Aanhef
De raad van de gemeente Steenwijkerland;
gelet op artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet;
besluit de volgende verordening vast te stellen:
Verordening op de raadscommissie van Steenwijkerland 2023
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
-(commissie)griffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
-commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
-commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;
-griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;
-wet: Gemeentewet.
Artikel 2 Instelling raadscommissies
Er is een: raadscommissie ter voorbereiding van de besluitvorming in de raad.
Artikel 3 Taken
Een raadscommissie:
a.brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben;
b.kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en
c.voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.
Artikel 4 Samenstelling; benoeming commissievoorzitter
1Een raadscommissie bestaat uit maximaal 2 commissieleden per fractie.
2De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd.
3Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn.
4De raad benoemt op voordracht van de fracties voor iedere raadscommissie ten minste één plaatsvervangend lid per fractie, dat bij afwezigheid van een commissielid zitting heeft in de betreffende raadscommissie.
5De raad benoemt de commissievoorzitters.
6De voorzitter is belast met:
a.het leiden van de vergadering;
b.het handhaven van de orde;
c.het doen naleven van deze verordening;
d.hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.
Artikel 5 Zittingsduur en vacatures
1De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
2Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.
3De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.
4De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.
5Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
6Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.
7Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
Artikel 6 De (commissie)griffier
1De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als (commissie)griffier.
2Een (commissie)griffier is aanwezig in vergaderingen.
3Bij verhindering of afwezigheid wordt de (commissie)griffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar.
4Een (commissie)griffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.
Hoofdstuk 2 Vergaderingen
Paragraaf 1 Voorbereiding
Artikel 7 Oproep en agenda
1De commissievoorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.
2In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.
3Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9 derde lid, van toepassing.
4De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.
5In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie plaats op dinsdagavond.
6De vergadering van de raadscommissie vangt aan om 19.30 uur, eindigt om 23.00 uur.
7In het geval dat, op het in lid 2 genoemde tijdstip, de agenda niet is afgewerkt wordt de vergadering geschorst en op de daaropvolgende woensdagavond om 19.30 uur hervat.
8De raadscommissie vergadert voorts indien de agendacommissie het nodig oordeelt of indien te minste 2 fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.
9De agendacommissie kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Zij voert hierover overleg met de griffier.
Artikel 8 Agendacommissie
1Er is een agendacommissie
2De agendacommissie bestaat uit de voorzitters van de raadscommissie, alsmede de plaatsvervangende voorzitters van de raad. De voorzitter van de raad kan de vergaderingen van de agendacommissie bijwonen. De griffier is in elke vergadering van de agendacommissie aanwezig.
3De agendacommissie heeft tot taak het voorlopig vaststellen van de agenda van de raadscommissie en de werkvergaderingen.
4De leden van de agendacommissie hebben elk één stem in de agendacommissie.
Artikel 9 Ter inzage leggen van stukken
1Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.
2Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.
3Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.
Artikel 10 Openbare kennisgeving
1Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of, voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.
2In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Paragraaf 2 Vergadering
Artikel 11 Presentielijst
1De (commissie)griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen.
2Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de commissievoorzitter en de (commissie)griffier door ondertekening wordt vastgesteld.
Artikel 12 Opening vergadering en quorum
1Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is.
2Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
3Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is.
Artikel 13 Advies; geen stemmingen
1Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies.
2In het advies worden opgenomen de standpunten van alle fracties en commissieleden die geen raadslid zijn.
3In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.
Artikel 14 Aantal spreektermijnen
1Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste één termijn, tenzij de raadscommissie anders beslist.
2Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten.
3Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.
4Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 14a Spreektijd
1De agendacommissie doet voor de verschillende agendapunten van een vergadering een spreektijdvoorstel aan de commissie.
2De commissievoorzitter waarschuwt de spreker, wanneer de toegestane spreektijd ten einde loopt. Zodra de toegestane spreektijd is verstreken, maakt de commissievoorzitter daar melding van en beëindigt de spreker zijn rede.
Artikel 15 Deelname aan de beraadslaging door anderen
Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 16 Spreekrecht burgers
1Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd en niet-geagendeerd zijn.
2Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk voor twaalf uur ‘s middags op de dag van de vergadering aan de (commissie)griffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.
3De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.
4De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
5De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
6Indien de inspreker ingesproken heeft over een geagendeerd voorstel krijgt de inspreker na de discussie in de raadscommissie de mogelijkheid om een kort slotwoord tot de commissie te richten (maximaal 2 minuten).
Artikel 17 Handhaving orde en schorsing
1Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:
a.de commissievoorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren;
b.een lid hem interrumpeert. De commissievoorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
2Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
3De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
4De commissievoorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Artikel 18 Voorstellen van orde
Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.
Artikel 19 Verslag
1Een (commissie)griffier draagt zorg voor verslagen van vergaderingen.
2Uit een verslag blijkt in ieder geval:
a.de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de (commissie)griffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
b.een aantekening van welke commissieleden afwezig waren;
c.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
d.een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers;
e.een samenvatting van het advies aan de raad met vermelding van de namen van de commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring en met aantekening van de namen van de commissieleden die zich niet hebben uitgelaten, en
f.bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 14 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
3Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de vergadering waarop het betrekking heeft.
4Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de commissievoorzitter en (commissie)griffier.
5Elektronisch beschikbare verslagen worden op de website van de gemeente geplaatst.
Paragraaf 3 Besloten vergaderingen
Artikel 20 Toepassing verordening op besloten vergaderingen
Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 21 Verslag besloten vergadering
1Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de (commissie)griffier.
2Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag.
3De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de (commissie)griffier ondertekend.
Artikel 22 Opheffing geheimhouding
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Artikel 23 Gelegenheid tot het stellen van vragen
1Aan het eind van de vergadering wordt gelegenheid geboden om vragen te stellen. De vragen dienen beleidsmatig van aard, van politiek en/of van maatschappelijk belang en urgent te zijn in die zin dat zij geen uitstel tot schriftelijke beantwoording gedogen.
2Het lid van de commissie dat tijdens deze gelegenheid vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering schriftelijk bij de (commissie)griffier. De (commissie)griffier toetst de vragen aan de in lid 1 opgenomen criteria. Indien de vragen niet aan de criteria voldoen worden zij aangemerkt als schriftelijke vragen en vindt schriftelijke beantwoording plaats binnen een termijn van veertien dagen. Bij twijfel overlegt de (commissie)griffier met de commissievoorzitter. De commissievoorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens de gelegenheid tot het stellen van vragen aan de orde worden gesteld.
3Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
Paragraaf 4 Toehoorders en pers
Artikel 24 Toehoorders en pers
1Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.
2Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
3De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.
4Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
Artikel 25 Geluid- en beeldregistraties
Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
Artikel 25 Intrekking oude verordening
De Verordening op de raadscommissie 2010 wordt ingetrokken.
Artikel 26 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking op de dag nadat het is bekendgemaakt
2Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissie van Steenwijkerland 2023