Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht;
overwegende dat het nodig is dat de gemeente haar kaders voor uitgifte van restgroen actualiseert en een regeling treft voor grondtransacties met geringe impact op het openbaar gebied;
B E S L U I T :
De Nota Gronduitgifte 2023 vast te stellen en de Nota Restgroen uit 2016 in te trekken.
Algemeen kader
De huidige situatie
In 2016 is de Nota restgroen door het college van B&W vastgesteld. Op basis daarvan zijn ondermeer de projecten Grondgebruik en Geluidswal uitgevoerd. De Nota Restgroen geeft kaders voor de uitgifte van restgroen, maar biedt geen regeling voor andersoortige eenvoudige grondtransacties welke geringe impact hebben op het openbaar gebied.
Doel van deze nota
De voorliggende Nota gronduitgifte actualiseert het beleid ten aanzien van restgroen maar omvat daarnaast ook een bredere regeling voor grondtransacties met weinig impact op het openbaar gebied en publiek belang. Daarnaast worden ook de gevolgen van het door de Hoge Raad gewezen uitspraak in het Didam arrest in deze nota verankerd.
Bereik van deze nota
De voorliggende Nota gronduitgifte geeft kaders voor de volgende transacties:
Deel A – Restgroen en oevergrond
1Uitgifte van restgroen.
2Uitgifte van oevergrond nabij woonboten.
Deel B – Nutsvoorzieningen
3Uitgifte van grond voor realisatie van nutsvoorzieningen (bijvoorbeeld transformatorstations).
4Het vestigen van zakelijke rechten voor gemeentelijke nutsvoorzieningen en kunstwerken (bijvoorbeeld kabels en leidingen).
Deel C – Vestigen of aanvaarden van zakelijke rechten t.b.v. maatschappelijk nut
5Het vestigen of verlengen van een zakelijk recht van opstal.
6Het vestigen of aanvaarden van overige zakelijke rechten (bijvoorbeeld erfdienstbaarheden, kwalitatieve verplichtingen etcetera) ten behoeve of ten laste van de gemeente ter bestendiging van bestaande situaties en/of met een geringe impact voor het publiek belang.
Deel D – Eigendomsaanvaarding publieke ruimte
7Het aanvaarden van eigendom van gronden met een publieke bestemming voor een symbolische koopsom.
Deze nota heeft uitdrukkelijk geen betrekking op uitgifte van gronden voor woningbouw of bedrijfsmatig vastgoed of reststroken bij ontwikkellocaties.
Groene openbare ruimte draagt bij aan leefbare buurten, dorpen en wijken
Het groen in de openbare ruimte draagt bij aan een prettige woonomgeving voor iedere inwoner van Stichtse Vecht. Verkoop van dat openbare groen leidt weliswaar tot verhoging van het woongenot van de betreffende koper, maar kan direct of op langere termijn afbreuk doen aan de leefbaarheid of gebruiksmogelijkheden voor buurtgenoten of voor alle inwoners van Stichtse Vecht. Belangen die samenhangen met biodiversiteit of klimaatadaptatie worden daar ook toe gerekend. Daarom dient er bij een verzoek tot aankoop van openbaar groen een zorgvuldige belangenafweging gemaakt te worden. Ook groenstroken die op het eerste gezicht wellicht niet direct bijdragen aan de leefbaarheid in de wijk (bijvoorbeeld door achterstallig onderhoud of na intensieve snoei) kunnen die functie op termijn wel (weer) krijgen. Verkeerd of onvoldoende onderhoud in de ogen van de aanvrager is per definitie geen argument in de belangenafweging over verkoop. Vanwege voortschrijdende inzichten en aangescherpte criteria vormt eerdere verkoop van groen in vergelijkbare situaties geen argument in de belangenafweging over verkoop. Het is dan ook zeker niet vanzelfsprekend dat een aanvraag tot aankoop van restgroen zondermeer leidt tot een toewijzing daarvan.
Definities:
Restgroen: Een strook gemeentegrond (meestal groen) niet groter dan 100 m² met geen
of relatief weinig functionele waarde voor wat betreft het publieke gebruik, of het publieke belang welke in aanmerking komt voor vergroting van het direct aangrenzend woonperceel.
Oevergrond: Een strook gemeentegrond (meestal groen) met geen of relatief weinig functionele waarde voor wat betreft het publieke gebruik. De betreffende strook gemeentegrond is direct bereikbaar vanaf het water en komt in aanmerking als tuin voor het in dat water gelegen woonschip.
Nutsvoorzieningen: Infrastructurele voorzieningen ten behoeve van gas, water, elektriciteit en telecommunicatie.
Uitgiftevormen
Uitgifte van gronden binnen deze nota kan op verschillende wijzen plaatsvinden.
Verkoop
Verkoop is de meest heldere en definitieve uitgiftemogelijkheid. De strook gemeentegrond wordt in eigendom overgedragen aan de koper en de gemeente verliest haar zeggenschap over de grond. De koper kan vervolgens naar eigen inzicht over de strook grond beschikken, uiteraard binnen regels van het bestemmings- of omgevingsplan.
Verhuur
Bij verhuur blijft de gemeente eigenaar van de betreffende strook grond maar geeft deze tegen betaling van een vergoeding in gebruik. Huur is een persoonlijk recht dat door de huurder niet aan een ander kan worden overgedragen. Op het moment dat de huurder van de strook grond het gebruik stopt (bijvoorbeeld bij verhuizing) eindigt de huur. Als een nieuwe potentiële gebruiker van de grond zich aandient zal de gemeente op dat moment besluiten of het wenselijk is om de betreffende grond opnieuw uit te geven en zo ja op welke wijze en onder welke voorwaarden.
Ingebruikgeving/Bruikleen
Er dient onderscheid te worden gemaakt tussen “verhuur” en “ingebruikgeving” (ook wel bruikleen genoemd). Zodra er sprake is van betaling van een vergoeding is er sprake van verhuur. Slechts als de grond “om niet” in gebruik is gegeven is er sprake van bruikleen. Ook bruikleenovereenkomsten zijn persoonlijk en door de gebruiker niet overdraagbaar aan anderen.
In uitzonderlijke gevallen is in de gemeente in het verleden gebruik gemaakt van bruikleen. Veelal met als doel een regeling te treffen voor kleine stukjes in gebruik genomen gemeentegrond om een verjaringsclaim te voorkomen. De bedoeling is om een uitsterfconstructie te hanteren waarbij zodra het recht van deze gebruiker eindigt, te toetsen of verkoop een optie is en anders ontruiming van de grond te vragen en deze weer in te laten richten als openbare ruimte.
Recht van opstal
De eigenaar van de grond is ook eigenaar van alles dat er op die grond gebouwd wordt of dat er in die grond gelegen is. Dat verandert als er een recht van opstal wordt gevestigd. Door het vestigen van een recht van opstal wordt er een horizontale scheiding gemaakt in de eigendom. De gemeente is en blijft eigenaar van de grond, maar de opstaller is/wordt eigenaar van hetgeen er op die grond gebouwd is of van wat er in die grond gelegen is (bijvoorbeeld een bepaalde kabel of leiding).
Van een recht van opstal als uitgifte mogelijkheid wordt door de gemeente veelal gebruik gemaakt bij sportvoorzieningen zoals bijvoorbeeld kunstgrasvelden, clubgebouwen en kleedkamers en bij kinderboerderijen. Het vestigen van een recht van opstal vindt dan plaats voor langere tijd. De sportclub of kinderboerderij is aan de gemeente een (jaarlijkse) vergoeding verschuldigd, retributie genaamd.
Besluitvorming
Deze nota gaat over privaatrechtelijke rechtshandelingen die de gemeente als grondeigenaar, gerechtigde tot een zakelijk recht of koper van onroerend goed aangaat. Dit is dus een andere rol dan de gemeente als bestuursorgaan (publiekrechtelijke rechtspersoon). Omdat het privaatrechtelijke rechtshandelingen betreft en geen besluiten in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht staat er geen bezwaar of beroep open tegen de rechtshandelingen welke de gemeente op grond van deze nota verricht.
Op grond van artikel 160 van de Gemeentewet is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. De bevoegdheid tot ondertekening van de overeenkomsten en akten die uit een dergelijk besluit voortvloeien berust op grond van artikel 171 van de Gemeentewet bij de burgemeester.
Op grond van het Algemeen Mandaatbesluit is zowel het besluit tot privaatrechtelijke rechtshandelingen als de ondertekeningsbevoegdheid van de daaruit voortvloeiende overeenkomsten gemandateerd aan managers. In het geval van deze nota betreft het de Manager Ruimtelijke Regie en Ontwikkeling en de Manager Bedrijfsvoering Leefomgeving.
Didam arrest
De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 in het Didam arrest geoordeeld dat een overheidslichaam bij uitgifte van een onroerende zaak (gebouw of perceel grond) waarvoor redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn, gelegenheid moet bieden aan al deze (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak. Het Didam arrest geldt ook voor de uitgifte van gronden door de gemeente op grond van deze nota. Een 1 op 1 verkoop (of alle andere uitgiftevormen zoals verhuur, etc.) aan een aanvrager die zich aandient is dus niet zondermeer mogelijk. Alleen als de gemeente gemotiveerd kan aantonen dat er op objectieve gronden maar één serieuze gegadigde in aanmerking komt kan er direct aan die gegadigde worden verkocht. Bij restgroen en oevergrond is dat het geval omdat deze stroken grond uitsluitend worden verkocht aan eigenaren van het aangrenzende woonperceel of woonschip. Wel dient de gemeente in dergelijke situaties voorafgaand aan de verkoop haar voornemen daartoe op de website bekend te maken zodat een ieder daarvan kennis kan nemen.
Hardheidsclausule
Het college van B&W kan gemotiveerd afwijken van deze nota indien onverkorte toepassing daarvan naar haar mening in een concreet geval leidt tot een onwenselijke en/of onbillijke situatie.