3 Ontwikkelingen
3.1 Omgevingswet
3.1.1 VTH onder de Omgevingswet
Onder de Omgevingswet moeten VTH’ers in staat zijn om conform de nieuwe wet en het daarbij behorende juridische instrumentarium naar initiatieven en lopende zaken te kijken. Hiertoe moet bekend zijn hoe het nieuwe recht en het overgangsrecht werkt en zijn vastgesteld hoe de organisatie haar vergunningverleningsproces erop inricht. Maar nog belangrijker: hoe werk je in de geest van de wet, en hoe ga je om met dat vertrouwen en die verantwoordelijkheid die de wetgever neerlegt bij de gemeente en dus de individuele medewerker en organisatie?
De formele juridische stappen in het proces van initiatief tot en met vergunningverlening veranderen in de basis niet. Maar ze moeten wel opnieuw in het licht worden bezien van de uitgangspunten en doelen van de wet. Hiervoor onderscheiden we vier onderdelen, die van belang zijn om de wet naar de geest te implementeren:
•Dienstverlening
•Expertise
•Samenwerking regio
•Digitalisering en processen
3.1.2 Dienstverlening
Binnen de gemeente Stein kennen we reeds het vooroverleg c.q. de informele aanvraag. Daarin worden plannen en aanvragen in concept doorgenomen. Sinds 2021 werken we met een zogenaamde intaketafel. Alle ruimtelijke en maatschappelijk initiatieven die afwijken van het bestemmingsplan worden aan de intaketafel besproken en beoordeeld. Het hoofddoel is om in een zo vroeg mogelijk stadium te bepalen of het initiatief wenselijk is. Dat wil zeggen: past het initiatief bij de omgevingsvisie van de gemeente en de ketenpartners en is het kansrijk om verder te ontwikkelen? Daarnaast wordt een advies over participatie gegeven en worden aandachtspunten meegegeven waar een initiatiefnemer op moet letten bij het indienen van een formele vergunningaanvraag.
Zo weet de initiatiefnemer vroeg of diens plan wenselijk is en gaan we als overheid alleen aan de slag met wenselijke initiatieven. Dit alles volgens het principe dat één vaste contactpersoon vanuit VTH aanspreekpunt is voor inwoners en bedrijven.
Indien het een groot project betreft, of een project met een hoge maatschappelijke impact, gaan we nog een stapje verder en organiseren we een zogenaamde omgevingstafel. Daarbij zijn initiatiefnemer en benodigde expertises van de overheid vanaf een vroeg stadium betrokken om te zorgen dat het initiatief passend wordt gemaakt binnen de visie/regels van de gemeente, dan wel dat er snel duidelijkheid is over de mogelijkheden.
De reguliere periode voor de behandeling van een officiële vergunningaanvraag is onder de Omgevingswet acht weken. Dat is voor veel aanvragen ook nu al zo. Maar voor met name de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en milieuaanvragen is dit een behoorlijke uitdaging. Het is daarom belangrijk om de service aan de voorkant goed in te richten. Begrijpelijke regels leiden tot minder vragen aan de balie, betere naleving van de regels en meer duidelijkheid bij toezichthouders. Als de service bij wat complexere aanvragen goed is, kan een deel van de afstemming ook al vooraf gebeuren en zullen aanvragen completer worden gedaan. Dat scheelt tijd bij de behandeling.
Uiteraard zullen we ook de standaardbrieven naar de inhoud maar vooral ook naar de geest van de wet aanpassen. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan de leesbaarheid.
3.1.3 Expertise
Alle VTH’ers moeten vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet de wetgeving kunnen toepassen op concrete initiatieven. De grondslagen van de wet zijn veranderd.. Daarom is het belangrijk dat er goede juridische expertise is, en dat vergunningverleners, toezichthouders en handhavers ook goed worden opgeleid. Daartoe hebben zij de afgelopen jaren reeds diverse trainingen, cursussen en opleidingen gevolgd.
3.1.4 Samenwerking in de regio
Samenwerking is cruciaal bij de invoering van de Omgevingswet. Voor een omgevingsdienst, provincie of Rijkspartner is het niet mogelijk om bij elke gemeente afzonderlijk aan te sluiten. Het concept van de omgevingstafel wordt voor regionale initiatieven derhalve ook toegepast.
Daarnaast is de noodzaak om informatie uit te wisselen en te delen steeds groter geworden. In dat kader is de gemeente Stein aangesloten bij het project Allen voor Eén en hebben wij ons gecommitteerd aan een gemeenschappelijke VTH-applicatie, waar alle partijen in de keten gebruik van maken. Zo zal informatie binnen de VTH-keten direct beschikbaar zijn en gedeeld kunnen worden. Door de uniforme interface werkwijze en inrichting wordt het makkelijker om werk uit te wisselen en medewerkers breed in te zetten.
3.1.5 Digitalisering en processen
Het Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) zorgt ervoor dat gemeenten aanvragen, meldingen en informatie kunnen ontvangen. Bij de inwerkingtreding van de wet is deze door het Rijk grotendeels gevuld. De gemeente draagt er zorg voor dat de lokale regels worden vermeld, zoals ze ook nu in het Omgevingsloket staan. Ten behoeve van het inrichten van het vergunningen, toezicht en handhavingsproces zal de VTH-software gekoppeld worden. Alle processen zijn daartoe herzien en waar mogelijke geoptimaliseerd en gedereguleerd.
8 Nalevingstrategie
8.2 Toezicht- en handhavingstrategie
8.2.1 Algemeen
Er worden verschillende vormen van toezicht gehanteerd, te weten:
•Surveillance
•Inventariserende controles
•Periodieke controles
•Incidentele controles
•Steekproefsgewijze controles
•Gerichte observatie/opsporing
De vorm van toezicht die de gemeente hanteert, dient zo goed als mogelijk aan te sluiten bij het handhavingsonderwerp.
8.2.2 Toezicht en handhaving in de openbare ruimte
Het toezicht in de openbare ruimte is voor burgers het meest zichtbaar. Voorbeelden zijn het opleggen van parkeerboetes of het verbaliseren van APV-overtredingen.
Deze vorm van toezicht gebeurt in de vorm van surveillance. Deze surveillance wordt met name ingezet op die plaatsen en op die tijdstippen waar verwacht wordt dat zich overtredingen kunnen voordoen. Het primaire doel van het surveilleren is preventie. Wanneer burgers weten dat ze gecontroleerd worden dan zal men zich naar verwachting eerder aan de regels houden.
De toezichthouder heeft bij de constatering van overtredingen de keuze tussen waarschuwen en bekeuren door middel van het uitschrijven van een proces-verbaal. Indien overtredingen hercontroleerbaar zijn kan in eerste instantie worden gekozen voor een (mondelinge) waarschuwing (bijvoorbeeld bij het parkeren van vrachtwagens in de bebouwde kom). Indien uit een hercontrole blijkt dat de overtreding niet is opgeheven, kan alsnog een proces-verbaal worden opgelegd.
Voor het toezicht en de handhaving in de openbare ruimte heeft de gemeente de beschikking over toezichthouders die hiervoor specifiek zijn aangewezen en de beschikking hebben over opsporende bevoegdheid, de zogenaamde boa’s. Deze Buitengewone Opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot opsporing voor de strafbare feiten waartoe ze zijn aangewezen. Op dit moment wordt boa-capaciteit ingehuurd.
8.2.3 Toezicht in stappen
Voordat de gemeente een sanctie oplegt wordt een aantal stappen gevolgd, waarbij het aantal stappen afhankelijk is van de situatie. Daarbij worden de aspecten hinder, gevaar, verwijtbaarheid van het handelen, de ernst van de overtreding en de daarmee samenhangende gevolgen gewogen.
Toezicht wordt gehouden op de volgende wijze:
1Toezicht wordt gehouden aan de hand van het handhaving uitvoeringsprogramma (planbaar), naar aanleiding van klachten, meldingen en signalen van andere toezichthouders op basis van de oog– en oorfunctie (niet planbaar).
2De bevindingen van de toezichthouder worden schriftelijk vastgelegd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de VTH-applicatie (Squit). De overtreder ontvangt met betrekking tot de geconstateerde bevindingen een brief. Indien sprake is van een lichte overtreding kan worden volstaan met een mondelinge waarschuwing en kan het sturen van een brief achterwege worden gelaten.
3Indien een overtreding wordt geconstateerd, beoordeelt de toezichthouder of sprake is van Hinder, Gevaar of Verwijtbaar handelen (HGV).
Als geen sprake is van hinder, gevaar of verwijtbaar handelen worden de volgende stappen genomen:
4Na de controle krijgt de overtreder een redelijke termijn om de overtreding te herstellen, waarbij deze termijn wordt afgestemd op de aard van de overtreding.
5Na afloop van de hersteltermijn vindt een 1e hercontrole plaats. De bevindingen van deze 1e hercontrole worden in een brief aan de overtreder vastgelegd. Wanneer uit de 1e hercontrole blijkt dat de overtreding voortduurt, wordt een vooraankondiging opgesteld. De vooraankondiging is een schriftelijke waarschuwing dat, wanneer de overtreding binnen een nieuwe termijn niet is hersteld, een bestuurlijke sanctie wordt opgelegd.
6Na afloop van de in de vooraankondiging genoemde termijn volgt een 2e hercontrole. De constateringen worden in een brief vastgelegd. Als blijkt dat de overtreding niet is opgeheven en/of hersteld, wordt een bestuurlijke sanctie opgelegd. Deze kan bestaan uit het opleggen van een dwangsom of het toepassen van bestuursdwang. De keuze die gemaakt wordt, is afhankelijk van de wijze waarop men verwacht dat de overtreder tot beëindiging van de overtreding en/of herstel van de situatie is te bewegen.
Met toepassing van de hiervoor geschetste procedure wordt op een passende wijze invulling gegeven aan het toezicht en de handhaving. In de praktijk blijkt dat veel overtredingen zijn opgelost c.q. worden beëindigd na het uitvaardigen van de vooraankondiging. Het toepassen van deze aanpak sluit ook aan bij de provinciale en landelijke handhavingstrategie.
Als wél sprake is van Hinder, Gevaar of Verwijtbaar handelen worden de volgende stappen genomen:
7Er volgt direct een vooraankondiging die een schriftelijke waarschuwing bevat. Wanneer de situatie het toelaat wordt een korte hersteltermijn geboden. Als sprake is van direct gevaar en/of risico, is direct optreden noodzakelijk. De sanctie wordt dan alsnog achteraf schriftelijk vastgelegd. Vormen van direct optreden zijn bijvoorbeeld: ontruiming, sluiting, het beletten van toegang, het stilleggen van werkzaamheden.
8De voorkeur gaat er naar uit dat de overtreder zelf een einde maakt aan de overtreding. Door het opleggen van een dwangsom kan de actie door de overtreder worden afgedwongen.
8.2.4 Uitwerking van de strategie per taakveld
De basisaanpak is beschreven in de vorige paragraaf. Voor de diverse taakvelden kan deze aanpak nader worden uitgewerkt.
Bouwen/slopen/overige Wabo-activiteiten
Veelal gaat het binnen dit taakveld om vergunningsplichtige activiteiten. Als geen vergunning is aangevraagd en verkregen, wordt direct handhavend opgetreden. Dit handhaven kan bestaan uit het stilleggen/stopzetten van de activiteiten/werkzaamheden. Het onderzoek tot legalisering met een vergunning is vervolgens het uitgangspunt.
Als alsnog een vergunning is verleend (legalisatie), kunnen de activiteiten c.q. werkzaamheden worden hervat. Wanneer legalisatie niet mogelijk is, is bijsturing of het ongedaan maken van de overtreding wenselijk door middel van sancties. Herstel in de oude situatie is dan het uitgangspunt.
Slecht naleefgedrag wordt nimmer ‘beloond’. Legalisatiemogelijkheden worden kritisch bezien. Reeds gerealiseerde bouwwerken worden dus niet soepeler getoetst omdat ze anders afgebroken moeten worden.
Bij de activiteiten bouwen, verbouwen en slopen is toezicht mogelijk tijdens de werkzaamheden. Daarbij kunnen controles zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. De frequentie waarop toezicht wordt gehouden wordt afgestemd op de aard/complexiteit van het bouwwerk/de activiteit.
Hierbij dient te worden opmerkt dat door de invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor Bouwen (Wkb), die naar verwachting medio 2022 in werking treedt, een wijziging in het bouwtoezicht gaat plaatsvinden.
Het bouwproces wordt als het ware in tweeën opgeknipt:
1De ruimtelijke component (toets aan omgevingsplan en -veiligheid): deze loopt via de gemeente.
2De bouwtechnische component: hiervoor wordt de papieren toets op het bouwplan vooraf vervangen door toetsing in de praktijk op het bouwwerk zoals gebouwd. De vergunninghouder wordt verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen die tijdens de bouw toetst op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit en verklaart of de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Dit wordt bij private partijen belegd. Het bouw- en woningtoezicht, zoals gemeenten dat nu uitvoeren, wordt een taak van marktpartijen. Een verklaring van de kwaliteitsborger zal bij oplevering voorwaarde zijn voor ingebruikname.
De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en omgevingsveiligheid en het college van B&W blijft het bevoegd gezag. De vergunninghouder legt inhoudelijk verantwoording af aan het bevoegd gezag. Dit doet hij door middel van een risicobeoordeling vóór de aanvang van de bouw. Ook dient er ten behoeve van de gemeente een zogenaamde ‘dossier bevoegd gezag’ bijgehouden te worden door de vergunninghouder en na afloop van het bouwtraject aan de gemeente te worden overhandigd. De risicobeoordeling kan door het bevoegd gezag worden gebruikt om zijn handhavende taak van waarnemen, beoordelen en interveniëren vooraf inhoud en richting te geven. Voor zijn handhavende taak kan het bevoegd gezag, als hij daarvoor in specifieke gevallen aanleiding ziet op basis van deze risicoanalyse en het bijbehorende borgingsplan, tijdens de bouw informatiemomenten en stopmomenten aan de vergunninghouder opleggen.
De exacte impact van de Wkb is op dit moment nog niet duidelijk. Het zelfde geldt voor de nog te maken keuzes in het omgevingsplan onder de Omgevingswet. Wanneer een aantal vergunningplichten worden omgezet tot meldingen, of helemaal worden losgelaten (mits wordt voldaan aan algemene regels), dienen deze achteraf te worden gecontroleerd. Het VTH-beleidsveld is de komende jaren dus nog in volle ontwikkeling en daarom moet periodiek worden geëvalueerd of bijstelling met betrekking tot toezicht- en handhavingstaken nodig is.
Ruimtelijke ordening
De handhavingstrategie bij dit taakveld ziet grotendeels op overtredingen van de regels van het bestemmingsplan ten aanzien van de gebruiks- en bouwmogelijkheden (bijvoorbeeld afwijkend gebruik of overschrijding bouwvlak). Wanneer overtredingen worden geconstateerd, is de algemene lijn dat wordt onderzocht of legalisatie achteraf tot de mogelijkheden behoort. Wanneer wordt afgeweken van het geldende planologische kader (omgevingsplan), biedt de omgevingsvisie bij deze beoordeling houvast om de mogelijkheid tot legalisatie te bezien Als deze mogelijkheid er niet is, dient de overtreding te worden beëindigd. In de praktijk betekent dit dat de strijdigheid met het bestemmingsplan moet worden gestopt of het bouwwerk (gedeeltelijk) moet worden afgebroken. De instrumenten dwangsom en bestuursdwang worden hierbij ingezet.
In de omgevingsvisie worden de groene leefomgeving en de aanwezige natuurwaarden in het buitengebied aangemerkt als bijzondere kernkwaliteit van onze gemeente. De nalevingsstrategie richt zich hier met name op strikte toepassing van regelgeving aan de toegekende waarden aan het buitengebied. Er wordt streng opgetreden tegen illegale activiteiten. Indien deze alsnog gelegaliseerd zouden kunnen worden, vindt er een rigide toetsing plaats door de welstandscommissie. Aan dit advies wordt bijzonder veel gewicht toegekend, ook als de activiteiten een maatschappelijk of ecologisch doel dienen (bijvoorbeeld verduurzaming).
Plannen die alleen onder de strikte voorwaarde van landschappelijke inpassing worden vergund, verdienen eveneens aandacht bij controle op de naleving daarvan.
Milieu (niet-basistaken)
In het Uniform Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zuid Limburg (UUH-ZL), welk naar verwachting medio 2022 zal worden vastgesteld, wordt de toezicht- en handhavingsstrategie van basistaken bij de RUD Zuid-Limburg (RUDZL) bepaald. De basistaken zijn de milieutaken van gemeenten met een bovenlokale dimensie die op regionaal niveau uitgevoerd moeten worden, taken die zeer complex zijn en provinciale milieu- en bouwtaken. Onderhavige nota ziet niet op deze taken. Er zijn echter ook taken die de RUDZL namens de gemeente Stein uitvoert die geen basistaken betreffen, de zogenaamde plustaken, thuistaken en adviseringstaken. Ten aanzien van deze taken wordt het nieuwe UUH-ZL beleid mede van toepassing verklaard om op die wijze een zo uniform mogelijke werkwijze voor de RUDZL vast te stellen. Dit laat echter onverlet dat de gemeente Stein zijn eigen autonomie heeft voor wat betreft de taken VTH. Wij kunnen aanvullend op het UUH-ZL bestuurlijke prioriteiten door de RUDZL laten uitvoeren. De resultaten van de bestuurlijke prioriteiten worden opgenomen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en de daaruit voortkomende jaaropdracht aan de RUDZL.
De navolgende missie van het UUH-ZL sluit aan bij onze gemeente visie: “Wij werken samen met onze partners aan het beschermen en de totstandkoming van een veilige leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit”. In de oprichtingsfase van de RUDZL hebben wij gezamenlijk een visie geformuleerd omtrent de uit te voeren VTH-taken door deze dienst. Kwaliteit staat centraal en de RUDZL werkt continu aan het verbeteren van de dienstverlening, waarbij ze aansluiten bij de principes omtrent dienstverlening van de Omgevingswet. Deze visie is eveneens als uitgangspunt gehanteerd voor het Zuid-Limburgse uniforme VTH-beleid: “Wij staan voor het bieden van een meerwaarde door bundeling van specialistische kennis, een goede kennis van de lokale situatie, een efficiënte bedrijfsvoering en continuïteit van dienstverlening”.
Monumenten/erfgoed
De nota Erfgoedbeleid Stein is op 21 maart 2019 vastgesteld door de raad. De gemeente heeft dit beleid vervolgens voor het gehele grondgebied planologisch verankerd middels de vaststelling van een overkoepelend, gemeentebreed bestemmingsplan voor de bescherming van het erfgoed (bestemmingsplan Erfgoed Stein d.d. 22 juli 2021). In het bestemmingsplan is het beschermde erfgoed opgenomen door middel van dubbelbestemmingen, waarbij aan elke dubbelbestemming regels zijn gekoppeld die gericht zijn op het planologisch waarborgen van de bescherming van het erfgoed. Zo gelden er in veel gevallen aanvullende regels voor het bouwen van bouwwerken en het uitvoeren van werkzaamheden, in aanvulling op de bouwregels binnen de geldende bestemmingsplannen. Daarnaast gelden bij deze vergunningaanvragen ook de nodige onderzoeksverplichtingen, zoals een archeologische onderzoeksplicht of een onderzoek naar de bouwhistorische waarde van een gebouw.
De nalevingsstrategie binnen dit taakveld richt zich met name op strikte toepassing van regelgeving die de toegekende waarden aan (bouw)werken beschermen. Er wordt streng opgetreden tegen illegale activiteiten. Indien deze alsnog gelegaliseerd zouden kunnen worden, vindt er een rigide toetsing plaats door de welstand- c.q. erfgoedcommissie. Aan dit advies wordt bijzonder veel gewicht toegekend, ook als de activiteiten een maatschappelijk of ecologisch doel dienen (bijvoorbeeld verduurzaming).
Brandveilig gebruik
Het toezicht op het brandveilig gebruik wordt uitgevoerd door de gemeente. In bepaalde gevallen kan een beroep worden gedaan op de expertise aanwezig bij de brandweer.
De frequentie waarop toezicht wordt uitgeoefend wordt afgestemd op de risicoanalyse.
De overtredingen op het gebied van brandveiligheid kunnen in 3 categorieën worden onderverdeeld:
-Kleine gebreken/laag risico:
De eigenaar/beheerder wordt mondeling gewezen op de tekortkoming. In deze situaties wordt een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de overtreder om de tekortkomingen te herstellen.
-Middelzware gebreken/matig risico:
Deze tekortkomingen moeten hersteld worden. Hiervoor wordt aan de eigenaar/beheerder een termijn gesteld om de tekortkoming te herstellen. Na verloop van deze termijn vindt een hercontrole plaats.
-Ernstige gebreken/hoog risico:
Als gebruikers van een pand direct gevaar lopen, is sprake van een levensbedreigende situatie. In deze gevallen is onmiddellijk optreden vereist. In deze gevallen kan een bevel tot ontruiming/(tijdelijke) sluiting worden gegeven, tot het moment waarop weer voldaan wordt aan de gestelde eisen.
Alcoholwet
De Drank- en Horecawet is per 1 juli 2021 vervangen door de Alcoholwet. De nieuwe wet bevat ten opzichte van de Drank- en Horecawet een aantal nieuwe onderdelen die gemeenten bij verordening kunnen regelen (bijvoorbeeld het verhogen van de minimale vloeroppervlakte-eisen voor horeca en slijterijen, het mogelijk maken voor slijters om proeverijen te organiseren, het eisen van de aanwezigheid van iemand met een diploma sociale hygiëne op een vervoermiddel waar bedrijfsmatig alcohol wordt geschonken (zoals een bierfiets) en het aanwijzen van een alcoholoverlastgebied bij ernstige overlast of verstoring van de openbare orde). Vooralsnog brengt de Alcoholwet geen wijzigingen in de wijze waarop wij toezicht houden en handhavend optreden in de horeca. Een deel van de handhavingstaken is neergelegd bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Indien wij zaken signaleren die niet tot onze bevoegdheid behoren, zullen wij deze actief melden bij de NVWA.
In het kader van het recent vastgestelde ‘Preventie- en Handhavingsplan Jeugd en Alcohol” wordt meer prioriteit toegekend aan de controle op het verstrekken van alcohol aan jeugdigen. De nadruk ligt in dit beleid echter bij preventieprogramma’s. Handhavingsmaatregelen zijn aanvullend op deze preventiemaatregelen.
De handhavingsstrategie heeft betrekking op toezicht bij horecagelegenheden en tijdens evenementen:
•Horeca: Bij een eerste overtreding maakt de toezichthouder een rapport op en wordt de exploitant hierop direct aangesproken door de toezichthouder. Er volgt een constateringsbrief van de gemeente. Bij een tweede overtreding spreekt de toezichthouder de exploitant direct aan en zegt tevens een rapport aan. Aan de hand van dit rapport wordt tegen de exploitant of overtreder een bestuursrechtelijk handhavingstraject opgestart. Een bestuursrechtelijk handhavingstraject is bijvoorbeeld het opleggen van een last onder dwangsom of het toepassen van een last onder bestuursdwang. Op basis van de Alcoholwet kunnen boa’s ook strafrechtelijk optreden. In een aantal gevallen is een strafrechtelijk optreden een efficiënter instrument. Een constatering van het nuttigen of in bezit hebben van alcohol onder de 18 jaar kan leiden tot een Halt-verwijzing. Door de boa’s van gemeenten en politie vinden Halt verwijzingen plaats.
•Evenementen: Gemeenten streven naar evenementen die veilig en gezond verlopen zonder incidenten met alcohol, drugs, geweld of overlast. Risico’s door alcohol- en drugsgebruik moeten zoveel mogelijk worden beperkt door de inzet van maatregelen en interventies die vooraf, tijdens of na het evenement kunnen worden ingezet. Het toezicht op het evenemententerrein ligt primair bij de organisator. Deze kan zich laten bijstaan door gecertificeerde beveiligingsbedrijven die over een zogenaamde ND-vergunning beschikken en voldoen aan het keurmerk “Evenementenbeveiliging”. De boa’s (en in mindere mate de politie) zien erop toe dat de organisator de vergunningsvoorwaarden en de Alcoholwet naleeft. Het constateren door een boa van het nuttigen van alcohol onder de 18 jaar kan leiden tot een Halt-verwijzing. Bij evenementen geldt een veiligheidsplan. In het veiligheidsplan is de leidraad “Alcohol en drugs bij evenementen” van het Trimbos Instituut opgenomen. In deze leidraad staan maatregelen die ingezet kunnen worden om ervoor te zorgen dat:
-De Alcoholwet en de Opiumwet nageleefd en gehandhaafd worden;
-De gezondheid- en veiligheidsrisico’s door of als gevolg van (overmatig) alcohol- en drugsgebruik op evenementen voorkomen kunnen worden.
APV en bijzondere wetten
Het taakveld APV en bijzondere wetten bevat een grote hoeveelheid aan activiteiten. Een aantal van deze activiteiten is aan een vergunning/ontheffing gebonden (bijvoorbeeld evenementen). Andere activiteiten zijn alleen op bepaalde tijdstippen of in bepaalde gebieden verboden (bijvoorbeeld sluitingstijden horeca en hondenpoep). Hierdoor varieert de vorm van het toezicht van aangekondigde controles tot algemene surveillance. Omdat het meestal gaat om kortdurende activiteiten wordt veelal direct handhavend opgetreden. Hierbij wordt uitgegaan van de eerder omschreven basisaanpak.
9 Kwaliteitszorg en -borging
9.2 Programmatisch werken
9.2.1 VTH-Beleidsplan
In het VTH-beleidsplan legt de gemeente doelen en prioriteiten vast, evenals de methodiek om te bepalen in hoeverre de doelen worden bereikt. Het beleid is gebaseerd op probleem- en risicoanalyse met betrekking tot de naleving en op een analyse van inzichten, werkwijzen en algemene beleidskaders ten aanzien van de vergunningverlening. Het beleid wordt minimaal vierjaarlijks geactualiseerd.
9.2.2 VTH-Uitvoeringsprogramma
Jaarlijks wordt er in het VTH-uitvoeringsprogramma beschreven welke activiteiten worden uitgevoerd om de doelen en prioriteiten te realiseren en worden de benodigde inzet en resultaten beschreven. De beperkte capaciteit wordt daarbij zo efficiënt en effectief mogelijk ingezet. Gedurende het jaar vindt monitoring plaats van de uitvoering van het programma en het bereiken van de doelen. De gemeente beseft hierbij dat 100% naleving een utopie is, maar streeft ernaar de risico’s zo laag mogelijk te houden.
9.2.3 VTH-Jaarverslag
In het VTH-jaarverslag evalueert en rapporteert de gemeente de voortgang en kwaliteit van de uitvoering van de voorgenomen activiteiten en het bereiken van de doelen en prioriteiten. Er wordt onder andere gerapporteerd over risico’s en naleefgedrag. Daarnaast wordt gerapporteerd over de aantallen van de verschillende resultaten (bijvoorbeeld aantal verleende vergunningen, uitgevoerde controles, aantal overtredingen en overtreding soorten, uitvoering van handhaving, klachten en meldingen en afhandeling daarvan). De komende jaren streeft de gemeente ernaar steeds meer te evalueren en rapporteren op basis van “outcome“ (maatschappelijk resultaat) naast de “output” (kwantitatieve prestatie in aantallen beschikkingen, controles etc.).
9.2.4 Koppeling BIG-8 met de begrotingscyclus
De beleidscyclus van de BIG-8 is binnen de gemeente gekoppeld aan de reguliere begrotingscyclus en instrumenten die worden gehanteerd in het kader van de Planning & Control cyclus. Deze leveren input voor de bestuursrapportages, de kadernota/begroting en de jaarrekening.
9.2.5 Monitoring
Voor een goede werking van de BIG-8 is het van belang te kunnen beschikken over adequate informatie. Monitoring en registratie spelen hierin een cruciale rol en goed werkende informatiesystemen spelen hierin een sleutelrol. Medio 2022 zal de gemeentelijke organisatie gebruik gaan maken van een regionale, gemeenschappelijke VTH-applicatie, namelijk Squit 20/20 (zie ook § 3.1.4), ter vervaging van de huidige applicatie Squit XO. Hierin worden resultaten en voortgang bewaakt. Denk hierbij aan de registratie van ontvangen klachten, geconstateerde overtredingen, uitgevoerde controles en opgelegde bestuurlijke sancties. Dit is tevens de tool waarmee monitoring van het onderhavige beleid kan plaatsvinden ten aanzien van cijfermatige data (zoals aantallen vergunningen, toezicht momenten en handhavingsacties). De sturing op basis van deze onbewerkte feiten en ruwe data noemen we datagedreven werken.
Deze informatie zegt echter nog weinig over de effecten van het beleid. Deze kunnen we niet uit de direct beschikbare data halen. Het strategisch doel van het VTH-beleid en dus het gewenste effect, is het versterken, behouden en beschermen van de integrale kwaliteit van onze leef-, woon- en werkomgeving.
Maatschappelijke effecten benoemen is één, maar ze meetbaar maken is niet eenvoudig. Er is een grote samenhang met andere beleidsvelden, zoals fysieke ruimte, openbare orde en veiligheid en jeugd. En voor het realiseren van doelen zijn we sterk afhankelijk van anderen. We hebben bewoners, bedrijven, belangengroepen, vrijwilligersorganisaties, maatschappelijke instellingen en mede-overheden nodig. Daarnaast is de samenleving maar zeer beperkt ‘maakbaar’. We kunt partijen en partners aansturen op een bijdrage aan maatschappelijke effecten, maar we kunnen ze er redelijkerwijs maar beperkt op afrekenen. Tenslotte is de beleving van het effect zeer subjectief. Niet iedereen heeft dezelfde visie over zijn/haar leef-, woon- en werkomgeving. De belangen van inwoners kunnen bijvoorbeeld recht tegenover de belangen van ondernemers staan. De persoonlijke zienswijze van een individu heeft invloed op de beleving van een maatschappelijk effect.
Om die reden zijn er in het onderhavig beleid geen indicatoren benoemd om de effecten van het beleid meetbaar te maken. Effectmeting zal plaatsvinden door middel van belevingsonderzoek, zoals dit bij de totstandkoming van het beleid ook heeft plaatsgevonden (zie §2.2 en 2.3). We zullen persoonlijk waarnemingen onderzoeken, waarbij inwoners en professionals een belangrijke rol krijgen.
Hierover wordt verantwoording afgelegd aan het college, de gemeenteraad en burgers. Monitoring en evaluatie van het beleid vindt jaarlijks plaats in het jaarverslag VTH. Het jaarverslag wordt door het college vastgesteld en ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd. Tevens kan op basis hiervan input worden geleverd aan bijvoorbeeld bestuursrapportages.
Bijlage 1: Risicoanalyse vergunningen
H = hoog risico
→
hoge prioriteit
→
complete- of inhoudelijke toets
G = gemiddeld risico
→
gemiddelde prioriteit
→
inhoudelijke- of visuele toets
L = laag risico
→
lage prioriteit
→
Sneltoets + steekproef intensiever
Vergunningsplichtige activiteit
Risico
Bouwen
* Woningen, appartementen
G
* Aan-/ uitbouw, dakkapel, gevelwijziging
L
* bijgebouw (schuurtjes e.d.)
L
* Erfscheidingen
L
* Bedrijfsgebouw
G
* Onderwijs / bijeenkomst
H
* Logies
G
* Gezondheid
G
* Kantoor
L
* Kamerverhuur
H
* Mantelzorg
G
* Monument /erfgoed
H
* Tijdelijke bouwwerk
L
Slopen
* met asbest
H
* zonder asbest
G
Ruimtelijke ordening
* Afwijken bestemmingsplan binnenplans
G
* Afwijken bestemmingplan buitenplans
H
* Tijdelijk afwijken bestemmingsplan
L
* Aanleggen
L
Brandveilig gebruik
H
APV / bijzondere wetten
* plaatsen van een voorwerp op/aan de weg
L
* In-/uitrit
L
* kappen
G
* Evenement A
L
* Evenement B
G
* Evenement C
H
* Standplaats
L
* Horeca
G
* Kansspel
L
Bijlage 2: Risicoanalyse toezicht & handhaving
H = hoog risico
→
hoge prioriteit
→
actieve en thematische handhaving
GH = gemiddeld-hoog risico
→
gemiddeld hoge prioriteit
→
actieve en thematische handhaving
GL = gemiddeld-laag risico
→
gemiddeld lage prioriteit
→
thematische handhaving
L= laag risico
→
lage prioriteit
→
passieve handhaving (piepsysteem)
Taakveld
Risico
Bouwen/ slopen/ overige Wabo activeiten
Illegale Wabo activiteiten
H
Slopen, met asbest
H
Publiekstoegankelijke infrastructurele bouwwerken (brug, viaduct)
GH
Bedrijfsmatige en publieke gebouwen (hoge gebruiksintensiteit)
GH
Monumenten / erfgoed
GH
Nieuwbouw woningen
GH
Slopen, zonder asbest
GL
Aan-/ uitbouw
GL
Bijgebouwen
L
Staat van open erven en terreinen
L
Erfscheidingen
L
Bijgebouwen
L
Vergunningvrije bouwwerken
L
Bouwwerken geen gebouw zijnde (vlaggenmast, speeltoestel e.d.)
L
Overige bouwwerken en activiteiten
L
Ruimtelijke ordening
Strijdig gebruik gronden
GH
Strijdig gebruik gebouwen
GH
Monumenten / erfgoed
Monumentaal erfgoed (zeer waardevol)
H
Beeldbepalend erfgoed (waardevol)
GH
Beeld- of ruimtelijk ondersteunend erfgoed (vrij waardevol)
GH
Brandveilig gebruik
Gezondheidszorgfunctie (ziekenhuis, verpleeghuis, verzorgingstehuis)
H
Logiesfunctie < 10 personen (pension, bed & breakfast, hotel)
H
Onderwijsfunctie < 12 jaar (basisonderwijs) en buitengewoon onderwijs
H
Onderwijsfunctie > 12 jaar (voortgezet en hoger onderwijs)
H
Bijeenkomstfunctie voor kinderen onder 4 jaar (peuterspeelzaal, kinderopvang)
H
Bijeenkomstfunctie > 50 personen (discotheek, café, sportkantines)
GH
Logiesfunctie > 10 personen (pension, hotel, kampeerboerderij, opvangcentrum)
GH
Woonfunctie voor zorg > 10 personen (aanleunwoningen, begeleid wonen)
GH
Gezondheidszorgfunctie (dagbesteding, zorgboerderij, sociale werkplaats)
GH
Bijeenkomstfunctie > 50 personen (musea, bibliotheek, theater, kerk)
GL
Sportfunctie > 50 personen (sporthal, zwembad, fitness, manege)
GL
Kantorenfunctie > 50 personen
GL
Woonfunctie met inpandige gangen (portiekflats, aanleunwoningen)
GL
Industriefunctie > 50 personen
GL
Winkelfunctie > 50 personen
GL
Kampeerterrein
L
Bouwwerken gebouwd conform beheersbaarheid bij brand
L
Alcoholwet
Evenementen
H
Horeca
H
Sportkantines
GH
Wijk- en dorpshuizen
GL
Supermarkten
L
Slijterijen
L
Tankstations
L
APV / bijzondere wetten
Jeugdoverlast
H
Sluitingstijden horeca
H
Evenement C
H
Overlast vuurwerk
H
Parkeren winkelgebieden
H
Betogingen
H
Evenement B
GH
Afvaldumping
GH
Grote voertuigen in woonwijken
GH
Standplaatsen
GH
Parkeren overige gebieden
GH
Hondenoverlast
GL
Zwerfafval
GL
Stoken
L
Kappen
L
Gebruik openbaar groen
L
Caravans binnen de bebouwde kom
L
Voorwerpen op, aan of boven de weg
L
Terrassen
L
In-/ uitritten
L
Kansspelautomaten
L
Openingstijden winkeltijdenwet
L