Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregeling Onafhankelijke Cliëntondersteuning Stichtse Vecht 2027–2031

Gemeente Stichtse Vecht · geldt sinds 25 juli 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht,

gelet op artikel 2.2.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Integraal Beleidskader Sociaal Domein en de Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 (ASV),

overwegende dat:

•de gemeente verplicht is om onafhankelijke cliëntondersteuning aan inwoners beschikbaar te stellen;

•onafhankelijke cliëntondersteuning bijdraagt aan het versterken van zelfredzaamheid en participatie;

•inwoners behoefte hebben aan laagdrempelige en onafhankelijke ondersteuning bij vragen binnen het sociaal domein;

•het wenselijk is hiervoor één deskundige en onafhankelijke organisatie te subsidiëren;

Voor alles waar deze subsidieregeling niet in voorziet geldt onverkort de Verordening Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026.

besluit de volgende subsidieregeling vast te stellen:

Artikel 1. Begrippen

Aanvrager: een rechtspersoon zonder winstoogmerk die subsidie aanvraagt voor het uitvoeren van onafhankelijke cliëntondersteuning;

ASV: Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026;

Cliëntondersteuning (OCO): onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning zoals bedoeld in artikel 1.1.1 en artikel 2.2.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht;

IBK: Integraal Beleidskader Stichtse Vecht 2026–2030;

Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak maximaal beschikbaar is voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling;

Subsidiabele activiteiten: activiteiten die naar het oordeel van het college bijdragen aan de doelstellingen van deze regeling;

Wlz: Wet langdurige zorg;

Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

Zvw: Zorgverzekeringswet.

Artikel 2. Aansluiting bij gemeentelijke doelen

Deze regeling draagt bij aan de doelstellingen uit het Integraal Beleidskader Sociaal Domein doordat inwoners worden ondersteund bij het vergroten van hun zelfredzaamheid, participatie en eigen regie.

De regeling sluit in het bijzonder aan bij de volgende gemeentelijke doelen:

•Iedereen doet mee: inwoners worden ondersteund om actief deel te nemen aan de samenleving;

•Samenredzaam: inwoners worden versterkt in hun eigen mogelijkheden en sociale netwerk;

•Thuis en dichtbij: ondersteuning is lokaal, toegankelijk en laagdrempelig beschikbaar;

•Voorkomen is beter: vroegtijdige ondersteuning voorkomt zwaardere zorg- en ondersteuningsvragen.

Artikel 3. Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is het waarborgen van toegankelijke, onafhankelijke cliëntondersteuning voor alle inwoners van de gemeente Stichtse Vecht.

De regeling beoogt bij te dragen aan:

•het vergroten van inzicht van inwoners in hun situatie en mogelijkheden;

•het versterken van de eigen regie en zelfredzaamheid van inwoners;

•het ondersteunen van inwoners bij gesprekken en besluitvorming;

•het bevorderen van passende ondersteuning binnen het sociaal domein.

Artikel 4. Doelgroep en reikwijdte

Subsidie wordt toegekend aan één organisatie die:

•onafhankelijke cliëntondersteuning uitvoert;

•aantoonbare expertise heeft binnen het sociaal domein;

•opereert zonder winstoogmerk;

•onafhankelijk is van aanbieders van maatwerkvoorzieningen of indicatiestelling.

De activiteiten:

•zijn gericht op alle inwoners van de gemeente Stichtse Vecht;

•bestrijken alle levensgebieden en relevante wetgeving, waaronder de Wmo, Jeugdwet, Wlz, Zvw en Participatiewet;

Het college kiest voor subsidiering van één uitvoerende organisatie omdat onafhankelijke cliëntondersteuning een gemeentebrede, samenhangende wettelijke voorziening betreft waarbij eenduidige toegang, uniforme werkwijzen, continuïteit, herkenbaarheid voor inwoners en integrale samenwerking binnen het sociaal domein noodzakelijk zijn. Het subsidiëren van meerdere organisaties zou leiden tot versnippering van uitvoering, verminderde herkenbaarheid voor inwoners, hogere uitvoeringslasten en risico’s voor uniforme kwaliteit en onafhankelijkheid.

Artikel 5. Subsidiabele activiteiten

1De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het uitvoeren van de volgende activiteiten in het kader van onafhankelijke cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015:

•het bieden van informatie, advies en onafhankelijke ondersteuning;

•het onderzoeken en verhelderen van hulpvragen;

•het voorbereiden en ondersteunen van inwoners bij gesprekken met instanties;

•het versterken van zelfredzaamheid en het sociaal netwerk van inwoners;

•het inzetten van ervaringsdeskundigheid waar passend;

•het samenwerken met het informatie- en adviespunt en relevante lokale partners.

2Niet voor subsidie in aanmerking komen:

•activiteiten gericht op behandeling of zorgverlening;

•activiteiten waarbij sprake is van belangenverstrengeling;

•activiteiten waarvoor reeds op andere wijze publieke bekostiging wordt ontvangen;

•activiteiten uitgevoerd door organisaties die betrokken zijn bij indicatiestelling of levering van maatwerkvoorzieningen.

Artikel 6. Indicatoren

1De subsidieontvanger levert jaarlijks (geanonimiseerde) gegevens aan over ten minste:

•het aantal inwoners dat gebruikmaakt van onafhankelijke cliëntondersteuning;

•de aard van de ondersteuningsvragen;

•de wijze waarop inwoners na ondersteuning verder kunnen;

•de samenwerking met partners binnen het sociaal domein;

•een kwalitatieve duiding van effecten op zelfredzaamheid en participatie.

2Tussen de subsidieontvanger en de gemeente vindt minimaal tweemaal per jaar overleg plaats over de voortgang van de activiteiten, knelpunten, trends en ontwikkelingen.

3Monitoring vindt plaats op zowel output als outcome.

Artikel 7. Subsidieplafond

1Het college stelt jaarlijks vóór aanvang van het subsidiejaar het subsidieplafond vast en maakt dit bekend overeenkomstig artikel 4:27 van de Algemene wet bestuursrecht.

2Subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien:

•het subsidieplafond is bereikt;

•Of de aanvraag onvoldoende bijdraagt aan het doel van deze regeling.

•Indien meerdere volledige aanvragen voldoen aan de voorwaarden van deze regeling, wordt de subsidie verleend aan de aanvrager die naar het oordeel van het college het beste voldoet aan de beoordelingscriteria zoals opgenomen in artikel 8.

Artikel 8. Beoordelingscriteria

1Subsidie wordt uitsluitend verleend indien:

•de aanvrager voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4;

•de activiteiten passen binnen de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 5;

•de aanvrager onafhankelijk opereert van aanbieders van maatwerkvoorzieningen, indicatiestelling en zorgverlening;

•de aanvrager beschikt over voldoende deskundigheid binnen het sociaal domein;

•de aanvraag past binnen het doel van deze regeling;

2Volledige aanvragen die voldoen aan het eerste lid, worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria.

3Per criterium kunnen punten worden toegekend. Het maximaal aantal te behalen punten bedraagt 100.

Beoordelingscriterium

Maximaal aantal punten

1.Mate van onafhankelijkheid en borging daarvan

20

2Kwaliteit en deskundigheid van de organisatie

20

3Kennis van het sociaal domein en relevante wetgeving (Wmo, Jeugdwet, Wlz, Zvw, Participatiewet)

15

4Kennis van de lokale sociale kaart en samenwerkingsstructuren

10

5Integraliteit en samenhang van de dienstverlening

10

6Samenwerking met informatie- en adviespunt en ketenpartners

10

7Toegankelijkheid en bereik van inwoners

5

8Monitoring, evaluatie en kwaliteitsborging

5

9Uitvoerbaarheid, doelmatigheid en realistische begroting

5

4Subsidie wordt uitsluitend verleend aan aanvragen die minimaal 70 punten behalen.

5Indien meerdere aanvragen voor subsidie in aanmerking komen en het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen volledig te honoreren, worden aanvragen gerangschikt op basis van het behaalde aantal punten.

6Indien meerdere aanvragen een gelijk aantal punten behalen, geeft het college voorrang aan de aanvraag die:

•de onafhankelijkheid het sterkst heeft geborgd;

•de dienstverlening het meest integraal organiseert;

•het beste aansluit bij de lokale sociale infrastructuur en samenwerkingsstructuren.

•Zie bijlage voor het afwegingskader.

Artikel 9. Aanvraagvereisten

1Aanvragers dienen een subsidieaanvraag in via het door het college vastgestelde aanvraagformulier.

2De aanvraag bevat in ieder geval:

•een beschrijving van de activiteiten;

•een visie op onafhankelijke cliëntondersteuning;

•een beschrijving van de samenwerking binnen het informatie- en adviespunt;

•een beschrijving van de borging van onafhankelijkheid;

•een begroting;

•een plan voor monitoring en verantwoording.

3Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag.

4Indien de aanvraag betrekking heeft op een volgend kalenderjaar, beslist het college uiterlijk acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting.

Artikel 10. Verantwoording en controle

1De subsidieontvanger legt jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de activiteiten en de besteding van de subsidie.

2Het college kan tussentijdse controles uitvoeren op de voortgang van de activiteiten en de besteding van de subsidie.

3De subsidie wordt verstrekt in de vorm van voorschotten in nader te bepalen termijnen.

4Definitieve subsidievaststelling vindt plaats na afloop van het betreffende kalenderjaar.

Artikel 11. Weigeringsgronden

1De subsidie kan worden geweigerd op grond van de weigeringsgronden uit de verordening;

2De subsidie kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4;

3De subsidie kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als de aanvraag niet past binnen de genoemde subsidiabele activiteiten in artikel 5 en/of de beoordelingscriteria in artikel 8.

Artikel 12. Subsidieverlening

1Beoordeling van de aanvragen vindt plaats na afloop van de indieningstermijn. Indien meerdere aanvragen voldoen aan de voorwaarden van deze regeling, wordt subsidie verleend aan de aanvraag met de hoogste puntenscore overeenkomstig artikel 8.

2De aanvraag moet uiterlijk 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd schriftelijk zijn ingediend. Het college neemt een besluit binnen acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting voor het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. De subsidie wordt per kalenderjaar in twee voorschotten uitgekeerd.

3De gemeente Stichtse Vecht gaat een subsidierelatie aan voor de duur van één jaar of voor meerdere jaren indien dit in de subsidieaanvraag wordt verzocht. Meerjarige subsidieverlening vindt plaats onder voorbehoud van jaarlijkse begrotingsvaststelling en beschikbaarheid van middelen. Voor ieder subsidiejaar wordt afzonderlijk beoordeeld of voldoende budget beschikbaar is (subsidieplafond). Voortzetting in een volgend jaar is afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen. Eventuele indexering van subsidiebedragen vindt plaats conform de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening.

Artikel 13. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule

1In alle gevallen waarin deze subsidieregeling niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.

2Het college kan de bepalingen in deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

Artikel 14. Inwerkingtreding, looptijd, citeertitel

1Deze regeling treedt in werking na publicatie.

2De looptijd van deze regeling is tot en met 31 december 2031.

3Deze regeling wordt aangehaald als: “Subsidieregeling Onafhankelijke Cliëntondersteuning Stichtse Vecht 2027–2031”.

4Voor zover deze regeling niet voorziet, gelden de bepalingen uit de Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026 onverkort.

Bijlage Afwegingskader

Criterium

Lage score

Middel

Hoog

1Mate van onafhankelijkheid en borging daarvan

Onafhankelijk-heid beperkt uitgewerkt

Deels geborgd

Volledig organisatorisch en financieel geborgd

2Kwaliteit en deskundigheid van de organisatie

Basiskennis aanwezig

Ervaren team

Aantoonbaar specialistisch en multidisciplinair

3Kennis van sociaal domein en relevante wetgeving

Beperkte kennis van relevante wetgeving en domeinen

Voldoende kennis aanwezig en toepasbaar

Aantoonbaar brede en actuele expertise op alle relevante wetten en domeinen

4Kennis van lokale sociale kaart en samenwerkingsstructuren

Beperkte kennis van lokale voorzieningen en partners

Redelijke kennis van lokale netwerken

Structureel ingebed in lokale samenwerkingsstructuren

5Integraliteit en samenhang van dienstverlening

Dienstverlening vooral sectoraal ingericht

Samenhang deels uitgewerkt

Integrale aanpak met duidelijke verbindingen tussen domeinen

6Samenwerking met informatie- en adviespunt en ketenpartners

Samenwerking beperkt beschreven

Samenwer-king aanwezig maar niet structureel

Structurele en actieve samenwerking met duidelijke afspraken

7Toegankelijkheid en bereik van inwoners

Beperkte toegankelijkheid of bereik

Bereik voor meeste doelgroepen voldoende

Goed toegankelijk voor diverse doelgroepen, inclusief kwetsbare inwoners

8Monitoring, evaluatie en kwaliteitsborging

Monitoring beperkt uitgewerkt

Monitoring aanwezig maar beperkt concreet

Heldere systematiek voor monitoring, evaluatie en continue verbetering

9Uitvoerbaarheid, doelmatigheid en realistische begroting

Begroting onvoldoende onderbouwd of niet realistisch

Begroting grotendeels realistisch

Realistische, transparante en doelmatige begroting

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.