Gemeentelijke regelgeving

Protocol openbaarmaking Wmo-toezicht

Gemeente Stichtse Vecht · geldt sinds 2 april 2026

Aanhef

Ingangsdatum: 1 januari 2026

Met dit protocol legt GGD regio Utrecht vast hoe toezichtrapporten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) openbaar worden gemaakt. Het protocol is gebaseerd op de Wet open overheid (Woo), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), en borgt een zorgvuldige, transparante en eenduidige werkwijze.

Belangrijkste wijziging per 1 januari 2026: naast de bestaande actieve openbaarmaking van rapporten uit het reguliere kwaliteitstoezicht worden voortaan ook rapporten uit signaalgestuurd onderzoek actief gepubliceerd. Deze uitbreiding vergroot de transparantie, versterkt de lerende functie van het toezicht en geeft burgers, gemeenten en aanbieders inzicht in urgente kwaliteitskwesties.

1. Grondslag en uitgangspunten

Transparant toezicht

Goed toezicht voldoet aan zes principes: selectief, slagvaardig, samenwerken, onafhankelijk, professioneel en transparant. Actieve openbaarmaking valt onder het principe van transparantie en heeft meerdere doelen:

•Inzicht geven aan gemeenten en burgers rondom de kwaliteit van Wmo-voorzieningen, bijvoorbeeld ten behoeve van de aanvraag en inkoop van ondersteuning.

•Het bieden van een (mogelijke) stimulans voor aanbieders om de vereiste verbetering in de kwaliteit van de ondersteuning aan te brengen. Publicatie kan de reputatie van een aanbieder positief of negatief beïnvloeden.

•Lerend effect creëren voor andere aanbieders, door inzicht te bieden in de toetsingscriteria en –procedures.

•Ondersteunen van andere toezichthouders en partijen die eigen onderzoek overwegen. Dit kan op het gebied van kwaliteit, rechtmatigheid, ketensamenwerking of arbeidsrecht, de landelijke inspecties en zorgkantoren. Het rapport kan bijdragen in de beeldvorming of informatie voorziening van een dergelijke partij.

•Verantwoording afleggen over de effectiviteit van het toezicht.

Actieve en passieve openbaarmaking

Toezichtrapporten kunnen zowel actief als passief openbaar worden gemaakt.

Bij actieve openbaarmaking maakt het bestuursorgaan uit eigen beweging informatie openbaar. Dit betreft eindrapporten waarin de aanbieder de gelegenheid heeft gehad om feitelijke onjuistheden aan te geven en een zienswijze aan te leveren. Deze rapporten bevatten de uitkomsten van onderzoek waarin de Wmo-toezichthouder een oordeel geeft over de kwaliteit van de geboden voorziening.

Wanneer een inwoner een verzoek indient tot openbaarmaking, is er sprake van passieve openbaarmaking (artikel 4 Woo). In dergelijke gevallen wordt vaak om meer documenten gevraagd dan alleen het toezichtrapport.

Actieve openbaarmaking in Regio Utrecht

Sinds 2021 publiceert regio Utrecht actief toezichtrapporten uit het reguliere kwaliteitstoezicht. Met ingang van 1 januari 2026 worden ook rapporten uit signaalgestuurd onderzoek actief openbaar gemaakt.

Bijlage 2: Concept afspraken bezwaarafhandeling gemeenten

Inkoopregio

De regio Utrecht voert het Wmo-toezicht uit voor 25 gemeenten die onderverdeeld zijn in inkoopregio’s (gemeente Rhenen en inkoopregio Vallei vormen voor het toezicht een inkoopregio). Elke inkoopregio heeft samen met GGDrU een jaarplan opgesteld voor de uit te voeren onderzoeken. Deze onderzoeken worden dus voor meerdere regiogemeenten uit de betreffende inkoopregio uitgevoerd.

Gemeente in de lead: de gemeente met het grootst aantal cliënten die ondersteuning van de aanbieder ontvangt van de te toetsen voorziening(en). Deze informatie wordt door de TZH bij de start van het toezicht opgevraagd bij de betreffende gemeenten (om de steekproef van de cliënten te bepalen). Bij de start van ieder onderzoek wordt dus direct bepaald welke gemeente genoemd wordt in het besluit tot openbaarmaking. Dit sluit aan bij de afspraken die zijn gemaakt in het handhavingsbeleid.

Er kan door de betreffende regiogemeenten worden afgeweken van dit beginsel. Wat de betreffende regiogemeenten hierover onderling afstemmen dienen zij ook in te regelen en bij de start van het onderzoek aan GGDrU te communiceren. Hebben meerdere gemeenten een gelijk aantal cliënten, dan kunnen de regiogemeenten op basis van andere variabelen tot een keuze komen (te denken valt aan: plaats van vestiging van aanbieder, clientpopulatie van andere Wmo-voorzieningen e.d.)

Regio-overstijgend

GGDrU voert, naast de 6 jaarplannen voor de inkoopregio’s, ook onderzoeken uit die regio- overstijgend zijn.

Voor de afhandeling van deze bezwaren zijn ook afspraken gemaakt.

De afspraken zijn afhankelijk van de inrichting van het regio-overstijgende toezicht.

1: Thematisch toezicht

Als een thema wordt gekozen, dan wordt voor elke inkoopregio dat thema onderzocht. Elke inkoopregio ontvangt een eigen rapport en daarvoor worden de afspraken meegenomen die gemaakt zijn voor de desbetreffende inkoopregio.

Bovenop de 6 onderzoeken vindt een analyse plaats van het thema waarin bevindingen van de aanbieders niet herleidbaar worden beschreven. Deze analyse is gericht op inkoopeisen en beleid met betrekking tot het thema, en kan bijvoorbeeld best pratices of does en don’ts beschrijven. De analyse resulteert in een rapport welke niet naar de aanbieders worden gestuurd, en waartegen ook geen bezwaar kan worden ingediend.

2: Toezicht bij aanbieders die in meerdere inkoopregio’s werkzaam zijn

Als voor het regio-overstijgend onderzoek aanbieders worden geselecteerd die in meerdere inkoopregio’s werkzaam zijn, dient er vooraf een afspraak gemaakt te worden welke gemeente het eventuele bezwaar afhandelt. Ook hier geldt het beginsel van de gemeente met het grootst aantal cliënten.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.