Aanhef
De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 januari 2026;
gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende dat het om redenen van doelmatigheid en continuïteit wenselijk is mandaat te verlenen tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit en machtiging te verlenen tot het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de m.e.r.-procedure, aan het college van burgemeester en wethouders;
besluit:
vast te stellen het
Mandaat– en machtigingsbesluit m.e.r.-procedure Súdwest-Fryslân
Artikel 1 Mandaat
Aan het college van burgemeester en wethouders wordt mandaat verleend tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit als bedoeld in artikel 16.36 en artikel 16.43 van de Omgevingswet.
Artikel 2 Machtiging
Aan het college van burgemeester en wethouders wordt machtiging verleend tot het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de m.e.r.-procedure als bedoeld in de artikelen 16.36, 16.37, 16.38, 16.39, 16.46 en 16.47 van de Omgevingswet.
Artikel 3 Inwerkingtreding en citeertitel
1Dit besluit treedt in werking de dag volgend op de bekendmaking in het Gemeenteblad.
2Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Mandaat– en machtigingsbesluit m.e.r.-procedure Súdwest-Fryslân’.