Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregeling Praktijkondersteuner Huisartsen GGZ Jeugd (POH-Jeugd) gemeente Stichtse Vecht 2027–2030

Gemeente Stichtse Vecht · geldt sinds 25 juli 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht,

gelet op het Integraal Beleidskader Sociaal Domein en de Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 (ASV),

overwegende dat:

•het van belang is dat jeugdigen in Stichtse Vecht tijdig en dichtbij ondersteuning krijgen bij psychische en sociale vragen;

•het wenselijk is te voorkomen dat lichte problematiek onnodig escaleert;

•hiervoor een subsidieregeling nodig is die de inzet van de POH-Jeugd ondersteunt;

Voor alles waar deze subsidieregeling niet in voorziet geldt onverkort de Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026.

besluit de volgende regeling vast te stellen:

Artikel 1. Begrippen

Aanvrager: Organisatie die een subsidie aanvraagt bij de gemeente

College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht

Activiteit: Het organiseren, uitvoeren, onderhouden of promoten van jeugdgezondheidsactiviteiten door de POH-Jeugd, zoals preventieve consulten, screenings, voorlichting, samenwerking met scholen en andere zorg- of welzijnspartners, en overige activiteiten die bijdragen aan de gezondheid en het welzijn van jeugdigen in de gemeente.

Huisartsenpraktijk: een individuele huisartsenpraktijk in de gemeente Stichtse Vecht.

IBK: Integraal Beleidskader Stichtse Vecht; de beleidsnota voor het sociaal domein waarop deze regeling aansluit.

POH-Jeugd: praktijkondersteuner huisartsen GGZ jeugd; een deskundige die bij de huisarts werkt en gespecialiseerd is in begeleiding van kinderen en jongeren met psychische klachten.

Samenwerkingsverband: een organisatie, zoals een zorggroep of coöperatie, die namens één of meerdere huisartsen een subsidieaanvraag indient en de subsidie beheert.

Subsidie: financiële bijdrage van de gemeente ter ondersteuning van preventieve activiteiten van de POH-Jeugd, gericht op de doelstellingen van deze regeling.

Subsidieplafond: Het subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op grond van deze regeling. Subsidieaanvragen worden afgewezen voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.

Template: het door de gemeente vastgestelde formulier voor het geanonimiseerd bijhouden van gegevens.

Verordening: Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026

Artikel 2. Aansluiting bij gemeentelijke doelen

Deze regeling draagt bij aan de realisatie van de doelen uit het Integraal Beleidskader Sociaal Domein en het uitvoeringsplan Gezondheid:

1Voorkomen is beter: tijdig signaleren van problemen zodat escalatie wordt voorkomen;

2Normaliseren: voorkomen dat normale levensvragen direct leiden tot zware zorg;

3Thuis en dichtbij: het bieden van hulp in de eigen kern of wijk, bij voorkeur in de vertrouwde setting van de huisarts.

Artikel 3. Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is dat jeugdigen met psychische of sociale vragen snel en deskundig worden geholpen door de POH-Jeugd. Door in te zetten op vroegsignalering en preventie worden lichte klachten tijdig aangepakt, zodat verergering wordt voorkomen. De inzet is gericht op het normaliseren van opgroeivragen en het versterken van de sociale basis, waardoor minder jeugdigen hoeven te worden doorverwezen naar de gespecialiseerde jeugdzorg.

Artikel 4. Doelgroep en reikwijdte

1Subsidie kan worden aangevraagd door een individuele huisartsenpraktijk in de gemeente Stichtse Vecht.

2Subsidie kan ook worden aangevraagd door een samenwerkingsverband van huisartsen dat actief is in de gemeente Stichtse Vecht. In dat geval verzorgt het samenwerkingsverband de aanvraag en de verdeling van de middelen voor de aangesloten praktijken.

3De subsidie heeft uitsluitend betrekking op aanvullende preventieve inzet van de POH-Jeugd die niet behoort tot regulier bekostigde huisartsenzorg of andere voorliggende voorzieningen;

4De activiteiten die met de subsidie kunnen worden uitgevoerd zijn gericht op jeugdigen in de gemeente Stichtse Vecht.

Artikel 5. Subsidiabele activiteiten

1Voor subsidie komen in aanmerking:

a.het onderzoeken en verhelderen van hulpvragen van jeugdigen en hun ouders;

b.het bieden van kortdurende begeleiding, doorgaans niet meer dan circa vijf gesprekken per hulpvraag;

c.bij uitzondering: aanvullende overbruggingsgesprekken bij langere wachttijden voor specialistische zorg indien in belang van de jeugdige;

d.afstemmingsmomenten en casusoverleggen met relevante maatschappelijke partners, waaronder het gemeentelijk toegangsteam, scholen en welzijnspartners;

e.de activiteiten worden uitgevoerd binnen de professionele standaard van de eerstelijnszorg en zijn gericht op preventie, vroegsignalering en het versterken van de eigen kracht van jeugdigen en gezinnen.

2Niet voor subsidie in aanmerking komen:

a.activiteiten die op grond van de Zorgverzekeringswet, de Jeugdwet of andere voorliggende voorzieningen worden bekostigd;

b.activiteiten waarvoor reeds op andere wijze subsidie of publieke bekostiging wordt ontvangen;

c.activiteiten die niet passen binnen het preventieve en ondersteunende karakter van deze regeling, zoals zorg die een structureel behandelend of specialistisch karakter heeft.

Artikel 6. Indicatoren

1De subsidieontvanger registreert ten minste de volgende geanonimiseerde gegevens:

a.het aantal unieke jeugdigen dat is geholpen;

b.het type problematiek, zoals angst, somberheid of schoolproblemen;

c.het resultaat van de ondersteuning, waaronder opgelost, doorverwezen naar de sociale basis of doorverwezen naar specialistische zorg.

2Deze gegevens worden aangeleverd via het door de gemeente vastgestelde template en vormen de basis voor een halfjaarlijks subsidiegesprek.

3De subsidieontvanger meldt te allen tijde aan het college wanneer de inzet van de POH-Jeugd wezenlijk wijzigt, waaronder in ieder geval wordt verstaan structureel minder uren inzet, langdurige uitval of beëindiging van de werkzaamheden.

Artikel 7. Subsidieplafond

1Er is een subsidieplafond vastgesteld voor de activiteiten die binnen deze regeling vallen. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks vóór aanvang van het subsidiejaar het subsidieplafond vast en maakt dit bekend overeenkomstig artikel 4:27 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor zover subsidie wordt verleend voor meerdere jaren, geschiedt dit onder voorbehoud van jaarlijkse vaststelling van voldoende middelen door de gemeenteraad overeenkomstig artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.

2Indien meerdere volledige aanvragen voldoen aan de voorwaarden van deze regeling en/of het totaal van de aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt de subsidie verleend aan de aanvrager die naar het oordeel van het college het beste voldoet aan de beoordelingscriteria zoals opgenomen in artikel 8.

3Het college kan daarbij prioriteit geven aan aanvragen van huisartsenpraktijken in wijken of kernen waar de ondersteuningsbehoefte onder jeugdigen en gezinnen het grootst is en waar inzet van een POH-Jeugd het meest bijdraagt aan preventieve ondersteuning en passende zorg.

4Subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien het subsidieplafond is bereikt of indien de aanvraag onvoldoende bijdraagt aan het doel van deze regeling.

5Alleen volledige aanvragen die voldoen aan de indieningsvereisten van deze regeling worden betrokken bij de beoordeling en verdeling van het beschikbare subsidieplafond.

Artikel 8. Beoordelingscriteria

1Subsidie wordt uitsluitend verleend indien:

•de aanvrager voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4;

•de activiteiten passen binnen de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 5;

•de aanvraag past binnen het doel van deze regeling;

•de POH-Jeugd beschikt over passende diploma’s, deskundigheid en ervaring;

•voldoende aannemelijk is dat de activiteiten bijdragen aan vroegsignalering, lichte ondersteuning en passende verwijzing van jeugdigen en gezinnen;

•de POH-Jeugd aantoonbaar samenwerkt met relevante zorg-, welzijns- en onderwijspartners;

•voldoende aannemelijk is dat de activiteiten gedurende de subsidieperiode daadwerkelijk en doelmatig worden uitgevoerd.

2Volledige aanvragen die voldoen aan het eerste lid, worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria. Per criterium kunnen punten worden toegekend. Het maximaal aantal te behalen punten bedraagt 100.

Criterium

Maximaal aantal punten

1Mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelen van deze regeling en het Integraal Beleidskader (IBK)

30

2Mate waarin de inzet van de POH-Jeugd bijdraagt aan vroegsignalering, preventie en passende ondersteuning voor jeugdigen en gezinnen

20

3Deskundigheid, ervaring en organisatorische capaciteit van de aanvrager en de POH-Jeugd

20

4Samenwerking met relevante lokale partners, zoals onderwijs, welzijn, jeugdhulp, het sociaal wijkteam en andere eerstelijnspartners

15

5Redelijkheid en onderbouwing van de begroting en doelmatige inzet van middelen

10

6Monitoring, evaluatie en kwaliteitsborging

5

3Subsidie wordt verstrekt in volgorde van hoogste puntenscore totdat het subsidieplafond is bereikt.

4Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvraag minimaal 65 punten te behalen.

5Zie bijlage voor het afwegingskader.

De gemeente Stichtse Vecht behoudt zich het recht voor om, indien nodig voor een zorgvuldige beoordeling, aanvullende informatie op te vragen en hierover in gesprek te gaan met de aanvrager. De kwaliteit en volledigheid van deze nadere toelichting, zowel schriftelijk als mondeling, worden betrokken bij de beoordeling van de aanvraag.

Artikel 9. Aanvraagvereisten

1Aanvragers kunnen een aanvraag voor subsidie indienen bij de gemeente Stichtse Vecht, via het aanvraagformulier dat beschikbaar wordt gesteld door de gemeente op haar website.

2Bij de aanvraag wordt in ieder geval inzicht gegeven in:

a.de voorgenomen inzet van de POH-Jeugd;

b.de samenwerking met lokale partners;

c.de wijze waarop monitoring en verantwoording plaatsvinden.

3Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag over de toekenning van de subsidie;

4In de gevallen waarin een aanvraag om subsidie betrekking heeft op het kalenderjaar of kalenderjaren volgend op dat waarin de aanvraag is ingediend, wordt op de aanvraag beslist binnen uiterlijk acht weken na de dag waarop de gemeentebegroting voor het eerstvolgende kalenderjaar door de gemeenteraad is vastgesteld;

5Het recht op subsidie kan worden ingetrokken of lager vastgesteld worden als de activiteiten niet volgens het besluit tot subsidieverlening worden uitgevoerd.

Artikel 10. Verantwoording en controle

1Bij aanvragen en toekenningen boven de 5.000 euro is de aanvrager verplicht om na afloop van het project een verantwoording af te leggen over de besteding van de subsidie en de behaalde resultaten. De aanvrager dient hiervoor een eindverantwoording in via een vaststellingsverzoek zoals aangegeven bij het besluit tot subsidieverlening;

2Aanvragen tot en met 5.000 euro worden bij subsidietoekenning gelijk vastgesteld;

3Bij aanvragen door een samenwerkingsverband treedt één organisatie op als penvoerder en subsidieontvanger. Deze organisatie is verantwoordelijk voor de naleving van de subsidievoorwaarden en de financiële verantwoording;

4Het college kan tussentijdse controles uitvoeren op de voortgang van de activiteiten en de besteding van de subsidie.

Artikel 11. Weigeringsgronden

1De subsidie kan worden geweigerd op grond van de weigeringsgronden uit de verordening;

2De subsidie kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4;

3De subsidie kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als de aanvraag niet past binnen de genoemde subsidiabele activiteiten in artikel 5 en/of de beoordelingscriteria in artikel 8.

Artikel 12. Subsidieverlening

1Beoordeling van de aanvragen vindt plaats na afloop van de indieningstermijn. Als meerdere aanvragen voldoen, wordt de subsidie verstrekt aan de partij die het best aansluit bij de criteria en voorwaarden van artikel 4, 5 en 8, waarbij ook het afwegingskader uit de bijlage wordt betrokken.

2De aanvraag moet uiterlijk 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd schriftelijk zijn ingediend. Het college neemt een besluit binnen acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting voor het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. De subsidie wordt per kalenderjaar in één keer uitgekeerd.

3De gemeente Stichtse Vecht gaat een subsidierelatie aan voor de duur van één jaar of voor meerdere jaren indien dit in de subsidieaanvraag wordt verzocht en de gemeente hiermee instemt. Voor ieder subsidiejaar wordt jaarlijks dan afzonderlijk beoordeeld of voldoende budget beschikbaar is (subsidieplafond). Voortzetting in een volgend jaar is afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen. Eventuele indexering van subsidiebedragen vindt plaats conform de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening.

Artikel 13. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule

1In alle gevallen waarin deze subsidieregeling niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.

2Het college kan de bepalingen in deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

Artikel 14. Inwerkingtreding, looptijd en citeertitel

1Deze regeling treedt in werking na publicatie.

2De looptijd van deze regeling is tot en met 31 december 2031

3Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Praktijkondersteuner Huisartsen GGZ Jeugd (POH-Jeugd) gemeente Stichtse Vecht 2027–2030;

4Voor zover deze regeling niet voorziet, gelden de bepalingen uit de Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026 onverkort.

Bijlage afwegingskader

Criterium

Laag

Midden

Hoog

1Mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelen van deze regeling en het Integraal Beleidskader

Beperkte aansluiting op doelen van regeling en IBK; bijdrage aan preventie en vroegsignalering is gering of niet concreet.

Aansluiting op doelen is aanwezig; bijdrage aan preventie en ondersteuning is aannemelijk maar beperkt uitgewerkt.

Activiteiten sluiten sterk en aantoonbaar aan op de doelen van de regeling en het IBK. De aanvraag laat een duidelijke en goed onderbouwde bijdrage zien aan preventie en vroegsignalering.

2Mate waarin de inzet van de POH-Jeugd bijdraagt aan vroegsignalering, preventie en passende ondersteuning voor jeugdigen en gezinnen

De POH-Jeugd heeft een beperkte rol in vroegsignalering en preventie. Doorverwijzing en passende ondersteuning zijn niet structureel georganiseerd.

De POH-Jeugd levert een duidelijke bijdrage aan vroegsignalering en preventie. Passende ondersteuning is georganiseerd, maar nog niet volledig uitgewerkt of dekkend.

De POH-Jeugd vervult een centrale en structurele rol in vroegsignalering, preventie en passende ondersteuning, met goed werkende samenwerkings- en doorverwijsroutes.

3Deskundigheid, ervaring en organisatorische capaciteit van de aanvrager en de POH-Jeugd

Beperkte aantoonbare deskundigheid of ervaring. Organisatorische inbedding is kwetsbaar of onvoldoende geborgd.

Voldoende deskundigheid en ervaring aanwezig. Organisatie is op orde, maar afhankelijk van beperkte capaciteit of personen.

Ruime deskundigheid en ervaring aanwezig. Organisatie is robuust ingericht met borging van continuïteit en vervanging.

4Samenwerking met relevante lokale partners, zoals onderwijs, welzijn, jeugdhulp, het sociaal wijkteam en andere eerstelijnspartners

Samenwerking met relevante partners is beperkt en vooral ad hoc. Geen structurele werkafspraken.

Samenwerking met meerdere relevante partners is aanwezig en deels structureel georganiseerd. Werkafspraken zijn deels vastgelegd.

Sterke, structurele samenwerking met relevante partners (o.a. onderwijs, gemeente, jeugdhulp en eerstelijn), met werkafspraken en terugkoppeling.

5Redelijkheid en onderbouwing van de begroting en doelmatige inzet van middelen

Begroting is beperkt onderbouwd, weinig transparant of niet in verhouding tot de beoogde activiteiten.

Begroting is voldoende onderbouwd en in redelijke verhouding tot de activiteiten, maar niet volledig uitgewerkt.

Begroting is helder, realistisch en goed onderbouwd. Middelen worden aantoonbaar doelmatig en efficiënt ingezet.

6Monitoring, evaluatie en kwaliteitsborging

De mate van monitoring is beperkt uitgewerkt

Beschrijving van monitoring is aanwezig maar beperkt concreet

Er is een heldere systematiek voor monitoring, evaluatie en continue verbetering beschreven

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.