Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025

Gemeente Stichtse Vecht · geldt sinds 31 mei 2025

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht;

besluit:

vast te stellen de Nadere regels Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025.

5 Persoonsgebonden budget (pgb): voorwaarden en kwaliteit

5.4 Pgb bij formele hulp

5.4.1 Verplichtingen aan de hulpverlener bij formele hulp

De formele hulpverlener die zorg biedt en een rechtspersoonlijkheid heeft, moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel (KvK) en een SBI code hebben die hoort bij de zorg- en welzijnszorg.

5.4.2 Kwaliteitseisen aan de formele hulpverlener

1De formele hulpverlener heeft de juiste diploma’s die nodig zijn voor het geven van hulp. De gemeente kijkt of deze diploma’s nodig zijn.

2De formele hulpverlener werkt met een plan van aanpak voor de zorg die wordt geboden. Dit plan wordt besproken met de inwoner en de gemeente en is afgestemd op de wensen en behoeften van de inwoner.

3De formele hulpverlener werkt doelgericht en laat zien dat de hulp bijdraagt aan de doelen die samen met de medewerker van TIM SV zijn afgesproken. De hulp wordt uitgevoerd volgens de regels van de gemeente en in samenwerking met andere zorgverleners.

4De formele hulpverlener weet wat hij kan en mag doen. Hij kan aangeven wanneer er andere hulp nodig is of wanneer de hulp kan worden verhoogd of verminderd.

5De formele hulpverlener respecteert de privacy van de jeugdige en van zijn ouder(s) en gaat vertrouwelijk om persoonlijke informatie.

6De formele hulpverlener zorgt voor een verslag waarin de resultaten van de zorg worden beschreven, bijvoorbeeld over wat er is bereikt met het gebruik van het pgb.

7De gemeente vraagt van de formele hulpverlener dat hij een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) heeft. Deze VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden op het moment dat de zorgverlener begon te werken voor de zorgaanbieder. De gemeente kan beslissen dat de VOG elke drie jaar opnieuw moet worden aangevraagd. De kosten van de VOG worden niet vergoed.

8Als een zorgverlener is geregistreerd bij het SKJ (voor jeugdprofessionals), dan hoeft hij geen nieuwe VOG aan te vragen omdat de registratie al controle-eisen heeft.

9De formele hulpverlener is ingeschreven in een beroepsregister, zoals SKJ, BIG, NVO of NIP, die regels heeft voor de kwaliteit van het werk. Als de hulpverlener in een ander register staat, bepaalt de verwijzer of dit register geschikt is voor de hulp die geboden wordt.

10Als de formele hulpverlener niet in een register kan worden ingeschreven vanwege de opleidingsvereisten, maar wel een relevante opleiding heeft op minimaal MBO 4-niveau, kan hij worden ingezet voor individuele begeleiding op basisniveau, logeren op basisniveau of vervoer.

11De formele hulpverlener moet incidenten of calamiteiten melden bij de gemeente en/of de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling moeten altijd bij Veilig Thuis worden gedaan.

12De formele hulpverlener moet ook een melding doen in de verwijsindex risicojongeren en de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling volgen.

13De formele hulpverlener is niet bekend bij de gemeente vanwege slechte zorg, het niet naleven van de wet, misleiding, fraude of uitbuiting van personeel.

14De gemeente controleert of de bovengenoemde kwaliteitseisen worden nageleefd.

5.5 Pgb bij hulp door informele hulp (sociaal netwerk)

5.5.1 Kwaliteitseisen aan de informele hulpverlener (sociaal netwerk)

1Als een inwoner in staat is om te leren, wordt verwacht dat de hulpverlener zich richt op het aanleren van nieuwe vaardigheden in plaats van het overnemen van taken.

2De informele hulpverlener werkt actief samen met andere zorgverleners om de best mogelijke zorg te bieden aan de inwoner.

3De informele hulpverlener werkt aan de doelen die de inwoner samen met TIM SV heeft afgesproken. De hulp wordt uitgevoerd volgens de regels van de gemeente.

4De informele hulpverlener maakt een verslag van de resultaten die bereikt zijn met de inzet van het pgb.

5De informele hulpverlener weet wat hij kan en mag doen en kan aangeven wanneer er andere ondersteuning nodig is of wanneer de zorg meer of minder kan worden.

6De informele hulpverlener respecteert de privacy van de jeugdige en zijn ouders en gaat vertrouwelijk om met persoonlijke informatie.

7De informele hulpverlener moet, als dat gevraagd wordt, een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) hebben. De VOG mag niet ouder zijn dan 12 maanden voor de start van de hulp. Het kan worden bepaald dat de VOG elke drie jaar opnieuw moet worden aangevraagd. De kosten voor de VOG worden niet vergoed.

8De informele hulpverlener moet incidenten of calamiteiten melden bij de gemeente of de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Huiselijk geweld en kindermishandeling moeten altijd worden gemeld bij Veilig Thuis.

9De informele hulpverlener is bij de gemeente niet bekend vanwege slechte zorg, het niet naleven van de wet, misleiding of fraude.

10De gemeente controleert of de bovenstaande kwaliteitseisen worden nageleefd.

Bijlage 1 Afwegingskader onderwijs – jeugdhulp

Dit afwegingskader beschrijft de verantwoorde- lijkheden van het onderwijsveld en de gemeente op het gebied van leerlingondersteuning. In de meeste gevallen geldt de verdeling van verant- woordelijkheden tussen gemeente en onderwijs zoals beschreven. Heel soms moet worden afgewe- ken van deze verdeling, bijvoorbeeld wanneer er meer of juist minder problematiek speelt. In deze specifieke situaties is het belang van het kind leidend bij het verdelen van verantwoordelijkheden tussen gemeente en onderwijs.

Het afwegingskader kent drie onderdelen. Het eerste deel bevat de algemene uitgangspunten voor de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Het tweede deel gaat over jeugdigen die (grotendeels) op school zitten en daarbij extra ondersteuning nodig hebben. Het derde deel gaat over jeugdigen die (grotendeels) geen onderwijs volgen en jeugdhulp ontvangen

Deel 1: Uitgangspunten voor samenwerking onderwijs en jeugdhulp

Er is sprake van een onderwijs-jeugdhulparrangement (OJA) wanneer de ondersteuning van een leerling verder gaat dan wat de school vanuit de onderwijsondersteuning kan bieden of wanneer er vanuit jeugdhulp onderwijs aan het jeugdhulptraject wordt toegevoegd.

De volgende uitgangspunten zijn van toepassing op de situatie waarin onderwijs en jeugdhulp samen- werken voor de ondersteuning van een leerling of jeugdige. Dit kan zowel op school zijn, waarbij jeugd- hulp op school wordt ingezet, als in gevallen waarin een kind niet naar school kan komen en de school onderwijs aanbiedt.

Uitgangspunten

Voor het bepalen van verantwoordelijkheden zijn de volgende 14 uitgangpunten bepalend:

1Het belang van het kind/de jongere staat altijd voorop.

2Ieder kind heeft recht op onderwijs, op welke wijze dan ook. Het doel van samenwerkings- trajecten is om kinderen waar mogelijk terug te krijgen naar school.

3Als een leerling niet is ingeschreven op een school, moet er vrijstelling zijn van de leerplicht (op grond van artikel 5 onder a van de Leerplichtwet). Dit geldt niet voor 4-jarige kinderen (de leerplicht gaat in vanaf de leeftijd van 5 jaar). Bij vrijstelling is er geen sprake van een onderwijs-jeugdhulp- traject en ligt er geen verantwoordelijkheid voor het onderwijs.

4Er kan alleen sprake zijn van een onderwijs- jeugdhulptraject als een leerling is ingeschreven op een school. Dit geldt ook voor 4-jarigen.

5We bespreken en indiceren de benodigde hulp integraal samen met ouders en het kind. Kinderen vanaf 12 jaar praten volwaardig mee en vanaf 16 jaar beslist de jongere zelf.

6Bij een onderwijs-jeugdhulptraject moet de school een ontwikkelingsperspectief (OPP) heb- ben opgesteld, waarbij de ouders akkoord zijn met het handelingsdeel van het OPP. Ouders moeten dit OPP overleggen bij de aanvraag voor jeugdhulp of toestemming geven dat de school het OPP overdraagt.

7De school van inschrijving is het aanspreekpunt voor het onderwijs-jeugdhulptraject. Deze school is, indien nodig, verantwoordelijk voor het betrek- ken van het samenwerkingsverband.

8Een school is nooit verantwoordelijk voor de bekostiging van een zorglocatie, zoals een dag- behandelingslocatie of zorgboerderij. De school is wel verantwoordelijk voor het onderwijs op die zorglocatie. Het onderwijsdeel moet zijn opgenomen in het OPP.

9De school van aanmelding is verantwoordelijk voor het onderwijs-jeugdhulptraject totdat een andere school de leerling heeft ingeschreven (ongeacht of dat regulier of speciaal onderwijs is).

10De school is nooit verantwoordelijk voor behandeling van een leerling, bijvoorbeeld bij gedrags- stoornissen.

11Ouders moeten de aanvraag voor jeugdhulp zelf indienen. Voogden hebben dezelfde rechten als ouders, gezinsvoogden niet; in dat geval moeten de ouders de aanvraag indienen.

12Het besluit over de inzet van jeugdhulp binnen een onderwijs-jeugdhulptraject wordt binnen maximaal acht weken na de aanvraag door de ouders/voogden genomen (dit is de wettelijke termijn uit de Algemene wet bestuursrecht). Schoolvakantieweken tellen hierin mee.

13Bij een combinatie van een onderwijs en zorglocatie, tijdens schooltijd, moet er op basis van de Variawet instemming zijn van de Inspectie van het Onderwijs om af te kunnen wijken van de onderwijstijd. Met behulp van de Keuzehulp onderwijstijd kan de school bepalen of de Varia- wet kan worden ingezet. Indien uit de keuzehulp blijkt dat de inzet van de Variawet mogelijk is kan worden gehandeld alsof de toestemming al is verkregen.

14Het ontbreken van financiële middelen bij de gemeente of school is geen reden om een kind een onderwijs-jeugdhulptraject, binnen de wettelijke kaders, te onthouden.

Deel 2: Jeugdige zit (grotendeels) op school en heeft ondersteuning nodig

In dit hoofdstuk gaat het over ondersteuning op school die verder gaat dan de basisondersteuning van de school en die niet direct onderwijs gerelateerd is.

Procedure

Voordat er jeugdhulp op school kan worden ingezet moeten de volgende stappen zijn doorlopen:

1De school heeft alle relevante ondersteuning ingezet die is opgenomen in het schoolonder- steuningsprofiel.

2De school heeft een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) met/voor de leerling opgesteld, waarbij het handelingsdeel is goedgekeurd door de ouder(s).

3De school heeft andere voorliggende handelingen uitgevoerd, zoals het bieden van vrij toegankelijk aanbod aan ondersteuning of extra ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband.

4De school heeft onderzoek en/of observatie laten doen door een externe deskundige met relevante expertise, bijvoorbeeld een orthopedagoog. Er is een verslag van dit onderzoek dat met toestemming van de ouders gedeeld mag worden om de inzet van jeugdhulp te kunnen beoordelen. De school heeft de acties uitgevoerd die de externe deskundige heeft geadviseerd en van de resultaten daarvan een verslag gemaakt.

5De ouders hebben de jeugdhulp zelf aangevraagd, bij voorkeur in een gesprek met zowel de school als de jeugdhulp.

Kwaliteitseisen bij jeugdhulp op school

Wanneer op school jeugdhulp op basis van de Jeugd- wet wordt ingezet, moeten de kwaliteitseisen van de Jeugdwet worden nageleefd. Deze eisen zijn vastgelegd in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet en artikel 5.1.1. Besluit Jeugdwet. Kort gezegd houden deze in dat de jeugdhulpaanbieder werkt met een professional met minimaal een hbo-opleiding op het gebied van jeugdhulp, die is geregistreerd in het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) of in het BIG-register (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg). Alleen als een professional heeft aangegeven dat een registratie voor de uit te voeren hulp niet noodzakelijk is mag hiervan worden afgeweken. Daarnaast vereist de Jeugdwet dat de aanpak bij voorkeur bewezen effectief is of wordt gedragen door de beroepsgroep. Ook jeugdhulp op school moet aan deze eisen voldoen. De jeugdconsulent beoordeelt of aan de kwaliteitseisen is voldaan. Jeugdhulp op school valt daarom onder de regie van de gemeente.

Overzichten verdeling verantwoordelijkheden

Persoonlijke verzorging in minuten per week:

Als een leerling niet valt onder de bovenstaande AWBZ-grondslagen, dan is de Jeugdwet van toepassing.

Deel 3: De leerling zit (grotendeels) niet meer op school: onderwijs niet op een schoollocatie

Verdeling verantwoordelijkheden

Onderwerp

Jeugdwet

Onderwijswetten

Andere wetten

Leerling met vrijstelling leerplicht op basis van artikel 5a

De school is verantwoordelijk voor begeleiding bij leerproble- men

Voor het verlenen vande vrij- stelling moetde leerplichtamb- tenaar hebben overlegd met het samenwerkingverband

Leerling staat nog ingeschreven in hetonderwijs, maar kanniet of nauwelijks onderwijs volgen op een schoolen gaat tijdensschool- tijden naareen jeugdhulplocatie

De gemeente is verantwoorde- lijk voor de jeugdhulp, behalve als Wlz of Zvw is toegekend

De school is verantwoordelijk voor het onderwijsaanbod, waar mogelijk met inzet Variawet

Bij indicatie Zvwof Wlz is deze voorliggen

Wennen (‘stage’) als voorberei- ding op dagbesteding

De school is verantwoordelijk voor de begeleiding

Vaak is hierbij sprake van de Wlz voorde leerling. De Jeugd- wet speelt dan geen rol

Stage leerling met meer dan gebruikelijke ondersteuningsbe- hoefte

In bijzondere gevallen kan extra ondersteuning worden toegekend

De school is verantwoordelijk voor de stage. In bijzondere ge- vallen kan extra ondersteuning nodig zijn

Persoonlijke verzorging

bij leerlingen meteen Wlz-indi- catie loopt volledig via het CIZ

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.