Aanhef
De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 oktober 2015;
b e s l u i t:
vast te stellen de
-Reactie op de ingediende zienswijzen zoals weergegeven in bijlage 6;
-Verordening op de Wet Geurhinder en Veehouderij gemeente Súdwest-Fryslân.
Artikel 1 Begripsomschrijving
In deze verordening wordt verstaan onder:
-Veehouderij,
-Geuremissiefactor,
Dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet Geurhinder en Veehouderij.
Artikel 2 Aanwijzing gebieden
Als grondgebied als bedoeld in artikel 6 lid 3 van de Wet Geurhinder en Veehouderij worden aangewezen die gebieden die zijn aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte situatietekeningen met bijbehorende inventarisatielijst.
Artikel 2.1
De bebouwde kom grenzen zijn vastgesteld op de gewaarmerkte situatietekeningen.
Artikel 3 Afstanden voor geurgevoelig object
1Voor de adressen die opgenomen zijn in de inventarisatielijst en op de situatietekeningen zoals genoemd in artikel 2, geldt dat de afstand tussen veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor bij ministeriële regeling geen geuremissiefactor is vastgesteld de afstand tot een geurgevoelig object minimaal moet bedragen:
a.ten minste 50 meter binnen en tot de bebouwde kom.
b.ten minste 25 meter buiten de bebouwde kom.
2Onder bebouwde kom in de zin van deze verordening wordt verstaan de gebieden zoals deze zijn ingetekend op de gewaarmerkte situatietekeningen.
Artikel 4 Intrekking
De verordening op de Wet Geurhinder en Veehouderij van gemeente Súdwest-Fryslân vastgesteld op 24 januari 2013 wordt ingetrokken.
Artikel 5 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt 1 dag na de bekendmaking in werking.
Artikel 6 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Geurverordening gemeente Súdwest-Fryslân.