Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht;
besluit:
vast te stellen de Nadere regels Wmo Stichtse Vecht 2025.
4 Persoonsgebonden budget (pgb): voorwaarden en kwaliteit
4.3 Pgb bij formele hulp
4.3.1 Verplichtingen aan de hulpverlener bij formele hulp
De formele hulpverlener met rechtspersoonlijkheid die zorg verleent, moet ingeschreven staan bij de KvK met een SBI code op het gebied van gezondheid- en welzijnszorg.
4.3.2 Kwaliteitseisen aan de formele hulpverlener
1De formele hulpverlener beschikt over relevante diploma’s die nodig zijn voor de het geven van de hulp. De gemeente beoordeelt of dit nodig is. Voor het bieden van begeleiding is een relevante opleiding op minimaal MBO 4-niveau vereist.
2De formele hulpverlener werkt voor het verlenen van hulp met een plan van aanpak. Deze is besproken met de inwoner en gemeente en is afgestemd op de behoeften van de inwoner.
3De formele hulpverlener werkt, op een aantoonbare manier, aan de doelen die de inwoner samen met de consulent van de gemeente heeft opgesteld. De hulp wordt uitgevoerd volgens de beschikking van de gemeente. De hulpverlener werkt daarbij actief en integraal samen met andere zorgverleners in het belang van de inwoner.
4De formele hulpverlener weet wat hij kan en mag en kan dus aangeven wanneer andere ondersteuning is gewenst of wanneer op- of afgeschaald kan worden.
5De formele hulpverlener respecteert de privacy van de inwoner en gaat vertrouwelijk om met informatie over de persoonlijke situatie.
6De formele hulpverlener draagt zorg voor een evaluatieverslag over de resultaten die door de inzet van het pgb worden bereikt.
7De gemeente eist van de formele hulpverlener dat deze in het bezit is van een geldige VOG. De VOG mag niet eerder zijn afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de zorgverlener voor de aanbieder ging werken. De gemeente kan bepalen dat elke drie jaar de VOG opnieuw moet worden aangevraagd. De kosten van een VOG worden niet door de gemeente vergoed.
8De formele hulpverlener heeft bij een incident of calamiteit een meldplicht aan de gemeente. Huiselijk geweld en kindermishandeling worden altijd gemeld bij Veilig Thuis.
9De formele hulpverlener is verplicht om de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling na te leven.
10De formele hulpverlener is niet bekend bij de gemeente vanwege ondeskundige zorg, het handelen in strijd met relevante wetgeving, misleiding, fraude en/of uitbuiting van personeel.
11Bovengenoemde kwaliteitseisen worden door de gemeente getoetst.
4.4 Pgb bij hulp door informele hulp (sociaal netwerk)
4.4.1 Kwaliteitseisen aan de informele hulpverlener (sociaal netwerk)
1Als een inwoner leerbaar is, wordt verwacht dat de hulpverlener zich richt op het aanleren van vaardigheden in plaats van taken overnemen.
2De informele hulpverlener werkt actief en integraal samen met andere zorgverleners in het belang van de inwoner die hulp ontvangt.
3De informele hulpverlener werkt aantoonbaar aan de doelen die de inwoner samen met de gemeente heeft opgesteld. De hulp wordt uitgevoerd volgens de beschikking van de gemeente.
4De informele hulpverlener draagt zorg voor een evaluatieverslag over de resultaten die door de inzet van het pgb worden bereikt.
5De informele hulpverlener weet wat hij kan en mag en kan dus aangeven wanneer andere ondersteuning is gewenst of wanneer op- of afgeschaald moet worden.
6De informele hulpverlener respecteert de privacy van de inwoner en gaat vertrouwelijk om met informatie over de persoonlijke situatie.
7De informele hulpverlener moet, indien gevraagd, beschikken over een geldige VOG. De VOG is niet ouder is dan 12 maanden voorafgaand aan de ingangsdatum van de hulp. De gemeente kan bepalen dat elke drie jaar de VOG opnieuw moet worden aangevraagd. De kosten van een VOG worden niet door de gemeente vergoed.
8De informele hulpverlener heeft bij een incident of calamiteit een meldplicht aan de gemeente. Huiselijk geweld en kindermishandeling worden altijd gemeld bij Veilig Thuis.
9De informele hulpverlener is bij de gemeente niet bekend vanwege ondeskundige zorg, het handelen in strijd met relevante wetgeving, misleiding en/of fraude.
10Bovengenoemde kwaliteitseisen worden door de gemeente getoetst.
Bijlage 1. Richtlijn Hulp bij het Huishouden
Algemene afweging
Ondersteuning vanuit de gemeente bij het voeren van een huishouden helpt de inwoner om het resultaat ‘een schoon een leefbaar huis’ te behalen.
De gemeente bekijkt hierbij ook de mogelijkheden van de inwoner:
•kan de inwoner zelf een deel van de huishoudelijke taken uitvoeren;
•van de inwoner wordt een ergonomisch verantwoorde woning verwacht. Met daarbij ook een logische planning van huishoudelijke werkzaamheden (bijvoorbeeld zoveel mogelijk zelf voorbereiden van de was).
Het type en de grootte van de woning heeft geen invloed op het aantal uren hulp bij het huishouden. De woningkeuze is namelijk een eigen keuze van de inwoner en heeft hier dus zelf invloed op. Dit geldt ook voor het verzorgen van huisdieren (behalve hulphonden/dieren). Het onderhoud van de tuin hoort niet bij het huishouden.
Particuliere hulp
Is de inwoner al gewend om zelf een schoonmaakhulp in te huren en te betalen, dan is alleen het feit dat zich beperkingen voordoen geen reden om ondersteuning vanuit de gemeente te vragen. In de Wmo staan oplossingen die op eigen kracht gedaan kunnen worden namelijk voorop. Wel wordt gekeken of de inwoner kan doorgaan met de particuliere hulp en of deze hulp voldoende is.
Schoon en leefbaar huis
Het resultaat van de hulp is dat de inwoner beschikt over een schoon en leefbaar huis. Dit betekent dat men gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, slaapkamer(s), de keuken, sanitaire ruimtes (badkamer en toilet) en gang/trap. De genoemde ruimtes dienen regelmatig schoongemaakt te worden. Een schoon huis betekent niet dat alle ruimtes wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en op vaste momenten schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren.
Basisuren voor een schoon huis
Hulp bij het huishouden bestaat uit basisuren (of een deel daarvan) voor een schoon huis en extra uren die individueel en op maat toegekend kunnen worden als dit nodig is. Het werkelijke aantal uren wordt per individu bepaalt en is afhankelijk van de eigen kracht en de aanvullend daarop benodigde uren. Maximaal zijn er 108 basisuren beschikbaar.
De basisuren worden toegekend als de inwoner recht heeft op ondersteuning bij het huishouden. Met de basisuren kan het huis schoon gehouden worden op het door de gemeente omschreven niveau van schoon.
Het gaat om:
•de lichte en zware schoonmaakwerkzaamheden (bijvoorbeeld afnemen van stof, stofzuigen, reinigen van ramen, vloeren en sanitair en bedden verschonen);
•Maximaal 108 uren ondersteuning per jaar, die door de inwoner zelf ingezet kunnen worden. De inwoner stemt zelf met de hulp/aanbieder af welke taken worden uitgevoerd en hoe vaak.
Het aantal uren dat verstrekt wordt via de basisuren én het niveau van schoon dat hiermee behaald kan worden is gebaseerd op het objectieve en onafhankelijke onderzoek, uitgevoerd door KPMG Plexus en Bureau HHM.
Aanvullende uren op maat
Wanneer door aantoonbare (medische) beperkingen een inwoner niet genoeg ondersteund wordt door de basisuren, kunnen aanvullende uren ingezet worden. Dit kan ook als een ander noodzakelijk resultaat behaald moet worden. Via een onderzoek wordt bepaald of de inwoner aanvullende uren nodig heeft.
Er zijn twee vormen van aanvullende uren:
1Aanvullende enkelvoudige ondersteuning
2Aanvullende complexe ondersteuning
De volgende resultaten vallen onder Aanvullende enkelvoudige ondersteuning
A. Een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren
Deze aanvullende uren kunnen ingezet worden als de inwoner door aantoonbare medische/fysieke belemmeringen niet genoeg resultaat kan bereiken met het slim inzetten van de beschikbare basisuren voor het realiseren van een schoon huis. Daarbij moet inhoudelijk geen ander resultaat behaald worden. Reden voor de inzet van deze aanvullende uren kan zijn:
•ernstige fysieke beperkingen waardoor de inwoner zelf geen huishoudelijke werkzaamheden kan doen; of
•medische beperkingen waardoor een meer dan gebruikelijke hygiëne noodzakelijk is; of
•medische/fysieke beperkingen waardoor het huis sneller vies wordt.
Ook kan de aanwezigheid van kinderen onder de 13 jaar ervoor zorgen dat een huis sneller vies wordt. Van ouders wordt verwacht dat zij proberen om kinderen zo min mogelijk extra rommel te laten maken, maar het kan een reden zijn voor extra uren op maat. De leeftijdsgrens van 13 jaar komt uit het Protocol voor huishoudelijke hulp van het CIZ uit 2006.
De gemeente doet onderzoek en kijkt of het nodig is om, door de (medische) beperkingen van de inwoner, extra schoonmaaktijd in te zetten.
B. Het klaarzetten of bereiden van eten en drinken
Maaltijdverzorging is het verzorgen van de broodmaaltijd, koffie en thee zetten en/of de warme maaltijd opwarmen. Voor de broodmaaltijd wordt 1 keer per dag tijd ingepland. Op dat moment worden 2 broodmaaltijden klaargezet. Voor de warme maaltijd wordt 1 keer per dag tijd ingepland.
C. Beschikken over schoon linnen- en beddengoed en schone kleding
Het doel van dit resultaat is het hebben van schoon linnen- en beddengoed en/of schone kleding. Het gaat om het wassen in de wasmachine, laten drogen en opvouwen van kleding en linnen- en beddengoed.
Van de inwoner wordt verwacht dat:
•er een wasmachine is;
•hij kleding heeft die niet gestreken hoeft te worden;
•voorkomen wordt dat er extra was ontstaat door bijvoorbeeld het gebruik van incontinentiemateriaal of anti-allergieproducten.
Omvang, vorm en bepalen van aanvullende uren (enkelvoudig)
•De aanvullende uren komen bij de basisuren voor een schoon huis;
•De indicatie is in uren op jaarbasis, of het aantal uren naar rato;
•Voor de hoogte van de indicatie wordt gebruik gemaakt van de tabel Richtlijn individuele weging. Deze tabel is gebaseerd op het Protocol voor huishoudelijke hulp van het CIZ uit 2006. Deze tabel geldt als richtlijn;
•De inwoner en de zorgaanbieder zorgen er samen voor dat de hulp zo goed mogelijk wordt ingezet zodat de tijd van de hulp zo goed mogelijk gebruikt wordt.
•Een hoger opgeleide hulp is niet noodzakelijk.
Richtlijn individuele weging aanvullende uren enkelvoudige ondersteuning
Resultaat
Taken
Norm per jaar
Het gaat niet om een limitatieve lijst
De aanwezigheid van meerdere aandoeningen leidt niet (automatisch) tot een optelling aan uren. Deze norm is een richtlijn, de afweging wordt individueel gemaakt.
Een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren
Extra lichte taken en zware taken noodzakelijk als gevolg van:
•medisch geobjectiveerde allergieën voor huisstofmijt / ernstige klachten ten gevolge van COPD problematiek;
•hogere vervuilingsgraad door gebruik noodzakelijke hulpmiddelen;
•extra schoonmaak door incontinentie, speekselverlies, spugen;
•extra schoonmaak door ernstige beperkingen in gebruik van armen en handen.
Op basis van 30 minuten per week is de richttijd 26 uur per jaar.
Het klaarzetten of bereiden van eten en drinken
•Broodmaaltijd bereiden en klaarzetten;
•Koffie/thee zetten;
•Warme maaltijd opwarmen.
Uitgaande van 30 minuten per dag, 5 dagen in de week is de richttijd 130 uur per jaar.
Beschikken over schoon linnen- en beddengoed en schone kleding
•Wassen en centrifugeren in wasmachine. Deze drogen in droogmachine of ophangen;
•Vouwen en opbergen;
•Er kan sprake zijn van extra bewassing door bijvoorbeeld incontinentie of bedlegerigheid.
Op basis van 41 minuten per week bij een eenpersoonshuishouding, is de richttijd 35,5 uur per jaar. Op basis van 50 minuten per week bij een meerpersoonshuishouden is de richttijd 43,3 uur per jaar.
De volgende resultaten vallen onder Aanvullende complexe ondersteuning
D. Thuis zorgen voor kinderen onder de 6 jaar
Elke ouder is zelf verantwoordelijk voor de opvang en (het organiseren van de noodzakelijke) verzorging van zijn of haar kinderen. De gemeente ondersteunt alleen als ouders door acuut ontstane problemen een oplossing nodig hebben voor kinderen tot en met de leeftijd van 5 jaar. De ondersteuning is dus altijd tijdelijk, in afwachting van een definitieve oplossing. Een indicatie wordt afgegeven voor maximaal 3 maanden om ouder(s) of verzorger(s) de mogelijkheid te bieden een oplossing te realiseren. Van ouders wordt verwacht dat zij zich maximaal zullen inspannen om die oplossing zo snel mogelijk te vinden. Kinderopvang, peuterspeelzaal en voor- en naschoolse opvang zijn voorliggend aan de hulp van de gemeente. Ook wordt bekeken of de persoon aanspraak kan maken op ondersteuning via zijn/haar zorgverzekering. Individuele ondersteuning voor structurele opvang van kinderen is niet mogelijk binnen de Wmo. De zorg voor kinderen omvat het wassen, douchen, aankleden, verschonen van luiers en het voeden van het kind. Het passen op kinderen valt niet onder dit resultaat.
E. Organiseren van huishoudelijke taken
Als een inwoner niet zelf zijn huishouden kan organiseren, kan de gemeente hier hulp voor inzetten. Naast het overnemen van huishoudelijke taken, heeft de hulp, aansturende- en regietaken. Daarbij heeft de hulp een extra verantwoordelijkheid, namelijk het signaleren van ongewenste of zorgelijke situaties bij de inwoner. Ook kan hulp bestaan uit het helpen handhaven, verkrijgen of herkrijgen van structuur in het huishouden. Het doel van het voeren van de regie over het huishouden is het schoon houden van het huis, maar ook hulp bij het organiseren van het huishouden. Het overnemen van de regie over het huishouden kan nodig zijn als de inwoner niet meer zelfstandig beslissingen kan nemen (bijv. een terminale situatie) of als disfunctioneren dreigt.
Voorbeelden hiervan zijn een woning die erg vervuild is, het niet meer hebben van schone kleding, het niet hebben van genoeg eten en drinken of een huishouden wat niet meer op orde is waardoor een inwoner zich ook buitenshuis niet meer goed kan redden.
De hulp betrekt de inwoner zoveel mogelijk bij het maken van keuzes. Daarbij sluit de hulp aan bij het niveau, de vaardigheden en het leervermogen van de inwoner. Bij een deel van deze groep zal geen sprake zijn van ontwikkelvermogen, eerder van afnemende zelfredzaamheid. Bewaken of het nog verantwoord is dat de inwoner zelfstandig woont, is daarom onderdeel van het resultaatgebied (signaleren en doorgeven aan de gemeente).
Omvang, vorm en bepalen aanvullende uren (complex)
•De aanvullende uren komen bij de basisuren voor een schoon huis;
•De indicatie is in uren op jaarbasis, of het aantal uren naar rato;
•Voor de hoogte van de indicatie wordt gebruik gemaakt van de tabel Richtlijn individuele weging. Deze tabel is gebaseerd op het Protocol voor huishoudelijke hulp van het CIZ uit 2006. Deze tabel geldt als richtlijn;
•De inwoner en de zorgaanbieder zorgen er samen voor dat de hulp zo slim mogelijk wordt ingezet zodat de tijd van de hulp zo goed mogelijk gebruikt wordt.
•Een hoger opgeleide hulp is wel mogelijk noodzakelijk (voor alle uren die zijn toegekend, ook voor de basisuren).
Richtlijn individuele weging aanvullende uren complexe ondersteuning
Resultaat
Taken
Het gaat niet om een limitatieve lijst.
Norm
De aanwezigheid van meerdere aandoeningen leidt niet (automatisch) tot een optelling aan uren. Deze norm is een richtlijn, de afweging wordt individueel gemaakt.
Thuis zorgen voor kinderen onder de 6 jaar
Helpen/ondersteunen bij de persoonlijke verzorging van de kinderen (bijv. tandenpoetsen, aan/uit kleden, wassen, luier verschonen).
Hulp bij eten en/of drinken bij baby’s en kinderen;
Broodmaaltijd bereiden/warme maaltijd opwarmen/flesje melk bereiden voor baby.
Richttijd tot maximaal 40 uur per week.
(Indicatie kan maximaal afgegeven worden voor 3 maanden).
(Samen met klant) organiseren van huishoudelijke taken.
Opslaan en beheer van levensmiddelen;
Organisatie huishoudelijke activiteiten;
Helpen handhaven, verkrijgen of herkrijgen van structuur in het huishouden;
Signalerende, aansturende en regie taken.
Op basis van 30 minuten per week is de richttijd 26 uur per jaar.
Bijlage 2 Richtlijn Begeleiding
Individuele begeleiding of groepsbegeleiding is bedoeld voor inwoners die zelfstandig wonen en onder de Wmo vallen, beperkt zelfredzaam zijn en niet volledig door het eigen sociale netwerk, maatschappelijke partners of andere partijen in de sociale basis kunnen worden ondersteund, vanwege het intensieve dan wel specifieke karakter van de zorgvraag.
Beperkingen in zelfredzaamheid en participatie
Er is sprake van beperkingen in zelfredzaamheid en participatie als het zelfstandig nemen van besluiten of oplossen van problemen niet vanzelfsprekend is. Wanneer de inwoner hulp nodig heeft bij het regelen van dagelijkse bezigheden of bij het aanbrengen van dagelijkse routine en structuur, niet goed begrijpt wat anderen zeggen of zichzelf niet voldoende begrijpelijk kan maken. Als gevolg van deze problematiek is er bijsturing van taken vereist door een professional, omdat de situatie anders verslechtert en/of waardoor de veiligheid van de inwoner en/of zijn omgeving in gevaar zijn.
De beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie kunnen het gevolg zijn van belemmeringen op de volgende terreinen:
Beperkingen in cognitief functioneren
Beperkingen in cognitief functioneren kunnen het gevolg zijn van GGZ- en psychosociale problematiek, een Licht Verstandelijke Beperking (LVB) of (Niet) Aangeboren Hersenletsel ((N)AH), als ook dementie. Als gevolg van de beperkingen in het cognitief functioneren ondervindt de inwoner belemmeringen in het dagelijkse leven en kan zich bijvoorbeeld sociaal niet goed redden. Er is vaak sprake van leerproblemen en soms ook van (ernstige) gedragsproblemen. Er kan ook sprake zijn van meervoudige problematiek zoals een combinatie van NAH met bijkomende GGZ- en psychosociale problematiek. Cognitieve beperkingen uiten zich in problemen met het geheugen, de snelheid van het denken, aandacht en concentratie, taalbegrip en uiten van taal, plannen, organiseren en overzicht bewaren of problemen in de waarneming. In het geval van dementie is er sprake van structurele beperkingen in oriëntatie en geheugen, waarbij er problemen zijn met het herkennen van personen en omgeving en desoriëntatie. Er vaak hulp nodig is bij het uitvoeren van (eenvoudige) taken en het vasthouden van een structuur gedurende de dag.
Beperkingen in psychisch en psychosociaal functioneren
Er is sprake van beperkingen in het psychisch functioneren van de inwoner als er regelmatig hulp nodig is vanwege problemen die veroorzaakt worden door een psychische en emotionele gesteldheid. Dit kan het denken, voelen en handelen zodanig beïnvloeden dat er structurele beperkingen ontstaan die leiden tot aanzienlijke belemmering van zelfredzaamheid en participatie. Deze beperkingen kunnen het gevolg zijn van GGZ- en psychosociale problematiek, zoals een stoornis in het autisme spectrum. Vaak gaat het om meervoudige (complexe) problematiek, soms om ernstige psychiatrische problematiek. Wanneer er sprake is van een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is er altijd sprake van een combinatie van medische en sociale problematiek.
Lichamelijke beperkingen
Er is sprake van lichamelijke beperkingen wanneer inwoner wordt belemmerd door een verminderde/afwezige werking van lichamelijke functies (bijvoorbeeld handfunctie) waardoor structurele beperkingen ontstaan die leiden tot aanzienlijke belemmering van zelfredzaamheid en participatie. Deze lichamelijke beperking kan het gevolg zijn van lichamelijke problematiek als ook GGZ-problematiek of Aangeboren- of Niet Aangeboren Hersenletsel. Hierdoor is er hulp nodig bij het uitvoeren van taken en mogelijk moeten er taken worden overgenomen. Een (later in het leven optredende) lichamelijke beperking kan ook leiden tot gedragsproblematiek en/of een beperking in het cognitief en emotioneel functioneren van de inwoner, zoals bijvoorbeeld het geval is bij dementie of Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH).
Het resultaat van de begeleiding is het bereiken en behouden van een zo groot mogelijke zelfredzaamheid en/of participatie, waarbij de inwoner wordt ondersteund door een begeleider. Het resultaat kan ook zijn dat de ondersteuning kan worden afgebouwd of overgedragen kan worden aan maatschappelijke partners in de sociale basis.
Bij het onderzoek of de maatwerkvoorziening begeleiding noodzakelijk is worden de volgende elementen betrokken:
•Er is sprake van zware en/of chronische problematiek op meerdere levensgebieden en/of;
•Het gaat om (complexe) problematiek die specifieke expertise vraagt; wanneer de inwoner ook in behandeling is (geweest), dient bij het bieden van de begeleiding advies ingewonnen te worden bij een behandelaar;
•Het gaat om (complexe) problematiek die door de intensiviteit (langdurig regelmatig schema) en/of momenten waarop de begeleiding plaats moet vinden, niet kan worden uitgevoerd door maatschappelijke partners in de sociale basis;
•Inwoner is onvoldoende in staat eigen kracht in te zetten en/of heeft een zwak of afwezig netwerk. Er is voldoende ontwikkelperspectief om de eigen kracht van de inwoner te vergroten en/of het eigen netwerk te benutten;
•De situatie van de inwoner is instabiel of de veiligheid is in het geding
•Begeleidingsvormen die zich richten op (of onderdeel zijn van) behandeling en (alternatieve) therapieën vallen onder de Zorgverzekeringswet. Dit is geen begeleiding zoals omschreven in deze leidraad.
Omvang Individuele Begeleiding
Individuele begeleiding wordt vastgesteld in uren, minimaal 1 maximaal 25 uur per week. Meer uren per week zijn indien nodig en duidelijk gemotiveerd mogelijk. De omvang van de indicatie (het aantal uren begeleiding) is gebaseerd op de optelsom van de duur van de betreffende activiteiten: Dus welke activiteiten zijn nodig, hoeveel tijd kosten deze activiteiten, hoe vaak per week en zijn de activiteiten planbaar of niet planbaar of is er ook vaak toezicht nodig? Deze indicatie is maatwerk.
Omvang Groepsbegeleiding
Begeleiding groep wordt vastgesteld in dagdelen. Een dagdeel staat gelijk aan maximaal 4 aaneengesloten uren. Het maximum is 9 dagdelen dat is gelijk aan een in Nederland gebruikelijke 36-urige werkweek. Het aantal dagdelen Begeleiding Groep dat wordt geïndiceerd is afhankelijk van de noodzaak, de mogelijkheden van de inwoner en het doel dat met de dagbesteding beoogd wordt.
Kortdurend verblijf of respijtzorg
Bij kortdurend verblijf logeert iemand maximaal 3 etmalen, (72 uur) per week in een instelling. Bijvoorbeeld in een gehandicapteninstelling, verpleeghuis of verzorgingshuis. Hierdoor wordt de mantelzorg ontlast, zodat deze de zorg langer kan volhouden en de cliënt thuis kan blijven wonen. Kortdurend verblijf is bedoeld voor mensen die permanent toezicht nodig hebben. Bijvoorbeeld als er valgevaar is of als iemand zelf niet in staat is hulp in te roepen als dat nodig is of omdat er ernstige gedragsproblemen zijn.
Beschermd wonen, beschermd thuis en maatschappelijke opvang
Cliënten die door hun beperkingen (tijdelijk) niet in staat zijn zelfstandig te wonen, kunnen terecht in beschermd wonen. Beschermd wonen vindt vaak intramuraal plaats bij een instelling met een cluster van woonruimten, met een eigen leefeenheid of alleen een eigen slaapkamer. Beschermd wonen is belegd bij de gemeente Utrecht. De gemeente Utrecht ontvangt het budget voor deze taak en is verantwoordelijk voor de indicatiestelling. Het voortraject: onderzoek en doorgeleiding naar Utrecht vindt plaats in Stichtse Vecht. Over de uitstroom van mensen vanuit een beschermde woonvorm of de maatschappelijke opvang zijn afspraken gemaakt. Zoveel als mogelijk keren deze inwoners terug naar de gemeente van herkomst (beschermd thuis). Bij beschermd thuis is er 24 uur per dag een begeleider bereikbaar. Bij beschermd wonen is er 24 uur per dag een begeleider aanwezig.
Maatschappelijke opvang is bedoeld voor daklozen. Utrecht voert deze taak voor Stichtse Vecht uit. De daklozenopvang bevindt zich met name in Utrecht. Inwoners komen hier zelf terecht of via de centrale toegang van de gemeente Utrecht. Daklozen inwoners binnen Stichtse Vecht waar sprake is van meerdere (ernstige) problematieken vallen onder de verantwoordelijkheid van Utrecht, zij moeten voor een bed zorgen. Bij lichtere problematiek is Stichtse Vecht zelf verantwoordelijk en moet zorgen dat er een bed beschikbaar komt.
Een beroep doen op andere wetgeving en meervoudige domeinoverstijgende problematiek
De Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) kunnen voorliggend zijn op ondersteuning vanuit de Wmo. De Wlz kan voorliggend zijn als blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid en/of permanent toezicht nodig is. De Zvw kan voorliggend zijn als behandeling mogelijk is. Wanneer de doelgroep te maken heeft met meervoudige problematiek op het terrein van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Participatiewet wordt voor een goede afstemming van de ondersteuning gezorgd.
Persoonlijke verzorging
Wanneer er geen sprake is van geneeskundige zorg en ook geen risico daarop, maar wel behoefte aan lijfgebonden of lichaamsgerichte zorg, valt persoonlijke verzorging onder de Wmo en niet onder de zorgverzekeringswet. De behoefte aan persoonlijke verzorging hangt samen met de behoefte aan begeleiding. Bij zorgen over mogelijke verzwakking / verergering van de klachten is het van belang dat de Wmo-aanbieder afstemt met de wijkverpleegkundige of andere specialist, zodat tijdig de behoefte aan geneeskundige zorg, of risico daarop, wordt gesignaleerd.
In geval de leden van een leefeenheid overbelast dreigen te raken door de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, gaat het aanvragen van persoonlijke verzorging via de Zorgverzekeringswet voor op het eventueel bieden van een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo. Indien de enige huisgenoot van belanghebbende vanwege zijn/haar werk fysiek niet aanwezig is, wordt dit betrokken bij de afweging of de gebruikelijke hulp daadwerkelijk geleverd kan worden. Persoonlijke verzorging op grond van de Wmo 2015 kan dan bestaan uit hulp bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL).
Bijlage 3. Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Een Algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking, die algemeen verkrijgbaar is, niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen. Daarnaast moet het gangbaar zijn onder de gehele bevolking.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen komen niet in aanmerking voor een vergoeding van de gemeente. Het hangt altijd van de omstandigheden van de inwoner af of iets als algemeen gebruikelijk wordt gezien. De gemeente beoordeelt dit.
De gemeente merkt in ieder geval de volgende voorzieningen als algemeen gebruikelijk aan:
Vervoer
a.fiets (standaardfiets, fiets met verlaagde instap, fiets met trapondersteuning/hulpmotor);
b.bromfiets;
c.autoaanpassingen (bijvoorbeeld automatische transmissie; elektrisch bedienbare ramen; warmtewerend glas; airco);
d.een standaard buggy voor kinderen tot de leeftijd van 4 jaar;
e.openbaar vervoer.
Woonvoorzieningen:
a.toiletpot en verhoogd / hangend toilet, losse toiletverhoger, toiletstoel;
a.renovatie (bijvoorbeeld vervangen lavet door douche);
b.airconditioning woonruimte;
c.kooktoestellen algemeen;
d.zonwering (binnen en buiten);
e.alle vormen van kranen (eenhendel-mengkranen, thermostaatkranen en glijstangset);
f.intercom;
g.afzuigkap boven kooktoestel;
h.(teruggebogen) deurkrukken;
i.regulier aanrechtblad;
j.douchezitjes, douchestoelen en badzitjes;
k.beugels (wand/vloer), grepen (wand/vloer) en kleine drempelhulpen;
l.renovatie (van bijvoorbeeld badkamer of keuken);
m.waterbed;
n.antislip behandeling badkamervloer
o.spoelföhn.
Rolstoelen/scootmobielen:
accessoires die niet medisch noodzakelijk zijn, maar wel als nuttige accessoires aangeboden zoals:
a.regenpakken, winterbekleding, been/voetenzak;
b.rolstoelhandschoenen;
c.accessoires als asbak, bandenpomp, bagagetas, rolstoelovertrek en spaakbeschermers.
Overig:
a.lid worden van een vereniging;
b.domotica (bijv. robotstofzuiger);
c.activiteiten zoals een computercursus of taalles.