Aanhef
Meten, weten, kiezen en doorpakken
De basis voor een heldere en toekomstbestendige structuur voor de consument, ondernemers en vastgoedeigenaren
Juni 2023
03 Visie detailhandelsstructuur
3.2 Gewenste detailhandelsstructuur
3.2.1 Recreatief winkelgebied
Visie recreatief winkelgebied
Sittard wordt nadrukkelijke gepositioneerd als het subregionale hoofdcentrum van de Westelijke Mijnstreek en krijgt daarbij passende prioriteit in het beleid. Het historische centrum zet sterk in op recreatief winkelen, ontmoeten, beleven en verblijven. In het centrum van Sittard blijven winkels belangrijk, maar het centrum is méér dan alleen een winkelgebied. Het centrum van Sittard dient zich te ontwikkelen naar recreatieve binnenstad met een sterke mix van detailhandel, horeca en dienstverleners. Voor inwoners, regiobezoekers en toeristen de plek om te winkelen en elkaar te ontmoeten binnen een fraai historisch decor.
Het centrum van Sittard bestaat uit diverse straten. Het centrum heeft van oudsher een sterk lineair karakter met aanzienlijke loopafstanden. Compactiseren is een noodzaak en krijgt prioriteit. Belangrijk hierbij is dat de bezoeker op een natuurlijke manier door het centrum wordt geleid door circuitvorming. Samen met ondernemers, eigenaren en bewoners wordt ingezet op duidelijke en onderscheidende deelgebieden.
Uitgangspunten
Uitgangspunt 1: Sittard-centrum is het subregionale recreatieve hoofdcentrum van de Westelijke Mijnstreek.
o Sittard-centrum wordt nadrukkelijk aangewezen als hoofdcentrum waar men vanuit de regio heen gaat om recreatief te winkelen.
o Er is een omvangrijk keuzegevoelig aanbod in de branches mode, schoeisel, luxe artikelen en vrije tijd. Ook grootschalige winkelformules in deze branches dienen zich hier te vestigen. Het is dan wel van belang dat er grote winkelunits zijn om deze formules te accommoderen.
o Een goede samenwerking tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en gemeente is nodig om de gewenste positie te bereiken en behouden.
Uitgangspunt 2: Het centrum van Sittard is duidelijk meer dan een winkelgebied en verschuift van een winkelgebied naar een belevingsgebied.
o Functies zoals horeca, cultuur, leisure , ambulante handel, evenementen, diensten en blurring concepten behouden/ krijgen een plek.
o Gezamenlijk uitwerken van een centrumactieplan, met aandacht voor Ligne. Hierbij onderzoeken of de leegstand in Ligne ingevuld kan worden met een maatschappelijke of culturele functie.
o Historisch karakter van Sittard inzetten in promotie en marketing. Daarbij actief samenwerken met Visit Zuid-Limburg om toeristen naar Sittard te trekken.
Uitgangspunt 3: We maken onderscheid tussen het kernwinkelgebied, aanloopgebied, transitiegebied en horecacluster.
o Het centrum kenmerkt zich van oudsher door een zeer lang winkellint. Het streven is een compacte ruimtelijk-functionele structuur, met onderscheidende deelgebieden.
o In 2016 werd een duidelijk onderscheid gemaakt tussen kernwinkelgebied en transformatiegebied. Deze afbakening is te scherp. Vanaf nu hanteren we een onderverdeling in 4 gebieden: kernwinkelgebied, aanloopgebied, transitiegebied en horecacluster. Deze gebieden gaan vloeiend in elkaar over en worden hieronder toegelicht:
Kernwinkelgebied: hoofdwinkelzone, detailhandel speelt in deze zone de hoofdrol, maar wel in synergie met andere functies zoals horeca en recreatie. Attractiviteit zit in aanwezigheid van bekende formules, aangevuld met eigentijds (lokaal) aanbod, overige centrumfuncties zoals horeca en cultuur, een sterke ambulante handel en passende evenementen. Voorstel is het kernwinkelgebied te compactiseren tot een kernwinkelcircuit (zie volgende pagina). Het ABC-complex blijft hiermee onderdeel van het kernwinkelgebied, waardoor het belangrijk is dat de begane grond ingevuld wordt met detailhandel.
Aanloopgebied: zone grenzend aan het kernwinkelgebied, minder nadruk op landelijk filiaalbedrijf, waar naast winkels ook andere functies (diensten, wonen, cultuur, kantoor) een plek hebben of krijgen. Aantrekkelijkheid van deze zone is de afwisseling van functies, verrassende kleine lokale winkels en blurring.
Transitiegebied: vanuit het streven naar een compacter winkelgebied zonder leegstand, is het nodig detailhandel buiten het kernwinkelgebied en aanloopgebied te ontmoedigen. Belangrijk is om in dit gebied wonen, werken en studeren (‘ third places ’) te bevorderen, voor levendigheid en draagvlak voor de voorzieningen, inclusief toerisme. Voorstel voor deze zone: alle locaties buiten kernwinkelgebied en aanloopgebied.
Horecacluster (in lijn met horecavisie): het horeca-concentratiegebied is gevestigd op de Markt. Voor deze locatie geldt dat de horecavisie leidend is.
Wat zijn de risico’s als we hier niet voor kiezen?
Kijkend naar de leegstand en bezoekersaantallen heeft Sittard centrum de afgelopen jaren marktpositie verloren. Een gestructureerde aanpak kan niet achterwege blijven, met het oog op alle dreigende gevolgen voor het ondernemerschap, investeringsklimaat en voorzieningenniveau. Potentie gaat verloren, barrières blijven en Sittard-centrum komt niet uit de negatieve spiraal.
Het is belangrijk consequent beleid te voeren: als Sittard-centrum inzet op behoud en krimp, kan in omliggende centra geen sprake zijn van onbeperkte groei. Dit betekent dat er strakke regie nodig is in de dynamiek in de detailhandel, in het belang van Sittard-Centrum.
Figuur 4: Afbakening centrum Sittard
3.2.2 Dagelijkse centra
Visie dagelijkse centra en supermarkten
Dagelijkse centra vervullen een belangrijke rol in het voorzieningenniveau voor eigen inwoners en zorgen ervoor dat bewoners op relatief korte afstand van hun woning dagelijkse aankopen kunnen doen. Daarnaast vervullen dagelijkse centra ook een belangrijke economische (werkgever) en maatschappelijke rol (ontmoeting) voor inwoners. Het is belangrijk om de dagelijkse centra te behouden en een goede spreiding van het dagelijkse aanbod te waarborgen.
Supermarkten zijn vanwege hun trekkracht cruciaal voor het functioneren van dagelijkse centra en daarmee voor de leefbaarheid in wijken en dorpen. Aanvullend aanbod zoals versspeciaalzaken, drogist, slijterij en bloemist, alsmede enige horeca en dienstverlening, maken het dagelijks centrum compleet. In grotere verzorgingsgebieden zijn ook aanvullende branches zoals Mode & Luxe in de dagelijkse centra gevestigd.
Uitgangspunten
Uitgangspunt 1: Supermarkten zijn de trekkers van en horen in de dagelijkse centra.
o Voor supermarkten geldt dat deze gevestigd moet worden in of aansluitend op bestaande dagelijkse centra. De trekkracht van een supermarkt is in deze centra onmisbaar en zorgt voor leefbaarheid;
o In een stadsdeelcentrum (zoals Geleen) zijn normaal gesproken 3 supermarkten aanwezig (verzorgingsgebied > 25.000 inwoners) , in dorpscentra zijn 2 supermarkten de norm (verzorgingsgebied 10.000-20.000 inwoners) inwoners), in buurtcentra (5.000 tot 10.000 inwoners) is in beginsel ruimte voor één supermarkt die zich richt op de buurt;
o Daarnaast is er ruimte voor enkele supermarkten aan de stadsrand (rand van Sittard centrum) en in koopcentrum Makado ; deze supermarkten hebben vaak een groot oppervlak en vervullen een functie voor een groot gebied (AH in Makado en Brugstraat Sittard
o Sommige kleine kernen hebben uitsluitend één solitaire supermarkt. Leefbaarheid dient behouden te worden in deze kernen. Dit geldt o.a. voor Jumbo Urmond, SPAR Spaubeek en Albert Heijn Grevenbicht. Beperkte uitbreiding in het kader van modernisering is mogelijk, mits het geen verdringend effect heeft
o In figuur 3 (p.16) zijn de dagelijkse centra schematisch weergegeven. Dit vormen de streeflocaties en zijn de plekken waar clustering van dagelijks aanbod gewenst is.
Hoewel actief beleid gericht op verplaatsen van solitaire supermarkten niet wordt gevoerd, dienen alle kansen die zich voordoen om solitaire supermarkten te verplaatsen naar een centrumgebied, te worden benut.
Uitgangspunt 2: Geen ruimte voor nieuwe supermarkten, wel ruimte voor beperkte, kwaliteitsgerichte uitbreiding bestaande supermarkten in dagelijkse centra.
o Er is geen marktruimte voor het toevoegen van nieuwe supermarkten. Uitbreiding van het aantal supermarkten is dan ook niet wenselijk. Wel is verplaatsing mogelijk.
o Fysieke uitbreiding van supermarkten in dagelijkse centra is mogelijk zolang het om een optimalisatie van de huidige formule gaat, mits ruimtelijk inpasbaar en onder voorwaarde dat d.m.v. een Ladderonderbouwing aangetoond wordt dat het niet leidt tot aantasting van de vitaliteit van andere winkelclusters. Hierbij is oog voor voldoende parkeren.
o Bewaakt moet worden dat supermarkten de structuur niet verstoren en een afgebakend gebied bedienen. Er is geen ruimte voor mega-supermarkten die de fijnmazige structuur doorkruisen.
o De afspraken -met betrekking tot het uitbreiden en afstemmen van supermarkten- zoals benoemd in de SVREZL blijven gelden.
Uitgangspunt 3: In principe geen uitbreiding solitaire en perifere supermarkten
o Supermarkten op perifere en solitaire locaties dragen nauwelijks bij aan de leefbaarheid en het ondernemersklimaat in dorpen en buurtcentra. Uitbreiding van supermarkten op deze locaties is in beginsel niet gewenst en daardoor uitsluitend mogelijk als aangetoond kan worden dat er geen verdringing ontstaat van de supermarkten gevestigd in winkelgebieden (streeflocaties). Het mag in dit geval uitsluitend gaan om een optimalisatie van de huidige formule. In dat geval is een eenmalige uitbreiding van maximaal 10% van het bestaande metrage ( bvo ) toegestaan. Ter verduidelijking, met solitaire supermarkten worden niet de supermarkten bedoeld die als enige winkel in een kleine kern liggen.
Uitgangspunt 4: Buurtcentra richten zich op de buurt
o Buurtcentra richten zich op de omliggende buurt en hebben een beperkt metrage voorzieningen: basis-detailhandel (supermarkt, bloemen, slijterij e.d.), basis-horeca (cafetaria, snackbar e.d.) en basis-diensten (kapper, stomerij e.d.).
o Uitzondering hierop is het supermarktcluster Fortuna dat als aparte categorie wordt aangemerkt (supermarktcluster). Het verzorgingsgebied van deze twee supermarkten is Sittard-Zuid. Er is geen ondersteunend aanbod toegestaan, aangezien dit niet past bij de grootschalige karakteristiek van de locatie.
Uitgangspunt 5: Ieder centrum heeft eigen kenmerken, kansen en opgaven waar op ingespeeld moet worden.
o Optimaliseren en compactiseren dagelijkse centra. Uitbreiding (ruimtelijk-functioneel) van dagelijkse centra is niet gewenst.
o Per dorpscentrum keuzes en prioriteiten stellen in de uitvoering; dit kan nader uitgewerkt worden bijvoorbeeld in een centrumvisie.
Wat zijn de risico’s als we hier niet voor kiezen?
Dagelijkse centra (stadsdeelcentra, dorpscentra, buurtcentra) voorzien in de dagelijkse benodigdheden van dorps- en buurtbewoners. Uit onderzoek blijkt dat supermarkten minimaal 10.000 bezoekers op weekbasis trekken
2Bron: DTNP (2021), Trekkersrol supermarkten
. Van deze bezoekers legt 40% een combinatie-bezoek af aan een andere winkel, mits deze nabijgelegen is. Daarmee zijn supermarkten cruciaal voor positiebehoud van dagelijkse centra, die zich richten op hoogfrequente aankopen.
Klein stadsdeelcentrum Geleen
Visie Geleen-centrum
In tegenstelling tot de meeste andere dagelijkse centra, staat het centrum van Geleen al jaren sterk onder druk. Steeds meer winkels verdwijnen uit het straatbeeld, met langdurige en grootschalige leegstand tot gevolg. Landelijk zien we het beeld dat winkelketens zich uit veel plaatsen terugtrekken; binnen de Westelijke Mijnstreek kiezen ze niet meer voor Geleen, maar voor het naburige Makado of voor Sittard-centrum.
Om de enorme leegstand in Geleen aan te pakken, is het nodig actief aan de slag te gaan met de compactiserings- en transformatieopgave. Het winkelareaal moet structureel worden verkleind en er moet naar andere invulling worden gezocht. Dit vraagt om een intensieve samenwerking tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en gemeente. Met het oprichten van Ontwikkelpad Geleen worden hier stappen in gezet.
Het Ontwikkelpad houdt zich -in lijn met Toekomstvisie Sittard-Geleen 2030- bezig met het ontwikkelen van een geheel nieuw perspectief voor Geleen centrum. Niet door terug te grijpen op de oude en vertrouwde situatie, maar juist door (ingrijpende) keuzes te maken en een nieuwe afslag te nemen. Er wordt ingezet op functiemenging, met als doel het centrum te ontwikkelen tot een Innovation District, wat in nauwe verbinding staat met Chemelot met haar vele hoogopgeleide kenniswerkers. In het centrum van Geleen staan winkelen, wonen en werken centraal, waarbij o.a. de thema’s duurzaamheid, circulariteit en innovatie belangrijk zijn. Denk hierbij aan duurzame producten, lokale initiatieven, aanbieders van gerecyclede en/of hergebruikte producten (tweedehandskleding). De vergelijking met Eindhoven in het klein is terecht.
Voor wat betreft detailhandel zien we de meeste kansen voor dagelijks aanbod, aangevuld met een niet al te ruim niet-dagelijks aanbod. Daarmee profileert Geleen-centrum zich als winkelgebied op het niveau van een ‘klein stadsdeelcentrum’
3De aanduiding ‘klein’ is bedoeld als tegenhanger van het ‘groot’ stadsdeelcentrum: een klein stadsdeelcentrum bedient 25.000 tot 50.000 inwoners, een groot stadsdeelcentrum 50.000 tot meer dan 100.000. Qua aanbod ligt in een klein stadsdeelcentrum de nadruk meer op dagelijks en beperkt niet dagelijks, in een groot stadsdeelcentrum ligt de nadruk op niet dagelijks aanbod.
. Versterking van het aanbod dagelijks is gewenst en noodzakelijk om de functie van een klein stadsdeelcentrum te vervullen. Denk hierbij aan sterke supermarkten maar tegelijk ook aan goede versspeciaalzaken en alle ruimte voor de goed bezochte weekmarkt. De trekkracht van supermarkten is essentieel en onmisbaar voor overig aanbod in het centrum van Geleen. Het heeft dan ook prioriteit om de inpasbaarheid van supermarkten in het centrum te onderzoeken en te streven naar drie goed functionerende supermarkten in/aan de directe rand van het centrum.
Voor een klein stadsdeelcentrum zijn goede bereikbaarheid en voldoende parkeerplekken essentieel. Bezoekers moeten gemakkelijk en doelgericht (dagelijkse) aankopen kunnen doen, zonder daarbij te moeten betalen voor parkeren. Het is wenselijk om het parkeerregime in het verlengde van voorliggend beleid te herijken.
Afbakening Geleen centrum:
De toekomst en bijbehorende invulling van Geleen Centrum is ten tijde van opstellen van voorliggend beleid nog niet definitief bepaald. Vanuit detailhandelsoogpunt wordt een driedeling voorgesteld
Kernwinkelgebied: in Geleen blijft ruimte voor een klein, krachtig kernwinkelgebied, detailhandel speelt in deze zone de hoofdrol. Voorstel is het kernwinkelgebied te compactiseren tot twee circuits die samen een 8-vorm hebben: het noordcircuit betreft alle vier zijden van de Markt, en het zuidcircuit bestaat uit het rondje Ansemburgstraat - Salmstraat (zuidelijk deel) - Raadhuisstraat - Markt.
Aanloopgebied: aangrenzend gebied met een combinatie tussen winkels en andere functies zoals wonen en werken. Voorstel voor deze zone: Salmstraat-Noord, Rijksweg centrum, Passage en Annastraat.
Supermarkten zijn belangrijke dragers van Geleen-centrum en moeten een plek krijgen in/aan de directe rand van het kernwinkelgebied en het aanloopgebied.
Transitiegebied: vanuit het streven naar een compacter winkelgebied zonder leegstand, is het noodzakelijk alle detailhandel buiten het kernwinkelgebied en aanloopgebied actief te ontmoedigen.
Daadwerkelijke realisatie is de vervolgstap en vraagt (in het geval van Geleen) om het actief verplaatsen van winkels, evenals het toevoegen van nieuwe functies in het kernwinkelgebied.
Figuur 5: Afbakening centrum Geleen
Wat zijn de risico’s als we hier niet voor kiezen?
In Geleen-centrum zijn hoe dan ook krachtige ingrepen nodig. De leegstand is wijd verspreid over de gehele binnenstad en zal, wanneer niet wordt ingegrepen, nog verder toenemen en verspreiden. Dit creëert een negatieve spiraal, waar winkels moeten sluiten en het economisch functioneren van het centrum van Geleen afneemt. Het is zaak de krachten die er nog zijn, te bundelen en toe te werken naar een nieuwe identiteit.
3.2.3 Perifere winkelgebieden
Visie
Voor volumineuze artikelen kan de consument terecht bij een van de perifere winkelgebieden in de Westelijke Mijnstreek. Hierbij geldt als criterium het volume van de artikelen die worden verkocht, nie t het volume van de winkelformule: grootschalige reguliere detailhandel (zoals een Media Markt of grootschalige supermarkt) hoort hier niet thuis. Net als voor reguliere detailhandel geldt dat het belangrijk is om het juiste aanbod op de juiste plek toe te staan. Voorop staat dat de complementariteit tussen PDV-locaties en reguliere centra wordt gewaarborgd en een herkenbaar profiel wordt gecreëerd voor de consument.
Retailpark Sittard-Geleen is de grote locatie voor perifere detailhandel in de Westelijke Mijnstreek. Qua profilering is Retailpark Sittard-Geleen de plek waar inwoners alles kunnen kopen voor In/Om Huis (branches tuin en dier, doe-het-zelf, woninginrichting en meubels). Detailhandelszone Handelscentrum Bergerweg heeft de potentie om komende jaren uit te groeien tot een perifere locatie met als thema mobiliteit. Hierdoor vormt het een verlengstuk van het bestaande mobiliteitscluster aan de Bergerweg. Zowel Retailpark Sittard-Geleen als de Detailhandelszone Handelscentrum Bergerweg zijn te kwalificeren als bovenlokaal PDV-cluster met een functie voor de regio.
De aanwezige bouwmarkten en kleinere tuincentra in gemeenten Beek, Sittard-Geleen en Stein vervullen een lokale functie. Hiervoor geldt dat een fijnmaziger structuur wordt nagestreefd met spreiding van het aanbod dichtbij de de bewoners. Dit zijn kleine PDV-clusters met een lokale functie: Poort van Stein, Beekerhoek en Dr. Nolenslaan.
Wanneer de indeling van het regionaal verzorgende Retailpark Sittard-Geleen en Detailhandelszone Handelscentrum Bergerweg en de lokaal verzorgende PDV-clusters wordt losgelaten, ontstaan onduidelijk geprofileerde concentraties zonder cumulatieve attractie. Daardoor zou de vitaliteit van deze winkelgebieden afnemen en de kans op leegstand groter worden.
Algemeen uitgangspunt 1 (alle perifere winkelgebieden): Alleen ruimte voor detailhandel met groot oppervlak voor uitstalling vanwege aard en omvang van de volumineuze artikelen
o Volumineuze artikelen: artikelen voor minder frequent benodigde, doelgerichte aankopen, die vanwege de omvang en ruimte die nodig is voor uitstalling van de artikelen, moeilijk inpasbaar zijn in bestaande winkelgebieden zoals centra, wijken en buurten.
o Mogelijke branches: uitgangspunten per perifere locatie zijn leidend:
•ABC-branches, brand- en explosiegevaarlijke stoffen, landbouwvoertuigen en grove bouwmaterialen
3Detailhandel in grove bouwmaterialen: detailhandel in materialen voor de ruwbouw van gebouwen en dergelijke zoals stenen zand beton bestratingsmateriaal en hout
•Doe-het-zelf, woninginrichting
4Zie bijlage 2 voor definitie woninginrichting
, keuken-, sanitair- en badkamerwinkels, tuin & dier, deuren/ramen, tegels, zonwering, met een minimum omvang van 1.000 m2 wvo
5Deze minimum omvang geldt niet voor panden die reeds kleiner zijn dan 1.000 m2 wvo.
.
o Flexibiliteit vanwege evenredigheid: detailhandel faciliteren die uit oogpunt van ruimtelijke ordening zich niet onderscheidt van de hiervoor genoemde (limitatief opgesomde) branches in volumineuze goederen (tenten/camping, piano’s/vleugels e.d.).
o Genoemde branches mogen zich in beginsel op elke PDV-locatie vestigen, maar bij voorkeur aansluitend bij de functie van de betreffende PDV-locatie.
o Maximaal 10% van het metrage (m2 bvo) mag branchevreemd zijn, met een maximum omvang van 250 m2 wvo en 100 m2 per branchegroep.
o Geen grootschalige winkelformules en/of mega-stores, tenzij aangetoond kan worden dat ze minimaal 80% volumineuze artikelen voeren, met een maximum omvang kleinschalig aanbod van 200 m2 wvo.
o Shop-in-shop concepten met een eigen afrekenpunt voor branchevreemd assortiment zijn niet toegestaan.
Algemeen uitgangspunt 2: We houden vast aan heldere brancheringsregels.
Op de aangewezen perifere locaties waar ABC-branches zijn toegestaan, wordt dit uitgebreid met fietsen en scooters. We hanteren een minimum omvang van 1.000 m2 wvo. Deze brancheverruiming geldt niet op overige locaties waar ABC-branches zijn toegestaan. Voor Sittard-Geleen betekent dit dat deze brancheverruiming bijvoorbeeld voor detailhandelszone Handelscentrum Bergerweg geldt en niet voor bedrijventerrein Krawinkel.
Uitgangspunten per perifere locatie
Uitgangspunten Retailpark Sittard-Geleen:
o Retailpark Sittard-Geleen is de grote locatie voor perifere detailhandel in de Westelijke Mijnstreek en is qua profilering dé plek waar inwoners alles kunnen kopen voor In/Om Huis: branches woninginrichting, doe-het-zelf, tuin- & dierartikelen.
o Voor woninginrichting geldt dat uitsluitend branches met volumineus aanbod zijn toegestaan, zoals gedefinieerd onder Algemeen uitgangspunt 1.
o Aanpakken van de verouderde verkeerssituatie en de basisvoorwaarde schoon, heel, veilig en parkeren op orde.
o Horeca en leisure blijven beperkt en zuiver winkelondersteunend.
Uitgangspunt 3: branchering Detailhandelszone Handelscentrum Bergerweg en drie lokale PDV-clusters:
o De volgende branches zijn op deze locaties toegestaan: brand en explosiegevaarlijke goederen; detailhandel in ABC, inclusief rijwielen/scooters; landbouwvoer- en werktuigen; grove bouwmaterialen; keukens, tegels en sanitair; deuren, ramen en zonwering.
Uitgangspunten Detailhandelszone Handelscentrum Bergerweg:
o Dit gebied heeft de potentie om verder uit te groeien tot een perifere locatie met als thema mobiliteit, aansluitend op de aangrenzende autoboulevard.
o Huidige branchering conform uitgangspunt 3.
Uitgangspunten Poort van Stein:
o De te ontwikkelen locatie Poort van Stein biedt vanuit het bestemmingsplan ruimte voor 6.650 m2 wvo. Deze blijft behouden en wordt zoveel mogelijk ingevuld middels verplaatsing van solitair gelegen grootschalige winkels vanuit Stein.
o De Poort van Stein heeft een lokale functie voor gemeente Stein, waarbij naast de branches zoals opgenomen bij uitgangspunt 3, de volgende branches zijn toegestaan: een vestiging in de branche doe-het-zelf in de vorm van een bouwmarkt, een lokaal georiënteerd tuincentrum, een boerenbond-achtige formule. Deze branches zijn toegevoegd gelet op het lokaal verzorgende karakter.
o De solitair gelegen bouwmarkt op businesspark Stein vervult een lokale functie voor gemeente Stein en wordt bij voorkeur verplaatst naar de Poort van Stein.
Uitgangspunten PDV-cluster Dr. Nolenslaan:
o De concentratie vervult een lokale functie voor Sittard-Noord en directe omgeving.
o Inkrimping en transformatie is noodzakelijk. Bouwmarkt blijft behouden. Winkels buiten dit cluster worden bij voorkeur verplaatst naar de bovenlokale perifere locaties.
o Branches conform uitgangspunt 3, incl. een vestiging in de branche doe-het-zelf in de vorm van een bouwmarkt en een boerenbond-achtige formule.
Uitgangspunten Beekerhoek:
o De locatie vervult een lokale functie voor de gemeente Beek met als trekker een bouwmarkt.
o Clustering van het huidige aanbod is wenselijk, bij voorkeur nabij winkelcentrum Makado. Behoud lokale focus, uitbreiding niet wenselijk.
o Branches zoals opgenomen bij uitgangspunt 3, inclusief: een vestiging in de branche doe het zelf in de vorm van een bouwmarkt, een lokaal georiënteerd tuincentrum en een boerenbond=achtige formule.
Bijlage 4 toont per perifere locatie de exacte Ruimtelijke afbakening.
Uitgangspunten Fortunastadion:
In het nieuwe beleid is het Fortunastadion niet langer een perifere winkellocatie. De perifere winkelbestemming met sportthema vervalt. Sportwinkels dienen zich als reguliere detailhandel in de binnenstad te vestigen. Uitzondering is het reeds vergunde leegstaande pand in het stadion. Passend binnen reeds gemaakte afspraken, wordt hier een invulling gezocht. Samen met de eigenaar zoeken we naar alternatieve invulling van het resterende balansgebied. Gedacht kan worden aan kleinschalige logistieke invulling of bedrijven (conform bestemmingsplan). De reeds gevestigde sportgerichte leisure (bowling, klimwand e.d.) kan worden versterkt met soortgelijke concepten.
Wat zijn de risico’s als we hier niet voor kiezen?
Om de stads- en dorpscentra te beschermen, is het voeren van heldere brancheringsregels een vereiste. Dit om verdringing - met als gevolg leegstand - te voorkomen. Ontwikkelingen op de perifere locaties zijn immers van invloed op (het functioneren van) de stads- en dorpscentra in de drie gemeenten. Door onderscheid te maken tussen lokale en bovenlokale PDV-clusters, worden hoogfrequent bezochte branches meer verspreid aangeboden (o.a. doe-het-zelf en tuinartikelen), terwijl meer keuzegevoelige branches (bijv. woninginrichting) op één locatie worden aangeboden en elkaar zodoende versterken.
Thematisering van perifere locaties met aanbod van (naar aard en omvang) volumineuze producten is verdedigbaar. Dit sluit aan op het bezoekmotief van de klant. In de situatie van Sittard-Geleen dienen de brancheringsregels ook ter bescherming van winkelgebieden anders dan de oude stadscentra. In Sittard-Geleen is de perifere detailhandels-locatie Retailpark Sittard-Geleen daar een voorbeeld van: lange tijd was er sprake van aanzienlijke leegstand.
3.2.4 Bijzonder regionaal winkelgebied
Visie
Makado is een speciaal winkelcentrum met een specifieke ontstaansgeschiedenis. Makado is gezien haar centrale ligging, aanbod en trekkracht te kwalificeren als de ’mall’ van Zuid-Limburg en tegelijk als het ‘koopcentrum’ van de Westelijke Mijnstreek. Deze doelgerichte aankooplocatie huisvest landelijke filialen en weet bezoekers vanuit de wijde omgeving te trekken. Komende jaren zet Makado sterk in op het vergroten van het aantal bezoekers per jaar. Blijvende aandacht voor de bereikbaarheid is gewenst.
Randvoorwaardelijk bij de verdere ontwikkeling van Makado is dat het zich vooral blijft richten op doelgericht winkelen. Dit is de kracht van Makado en het onderscheidende vermogen t en opzichte van bijvoorbeeld het centrum van Sittard of het nabij gelegen centrum van Beek. De recreatieve functie van Makado wordt niet verder versterkt, wat betekent dat er uitsluitend winkelondersteunende (dag)horeca aanwezig is, zoals een lunchroom, snackbar en ijssalon.
Uitgangspunten
Uitgangspunt 1: Makado blijft het koopcentrum van de Westelijke Mijnstreek.
o Zorgen voor een evenwichtige mix aan niet-dagelijkse aanbieders, aangevuld met dagelijks aanbod.
o Complementariteit Sittard-Centrum waarborgen en beide centra vanuit eigen kracht en kenmerken laten opereren.
Uitgangspunt 2: Geen aanvullende functies zoals leisure, horeca en diensten
o Detailhandel blijft de primaire invulling van koopcentrum Makado. Andere functies zoals leisure, horeca en diensten zijn in beginsel niet toegestaan. Voor horeca geldt dat alleen winkelgebonden (dag)horeca wordt toegestaan.
o Toevoegen van functies anders dan in het huidige bestemmingsplan is toegestaan (detailhandel en winkelgebonden horeca), is niet aan de orde.
Uitgangspunt 3: Geen nieuwe winkelmeters toevoegen
o Het uitbreiden van het winkelareaal is in beginsel tijdens de doorlooptijd van voorliggend beleid niet aan de orde, gelet op huidige trends en ontwikkelingen. Na 5 jaar wordt, als onderdeel van de evaluatie van voorliggend beleid, bepaald of dit uitgangspunt in huidige vorm behouden blijf.
o Noodzakelijk om de positie van het centrum van Beek, Geleen, Sittard en Stein op peil te houden.
Wat zijn de risico’s als we hier niet voor kiezen?
Bij een verdere verbreding van het aanbod (leisure en horeca), komt Makado in het vaarwater van het centrum van vooral Sittard. Als recreatief centrum richt Sittard zich immers sterk op de verblijfsfunctie, waarbij ontmoeten en beleven centraal staan. Ook de dorpscentra van Beek en Stein worden geraakt bij een eventuele uitbreiding van functies in Makado, iets wat gelet op de leefbaarheid niet wenselijk is.