Aanhef
De raad van de gemeente Stichtse Vecht,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025;
gehoord de commissie van 25 november 2025;
gelet op artikel 229 van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de
Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2026
Artikel 1 Belastbaar feit
Ter zake van het innemen van standplaatsen als bedoeld op de voor het houden van de wekelijkse warenmarkten bestemde terreinen, wordt onder de naam "marktgeld" een recht geheven overeenkomstig de navolgende bepalingen.
Artikel 2 Belastingplicht
Het marktgeld wordt geheven van degene aan wie de standplaats is toegewezen.
Artikel 3 Belastinggrondslag
De heffingsgrondslag van de berekening van het marktgeld is de frontbreedte van de ingenomen standplaats.
Artikel 4 Belastingtarief
Het marktgeld bedraagt voor het innemen van een standplaats op een warenmarkt
1voor een kraam met een frontbreedte van maximaal 4 meter € 11,47
2het onder a genoemde tarief wordt voor iedere strekkende meter frontbreedte, of gedeelte daarvan, vermeerderd met € 2,88
3voor het innemen van een terrein (anders dan door een kraam),
zoals door een auto of door op de grond geëtaleerde artikelen, per m¹ € 2,88
4voor het innemen van een terrein door een zogenaamde standwerker € 11,47
Artikel 5 Wijze van heffing
1Het marktgeld bedoeld in artikel 4, eerste, tweede en vierde lid, wordt geheven door middel van een kennisgeving per kwartaal, uitgaande van achtenveertig (48) weken op jaarbasis.
2Het verschuldigde bedrag wordt vooraf in rekening gebracht.
3Het marktgeld bedoeld in artikel 4, derde lid, wordt geheven door middel van een gedagtekende nota.
4Het college van burgemeester en wethouders stelt de modellen van de in dit artikel bedoelde bescheiden vast.
Artikel 6 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 dient:
a.het verschuldigde bedrag bedoeld in artikel 5, eerste lid, welke per kwartaal (12 weken) in rekening wordt gebracht, binnen één maand na dagtekening te worden voldaan;
b.het verschuldigde bedrag bedoeld in artikel 5, derde lid binnen één maand na dagtekening te worden voldaan;
2De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 7 Overgangsrecht
De ‘Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2025’ van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 8, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 8 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 9 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening marktgelden 2026’.