Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026

Gemeente Steenwijkerland · geldt sinds 20 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Steenwijkerland;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025, nummer 2025_B&W_00810;

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026

(Verordening afvalstoffenheffing Steenwijkerland 2026).

Artikel 1 Definitie

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “gebruik maken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

1Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting

1Voorwerp van de belasting is een perceel.

2Als perceel wordt aangemerkt:

a.de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d, en f van de Wet waardering onroerende zaken;

b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

d.een samenstel van twee of meer van de in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan, die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar horen;

e.het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

2De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door uitreiking of toezending van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belasting bedoeld in de onderdelen 1.1, 1.1.1 en 1.4 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2De belasting bedoeld in de onderdelen 1.2 tot en met 1.3 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

3De belasting bedoeld in onderdeel 2.1 van hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aankoop van de desbetreffende plastic afvalzakken.

4Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in de onderdelen 1.1 en 1.1.1 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

5Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1 en 1.1.1 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

6Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in onderdeel 1.4 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

7Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in onderdeel 1.4 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

8Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel, waarop onderdeel 1.4 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel niet van toepassing is, in gebruik neemt.

9Het zesde en zevende lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel, waarop onderdeel 1.4 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel van toepassing is, in gebruik neemt.

Artikel 9 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet(en):

a.de belastingen als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later;

b.de belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden betaald, ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7, tweede lid:

-mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

-schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiking van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

2In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minimaal € 50,00 is en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt met betrekking tot het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen als genoemd in het eerste lid, onderdeel a.

4In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder dan € 15,00 is, dat de aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

5De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Overgangsrecht

De “Verordening afvalstoffenheffing Steenwijkerland 2025”, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2024, nummer 2024-RAAD-00072, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing Steenwijkerland 2026.

TARIEVENTABEL behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing Steenwijkerland 2026.

ALGEMEEN

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

Tarief

1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar

€ 269,23.

1.1.1

In afwijking van het bepaalde in onderdeel 1.1, bedraagt de belasting voor percelen waar op grond van artikel 5 van het “Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen gemeente Steenwijkerland 2024” groente- , fruit- en tuinafval niet afzonderlijk wordt ingezameld, per perceel per belastingjaar

€ 233,43.

1.2

Onverminderd het bepaalde in de onderdelen 1.1 en 1.1.1 bedraagt de belasting per aanbieding van een:

1.2.1

mini-container van 240 liter bestemd voor restafval

€ 9,21;

1.2.2

mini-container van 140 liter bestemd voor restafval

€ 5,63;

1.2.3

mini-container van 120 liter bestemd voor restafval

€ 5,63;

1.2.4

mini-container van 80 liter bestemd voor restafval

€ 3,45;

1.2.5

mini-container van 60 liter bestemd voor restafval

€ 2,65;

1.2.6

mini-container van 40 liter bestemd voor restafval

€ 2,10;

1.2.7

city-bin van 40 liter bestemd voor restafval

€ 2,10.

1.3

Onverminderd het bepaalde in de onderdelen 1.1 en 1.1.1 bedraagt de belasting, voor percelen die voor de afvalverwijdering zijn aangewezen op verzamelcontainers, per aanbieding van maximaal 40 liter restafval

€ 1,55.

1.4

Onverminderd het bepaalde in de onderdelen 1.1 en 1.1.1 bedraagt de belasting, voor percelen die op grond van artikel 3 van het “Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen gemeente Steenwijkerland 2024” gebruik maken van een inzamelvoorziening voor een aantal percelen (verzamelcontainer) en waarvan het aanbiedgedrag niet individueel kan worden gemeten

€ 47,91.

Hoofdstuk 2 Gemeentelijke vuilniszakken

Tarief

2.1

Onverminderd het bepaalde in de onderdelen 1.1 en 1.1.1 bedraagt de belasting voor het aanbieden van huishoudelijk afval in een daarvoor bestemde gemeentelijke vuilniszak (tariefzak), per zak

€ 2,80.

Behorende bij raadsbesluit van 16 december 2025.

De griffier van Steenwijkerland,

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.