Aanhef
1Het Uitvoeringsbeleid Evenementen Stichtse Vecht 2025 vaststellen, met gelijktijdige intrekking van het Uitvoeringsbeleid Evenementen Stichtse Vecht 2017.
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
De artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet.
Uitvoeringsbeleid Evenementen Stichtse Vecht 2025
5. Meldingen en vergunningen
5.1 Meldingsplicht
5.1.1. Klein evenement
Dit betreft kleinschalige evenementen/activiteiten in de openbare ruimte, die niet tot nauwelijks belastend zijn voor de leefomgeving (buurtfeest, straatbarbecue). Meestal zijn dit kleine, lokale initiatieven gericht op een beperkte doelgroep (bijvoorbeeld de bewoners van een straat/wijk, of een optocht op de weg - niet zijnde een betoging).
Als er wordt voldaan aan alle onderstaande kaders, dan is het evenement meldingsplicht en is geen evenementenvergunning vereist. Wordt niet (of niet volledig) voldaan aan de kaders, dan geldt een vergunningplicht. De melding dient twee weken van tevoren te worden ingediend zodat de hulpdiensten tijdig geïnformeerd kunnen worden over deze activiteiten.
De kaders (gebaseerd op artikel 2.24 APV) waarbinnen met een melding kan worden volstaan zijn:
•het betreft een incidenteel evenement voor de duur van maximaal één dag;
•het aantal aanwezigen bedraagt op het drukste moment niet meer dan 150 personen;
•het evenement vindt plaats tussen 08.00 en 23.00 uur, met dien verstande dat op zondag het evenement plaatsvindt tussen 13.00 uur en 23.00 uur;
•er wordt geen versterkte muziek ten gehore gebracht;
•er wordt geen muziek ten gehore gebracht voor aanvangstijd en na eindtijd van het evenement;
•als op zondag na 13:00 uur muziek ten gehore wordt gebracht dient er, volgens de Zondagswet, een ontheffing voor geluid aangevraagd te worden;
•het evenement mag niet plaatsvinden op doorgaande- en/of hoofdwegen;
•afsluiten van de weg moet met dranghekken;
•er moet altijd een minimale doorgangsbreedte van 3.50 meter en een minimale doorgangshoogte van 4.20 meter vrij blijven voor hulpdiensten;
•twee kleine objecten (zoals een tent of een speelkussen) mogen worden geplaatst met een oppervlakte van niet meer dan 15m2 per object;
•brandkranen en bluswaterwinplaatsen moeten vrij blijven voor blusvoertuigen.
5.1.2. Rustig evenement
Dit betreft evenementen/activiteiten in gebouwen of sportcomplexen met een Omgevingsvergunning brandveilig gebruik, of een gebruiksmelding brandveilig gebruik, op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hierbij hoeft geen evenementenvergunning te worden aangevraagd wanneer de activiteiten passen binnen het normale gebruik van het gebouw en de bestemming, en als er geen risico bestaat voor de openbare orde en veiligheid. Voorbeelden zijn concerten, kinderactiviteiten of liefdadigheidsactiviteiten in kerken, sportzalen of scholen. Dit kunnen ook sportactiviteiten betreffen als deze activiteiten vallen binnen het gebruiksbesluit van het sportcomplex. Activiteiten die niet passen binnen het normale gebruik zijn vergunningplichtig.
Voor de gemeente en hulpverleningsdiensten is het noodzakelijk om te weten waar en welke vergunningsvrije activiteiten plaatsvinden. Dit is bijvoorbeeld van belang om de aanrijdroutes van de hulpdiensten bij calamiteiten te waarborgen. Daarom moeten de hiervoor genoemde activiteiten altijd worden gemeld met een meldingsformulier. De gemeente stuurt dit meldingsformulier door naar de brandweer en politie.
Hierbij is het uitgangspunt dat evenementen zo worden georganiseerd, dat inzet van de politie (of andere hulpdiensten) niet nodig is.
5.2 Vergunningplichtige evenementen
5.2.1 Categorie A (laag risico)
Evenementen uit categorie A zijn evenementen die niet onder de voorwaarden van de meldingsplicht vallen, maar wel vergunningplichtig zijn.
5.2.2 Categorie B: (verhoogd risico)
Evenementen uit categorie B zijn evenementen waarvan op basis van de plannen van de organisator kan worden voorzien dat zij een belasting vormen voor de leefomgeving (o.a. braderieën, sociaal-culturele festivals, circussen, kermissen).
Het publiek bij een dergelijk groot evenement is veelal van lokale komaf. Voor deze evenementen zijn specifieke voorschriften nodig die aan de vergunning worden verbonden, mede op advies van de hulpdiensten (en eventueel VRU en Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)). De voorschriften dienen ter voorkoming/beperking van overlast voor de woon- en leefomgeving en ter waarborging van de veiligheid. Deze voorschriften worden opgesteld op basis van een veiligheidsplan. Het aanleveren van een veiligheidsplan is verplicht voor aanvragen van een B- of C-evenement.
Voor het aanvragen van een evenementenvergunning categorie B, dient de organisatie de volgende gegevens aan te leveren:
•volledig ingevuld aanvraagformulier;
•schaalplattegrond met indeling evenemententerrein;
•veiligheidsplan;
•technische informatie van podium/tent/tijdelijke bouwwerken (constructie, brandwering);
•een verkeersplan en bereikbaarheidsplan (route en parkeren bezoekers);
•draaiboek.
5.2.3 Categorie C: (risicovol)
Evenementen uit categorie C zijn (meerdaagse) evenementen waarvan op basis van de plannen van de organisator kan worden voorzien dat zij een belasting vormen voor de leefomgeving (o.a. muziekfestival, risicovolle sportevenementen, zoals een kickboksgala, en motorclubevents). Dance-events vallen onder bijzondere evenementen.
Bij een dergelijk evenement wordt meestal niet alleen lokaal publiek verwacht maar ook van buiten de gemeente. Het aantal te verwachten bezoekers is meestal groter dan bij evenementen met een verhoogd risico (categorie B). Bij deze evenementen zijn aanvullende maatregelen en voorschriften nodig van hulpverleningsdiensten, en een specifiek op het evenement afgestemd advies. Deze voorschriften worden opgesteld op basis van een veiligheidsplan. Het aanleveren van een veiligheidsplan is verplicht voor aanvragen van een B- of C-evenement. Er dient tevens een multidisciplinair calamiteitenplan te worden opgesteld. Scenario’s zoals slecht weer, openbare ordeverstoring, brand of instorting kunnen hiertoe behoren, waarvoor een specifiek calamiteitenplan vereist is.
Voor het aanvragen van een evenementenvergunning dient de organisatie, naast de gegevens genoemd onder categorie B, ook aan te leveren:
•(groot) veiligheids- en calamiteitenplan (multidisciplinair);
•hygiëneplan (getroffen voorziening);
•geluidsplan;
•bewonersbrief in verband met (geluids-)overlast.
Een vechtsportgala valt onder de definitie van een evenement, zoals bepaald in de APV, en is qua aard en karakter geen reguliere sportactiviteit. Hiertoe is vergunning vereist van de burgemeester. Om een ordelijk verloop en veiligheid van bezoekers te garanderen worden specifieke voorschriften aan de vergunning verbonden. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft gewaarschuwd dat deze activiteiten een aanzuigende werking kunnen hebben op personen uit het criminele circuit, die deze gala’s gebruiken als ontmoetingsplek. Vandaar dat organisatie en activiteit op veiligheidsaspecten moeten worden getoetst. Ook al zijn de evenementen beperkt van omvang, toch worden ze ingedeeld in de hoogste categorie C. Dit geldt ook voor activiteiten van motorclubs. Bij dergelijke evenementen, waar niet alleen lokaal publiek wordt verwacht maar juist ook van buiten de gemeente, kan niet uitgesloten worden dat er ook personen aanwezig zullen zijn die minder gewenst zijn. Hierdoor is sprake is van een verhoogd risico. Dit komt overeen met de landelijke richtlijn voor dergelijke evenementen.
5.4 Jaarvergunning en meerjarenvergunning
5.4.1 Jaarvergunning
Vergunningen worden in de regel per individueel evenement verleend. Een evenement duurt één of enkele dagen en daarna is de vergunning niet meer geldig. Sommige organisaties organiseren meerdere evenementen per jaar. Vaak is aan het begin van het jaar al bekend welke evenementen dat zijn. Vanuit de wens om regeldruk te verminderen kan een jaarvergunning worden afgegeven. De organisaties die meerdere evenementen (bijvoorbeeld klassieke concerten) in één jaar organiseren, geven aan het begin van het jaar hun evenementenkalender door en indien mogelijk worden al deze evenementen in één vergunning verwerkt. Er hoeft dan slechts één keer een vergunning te worden aangevraagd en er is maar één keer leges verschuldigd.
5.4.2 Meerjarenvergunning
Er zijn ook organisaties die slechts één keer per jaar een A- of B-evenement organiseren, maar precies datzelfde evenement keert elk jaar terug. Deze organisaties kunnen verzoeken om een meerjarenvergunning aan te vragen, die voor maximaal drie jaar geldt.
Als gemeente vinden wij het namelijk belangrijk om ruimte te bieden aan evenementen. Om het organiseren van evenementen mogelijk te maken en dit te stimuleren, willen we de regel- en lastendruk beperkt houden. Daarom willen we vasthouden aan de meerjarenvergunning voor A- en B-evenementen: dit biedt duidelijkheid aan evenementenorganisatoren en houdt de regeldruk beperkt.
Er zijn wel bepaalde voorwaarden verbonden aan een meerjarenvergunning voor evenementen (zie paragraaf 5.4.2.1). Zo is het belangrijk dat het gaat om evenementen die elk jaar op dezelfde wijze plaatsvinden. De vergunning wordt dus maar één keer afgegeven en de voorwaarden in de vergunning gelden voor elk jaar. Mocht er ook sprake zijn van een ontheffing voor een A- of B-evenement op basis van artikel 35 Alcoholwet, dan heeft deze dezelfde looptijd als de meerjarenvergunning. De organisatie dient wel ieder jaar het A- of B-evenement aan te melden voor de evenementenkalender en uiterlijk twee weken voorafgaand aan de dag van het evenement te bevestigen. Niet aanmelden voor de evenementenkalender en niet-tijdig bevestigen, kan als gevolg hebben dat het evenement niet door kan gaan.
Bij A- en B-evenementen met een meerjarenvergunning geldt een maximale periode van drie jaar. Na drie jaar moet opnieuw een evenementenvergunning worden aangevraagd. Een nadeel van de meerjarenvergunning is dat derden maar één keer de mogelijkheid hebben om bezwaar te maken. Een meerjarenvergunning kan alleen worden afgegeven als het evenement het jaar daarvoor ook is gehouden.
De A- en B-evenementen met een meerjarenvergunning worden jaarlijks geëvalueerd. Als er wijzigingen zijn in het evenement, worden die voor advies voorgelegd aan de diensten (politie/brandweer/medewerkers verkeer). Afhankelijk van de wijziging en de adviezen wordt beoordeeld of een nieuwe vergunning aangevraagd moet worden. Als blijkt dat de organisatie zich niet houdt aan de afspraken en voorschriften, dan kan de meerjarenvergunning worden ingetrokken.
Na vergunningverlening is het (voor de volgende jaren) niet noodzakelijk om aanvullende voorschriften te stellen. Is hier wel sprake van, dan is dit een indicatie dat geen sprake meer is van hetzelfde soort evenement, waarvoor dan een nieuwe vergunning aangevraagd moet worden.
Ondanks dat een evenement precies hetzelfde als voorgaande jaren wordt uitgevoerd, kunnen de adviserende diensten vanuit voortschrijdend inzicht toch aanleiding zien om aanvullende eisen te adviseren. Bijvoorbeeld het gebruik van (extra) dranghekken in verband met de veiligheid. Dit moet vooraf met de verantwoordelijk portefeuillehouder en met de organisator van het evenement worden afgestemd.
De voorwaarden zijn samengevat en expliciet gemaakt in paragraaf 5.4.2.1.
5.4.2.1 Voorwaarden meerjarenvergunning
•Een meerjarenvergunning kan alleen aangevraagd worden voor een categorie A- of B-evenement. Evenementen met de aanduiding ‘maatschappelijk’ komen niet in aanmerking voor een meerjarenvergunning;
•Het A- of B-evenement is minimaal één keer eerder georganiseerd en wordt ieder jaar op precies dezelfde wijze georganiseerd;
•Een meerjarenvergunning kan alleen worden afgegeven als het evenement het jaar daarvoor ook is gehouden;
•Een meerjarenvergunning geldt voor maximaal drie jaar. Na drie jaar moet opnieuw een evenementenvergunning worden aangevraagd;
•Een ontheffing op basis van artikel 35 Alcoholwet, heeft dezelfde looptijd als de meerjarenvergunning;
•De organisator is verplicht om het A- of B-evenement ieder jaar aan te melden voor de evenementenkalender en uiterlijk twee weken voorafgaand aan de dag van het evenement te bevestigen;
•A- en B-evenementen met een meerjarenvergunning worden jaarlijks geëvalueerd;
•Wijzigingen in het evenement worden voor advies voorgelegd aan de diensten (politie, brandweer en medewerkers verkeer van de gemeente), en
•Als blijkt dat de organisatie zich niet houdt aan de afspraken en voorschriften, dan kan de meerjarenvergunning worden ingetrokken.
5.6 Geluidsnormen
5.6.1 Toepassing aanduiding ‘Maatschappelijk’
Voor de (kleine) kernen zijn de activiteiten die op maatschappelijk, sociaal en cultureel gebied worden ontwikkeld zeer belangrijk. Deze moeten blijven voortbestaan en/of kunnen groeien. Dit bevordert de sociale cohesie, de onderlinge betrokkenheid en samenhang en past binnen het kleine kernenbeleid en cultuurbeleid van de gemeente. Om in deze categorie te kunnen vallen en van de geluidnorm uit de categorie met de aanduiding ‘Maatschappelijk’ gebruik te kunnen maken, moet een aanvrager aan de volgende criteria voldoen.
1Er is sprake van een algemeen nut beogende instelling of sociaal belang behartigende instelling.
2Volgens de statuten richt men zich op de uitoefening van activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard.
3Het evenement wordt georganiseerd door vrijwilligers.
4Het evenement wordt georganiseerd voor de inwoners van de betreffende dorpskern/inwoners van Stichtse Vecht.
5Eventuele inkomsten uit toegangsgelden en/of drankverkoop vloeien terug in de kas van de instelling en/of worden gebruikt om de doelstellingen zoals vermeld in de statuten te realiseren.
Vanwege de hogere geluidsbelasting wordt een maximum aantal dagen vastgelegd waarop deze geluidnorm is toegestaan.
Per aangewezen locatie geldt dat de geluidnorm uit de risicocategorie met nadere aanduiding ‘Maatschappelijk’, maximaal drie dagen per jaar kan worden toegekend. Als bij een aangewezen locatie door meerdere organisaties een beroep hierop wordt gedaan, geldt het gunningtraject genoemd onder 4.1.
Bij een oud- en nieuw viering kan besloten worden, via een maatwerkvoorschrift in de evenementenvergunning, om de geluidnorm voor de risicocategorie met nadere aanduiding ‘Maatschappelijk’ te verruimen tot na 01:00 uur.
Een aanvraag voor een evenementenvergunning wordt door middel van de risicoscan getoetst. Daaruit blijkt of het evenement in de risicocategorie A, B of C valt. Daarna wordt beoordeeld of sprake is van een aanvrager die voldoet aan de onder 1 tot en met 5 genoemde criteria. Is dat het geval dan wordt de geluidnorm opgenomen uit ‘Maatschappelijk’.
5.6.2 Indeling geluidnormen
Evenementen vallend onder risico categorie A:
•Het gaat hier om onder andere buurt- en bedrijfsfeesten, buurtbarbecues, kleine markten (rommel- en vlooienmarkt) en straatorkesten.
•Het hinderniveau is laag;
•Het toegestane gemiddelde geluidsniveau (LAeq) van alle onversterkte en versterkte muziek bedraagt maximaal:
•65 dB(A) tussen 07:00 en 19:00 uur;
•60 dB(A) tussen 19.00 en 01:.00 uur;
•35 dB(A) tussen 01:00 en 07:00 uur.
Evenementen vallend onder risico categorie B:
•Het gaat om onder andere grote markten, sportevenementen met geluid en kortstondige muziekevenementen.
•Het hinderniveau is gemiddeld;
•Het toegestane gemiddelde geluidsniveau (LAeq) van alle onversterkte en versterkte muziek bedraagt maximaal:
•70 dB (A) tussen 07:00 en 19:00 uur;
•65 dB (A) tussen 19:00 en 23:00 uur;
•60 dB (A) tussen 23:00 en 01:00 uur;
•35 dB (A) tussen 01:00 en 07:00 uur.
Evenementen vallend onder risico categorie C:
•Het gaat om onder andere grootschalige (muziek/meerdaagse) evenementen (bijv. dance-events, festivals en dergelijke).
•Het hinderniveau is hoog;
•Het toegestane gemiddelde geluidsniveau (LAeq) van alle onversterkte en versterkte muziek bedraagt maximaal:
•75 dB (A) tussen 07:00 uur en 19:00 uur;
•70 dB (A) tussen 19:00 uur en 23:00 uur;
•65 dB (A) tussen 23:00 uur en 01:00 uur;
•35 dB (A) tussen 01:00 uur en 07:00 uur.
Evenementen met de nadere aanduiding ‘Maatschappelijk’:
•Het gaat om één of meerdaagse evenementen waarbij onder meer versterkt muziekgeluid ten gehore wordt gebracht.
•Het hinderniveau is gemiddeld tot hoog:
•Het toegestane gemiddelde geluidsniveau (LAeq) van alle onversterkte en versterkte muziek bedraagt maximaal:
•78 dB(A) en 90 dB(C) tussen 12:00 en 01:00 uur;
•35 dB(A) tussen 01:00 en 12:00 uur.
5.6.3. Wijze van meten
Geluidsmetingen dienen plaats te vinden conform de Meet- en Rekenmethode Geluid Industrie (MRGI), zoals opgenomen in bijlage IV-h van de Omgevingsregeling, met de uitzondering dat bij de toetsing, voor zover het muziekgeluid betreft, geen toeslag voor muziekgeluid (de zogenoemde muziekstraffactor) wordt toegepast. Conform de MRGI wordt voor de toetsing van muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast. De geluidsnormen in paragraaf 5.6.2 gaan uit van de gevel van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelig object. Gemeten wordt op 1,5 meter boven het maaiveld.
5.6.4. Afweging woon- en leefsituatie voor de categorie met nadere aanduiding ‘Maatschappelijk’
Bij het vaststellen van de hoogte van een geluidnorm speelt de woon- en leefsituatie een belangrijke rol. Wat is de beleving van omwonenden? Wanneer is sprake van hinder, wanneer is sprake van ‘onduldbare’ hinder?
Wat kan in redelijkheid van een omwonende nog gevraagd worden te accepteren en wanneer niet meer? Om dit te objectiveren is onder meer gebruik gemaakt van de door de Inspectie Milieuhygiëne Limburg opgestelde notitie “evenementen met een luidruchtig karakter”. Deze notitie wordt landelijk gebruikt als richtlijn voor het opstellen van gemeentelijk evenementenbeleid.
Geluidbeleving
Uit de notitie blijkt dat het geluidniveau in veel woningen overdag varieert tussen de 25 à 35 dB(A). Als dit stijgt tot 40 dB(A) zal dat leiden tot het ondervinden van hinder. Als het geluidniveau stijgt tot boven de 40 dB(A) moeten omwonenden harder praten om verstaanbaar te zijn in de woning. Dat wordt als zeer hinderlijk ervaren.
Een verhoging tot 50 dB(A) vraagt dat men het spraakniveau naar 53 dB(A) moet verhogen om nog verstaanbaar te zijn. Fysisch is dit een verdubbeling. Dit wordt ervaren als een zodanige ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer, dat in de praktijk hier de grens zou moeten liggen van wat in redelijkheid van een omwonende kan worden gevraagd te accepteren in het kader van evenementengeluid en wat daarom kan worden gezien als de grens waarboven evenementengeluid als “onduldbaar” kan worden gekwalificeerd. Bij het vaststellen van de norm(en) is hiermee rekening gehouden.
Niet alleen de hoogte van de geluidnorm zelf is bepalend voor het bereiken van de zogenaamde mentale belastbaarheidgrens. Andere factoren spelen daarbij ook een rol. Bijvoorbeeld het aantal evenementen per jaar op een locatie of in een gebied, het aantal dagen per evenement, het aantal rustdagen tussen twee evenementen, de mate van geluidhinder per evenement, de duur van de geluidshinder en de eindtijden. Reden om voor de evenementen die voor toepassing van deze norm in aanmerking komen, specifieke voorwaarden op te nemen.
De hinderbeleving zal lager zijn en de belastbaarheid hoger als omwonenden goed en tijdig worden geïnformeerd en weten waar ze aan toe zijn. Daarnaast moet op gemaakte afspraken worden toegezien en indien nodig gehandhaafd. Dit schept duidelijkheid naar alle betrokken partijen en geeft omwonenden vertrouwen dat het niet slechts afspraken op papier zijn maar dat de gemeente er alles aan gelegen is om te zorgen dat de afspraken worden nagekomen. Ook in de toekomst.
5.6.5 Extra voorschriften bij toepassing van de nadere aanduiding ‘Maatschappelijk’
Om de geluidbeleving zo laag mogelijk te houden zijn extra voorwaarden nodig. Om deze voorwaarden ook daadwerkelijk goed te kunnen uitvoeren, geldt voor deze evenementen, naast de overige indieningvereisten van categorie B, de indieningtermijn van twaalf weken. De volgende voorwaarden worden standaard aan evenementenvergunningen verbonden waarbij gebruik gemaakt wordt van de nadere aanduiding ‘Maatschappelijk’.
•Minimaal één maand voorafgaand aan het evenement worden omwonenden schriftelijk geïnformeerd over het hele programma.
•De organisatie stelt een telefoonnummer en e-mailadres beschikbaar voor klachten/feedback.
•Opruimen moet de volgende ochtend gebeuren na het evenement, behalve als sprake is van een band die moet inpakken.
•Na afloop wordt een evaluatie van het evenement gehouden met het cluster APV/Bijzondere wetten, waarbij zowel de diensten als een afvaardiging van de organisatie aanwezig is.
•De tentconstructie waarin de geluidsbron staat opgesteld moet harde wanden hebben.
Naast deze voorschriften zal per aanvraag beoordeeld worden of nog meer maatwerkvoorschriften nodig zijn.
5.6.6 Bastonen
Indien sprake is van muziek met overwegend lage tonen, bijvoorbeeld dancemuziek, kan de geluidshinder groter zijn dan op basis van de geluidnormering in bovenstaande normen is te verwachten. In dergelijke situaties is het zinvol om naast een normstelling in dB(A) ook een normstelling in dB(C) op te nemen in de voorschriften van de evenementenvergunning. Deze alternatieve weging van geluid houdt meer rekening met bastonen.
Een aanvullende geluidsnorm in dB(C) wordt per situatie bekeken. Uitzondering hierop vormen de evenementen met de nadere aanduiding ‘Maatschappelijk’. Daar wordt standaard in de evenementenvergunning een dB(C) norm opgenomen. Alvorens over te gaan tot het opleggen van een dB(C) norm wordt advies gevraagd aan de Omgevingsdienst regio Utrecht.
5.8 Leges
5.8.1 Vrijstelling leges
Voor het doen van een melding voor een klein evenement worden geen leges in rekening gebracht. Daarnaast geldt er een vrijstelling voor evenementen die worden georganiseerd door een algemeen nut beogende instelling (ANBI-status) of een sociaal belang behartigende instelling. Uit de statuten van de organisatie moet blijken dat de uitoefening van activiteiten een maatschappelijk, sociaal of cultureel doel dienen. Deze activiteiten moeten daarbij hoofdzakelijk worden uitgevoerd door vrijwilligers.
Deze legesvrijstelling voor maatschappelijke evenementen geldt alleen voor de evenementenvergunning (eventueel in combinatie met ontheffing omroepinstallatie).
De vergunning voor het (muziek)geluid op grond van artikel 3.5 van de VFL is legesvrij indien deze wordt verleend in combinatie met de bijbehorende evenementenvergunning op grond van de APV.
8. Openbare orde en veiligheid bij categorie B + C evenementen
8.3 Profielen en Multidisciplinair overleg
8.3.1 Publieksprofiel
Het type bezoeker speelt een belangrijke rol bij de risicobepaling.
Is het aannemelijk, voorspelbaar of bekend dat bepaalde specifieke – bij politie en justitie bekende – groepen een evenement zullen bezoeken? Denk aan:
•te verwachten opkomst en massaliteit van het publiek;
•leeftijdsopbouw van het publiek;
•kennis over en ervaring met bezoekers;
•aanwezigheid van publiek als toeschouwer of als deelnemer (sportactiviteiten);
•aanwezigheid van rivaliserende groepen of groepen met verschillende belangen;
•eventueel gebruik van verdovende middelen of alcohol;
•complete conditie-/gezondheidstoestand van deelnemers en publiek;
•doel/verwachting van het publiek;
•gedrag van bezoekers;
•geestelijke en emotionele conditie van bezoekers.
8.3.2 Ruimteprofiel
In principe dient ieder evenemententerrein duidelijk (herkenbaar) afgescheiden te zijn van de openbare ruimte. Bij statische buitenevenementen zijn die grenzen duidelijk te definiëren.
Bij evenementen in de openbare ruimte (Koningsdag, dorpsfeesten, schaatstochten c.a.) is er geen sprake van een afgebakend terrein.
Gerelateerd aan de locatie is de bereikbaarheid van het evenement. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Daarnaast om de bereikbaarheid voor zowel bezoekers per openbaar vervoer als voor bezoekers met eigen vervoer. Ook (te verwachten) weersomstandigheden zijn onderdeel van het ruimtelijk profiel.
Afhankelijk van de locatie kunnen er brandveiligheidsrisico’s zijn. Het is belangrijk de brandveiligheid te beschouwen in samenhang met het publieks- en activiteitenprofiel. Uitgangspunt hierbij is de zelfredzaamheid en de effecten zo beperkt mogelijk houden door vroegtijdig ingrijpen.
8.3.3 Activiteitenprofiel
Iedere activiteit brengt specifieke risico’s met zich mee. Bij concerten en dance-events is de kans op geluidsoverlast groot. Indien een evenement samenvalt met andere evenementen zal het risico op ordeverstoringen toenemen. Hierbij wordt ook gekeken naar de tijdsduur en het tijdstip van het evenement. Als een evenement na zonsondergang start of eindigt, kan dit het optreden bij eventuele ordeverstoringen bemoeilijken.
Binnen het activiteitenprofiel wordt ook gekeken naar historische gegevens. Gekeken wordt naar eerdere ervaringen met de organisator. Indien de organisator er in het verleden blijk van heeft gegeven zich goed aan de afspraken te houden, neemt daarmee de voorspelbaarheid van het verloop van een evenement toe en nemen de risico’s af.
Nadat de organisator de aanvraag heeft ingediend, is deze ook verplicht om nieuwe risicoverhogende feiten of omstandigheden te melden. Indien wordt afgeweken van de verstrekte gegevens of in strijd wordt gehandeld met de gestelde voorschriften, kan de burgemeester overwegen het evenement te verbieden.
Op basis van een duidelijke aanvraag en een gedegen veiligheidsplan kunnen gemeente en haar veiligheidspartners de aanvraag op veiligheidsaspecten beoordelen en zo nodig aanvullende eisen opleggen.
Dit beleid wordt aangehaald als: Uitvoeringsbeleid Evenementen Stichtse Vecht 2025.
Bijlage 1: Toelichting op paragraaf 4.3 Vergunningvoorschriften
De aandachtspunten met betrekking tot de vergunningsvoorschriften en overige aanvullende aandachtspunten.
Openbare orde
Openbare orde wil zeggen dat er maatschappelijke rust en veiligheid heerst, zodat burgers vreedzaam kunnen leven. Deze orde wordt gehandhaafd door de burgemeester. Hij of zij kan hiervoor bepaalde dingen in de gemeente verbieden en de politie opdracht geven deze verboden af te dwingen
Gezondheids- en welzijnswet
Op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren kan in de volgende twee situaties een vergunning voor het organiseren van evenementen met dieren worden geweigerd:
1als er sprake is van dierenmishandeling;
2als de dieren op een weinig respectvolle wijze worden behandeld.
Zo is het verboden om dieren als prijs, beloning of gift uit te loven of uit te reiken bij wedstrijden, verlotingen, weddenschappen of andere dergelijke evenementen.
Openbare veiligheid
De veiligheid van de betrokkenen (bezoekers, deelnemers, omwonenden, passanten) dient bij een evenement gewaarborgd te zijn. Risico’s moeten vooraf worden beoordeeld aan de hand van de informatie van de organisator ingevolge het vergunningaanvraagformulier.
De bereikbaarheid van panden en percelen dient voor hulpdiensten zoals politie, brandweer en ambulance altijd gewaarborgd te zijn. Zo nodig dienen voor deze diensten aparte aanrijroutes te worden geregeld.
De organisator van het evenement dient te zorgen voor voldoende toezicht op het evenement. Naar aanleiding van een gemotiveerd advies van politie kan worden aanbevolen dan wel worden opgedragen dat het toezicht afhankelijk van de aard van het evenement dient te geschieden door vrijwilligers of door een professioneel beveiligingsbedrijf. De kosten voor de beveiliging zijn voor rekening van de organisator van het evenement.
Verkeersveiligheid
In de vergunningaanvraag dient de aanvrager onder andere nader aan te geven:
•welke straten dienen te worden afgesloten; of
•een omleidingsroute nodig is; of
•er sprake is voldoende parkeergelegenheid; of
•een bus omleiding dient plaats te vinden.
Bij grote evenementen (met een gemiddeld en hoog risico, klasse B en C) kan een professioneel verkeersplan worden geëist.
De veiligheid voor weggebruikers is van groot belang en mag als gevolg van een evenement niet in gevaar komen. Gekeken wordt bij de verkeersaspecten naar de mogelijke negatieve gevolgen voor bezoekers en derden. Soms zijn verkeersmaatregelen nodig en dienen wegen te worden afgesloten en zijn omleidingsroutes noodzakelijk. Tijdelijke verkeersmaatregelen vinden alleen plaats in overleg met en na instemming van de gemeente. Hiervoor is een tijdelijke verkeersmaatregel nodig. Verder zijn er voor de regulering van het verkeer voldoende bevoegde verkeersregelaars nodig. In de directe omgeving van het evenement dient altijd voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn.
Verkeersregelaars voor evenementen
Bij nagenoeg iedere activiteit op de openbare weg, waarbij het verkeer voor de veiligheid van de deelnemers en de weggebruikers geregeld moet worden zijn er op grond van de Regeling Verkeersregelaars 2009 gecertificeerde verkeersregelaars vereist.
Of en hoeveel verkeersregelaars er moeten worden ingezet wordt bepaald door de gemeente in overleg met de politie. Deze beoordeling maakt onderdeel uit van de acceptatie van een melding of van de vergunningaanvraag voor het evenement die door de organisatie van de activiteit is ingediend bij de gemeente. Het aantal verkeersregelaars wordt medegedeeld bij de vergunningverlening. De verkeersregelaars dienen gecertificeerd te zijn en te worden ingezet op plekken die zijn aangegeven op de situatieschets, of op de plaatsen aangegeven door de organisatie van het evenement.
De organisator van het evenement dient zelf voor voldoende verkeersregelaars te zorgen. Dit kan door op de site van SVNL een code aan te vragen waarmee de organisator van het evenement toegang krijgt en alle deelnemers digitaal de instructie voor verkeersregelaar kan laten volgen, afgesloten door het examen. Nadat de deelnemers geslaagd zijn, worden zij door de gemeente aangesteld voor de duur van één jaar. Dit gebeurt online en de organisatie ontvangt hierover bericht. De politie kan via de site van SVNL nagaan of betrokkenen zijn aangesteld door de burgemeester. Gedurende het jaar van aanstelling kunnen de verkeersregelaars bij ieder willekeurig evenement ingezet worden.
Wegsleepregeling
De gemeente heeft bij raadsvergadering van 21 december 2011 besloten een Wegsleepverordening vast te stellen. Het wegslepen van voertuigen is met name van groot belang bij evenementen waarbij een groot aantal mensen op een beperkt gebied samenkomen en zich extreme parkeerproblemen voordoen (bijvoorbeeld de blokkering van de calamiteitenroute). Daarnaast kan het ook wenselijk zijn andere extreme parkeerproblemen waarbij de veiligheid en vrijheid van het verkeer beperkt wordt op een verdergaande wijze te handhaven door direct een einde te maken aan een parkeerovertreding.
Leveren van diensten
Het is mogelijk om gebruik te maken van water- en stroomvoorziening van de gemeente indien de gevraagde voorzieningen aanwezig zijn op de locatie van het evenement. De organisator van het evenement kan dit kenbaar maken op het vergunningaanvraagformulier. De kosten hiervan komen voor rekening van de organisator van het evenement.
Brandveiligheid
In het belang van de brandveiligheid van een tent of een vast gebouw waarin meer dan 50 personen gelijktijdig aanwezig zijn, worden specifieke brandpreventieve maatwerkvoorschriften verbonden aan de evenementenvergunning. De brandweer bekijkt onder andere ook de benodigde blusapparatuur, het gebruik van bak- en braadapparatuur, brandpreventie voorzieningen enzovoorts. De brandpreventieve controles worden steekproefsgewijs uitgevoerd door de brandweer.
Voor het incidenteel overnachten in sport-, verenigingsgebouwen en scholen kunnen onder specifieke regels en brandpreventieve voorschriften worden toegestaan.
Evenementenvuurwerk
Het is verboden consumentenvuurwerk af te steken op een openbare plaats als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
Het afsteken van evenementenvuurwerk mag alleen gebeuren door een gespecialiseerd bedrijf. Dit bedrijf dient hiervoor over een door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat verleende vergunning te beschikken. Dit bedrijf dient een verzoek voor het afsteken van evenementenvuurwerk in te dienen bij de Provincie Utrecht. Het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht heeft voor de afgifte van de voor het bedrijf benodigde ontbrandingstoestemming een verklaring van geen bezwaar nodig van de burgemeester op grond van het Vuurwerkbesluit. In sommige gevallen kan worden volstaan met een melding van Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten zenden dan een afschrift aan de burgemeester bij acceptatie van de melding.
Luchtruim
Voor terreinen die incidenteel (maximaal 12 keer per jaar) worden gebruikt door vrije luchtballonnen, schermzweeftoestellen, helikopters en zeilvliegtuigen kan de Provincie Utrecht als bevoegd bestuursorgaan- na overleg met de gemeente – een zogenaamde ontheffing tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG) afgeven. Daarin kunnen door de Provincie regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik. De gebruiker van de ontheffing TUG moet ten minste 24 uur voor de dag dat het terrein zal worden gebruikt een melding hiervan doen aan de burgemeester. Verder moet de gebruiker voldoen aan de bepalingen in de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen. Ook dient de gebruiker uiteraard te beschikken over een toestemming van de grondeigenaar op grond van het burgerlijk recht.
Volksgezondheid
Ter bescherming van de volksgezondheid kunnen aparte voorschriften worden verbonden aan een evenementenvergunning. De VRU (GOHR) wordt hiervoor benaderd voor advies. De aanwezigheid van voldoende toiletvoorzieningen tijdens evenementen is uit het oogpunt van hygiëne een belangrijk onderdeel van een evenement. De organisator dient zelf zorg te dragen voor voldoende schone toiletvoorzieningen.
Bescherming van het milieu, aantasting groenstroken, overlast, afval
Geluidsoverlast, overlast veroorzaakt door stof, afval, aantasting van gemeentelijke groenvoorzieningen, vuurwerk enzovoorts valt onder bescherming van onder andere het milieu. De organisator van het evenement is voor de overlast zelf verantwoordelijk. De gemeente kan schade die is ontstaan aan bijvoorbeeld groenvoorzieningen herstellen of laten herstellen op kosten van de organisatie van het evenement.
De gemeente stelt geen afvalbakken en/of containers beschikbaar. Indien de organisator niet of in onvoldoende mate de verplichtingen nakomt die worden opgelegd door vergunningvoorschriften, zal de gemeente de nalatige situatie herstellen op kosten van de vergunninghouder.
Verstrekking van alcoholhoudende drank
Bij evenementen wordt regelmatig alcohol geschonken. Nadere regels hierover staan in de Alcoholwet.
Voor het elders dan in een horeca-inrichting inclusief terras bedrijfsmatig verstrekken van alcoholhoudende drank is een ontheffing nodig van de burgemeester op grond van artikel 35 van de Alcoholwet. Een dergelijke ontheffing kan slechts worden verleend voor bijzondere gebeurtenissen (evenement) van zeer tijdelijke aard (maximaal twaalf aaneengesloten dagen). Om een dergelijke ontheffing te kunnen verkrijgen moet getoetst of de leidinggevende 21 jaar en niet van slecht levensgedrag is. Deze persoon moet aanwezig zijn tijdens het verstrekken van de alcoholhoudende drank tijdens het evenement. Er is geen ontheffing nodig als sprake is van een besloten feest, waarbij geen entree wordt gevraagd én waar gratis alcohol wordt geschonken.
Aansprakelijkheid, verzekeringen
De wettelijke aansprakelijkheid is vaak gekoppeld aan het criterium “zorgplicht”. De gemeente heeft zorgplicht voor de openbare weg en de vrije ruimte. Aan de hand van dit criterium kan worden bepaald of de gemeente in bepaalde gevallen wettelijk aansprakelijk is.
Met betrekking tot evenementen kan de vergunninghouder aansprakelijk worden gesteld voor de veroorzaakte schade. De gemeentelijke aansprakelijkheidsverzekering biedt uitsluitend dekking bij evenementen welke mede, door of namens de gemeente worden georganiseerd. Het is van belang dat de organisator van het evenement (veelal de vereniging) zowel voor kleine evenementen als bij grotere evenementen zelf een goede verzekering afsluit voor het betreffende evenement. De organisator wordt hierop gewezen. Bij een klein evenement kan vaak met een WA-verzekering worden volstaan. Bij grotere evenementen gelden vaak andere risico’s en is een specifieke evenementenverzekering zeer gewenst/vereist. De verantwoordelijkheid voor het evenement en voor het afsluiten van verzekering ligt bij de organisator.