HOOFDSTUK 2 WETTELIJK KADER
2.5 Beschermd stads- en dorpsgezicht
Tekst
Uit artikel 43 lid 2 van de Woningwet zou je kunnen lezen dat er op basis van de aanwezigheid van een beschermd stads- of dorpsgezicht toch een bouwvergunning vereist is.
De uitzondering van artikel 43, lid 2, sub b Woningwet verwijst echter naar de bouwvergunningvrije werken van artikel 43, lid 1, sub c Woningwet en niet naar artikel 40 lid 2 Woningwet. De mogelijkheid bestaat dat de rechter zich desondanks op het standpunt zal stellen dat, voor het plaatsen van bouwvergunningvrije kampeermiddelen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, toch een bouwvergunning vereist is. Dit zou dan echter in strijd met de tekst van de wet zijn.
Wanneer campings zijn gelegen binnen een beschermd stads- en dorpsgezicht vallen deze vanuit het oogpunt van stedenbouw en landschap onder een zwaarder bestemmingsplanregiem. Plaatsing van bouwvergunningvrije kampeermiddelen dient in overeenstemming te zijn met het bestemmingsplan en de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld. Op basis van de beschrijving in hoofdlijnen bij het bestemmingsplan Giethoorn ‘94 is te herleiden dat een kampeermiddel een maatvoering mag hebben van 35 m². In de voorschriften van het bestemmingsplan zijn verder geen voorschriften opgenomen, omdat kampeermiddelen niet bouwvergunningsplichtig zijn en hierop niet mag worden getoetst.
Vanuit de provincie heeft men beleid opgesteld waarin een maximale maatvoering van 60 m² geaccepteerd kan worden als kampeermiddel. Gedeputeerde Abbenhues heeft dit ook kenbaar gemaakt aan de sector. De gemeente stelt dat voor jaarstandplaatsen een kampeermiddel dient te worden geplaatst op een standplaats van minimaal 130 m² waarbij een kampeermiddel 30% van de standplaats mag bedragen tot een maximum van 60m².