Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van markt- en staangeld 2026

Gemeente Steenwijkerland · geldt sinds 20 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Steenwijkerland;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025, nummer 2025_B&W_00810;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van markt- en staangeld 2026

(Verordening markt- en staangeld Steenwijkerland 2026).

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

a.standplaats: de op en voor de duur van een markt door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;

b.marktdag: de dag waarop de markt gehouden wordt, waarbij de voor de markt bestemde dagen afzonderlijk beschouwd worden;

c.dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als gehele dag geldt;

d.week: een kalenderweek;

e.kwartaal: een kalenderkwartaal;

f.marktgeld: een heffing voor het innemen van een standplaats op het voor het houden van de wekelijkse warenmarkt bestemde terrein;

g.staangeld: een heffing voor het innemen van een standplaats op het daartoe aangewezen terrein anders dan de wekelijkse warenmarkt.

Artikel 2 Belastbare feiten

1Onder de naam “marktgeld” wordt een recht geheven voor het toewijzen van een standplaats en het hebben van een vaste standplaats op de algemene weekmarkt en voor het innemen van een standplaats op traditionele jaarmarkten.

2Onder de naam “staangeld” wordt een recht geheven voor het toewijzen van een standplaats en het hebben van een vaste standplaats op de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, anders dan bedoeld in het eerste lid en met uitzondering van kermisinrichtingen geplaatst op het voor het houden van kermissen aangewezen gedeelte van het Gedempte Steenwijkerdiep.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is degene, die een standplaats is toegewezen of inneemt.

Artikel 4 Grondslag van heffing

De grondslag van de heffing is het aantal vierkante meters ingenomen standplaats.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en tarief

1De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De rechten als bedoeld in artikel 2 zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel een vrijstelling genoemd in artikel 7 vervalt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel een vrijstelling genoemd in artikel 7 van toepassing wordt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 7 Vrijstellingen

Geen staangeld wordt geheven ter zake van:

a.het innemen van standplaatsen ten behoeve van een ideëel doel door instellingen of personen die beschikken over een vergunning van het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 12:1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Steenwijkerland;

b.het innemen van standplaatsen tijdens niet door of vanwege de gemeente Steenwijkerland georganiseerde evenementen, uitsluitend indien het betreft standplaatsen op die gemeentegronden waarop deze evenementen worden gehouden.

Artikel 8 Wijze van heffing en termijnen van betaling

1De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.

2In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten het markt- en het staangeld worden betaald:

a.bij uitreiking van de in het eerste lid genoemde kennisgeving: op het moment van uitreiking van deze kennisgeving;

b.bij toezending van de in het eerste lid genoemde kennisgeving: binnen twee weken na de dagtekening van deze kennisgeving.

3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het tweede lid gestelde termijnen.

Artikel 9 Overgangsrecht

De “Verordening markt- en staangeld Steenwijkerland 2025”, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2024, nummer 2024-RAAD-00072, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 10 Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 11 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening markt- en staangeld Steenwijkerland 2026.

TARIEVENTABEL behorende bij de Verordening markt- en staangeld Steenwijkerland 2026.

Hoofdstuk 1 Marktgeld en staangeld

Tarief

1.1

Het marktgeld of staangeld bedraagt per vierkante meter per standplaats:

1.1.1

voor het toewijzen van een standplaats op de algemene weekmarkt op de daartoe aangewezen dag, dan wel op een daartoe aangewezen andere plaats dan de algemene weekmarkt, per dag

€ 0,35;

1.1.2

voor het hebben van een vaste standplaats op de algemene weekmarkt op de daartoe aangewezen dag:

1.1.2.1

per kalenderkwartaal

€ 3,00;

1.1.2.2

per kalenderjaar

€ 12,10;

1.1.3

voor het innemen van een standplaats op een traditionele jaarmarkt, per dag

€ 1,47,

met een minimum van

€ 9,10.

Behorende bij raadsbesluit van 16 december 2025.

De griffier van Steenwijkerland,

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.