Gemeentelijke regelgeving

Beleidskader Kleinschalig Kamperen bij de boer

Gemeente Stichtse Vecht · geldt sinds 26 mei 2016

Bijlage 1 motie

In het kader van het bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord is de volgende motie aangenomen:

•het niet op voorhand vaststaat dat alle minicampings zodanig gesitueerd zijn dat een aantal van 25 kampeerplaatsen wenselijk is, gelet op de bestaande infra structuur;

•het kan voorkomen dat de omgeving door een dergelijke aantal kampeerplaatsen met ongewenste hinder geconfronteerd wordt;

•op of nabij de kleinschalige minicampings verkeersbewegingen en / of parkeerdruk ontstaat die daar onwenselijk is;

•aan het college een afwijkingsbevoegdheid kan worden toegekend als een aantal van maximaal 25 wel inpasbaar is.

Aan de Regels bij het bestemmingsplan bij de voorwaarden voor afwijking het volgende toe te voegen:

‘kleinschalig kamperen voor meer dan 15 plaatsen en ten hoogste 25 plaatsen alleen toe te staan in situaties waarbij hinder naar het oordeel van het College voor de directe omgeving niet optreedt.’

Bijlage 2 verschillende regelingen in bestemmingsplannen Stichtse Vecht

In de gemeente Stichtse Vecht is in de vigerende bestemmingsplannen geregeld dat kleinschalig kamperen als nevenactiviteit bij agrarische bedrijven mogelijk is. In de diverse bestemmingsplannen zijn de regels niet helemaal gelijk

Landelijk Gebied West

Kleinschalig kamperen is als nevenactiviteit bij agrarische bedrijven mogelijk als:

a) per bouwvlak zijn ten hoogste 15 kampeermiddelen toegestaan, met dien verstande dat tussen twee terreinen voor kleinschalig kamperen een afstand dient te worden aangehouden van ten minste 1000 m en een goede inpassing in natuur en landschap dient plaats te vinden, met inachtneming van eventuele aanwezige cultuurhistorische waarden;

b) de voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen worden ingepast in de bestaande agrarische bedrijfsgebouwen tot een maximaal oppervlak van 150 m2;

c) het kleinschalig kamperen mag zowel binnen als direct aansluitend aan het bouwvlak plaatsvinden;

d) de kampeermiddelen bezitten een niet-permentant karakter (tenten, toercaravans en dergelijke);

e) er wordt een beplantingsplan overlegd ten behoeven van een goede landschappelijke inpassing;

f) de afstand van kampeermiddelen tot geluidsgevoelige bestemmingen bedraagt ten minste 50 m;

g) permanente bewoning of huisvesting van (tijdelijke) werknemers is niet toegestaan.

Landelijk gebied Maarssen

Kleinschalig kamperen is als nevenfunctie toepasbaar als:

a) in de periode 15 maart tot en met 31 oktober

b) het aantal kampeermiddelen per agrarisch bedrijf ten hoogste 25 bedraagt;

c) de kampeermiddelen een niet permanent karakter (tenten, toercaravans en dergelijke) bezitten;

d) er een beplantingsplan wordt overlegd ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing;

e) de afstand van kampermiddelen tot geluidsgevoelige bestemmingen ten minste 50 meter bedraagt;

f) permanente bewoning of huisvesting van werknemers niet is toegestaan.

Ontwerp bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord

a) kleinschalig kamperen is uitsluitend toegestaan in de periode 15 maart tot en met 31 oktober

b) het aantal kampeermiddelen bedraagt ten hoogste 15 per agrarisch bouwperceel;

c) de kampeermiddelen bezitten een niet – permanent karakter (tenten, toercaravans en dergelijke);

d) de afstand van kampeermiddelen tot geluidsgevoelige bestemmingen bedraagt ten minste 50 m;

e) ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing dient een beplantingsplan te worden overgelegd;

f) permanente bewoning of huisvesting van (tijdelijke) werknemers is niet toegestaan.

g) maximaal oppervlakte bebouwd oppervlak is 100m2 en onbebouwd 1500 m2, zowel binnen en aangrenzend aan bouwvlak.

Bestemmingsplan Herenweg – Gageldijk

a) Ten behoeve van de nevenfunctie kleinschalig kamperen: kleinschalig kamperen is uitsluitend toegestaan in de periode 15 maart tot en met 31 oktober;

b) Ten behoeve van de nevenfunctie kleinschalig kamperen: de kampeermiddelen een niet-permanent karakter (tenten, toercaravans en dergelijke) bezitten;

c) Ten behoeve van de nevenfunctie kleinschalig kamperen: het aantal kampeermiddelen mag per agrarisch bedrijf ten hoogste 25 bedragen.

d) Ten behoeve van de nevenfunctie kleinschalig kamperen: er een beplantingsplan wordt overlegd ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing.

e) Ten behoeve van de nevenfunctie kleinschalig kamperen: de afstand van kampeermiddelen tot geluidsgevoelige bestemmingen ten minste 50 m bedraagt.

f) Ten behoeve van de nevenfunctie kleinschalig kamperen: permanente bewoning of huisvesting van (tijdelijke) werknemers niet is toegestaan.

Rondom de Vecht

Kamperen bij de boer

15Voor het kamperen bij de boer gelden de volgende regels:

a.per bouwperceel zijn ten hoogste 10 kampeermiddelen toegestaan gedurende de periode van 1 april tot en met 31 oktober, en;

b.ten hoogste 15 kampeermiddelen per bouwperceel gedurende 6 weken in het hoogseizoen zijnde de vakantieperiode in de regio met dien verstande dat tussen twee terreinen voor kamperen bij de boer een afstand dient te worden aangehouden van ten minste 1.000 m en een goede inpassing in natuur en landschap dient plaats te vinden, met inachtneming van eventueel aanwezige cultuurhistorische waarden;

c.kamperen als bovenbedoeld onder a en b is ter plaatse van de aanduiding "paardentrainings- en paardenfokcentrum"(ptc) uitgesloten;

d.ter plaatse van de aanduiding "kleinschalig kamperen"gelden de regels als bedoeld onder a en b met dien verstande dat het kamperen niet plaats vindt bij een bouwperceel en het kamperen uitsluitend mag plaatsvinden in tenten, waaronder niet zijn begrepen vouwwagens.

Bijlage 3: reacties partijen

Provincie:

PRS en PRV zeggen niets specifieks over kleinschalige kampeerterreinen. Hiervoor geldt de (algemene) regel in de PRV voor nevenactiviteiten. De afweging of een nevenactiviteit (zoals kleinschalig kamperen) hiermee in overstemming is, is primair aan jullie. Let vooral op de voorwaarde ‘in bestaande bebouwing’ (voor eventuele sanitaire voorzieningen).

Artikel 4.13 Agrarische bedrijven

Lid 7 Een ruimtelijk plan kan bestemmingen en regels bevatten die nevenactiviteiten toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:

a.de oppervlakte aan bedrijfsbebouwingen wordt niet vergroot;

b.erfinrichting en bedrijfsbebouwing zijn landschappelijk goed inpasbaar;

c.omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd.

Toelichting: In het gehele landelijk gebied zijn niet agrarische nevenactiviteiten in bestaande bebouwing mogelijk. Hierbij kan gedacht worden aan zorglandbouw, recreatie kinderopvang, boerderijeducatie, agrarische natuur en landschapsbeheer en de productie en verkoop van streekproducten.

Voor deze activiteiten moet bestaande bebouwing worden gebruikt. Nieuwbouw is alleen mogelijk indien minimaal eenzelfde oppervlakte aan bebouwing wordt afgebroken.

LTO

De LTO is blij dat kleinschalig kamperen alleen mogelijk wordt/blijft als neventak van een agrarisch bedrijf.Op deze manier wordt de bedrijfsvoering van een naburig gelegen melkveehouderijbedrijf niet belemmerd.Wat ons betreft mag de afstand criterium, die nu alleen nog voor bestemmingplan landelijkgebied West lijkt te zijn, ook voor Landelijk gebied West verdwijnen.

VVV Gooi en Vechtstreek

•In de regio niet veel verblijfsrecreatie dus dat kan zeker beter. In SV wel voldoende bed and breakfast voorzieningen die voor zover zij weet goed draaien, cijfers zijn er niet.

•Behoefte vooral aan kwalitatief hoogwaardige voorzieningen (Vredelust, hazeveld)

•Geen directe signalen dat er meer behoefte is aan kamperen bij de boer

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.