze vanaf de openbare weg te lezen zijn.

4Tekst en achtergrond dienen in contrasterende kleuren te zijn uitgevoerd.

ARTIKEL 5 Hoogte

1De afstand tussen de onderzijde van het huisnummer en het bij de toegang van het gebouw aansluitende niveau dient niet minder dan 1,75 meter en niet meer dan 2,25 meter te zijn.

2Voor aan te brengen verzamel – of verwijsborden dient een daarmee overkomende plaatsing te worden aangehouden.

ARTIKEL 6 Verzamel- en verwijsborden

1In situaties die op onoverzichtelijke wijze op de weg aansluiten, dienen zich verzamel- en/of verwijsborden te bevinden.

2Verzamelborden worden aangebracht bij de één van de volgende plaatsen:

•de openbare ruimte (weg, voet- of fietspad, water etc.)

•de toegang van een bij een gebouw behorende parkeergelegenheid of parkeergarage;

•de toegang van een pand met meerdere verblijfsobjecten;

•de toegang van een galerij, gang e.d.;

•een trap of lifthal;

•een lift.

3Op verzamelborden kan worden volstaan met het vermelden van het laagste en het hoogste nummer.

Hoofdstuk 4 Commissie straatnaamgeving gemeente Súdwest-Fryslân

ARTIKEL 7 De commissie

1Er is een commissie straatnaamgeving gemeente Súdwest-Fryslân.

2De commissie adviseert aan het college over naamgeving aan openbare ruimten en objecten.

ARTIKEL 8 Taak

1De commissie brengt gevraagd en ongevraagd schriftelijk advies uit aan het college over:

a.de verdeling van de gemeente in wijken en buurten en het aanduiden met nummers, zo nodig aangevuld met letters of namen;

b.het toekennen van namen aan delen van de openbare ruimte en aan (gemeentelijke) bouwwerken;

c.het toekennen van namen aan openbare ruimten en objecten.

2Bij het uitbrengen van het schriftelijk advies, bedoeld in het eerste lid, neemt de commissie de wet, de verordening en de nadere regels in acht.

ARTIKEL 9 Samenstelling en lidmaatschap

1De commissie bestaat uit:

a.twee leden die uit de lokale gemeenschap worden geworven die kennis hebben van cultuurhistorie en taal, waarvan één voorzitter en één plaatsvervangend voorzitter;

b.twee met het beheer van de basisregistraties adressen en gebouwen belaste ambtenaren, waarvan één secretaris en één plaatsvervangend secretaris;

c.één ambtenaar belast met archiefbeheer;

d.één ambtenaar afkomstig uit het team Cultuur & Sport.

2De leden worden door het college benoemd. Voor de leden uit de ambtelijke organisatie worden plaatsvervangende leden aangewezen.

3De leden kunnen tussentijds ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de commissie. De voorzitter treft maatregelen om zo spoedig mogelijk in vacatures te voorzien.

4De leden houden zitting in de commissie totdat het college in hun vervanging heeft voorzien.

ARTIKEL 10 Tekenen van stukken

1De stukken van de commissie worden ondertekend door de voorzitter.

2De stukken van procedurele aard worden door de secretaris ondertekend. De voorzitter kan de secretaris machtigen bepaalde stukken namens hem te ondertekenen.

ARTIKEL 11 Deskundigen en belanghebbenden

De voorzitter is, uit eigener beweging of daartoe uitgenodigd door de commissie, bevoegd ambtenaren, deskundigen en burgers uit specifiek gekozen betrekkingsgebieden uit te nodigen tot het deelnemen aan de vergaderingen van de commissie.

ARTIKEL 12 Werkwijze

1De commissie komt bijeen:

a.wanneer de voorzitter dit nodig acht;

b.op verzoek van het college.

2De voorzitter roept de leden schriftelijk op voor de vergadering, onder opgaaf van de punten die zullen worden behandeld. De agenda en vergaderstukken worden twee weken voor de vergadering aan de leden toegezonden. De commissie werkt zoveel mogelijk op basis van een vergaderschema.

3De commissie vergadert slechts als ten minste drie leden, waaronder de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, aanwezig zijn. Wanneer het vereiste aantal leden niet aanwezig is, belegt de voorzitter binnen één week een nieuwe vergadering en stelt de leden daarvan terstond schriftelijk in kennis. In deze laatste vergadering kunnen besluiten worden genomen ongeacht het aantal aanwezige leden.

4Alle leden van de commissie hebben stemrecht. Besluiten van de commissie worden genomen bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, beslist de voorzitter.

5De commissie vergadert en besluit in het openbaar.

6Het advies van de commissie aan het college bevat voor zover relevant de zienswijzen van de leden van de commissie.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

ARTIKEL 13 Vergoeding

1Het college kan aan de leden, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, een vergoeding voor hun werkzaamheden toekennen.

2De hoogte van de in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt door het college bepaald.

ARTIKEL 14 Onvoorziene gevallen

1In gevallen waarin de wet, de verordening of deze nadere regels niet voorzien, beslist het college, op advies van de commissie.

2In afwijking van het eerste lid beslist de voorzitter van de commissie indien het gaat om gevallen waarin hoofdstuk 4 van de nadere regels niet in voorziet.

ARTIKEL 15 Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking op de dag dat de verordening in werking treedt.

ARTIKEL 16 Intrekking oude regelingen

1De Uitvoeringsvoorschriften naamgeving en nummering gemeente Súdwest-Fryslân worden ingetrokken.

2Het Instellingsbesluit Commissie (straat)naamgeving gemeente Súdwest Fryslân, vastgesteld op 24 mei 2011, wordt ingetrokken.

ARTIKEL 17 Overgangsrecht

De Uitvoeringsvoorschriften naamgeving en nummering gemeente Súdwest-Fryslân blijven van toepassing op adviezen van de commissie die voor de dag van inwerkingtreding van deze nadere regels zijn uitgebracht.

ARTIKEL 18 Citeertitel

Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: Nadere regels behorende bij de Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Súdwest-Fryslân 2019.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.