Aanhef
De raad van de gemeente Steenwijkerland;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 07-02-2017, nummer 2017/20;
b e s l u i t :
Vast te stellen de beheersverordening “Wetering” bestaande uit de verbeelding
NL.IMRO.1708.WeteringBVO-VA01 en regels, zoals deze in de bij dit besluit behorende en alszodanig gewaarmerkte bescheiden zijn aangegeven, toegelicht en beschreven.
De raad voornoemd,
de griffier, A. ten Hoff
de voorzitter, J.H. Bats
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1 Aanleiding voor de beheersverordening
In het kader van de actualiseringsverplichting voor bestemmingsplannen ouder dan tien jaar, is bij de gemeente Steenwijkerland de vraag opgekomen naar een nieuwe (planologische) regeling voor het gebied 'Wetering'. Ingevolge artikel 3.1, tweede en vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geldt namelijk een actualiseringsplicht voor bestemmingsplannen. Elke tien jaar dient de bestemming van gronden opnieuw te worden vastgesteld. Het geldende bestemmingsplan 'Wetering' is binnenkort ouder dan tien jaar en dient daarom te worden herzien of actueel te worden verklaard (verlenging van de tien jaarstermijn als bedoeld in het derde lid van artikel 3.1 Wro). Omdat het bestemmingsplan nog onder de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) tot stand is gekomen, is het actueel verklaren daarvan echter niet mogelijk gelet op het bepaalde in artikel 9.1.4, vierde lid, van de Invoeringswet Wro. In dat artikel is de plicht opgenomen om voor een bepaalde datum een nieuw bestemmingsplan of een beheersverordening vast te stellen overeenkomstig de Wro. Indien aan die plicht niet wordt voldaan, kunnen geen leges meer worden geheven voor diensten die verband houden met dat bestemmingsplan.
Artikel 3.38 Wro geeft aan dat de gemeenteraad in plaats van een bestemmingsplan, een beheersverordening kan vaststellen. De beheersverordening is aldus een alternatief voor het bestemmingsplan waarmee ook aan de genoemde verplichting wordt voldaan. Deze mogelijkheid kan alleen worden gebruikt als in het gebied weinig tot geen planologische veranderingen plaatsvinden dan wel in de toekomst zullen plaatsvinden. Het instrument beheersverordening is namelijk bedoeld om voor planologisch laagdynamische gebieden het bestaande gebruik en de bouwmogelijkheden vast te leggen. Het gebied 'Wetering' voldoet aan dit vereiste, aangezien de vigerende mogelijkheden die binnen het besluitgebied worden geboden, opnieuw worden vastgelegd. Ruimtelijke ontwikkelingen, anders dan die vigerend mogelijk zijn, worden niet mogelijk gemaakt. Hiervan uitgaand is besloten voor het gebied 'Wetering' een beheersverordening op te stellen.
Het doel van het opstellen van een beheersverordening is, buiten de snelle en kostenefficiënte procedure, tevens het actualiseren van het geldende bestemmingsplan naar de huidige (planologische) situatie alsmede de huidige regelgeving en inzichten. De beheersverordening zal tevens worden gedigitaliseerd om te voldoen aan de Wro en te komen tot een betere interne en externe informatievoorziening binnen de gemeente Steenwijkerland.
In paragraaf 2.1 wordt nader ingegaan op de toepassingsmogelijkheden van het instrument 'beheersverordening' in dit geval.
1.2 Besluitgebied: ligging en omgeving
Luchtfoto besluitgebied
In het westen van de gemeente Steenwijkerland ligt het buurtschap Wetering, ten zuidoosten van het Nationaal Park Weerribben en Wieden. De lintbebouwing van het buurtschap ligt aan weerszijden van de vaart Wetering.
1.3 Geldende bestemmingsplannen
Plankaart Noordelijk deel geldend bestemmingsplan 'Wetering'
Plankaart Zuidelijk deel geldend bestemmingsplan 'Wetering"
Voor het besluitgebied is momenteel het bestemmingsplan 'Wetering' van toepassing. Dit bestemmingsplan is op 23 januari 2007 door de gemeenteraad vastgesteld. Op 29 juni 2010 is de partiële herziening 'Correctief en partieel bestemmingsplan Wetering' vastgesteld.
De beheersverordening 'Wetering' vervangt voor het besluitgebied het geldende bestemmingsplan en de herziening daarvan.
Voor de drie locaties Wetering Oost 6a, Wetering Oost 2 en Wetering West 3a is het wijzigingsplan ‘Wetering - Verzamelwijzigingsplan Wetering Oost en West’ opgesteld en in procedure gebracht. Deze locaties maken dan ook geen onderdeel uit van het besluitgebied van deze beheersverordening.
Hoofdstuk 2 Motivering voor toepassing van het instrument 'beheersverordening'
2.1 Geen ruimtelijke ontwikkeling
Gemeenten hebben sinds de introductie van de Wro in beginsel de keuze tussen het vaststellen van een bestemmingsplan of een beheersverordening. De keuze voor een beheersverordening is afhankelijk van het karakter van het gebied. De beheersverordening is namelijk geïntroduceerd voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien (art. 3.38 Wro). Het moet gaan om laagdynamische gebieden waar weinig gebeurt en waarvoor enkel een beheersregeling gewenst is.
Een van de voorwaarden voor het kunnen vaststellen van een beheersverordening is dat in het gebied geen ruimtelijke ontwikkeling mag zijn voorzien. De Wro geeft niet aan wat moet worden verstaan onder een 'ruimtelijke ontwikkeling'. In de wetsgeschiedenis is hierover onder meer te vinden 'dat van een ruimtelijke ontwikkeling sprake is als het gaat om ruimtelijk relevante veranderingen in het planologisch toegestane gebruik van gronden en opstallen alsmede om bouwkundige wijzigingen van bouwwerken, waarvoor een bouwvergunning nodig is'. Bij de beheersverordening zal het meestal gaan om gebieden die 'af' of 'uitontwikkeld' zijn. De beheersverordening is bedoeld om een gebied waar niet veel zal gebeuren ('lage dynamiek') te voorzien van een beheersregeling voor het bestaande gebruik (zie ook par. 2.2).
In dit geval is sprake van een uitontwikkeld gebied. Derhalve is in dit geval een beheersverordening mogelijk.
Van belang is dat in de Wro is bepaald dat de beheersverordening in elk geval binnen tien jaar na vaststelling wordt herzien. Dit is een maximale termijn en betekent niet dat de verordening niet voor een kortere periode kan gelden. Mocht blijken dat in de toekomst behoefte is aan wijziging van de planologische regeling voor het gebied kan een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld waarbij de wettelijke procedure doorlopen wordt.
2.2 Bestaand gebruik
In de beheersverordening wordt het beheer overeenkomstig het bestaande gebruik geregeld. Onder 'bestaand gebruik' wordt zowel feitelijk bestaand gebruik (enge uitleg) begrepen als planologisch bestaand gebruik (ruime uitleg). In beide gevallen gaat het om gebruik in ruime zin, dus zowel gebruik van onbebouwde gronden en van bebouwing als gebruik in de zin van het bouwen van bouwwerken. Met de enge uitleg wordt bedoeld het feitelijk aanwezige gebruik, met de ruime uitleg het gebruik dat op grond van het voorgaande bestemmingsplan reeds was toegestaan (TK 2006-2007, 30 938, nr. 7, p. 10 e.v.). Dit laatste houdt in dat gebruik dat reeds toegelaten wordt in het aan de beheersverordening voorafgaande bestemmingsplan, ook als 'bestaand gebruik' kan worden aangemerkt.
In de beheersverordening 'Wetering' wordt het bestaande gebruik geregeld overeenkomstig het voorgaande bestemmingsplan en het geldend provinciaal en gemeentelijk beleid.
Ingevolge artikel 3.38, vierde lid van de Wro kunnen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden worden opgenomen in de beheersverordening. Daarnaast kan een “aanlegvergunningstelsel” en “sloopvergunningstelsel” worden opgenomen. Qua mogelijkheden in de juridische regeling zijn er nauwelijks verschillen, gezien het uitgangspunt dat er in het besluitgebied geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen plaatsvinden. Uitsluitend geldende plannen worden overgenomen. Concreet betekent dit dat er geen uitwerkings- en/of wijzigingsbevoegdheden kunnen worden opgenomen in een beheersverordening. De wijzigingsbevoegdheden uit het geldende bestemmingsplan zijn dus niet overgenomen in deze beheersverordening.
2.3 Juridische status
De beheersverordening is, zoals de naam al aangeeft, een verordening. Verordeningen zijn wetgeving in materiële zin, maar niet afkomstig van de formele wetgever. De beheersverordening wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De bevoegdheid hiertoe wordt gegeven in artikel 3.38, eerste lid Wro. Het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) schrijft in artikel 1.2.3 voor dat de beheersverordening langs elektronische weg wordt vastgelegd en vastgesteld. De verplichting hiertoe geldt vanaf 1 januari 2010. Tevens moet er een volledige verbeelding op papier zijn, zij het dat de elektronische versie juridisch gezien beslissend is. Ten behoeve van de digitalisering bepaalt artikel 1.2.1, tweede lid Bro ook dat een beheersverordening digitaal beschikbaar moet worden gesteld en volledig, toegankelijk en begrijpelijk moet worden verbeeld. Deze vereisten komen overeen met de vereisten die gelden voor een bestemmingsplan.
De beheersverordening vervangt het geldende bestemmingsplan (artikel 3.39 Wro) en heeft dezelfde status en rechtsgevolgen als het bestemmingsplan.
Hoofdstuk 3 Gebiedsvisie en uitgangspunten
3.1 Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemeneregels ruimtelijke ordening
Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. Deze beheersverordening richt zich echter primair op het vastleggen van de bestaande situatie. Het nationale ruimtelijke beleid is met name verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte SVIR) en de juridische vertaling daarvan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Dit beleid is overwegend van toepassing op nieuwe ontwikkelingen en daardoor slechts zeer beperkt dan wel niet relevant in de onderhavige situatie.
3.2 Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel en Omgevingsverordening Overijssel
Het ruimtelijke beleid van de provincie Overijssel is hoofdzakelijk vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel (2009) en de Omgevingsverordening Overijssel (2009).
De beheersverordening gaat uit van het vastleggen van de bestaande planologische situatie in het besluitgebied en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Gelet hierop wordt op het Rijks- en provinciale beleid in het kader van deze beheersverordening niet nader ingegaan. Het gemeentelijke beleid is richtinggevend.
3.3 Gemeentelijk beleid
Voor het van toepassing zijnde beleid wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan 'Wetering'. Deze beheersverordening maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar zorgt voor een bestendiging van hetgeen planologisch reeds mogelijk was. Indien sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zal dit via separate planvorming dienen te geschieden.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1 plan:
de beheersverordening 'Wetering' met identificatienummer NL.IMRO.1708.WeteringBVO-VA01 van de gemeente Steenwijkerland.
1.2 beheersverordening:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage.
1.3 aan- of uitbouw:
een aan een (hoofd)gebouw aanwezig bouwwerk dat ruimtelijk ondergeschikt is aan dat (hoofd)gebouw, maar in functioneel opzicht deel uitmaakt van dat (hoofd)gebouw;
1.4 aan-huis-verbonden beroep:
een beroep, dat in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend en dat is gericht op het verlenen van diensten;
1.5 agrarisch bedrijf:
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, niet zijnde een agrarisch nevenbedrijf;
1.6 agrarisch nevenbedrijf:
een bedrijf of een naar de aard en omvang daarmee gelijk te stellen activiteit met een grondgebonden of niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering (deze laatste van beperkte omvang), dat ondergeschikt is aan een woon- of bedrijfsfunctie;
1.7 bedrijfsgebouw:
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
1.8 bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
1.9 bestemmingsvlak:
een op de kaart aangegeven vlak met eenzelfde bestemming;
1.10 bestemmingsgrens:
een op de kaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bestemmingsvlak;
1.11 bevoegd gezag:
bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
1.12 bijgebouw:
een gebouw, dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw;
1.13 bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
1.14 bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.15 bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
1.16 bouwvlak:
een op de kaart aangegeven vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop gebouwen zijn toegelaten;
1.17 bouwgrens:
een op de kaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak;
1.18 bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.19 bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel;
1.20 bebouwingspercentage:
een op de kaart of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;
1.21 complementair horecabedrijf:
een horecabedrijf dat is gericht op het verstrekken van dranken en etenswaren aan met name recreanten, zoals theehuisjes, ijssalons, croissanterieën, lunchrooms, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen horecabedrijven;
1.22 cultuurgrond:
grasland, akkerbouw- en tuinbouwgronden;
1.23 dak:
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
1.24 (dag)recreatief medegebruik:
een (dag)recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan;
1.25 detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
1.26 dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling:
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden;
1.27 gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.28 geluidzoneringsplichtige inrichting:
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidzone moet worden vastgesteld;
1.29 groepsaccommodatie:
een verblijf met meer dan tien slaapplaatsen, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
1.30 grondgebonden agrarische bedrijfsvoering:
een agrarische bedrijfsvoering, waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond;
1.31 hoofdgebouw:
een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;
1.32 horecabedrijf en/of -instelling:
een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie c.q. prostitutie;
1.33 hotel of pension:
een horecabedrijf waar de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van logies;
1.34 kaart:
de kaart met bijbehorende verklaring, bestaande uit 2 bladen, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven, zoals opgenomen in Bijlage 1 Kaart;
1.35 kampeermiddel:
a.een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan;
b.enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde;
één en ander voorzover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
1.36 kampeerterrein:
een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die in-richting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf;
1.37 kleinschalig kampeerbedrijf:
een bedrijf of een daarmee gelijk te stellen activiteit, welk(e) gericht is op het verstrekken van standplaatsen aan kampeermiddelen en welk(e) ondergeschikt is aan een woon- of bedrijfsfunctie;
1.38 kleinschalig logiesverstrekkend bedrijf:
een logiesverstrekkend bedrijf, of een daarmee gelijk te stellen activiteit, welk(e) ondergeschikt is aan een woon- of andere bedrijfsfunctie;
1.39 kleinschalig vervoermiddelenverhuurbedrijf:
een vervoermiddelenverhuurbedrijf, of een daarmee gelijk te stellen activiteit, welk(e) ondergeschikt is aan een woon- of andere bedrijfsfunctie;
1.40 kleinschalige bedrijfmatige activiteit:
een bedrijf of een daarmee gelijk te stellen activiteit, welk(e) ondergeschikt is aan een woon- of andere bedrijfsfunctie, zoals kleinschalige logiesverstrekkende bedrijven, vervoermiddelenverhuurbedrijven, winkels e.a., en kampeerbedrijven;
1.41 kleinschalige winkels e.a.:
de uitoefening van detailhandel, inclusief kunstnijverheid en/of ateliers, of een daarmee gelijk te stellen activiteit, welk(e) ondergeschikt is aan een woon- of andere bedrijfsfunctie;
1.42 landschappelijke waarden:
de cultuurhistorische en de visuele waarden van het landschap;
1.43 logiesverstrekkend bedrijf:
een bedrijf waar, tegen vergoeding, logies wordt verstrekt, waarbij de logieseenheden enkel zijn ingericht voor nachtverblijf en waarbij naast het verstrekken van logies mogelijk accommodaties worden aangeboden voor dagverblijf en maaltijdbereiding;
1.44 logiesverstrekking:
het verstrekken van logies, waarbij de logieseenheden enkel zijn ingericht voor nachtverblijf, naast het verstrekken van logies worden accommodaties aangeboden voor dagverblijf en maaltijdbereiding;
1.45 natuurlijke waarden:
de abiotische en biotische waarden van het gebied;
1.46 niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering:
een agrarische bedrijfsvoering, waarbij hoofdzakelijk geen gebruik wordt gemaakt van open grond;
1.47 permanente bewoning:
bewoning in een gebouw dat kan worden aangemerkt als een aantoonbaar hoofdverblijf;
1.48 peil:
a.voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst:
1.de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
b.voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst:
1.49 productiegebonden detailhandel
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;
1.50 prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding;
1.51 recreatieve bewoning:
de bewoning door derden, niet zijnde de eigenaar van de woning, voor verblijfsrecreatieve doeleinden.
1.52 schiphuis:
een gebouw, uitsluitend bedoeld voor de stalling van boten;
1.53 seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen wordt verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.54 stacaravan:
een caravan die, ook al is hij niet bouwvergunningsplichtig, toch als een gebouw valt aan te merken;
1.55 standplaats voor kampeermiddel:
een aaneengesloten stuk grond op een kampeerterrein, al dan niet af-gebakend, waarop krachtens het plan plaatsen van een kampeermiddel, of meerdere bij elkaar behorende kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, is toegestaan;
1.56 trekkershut:
een, op een terrein met centraal beheer, permanent ter plaatse aanwezig recreatief verblijf dat wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
1.57 woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor permanente bewoning voor één afzonderlijk huishouden;
1.58 woongebouw:
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat, welke woningen zijn te bereiken door middel van één of meer gemeenschappelijke verkeersruimten;
1.59 woonhuis:
een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;
1.60 woonschip:
een zich in het water bevindend, hoofdzakelijk niet voor varen bedoeld object, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijke huishouding;
Artikel 2 Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1 de (bouw)hoogte/de nokhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het bouwwerk;
2.2 de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.3 de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.4 de oppervlakte van een bouwwerk:
buitenwerks, bovengrondse bouwonderdelen vanaf 1,00 m boven peil meegerekend;
2.5 de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Woondoeleinden
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woondoeleinden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.woonhuizen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep;
b.een aannemersbedrijf, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'aannemersbedrijf toegestaan';
c.aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
waarbij de instandhouding van de landschappelijke waarden wordt nagestreefd en, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristiek', de instandhouding van de bestaande karakteristieke hoofdvorm wordt nagestreefd;
d.groenvoorzieningen;
e.sloten en bermen; met daaraan ondergeschikt:
f.straten en paden;
g.parkeervoorzieningen;
met de daarbijbehorende:
h.tuinen en erven;
i.bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2 Bouwregels
3.2.1
Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende bepaling:
a.als gebouw mogen uitsluitend de in lid 3.1 sub a en b genoemde gebouwen worden gebouwd.
3.2.2
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
a.als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen, zoals genoemd in lid 3.1 sub a worden gebouwd;
b.een hoofdgebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
c.de goothoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 3,50 m bedragen;
d.de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste 45° bedragen;
e.de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten hoogste 60° bedragen.
3.2.3
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woonhuizen gelden de volgende bepalingen:
a.de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen zal ten hoogste 75 m² per hoofdgebouw bedragen, met inachtneming van de volgende bepaling:
1de gezamenlijke oppervlakte zal ten hoogste 80% van de oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen;
b.de goothoogte van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
c.de dakhelling van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten minste 30° bedragen;
d.de dakhelling van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten hoogste 60° bedragen.
3.2.4
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
a.de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
3.2.5.
In afwijking van en/of in aanvulling op het bepaalde in sub 3.2.1 en 3.2.2 geldt voor de gronden die op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristiek' dat de hoofdvorm van de als zodanig aangeduide gebouwen, bepaald door de oppervlakte van het grondvlak, gevelbreedte, (goot)hoogte, dakhelling en nokrichting, zoals die bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan gehandhaafd dient te worden, met dien verstande dat een afwijking van de (goot-)hoogte van ten hoogste 5% is toegestaan, waarbij de dakhelling dienovereenkomstig mag worden aangepast.
3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.3.1
Het is verboden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
a.het realiseren van een insteekhaven voor een boot;
b.het geheel of gedeeltelijk slopen van gebouwen op de tot 'Woondoeleinden' bestemde gronden, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristiek'.
3.3.2
Het in lid 3.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
a.het normale onderhoud betreffen;
b.reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
3.3.3
De in lid 3.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, zoals genoemd onder sub a mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische en de landschappelijke waarden van het gebied.
3.3.4
De in lid 3.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, voor de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, zoals genoemd onder sub b mits:
a.de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder in-grijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld;
b.de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven;
c.het delen van een pand of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen one-venredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt.
3.4 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, voor afwijking van:
a.Het bepaalde in lid 3.2.1en toestaan dat bij een hoofdgebouw een schiphuis wordt gebouwd, mits:
1per hoofdgebouw ten hoogste één schiphuis wordt gebouwd;
2de hoogte van een schiphuis ten hoogste 4,00 m zal bedragen;
3de dakhelling van een schiphuis ten minste 15° zal bedragen;
4de oppervlakte van een schiphuis ten hoogste 25 m² zal bedragen;
b.het bepaalde in lid 3.2.2 onder b en toestaan dat een hoofdgebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits:
1de karakteristieke hoofdvorm van het oorspronkelijke hoofdgebouw behouden blijft, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristiek';
2geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden;
3de inhoud van het hoofdgebouw inclusief de uitbreidingen ten hoogste 750 m³ zal bedragen;
4de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwenten hoogste 30% van het bouwperceel zal bedragen;
c.het bepaalde in lid 3.2.2 onder c en toestaan dat de goothoogte van een hoofdgebouw wordt verhoogd tot 5,50 m;
d.het bepaalde in lid 3.2.2 onder d en lid 3.2.3 onder c en toestaan dat de dakhelling van een gebouw wordt verlaagd tot 0°;
e.het bepaalde in lid 3.2.2 onder e en lid 3.2.3 onder d en toestaan dat de dakhelling van gebouwen wordt verhoogd tot 80º;
f.het bepaalde in lid 3.2.3 onder a en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen per hoofdgebouw wordt vergroot tot 100 m², mits:
1de vergroting noodzakelijk is ten behoeve van de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een agrarische hobbyactiviteit dan wel, indien een andere functie krachtens deze bestemming is toegestaan, ten behoeve van de uitoefening van die functie;
h.het bepaalde in lid 3.2.3, sub a, en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte aan aan-, uitbouwen en bijgebouwen zal worden vergroot tot 150 m² , mits het gezamenlijke oppervlak van aan-, uitbouwen en bijgebouwen niet meer bedraagt dan 50% van het bestaande gezamenlijke bebouwde oppervlak van aan-, uitbouwen en bijgebouwen.
3.5 Specifieke gebruiksregels
3.5.1
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
3.5.2
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 3.5.1, wordt in ieder geval gerekend:
a.het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning;
b.het gebruik van een woonhuis voor meer dan één woning;
c.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een agrarisch bedrijf;
d.de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
e.het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag v an schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en zandopslag;
f.het storten van puin en afvalstoffen;
g.het realiseren van een ligplaats voor boten, anders dan voor eigen gebruik;
h.het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
i.het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden en/of verblijfsrecreatieve doeleinden;
j.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, kunstnijverheid en ateliers;
k.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen;
l.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
m.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep, zodanig dat de bedrijfsvloeroppervlakte:
1meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel;
2meer bedraagt dan 50 m²;
n.het gebruik van de gronden en bouwwerken voor recreatieve bewoning.
3.6 Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, voor afwijking van:
a.het bepaalde in lid 3.5.2 sub b juncto lid 3.5.1 en toestaan dat hoofdgebouwen mogen worden gebruikt voor:
12 woningen mits de inhoud van het hoofdgebouw ten minste 1000 m³ en ten hoogste 1500 m³ bedraagt;
23 woningen mits de inhoud van het hoofdgebouw ten minste 1500 m³ bedraagt.
3.6.2
Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 3.5.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Artikel 4 Maatschappelijke doeleinden
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijke doeleinden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.gebouwen ten behoeve van:
1religieuze doeleinden;
2sociaal-culturele doeleinden;
waarbij de instandhouding van de landschappelijke waarden wordt nagestreefd;
met daaraan ondergeschikt:
b.parkeervoorzieningen;
c.groenvoorzieningen;
d.paden;
e.water;
met de daarbijbehorende:
f.tuinen, erven en terreinen;
g.bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2 Bouwregels
4.2.1
Voor het bouwen van de in lid 4.1 sub a genoemde gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a.een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
b.de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste 4,50 m bedragen;
c.de dakhelling van een gebouw zal ten minste 30° bedragen;
d.de dakhelling van een gebouw zal ten hoogste 60° bedragen.
4.2.2
a.Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
De hoogte van bouwwerken ,geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
4.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen,mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de archeologische waarden, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, voor afwijking van:
a.het bepaalde in lid 4.2.1 onder a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen ten hoogste gelijk zal zijn aan de oppervlakte van het bouwvlak.
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
4.4.2
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 4.4.1, wordt in ieder geval gerekend:
a.het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden;
b.de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
c.het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en zandopslag;
d.het storten van puin en afvalstoffen;
e.het realiseren van een ligplaats voor boten, anders dan voor eigen gebruik;
f.het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
g.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 4.4.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Artikel 5 Bedrijfsdoeleinden
5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijfsdoeleinden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.bedrijfsgebouwen ten behoeve van bedrijven, welke zijn genoemd in Bijlage 3 bij het volgnummer dat in het bestemmingsvlak is aangegeven, niet zijnde geluidszoneringsplichtige inrichtingen;
b.bedrijfswoningen;
c.aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning;
waarbij de instandhouding van de landschappelijke waarden wordt nagestreefd en, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristiek',de instandhouding van de bestaande karakteristieke hoofdvorm wordt nagestreefd;
met daaraan ondergeschikt:
d.parkeervoorzieningen;
e.groenvoorzieningen;
f.water;
met de daarbij behorende:
g.tuinen, erven en terreinen;
h.bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5.2 Bouwregels
5.2.1
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a.als gebouw mogen uitsluitend de in lid 5.1 sub a, b en c genoemde gebouwen worden gebouwd;
b.de gebouwen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd;
c.per bestemmingsvlak zullen uitsluitend gebouwen ten behoeve van één bedrijf worden gebouwd;
d.het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bedrijf bedragen;
e.de goothoogte van een bedrijfsgebouw zal maximaal 4,00 m bedragen;
f.de dakhelling van een bedrijfsgebouw zal ten minste 30° bedragen;
g.de dakhelling van een bedrijfsgebouw zal ten hoogste 60° bedragen;
h.een inhoud van een bedrijfswoning zal maximaal 750 m³ bedragen;
i.de goothoogte van een bedrijfswoning zal maximaal 5,50 m bedragen;
j.de dakhelling van een bedrijfswoning zal ten minste 30° bedragen;
k.de dakhelling van een bedrijfswoning zal ten hoogste 60° bedragen;
l.de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning zal maximaal 75 m² bedragen;
m.de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen zal maximaal 3,00 m bedragen;
n.de dakhelling van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten hoogste 60° bedragen;
5.2.2
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
a.de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
5.2.3
In afwijking van en/of in aanvulling op het bepaalde in sub 5.2.1 geldt voor de gronden die op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristiek' dat de hoofdvorm van de als zodanig aangeduide gebouwen, bepaald door de oppervlakte van het grondvlak, gevelbreedte, (goot)hoogte, dakhelling en nokrichting, zoals die bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan gehandhaafd dient te worden, met dien verstande dat een afwijking van de (goot-)hoogte van ten hoogste 5% is toegestaan, waarbij de dakhelling dienovereenkomstig mag worden aangepast.
5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden
5.3.1
Het is verboden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
a.het geheel of gedeeltelijk slopen van gebouwen op de tot 'Bedrijfsdoeleinden' bestemde gronden, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristiek'.
5.3.2
Het in lid 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
a.het normale onderhoud betreffen;
b.reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
5.3.3
De in lid 5.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits:
a.de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld;
b.de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven;
c.het delen van een pand of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt.
5.4 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen,mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,voor het afwijken van:
a.het bepaalde in lid 5.2.1 onder b en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:
1de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen ten hoogste gelijk zal zijn aan de oppervlakte van het bouwvlak;
2geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden;
b.het bepaalde in lid 5.2.1 sub e en toestaan dat de goothoogte van een bedrijfsgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 5,50 m;
c.het bepaalde in lid 5.2.1 sub f en j en toestaan dat de dakhelling van een bedrijfsgebouw en/of bedrijfswoning wordt verlaagd tot 0°;
d.het bepaalde in lid 5.2.1 sub g, k en n en toestaan dat de dakhelling van een bedrijfsgebouw, bedrijfswoning en/of aan- en uitbouw en/of bijgebouw wordt vergroot tot 80°.
5.5 Specifieke gebruiksregels
5.5.1
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
5.5.2
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 5.5.1, wordt in ieder geval gerekend:
a.het storten van puin en afvalstoffen, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering;
b.de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
c.het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en zandopslag, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering;
d.het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
e.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden en/of verblijfsrecreatieve doeleinden;
f.het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, kunstnijverheid en ateliers;
g.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
h.het realiseren van een ligplaats voor boten, anders dan voor eigen gebruik.
5.6 Afwijken van de gebruiksregels
5.6.1
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, voor het afwijken van:
a.het bepaalde in lid 5.1. sub a juncto lid 5.5.1 en toestaan dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met bedrijven genoemd in Bijlage 2 onder de categorieën 1 en 2, mits het geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen betreft;
b.het bepaalde in lid 5.1 sub a juncto lid 5.5.1 en toestaan dat de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor bedrijven,welke naar de aard en de invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met het bedrijf genoemd in bijlage 2 bij het volgnummer dat in het bestemmingsvlak is aangegeven, mits dit bedrijf is genoemd in Bijlage 2 onder de categorieën 1 of 2, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, één en ander met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen.
5.6.2
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 5.5.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Artikel 6 Agrarische bedrijven
6.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarische bedrijven' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.gebouwen ten behoeve van:
1agrarische bedrijven, met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, rietteelt daaronder begrepen;
2bedrijfswoningen, tenzij de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'geen bedrijfswoning toegestaan';
b.aan- en uitbouwen van en bijgebouwen bij een bedrijfswoning;
waarbij de instandhouding van de landschappelijke waarden wordt nagestreefd;
met daaraan ondergeschikt:
c.groenvoorzieningen;
d.water;
met de daarbij behorende:
e.tuinen, erven en terreinen;
f.bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
6.2 Bouwregels
6.2.1
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a.per bestemmingsvlak mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van één agrarisch bedrijf al dan niet in combinatie met de in lid 6.1 sub a, onder 2 genoemde doeleinden worden gebouwd;
b.een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
c.het aantal bedrijfswoningen zal per agrarisch bedrijft en hoogste één bedragen met uitzondering van de gronden welke op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'twee bedrijfswoningen toegestaan', in welk geval maximaal twee bedrijfswoningen zijn toegestaan;
d.een afzonderlijk bedrijfsgebouw bedraagt maximaal 1500 m²;
e.de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen zal maximaal 2000 m² bedragen;
f.de goothoogte van een bedrijfsgebouw zal maximaal 4,00 m bedragen;
g.de dakhelling van een bedrijfsgebouw zal ten minste 25° bedragen;
h.de dakhelling van een bedrijfsgebouw zal ten hoogste 60° bedragen;
i.de nokhoogte van een bedrijfsgebouw zal maximaal 14,00 m bedragen;
j.een bedrijfswoning zal maximaal 750 m³ bedragen;
k.de goothoogte van een bedrijfswoning zal maximaal 5,50 m bedragen;
l.de dakhelling van een bedrijfswoning zal ten minste 30° bedragen;
m.de dakhelling van een bedrijfswoning zal ten hoogste 60° bedragen;
n.de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning zal maximaal 75 m² bedragen;
o.de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen zal maximaal 3,00 m bedragen;
p.de dakhelling van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten hoogste 60° bedragen;
6.2.2
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
a.de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 10,00 m bedragen.
6.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,voor het afwijken van:
a.het bepaalde in lid 6.2.1 sub b en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:
1de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen ten hoogste gelijk zal zijn aan de oppervlakte van het bouwvlak;
2geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden;
b.het bepaalde in lid 6.2.1 sub c en toestaan dat per agrarisch bedrijf een tweede bedrijfswoning wordt gebouwd, mits de gronden op de kaart niet zijn voorzien van de aanduiding 'geen bedrijfswoning toegestaan';
c.het bepaalde in lid 6.2.1 sub d en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen per bestemmingsvlak wordt vergroot tot 3000 m²;
d.het bepaalde in lid 6.2.1 sub f en toestaan dat de goothoogte van een bedrijfsgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 5,50 m;
e.het bepaalde in lid 6.2.1 sub g en l en toestaan dat de dakhelling van een bedrijfsgebouw en/of bedrijfswoning wordt verlaagd tot 0°;
f.het bepaalde in lid 6.2.1 sub h, m en p en toestaan dat de dakhelling van een bedrijfsgebouw, bedrijfswoning en/of aan- en uitbouw en/of bijgebouw wordt vergroot tot 80°.
6.4 Specifieke gebruiksregels
6.4.1
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
6.4.2
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 6.4.1, wordt in ieder geval gerekend:
a.het storten van puin en afvalstoffen, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering;
b.destallingenopslagvanaanhetoorspronkelijkgebruikonttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
c.hetgebruikvandegrondenenbouwwerkenvoordeopslagvan schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en zandopslag, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering;
d.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden;
e.het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een tuinbouwbedrijf;
f.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, kunstnijverheid en ateliers;
g.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van de verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen;
h.het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
i.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
j.het realiseren van een ligplaats voor boten, anders dan voor eigen gebruik.
6.5 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 6.4.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Artikel 7 Recreatieve doeleinden 1
7.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatieve doeleinden 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.gebouwen, voorzover ten dienste van de recreatie, ten behoeve van:
1een zeilschool;
2een botenverhuurbedrijf;
3een complementair horecabedrijf;
4een groepsaccommodatie;
indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'watersportcentrum toegestaan';
b.gebouwen ten behoeve van:
1appartementen;
2een pension;
3een horecabedrijf in de vorm van een theeschenkerij;
indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'verblijfsrecreatie toegestaan';
c.bedrijfswoningen,tenzij de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'geen bedrijfswoning toegestaan';
d.aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning;
e.standplaatsen voor kampeermiddelen ,indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'kampeerterrein toegestaan';
f.gebouwen, voorzover ten dienste van een kampeerterrein, ten behoeve van:
1sanitaire voorzieningen;
2onderhoud en beheer;
g.aanleggelegenheid, zoals een haven;
waarbij de instandhouding van de landschappelijke waarden wordt nagestreefd en, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristiek',de instandhouding van de bestaande karakteristieke hoofdvorm wordt nagestreefd;
met daaraan ondergeschikt:
h.parkeervoorzieningen;
i.water;
met de daarbij behorende:
j.tuinen, erven en terreinen;
k.bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
7.2 Bouwregels
7.2.1
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a.per bestemmingsvlak mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde functies worden gebouwd;
b.het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bedrijf bedragen;
c.de gebouwen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd;
d.de goothoogte van een bedrijfsgebouw zal maximaal 4,00 m bedragen;
e.de dakhelling van een bedrijfsgebouw zal ten minste 30° bedragen;
f.de dakhelling van een bedrijfsgebouw zal ten hoogste 60° bedragen;
g.een bedrijfswoning zal maximaal 750 m³ bedragen;
h.de goothoogte van een bedrijfswoning zal maximaal 5,50 m bedragen;
i.de dakhelling van een bedrijfswoning zal ten minste 30° bedragen;
j.de dakhelling van een bedrijfswoning zal ten hoogste 60° bedragen;
k.de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning zal maximaal 75 m² bedragen;
l.de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen zal maximaal 3,00 m bedragen;
m.de dakhelling van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten hoogste 60° bedragen;
n.het gezamenlijke oppervlak van gebouwen ten behoeve van sanitaire voorzieningen, onderhoud en beheer zal maximaal 100 m² bedragen;
o.de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van sanitaire voorzieningen, onderhoud en beheer zal maximaal 3,00 m bedragen.
7.2.2
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
a.De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
7.2.3
In afwijking van en/of in aanvulling op het bepaalde in sub 7.2.1geldt voor de gronden die op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristiek' dat de hoofdvorm van de als zodanig aangeduide gebouwen, bepaald door de oppervlakte van het grondvlak, gevelbreedte, (goot)hoogte, dakhelling en nokrichting, zoals die bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan gehandhaafd dient te worden, met dien verstande dat een afwijking van de (goot-)hoogte van ten hoogste 5% is toegestaan, waarbij de dakhelling dienovereenkomstig mag worden aangepast.
7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden
7.3.1
Het is verboden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
a.het geheel of gedeeltelijk slopen van gebouwen op de tot 'Recreatieve doeleinden 1'bestemdegronden,indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'karakteristiek'.
7.3.2
Het in lid 7.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
a.het normale onderhoud betreffen;
b.reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
7.3.3
De in lid 7.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits:
a.de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand kan worden hersteld;
b.de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven;
c.het delen van een pand of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt.
7.4 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, voor het afwijken van:
a.het bepaalde in lid 7.2.1 sub c en toestaan dat gebouwen gedeeltelijk buiten een bouwvlak wordt gebouwd, mits:
1de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen ten hoogste gelijk zal zijn aan de oppervlakte van het bouwvlak;
2geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden;
b.het bepaalde in lid 7.2.1 sub d en toestaan dat de goothoogte van een bedrijfsgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 5,50 m;
c.het bepaalde in lid 7.2.1 sub e en i en toestaan dat de dakhelling van een bedrijfsgebouw en/of bedrijfswoning wordt verlaagd tot 0°;
d.het bepaalde in lid 7.2.1 sub f, j en m en toestaan dat de dakhelling van een bedrijfsgebouw,bedrijfswoningen/of aan- en uitbouw en/of bijgebouw wordt vergroot tot 80°.
7.5 Specifieke gebruiksregels
7.5.1
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
7.5.2
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 7.5.1., wordt in ieder geval gerekend:
a.het storten van puin en afvalstoffen;
b.de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
c.het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag van afbraak- en bouwmaterialen, grond -en bodemspecie en zandopslag;
d.het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, kunstnijverheid en ateliers;
e.het gebruik van de gronden als ligplaats voor een woonschip;
f.het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, voorzover niet aangeduid met de aanduiding 'kampeerterrein toegestaan';
g.het gebruik van de gronden als standplaats voor meer dan het op de kaart aangegeven maximum aantal standplaatsen voor kampeermiddelen;
h.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.
7.6 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 7.5.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Artikel 8 Recreatieve doeleinden 2
8.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatieve doeleinden 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.dagrecreatie;
b.aanleggelegenheid, zoals een haven;
waarbij de instandhouding van de landschappelijke waarden wordt nagestreefd;
met daaraan ondergeschikt:
c.paden;
d.parkeervoorzieningen;
e.groenvoorzieningen;
f.water;
met de daarbij behorende:
g.tuinen, erven en terreinen;
h.gebouwen, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'gebouw toegestaan';
i.bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
8.2 Bouwregels
8.2.1
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a.een gebouw mag uitsluitend worden gebouwd indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'gebouw toegestaan';
b.de hoogte van een gebouw zal ten hoogste 3,50 m bedragen.
8.2.2
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
a.De hoogte van bouwwerken,geen gebouwen zijnde,zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
8.3 Specifieke gebruiksregels
8.3.1
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
8.3.2
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 8.3.1, wordt in ieder geval gerekend:
a.het storten van puin en afvalstoffen;
b.de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
c.het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en zandopslag, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering;
d.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden;
e.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.
8.4 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 8.3.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Artikel 9 Nutsdoeleinden
9.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Nutsdoeleinden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.gebouwen ten behoeve van het openbaar nut,zoals transformatorgebouwen, gebouwen ten behoeve van de gasvoorziening, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen;
met de daarbij behorende:
b.terreinen;
c.bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
9.2 Bouwregels
9.2.1
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
a.de gebouwen zullen binnen het bouwvlak worden gebouwd;
b.de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
c.de dakhelling van een gebouw zal ten hoogste 45° bedragen.
9.2.2
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
a.de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
9.3 Specifieke gebruiksregels
9.3.1
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
9.3.2
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming zoals bedoeld in lid 9.3.1, wordt in ieder geval gerekend:
a.het storten van puin en afvalstoffen;
b.de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
c.het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en zandopslag;
d.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden;
e.het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, kunstnijverheid en ateliers;
f.het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
g.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.
9.4 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 9.3.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Artikel 10 Landschappelijk waardevol landbouwgebied
10.1 Bestemmingsbepalingen
De voor 'Landschappelijk waardevol landbouwgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.cultuurgrond, waarbij de instandhouding, het herstel en de ontwikkeling van de archeologische en landschappelijke waarden wordt nagestreefd;
b.een standplaats voor één caravan, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'caravan toegestaan';
c.het stallen van caravans, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'caravanstalling toegestaan';
d.een gebouw ten behoeve van het stallen van caravans, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'caravanstalling toegestaan';
met daaraan ondergeschikt:
e.(dag)recreatieve voorzieningen voor eigen gebruik;
f.water;
met de daarbijbehorende:
g.bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder overkappingen.
10.2 Bouwregels
10.2.1
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende bepalingen:
a.een gebouw mag uitsluitend worden gebouwd indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'caravanstalling toegestaan';
b.de hoogte van een gebouw zal ten hoogste 3,50 m bedragen.
10.2.2
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
a.een overkapping mag uitsluitend worden gebouwd indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'caravanstalling toegestaan';
b.de hoogte van een overkapping zal ten hoogste 3,50 m bedragen;
c.de hoogte van overige bouwwerken,geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden
10.3.1
Het is verboden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
a.het planten en/of verwijderen van bebossing en beplanting;
b.het realiseren van een ligplaats voor een boot;
c.het aanleggen, verharden en/of verbreden van wegen en paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
d.het aanbrengen van dagrecreatieve voorzieningen;
e.het aanleggen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen;
f.het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 50 cm, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijk historische vindplaatsen worden uitgevoerd.
10.3.2
Het in lid 10.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
a.het normale onderhoud betreffen;
b.reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
10.3.3
De in lid 10.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische en de landschappelijke waarden van het gebied.
10.4 Specifieke gebruiksregels
10.4.1
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
10.4.2
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 10.4.1, wordt in ieder geval gerekend:
a.het storten van puin en afvalstoffen;
b.de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
c.het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en zandopslag;
d.het gebruik van de gronden als standplaatsen voor kampeermiddelen, tenzij:
1de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'caravan toegestaan', in welk geval een standplaats voor één caravan is toegestaan gedurende de periode van 1 mei tot en met 31 augustus;
e.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
f.het realiseren van een ligplaats voor boten, anders dan voor eigen gebruik;
g.het realiseren van (dag)recreatieve voorzieningen, anders dan voor eigen gebruik;
h.het gebruik van de gronden, die op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'caravanstalling toegestaan', voor het stallen van meer dan 2 caravans.
10.5 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 10.4.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Artikel 11 Bebossing
11.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bebossing' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.bebossing, waarbij de instandhouding van de archeologische en landschappelijke waarden wordt nagestreefd;
b.groenvoorzieningen;
c.een gebouw ten behoeve van onderhoud en beheer, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding 'gebouw toegestaan';
met daaraan ondergeschikt:
d.(dag)recreatieve voorzieningen voor eigen gebruik;
e.water;
met de daarbijbehorende:
f.bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
11.2 Bouwregels
11.2.1
Voor het bouwen van een gebouw geldt de volgende bepaling:
a.de hoogte van een gebouw, zal ten hoogste 3,50 m bedragen.
11.2.2
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
a.de hoogte van bouwwerken,geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden
11.3.1
Het is verboden zonder of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
a.het planten en/of verwijderen van bebossing en beplanting;
b.het realiseren van een ligplaats voor een boot;
c.het aanbrengen van dagrecreatieve voorzieningen;
d.het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 50 cm, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijk historische vindplaatsen worden uitgevoerd;
e.het gebruik van gronden en bouwwerken voor (dag)recreatieve voorzieningen, anders dan voor eigen gebruik;
f.het gebruik van gronden en bouwwerken anders dan ten behoeve van onderhoud en beheer.
11.3.2
Het in lid 11.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
a.het normale onderhoud betreffen;
b.reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
11.3.3
De in lid 11.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits geenonevenredigeafbreuk wordt gedaan aan de archeologische en de landschappelijke waarden van het gebied.
11.4 Specifieke gebruiksregels
11.4.1
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
11.4.2
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 11.4.1, wordt in ieder geval gerekend:
a.het storten van puin en afvalstoffen;
b.de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
c.het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en zandopslag;
d.het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
e.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
f.het realiseren van een ligplaats voor boten, anders dan voor eigen gebruik;
g.het realiseren van dagrecreatieve voorzieningen, anders dan voor eigen gebruik.
11.5 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 11.4.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Artikel 12 Verkeersdoeleinden
12.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeersdoeleinden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.wegen en straten;
b.fiets- en voetpaden;
c.groenvoorzieningen;
d.waterkering;
waarbij gestreefd wordt naar een inrichting hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het verkeer;
met daaraan ondergeschikt:
e.parkeervoorzieningen;
f.tuinen en erven;
met de daarbij behorende:
bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
12.2 Bouwregels
12.2.1
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
12.2.2
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
a.de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
12.3 Specifieke gebruiksregels
12.3.1
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
12.3.2
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 12.3.1, wordt in ieder geval gerekend:
a.het storten van puin en afvalstoffen;
b.de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
c.het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag van afbraak- en bouwmaterialen, grond -en bodemspecie en zandopslag;
d.het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
e.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
f.het aanleggen van wegen en paden of anderszins inrichten van het bestemmingsvlak in afwijking van het op de kaart aangegeven dwarsprofiel.
12.4 Afwijken van de gebruiksregels
12.4.1
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, voor het afwijken van:
a.het bepaalde in lid 12.3.2 onder f, en toestaan dat wordt afgeweken van het op de kaart aangegeven dwarsprofiel, mits hierdoor geen wezenlijke verandering in de geluidssituatie optreedt.
12.4.2
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 12.3.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Artikel 13 Water
13.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.sloten, grachten en vaarten, en daarmee gelijk te stellen waterlopen;
b.riet- en oeverland;
c.bruggen;
d.aanleggelegenheid;
waarbij de instandhouding van de landschappelijke waarden wordt nagestreefd; met daaraan ondergeschikt:
e.(dag)recreatief medegebruik;
met de daarbij behorende:
f.bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
13.2 Bouwregels
13.2.1
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
13.2.2
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
a.er mogen geen steigers, vlonders en plankieren worden gebouwd;
b.de hoogte van oeverbeschoeiingen zal ten hoogste 0,40m vanaf het winter(water)peil bedragen;
c.de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
13.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, voor het afwijken van:
a.het bepaalde in lid 13.2.2 sub a en toestaan dat steigers, vlonders en/of plankieren worden gebouwd, mits de hoogte ten hoogste 0,50m vanaf het winter(water)peil zal bedragen;
b.het bepaalde in lid 13.2.2 sub b en toestaan dat de hoogte van oeverbeschoeiingen wordt verhoogd tot 1,00 m vanaf het winter(water)peil.
13.4 Specifieke gebruiksregels
13.4.1
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
13.4.2
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 13.4.1, wordt in ieder geval gerekend:
a.het storten van afval;
b.de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
c.het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de opslag van afbraak- en bouwmaterialen, grond -en bodemspecie en zandopslag, anders dan in het kader van de bedrijfsvoering;
d.het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
e.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden;
f.het gebruik van de gronden als ligplaats voor een woonschip;
g.het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
h.het realiseren van een ligplaats voor boten, anders dan voor eigen gebruik.
13.5 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 13.4.1., indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 14 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 15 Algemene bouwregels
15.1 Parkeren
a.Een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of uitbreiden van gebouwen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor bewoners/gebruikers, en indien van toepassing werknemers en bezoekers, volgens de normering zoals is opgenomen "Notitie parkeernormen Steenwijkerland". Deze parkeergelegenheid moet zijn aangebracht in, op of onder het gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw behoort.
b.Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid a indien:
1het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit;
2op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien.
Artikel 16 Algemene afwijkingsregels
16.1 Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, voor het afwijken van:
a.de op de kaart of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste10%van die maten, afmetingen en percentages;
b.de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop en/of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of-intensiteit daartoe aanleiding geeft;
c.de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen en/of bestemmingsgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
d.de bestemmingsbepalingen en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot ten hoogste 40,00 m;
e.de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 10,00 m;
f.het bepaalde ten aanzien van het bouwen van (hoofd)gebouwen binnen het bouwvlak en toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door:
1plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen;
2gevel- en kroonlijsten en overstekende daken;
3erkers over maximaal de halve gevelbreedte,ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen;
mits de bouwgrens met niet meer dan 1,50 m overschrijdend;
g.het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot, mits:
1deze vergroting niet meer dan 20 m² per plaatselijke verhoging zal bedragen;
2de vergroting leidt tot een hoogte welke ten hoogste 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw zal bedragen.
16.2 Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen
Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van de beheersverordening is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 17 Overgangsrecht
17.1 Overgangsrecht bouwwerken
a.Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
1gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b.Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
c.Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
17.2 Overgangsrecht gebruik
a.Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
b.Het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
c.Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
d.Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 18 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het beheersverordening 'Wetering'.
Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Steenwijkerland van
21maart 2017 nr. 2017/20
Mij bekend,
de raadsgriffier.
Bijlage 2 Bedrijvenlijst
VNG-bestand categorale bedrijfsindeling 1999 (planologische selectie)
SBI-CODE
OMSCHRIJVING
MILIEUCATEGORIE
1
2
3
4
5
6
01
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW
014
Dienstverlening t.b.v. de landbouw
3
0141.1
Hoveniersbedrijven
1
0142
KI-stations
3
02
BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW
020
Bosbouwbedrijven
3
05
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN
0501.1
Zeevisserijbedrijven
3
0501.2
Binnenvisserijbedrijven
3
0502
Vis- en schaaldierkwekerijen:
1oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven
3
2visteeltbedrijven
3
11
AARDOLIE- EN AARDGASWINNING
111
Aardolie- en aardgaswinning:
1aardoliewinputten
4
2aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: < 100.000.000 N m³/d
5
3aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: >= 100.000.000 N m³/d
5
15
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
151
Slachterijen en overige vleesverwerking:
1slachterijen en pluimveeslachterijen
3
2vetsmelterijen
5
3bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval
4
4vleeswaren- en vleesconservenfabrieken
3
5loonslachterijen
3
152
Visverwerkingsbedrijven:
1drogen
5
2conserveren
4
3roken
4
4verwerken anderszins
4
1531
Aardappelproducten fabrieken
4
1532, 1533
Groente- en fruitconservenfabrieken:
1jam
3
2groente algemeen
3
3met koolsoorten
4
4met drogerijen
4
5met uienconservering (zoutinleggerij)
4
1541
Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten:
1p.c. < 250.000 t/j
4
2p.c. >= 250.000 t/j
4
1542
Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten:
1p.c. < 250.000 t/j
4
2p.c. >= 250.000 t/j
4
SBI-
CODE
OMSCHRIJVING
MILIEUCATEGORIE
1
2
3
4
5
6
1543
Margarinefabrieken:
1p.c. < 250.000 t/j
4
2p.c. >= 250.000 t/j
4
1551
Zuivelproductenfabrieken:
1gedroogde producten, p.c. >= 1,5 t/u
5
2geconcentreerde producten, verdamp. cap. >=20 t/u
5
3melkproductenfabrieken v.c. < 55.000 t/j
3
4melkproductenfabrieken v.c. >= 55.000 t/j
4
5overige zuivelproducten fabrieken
4
1552
Consumptie-ijsfabrieken
3
1561
Meelfabrieken
1p.c. < 500 t/u
4
2p.c. >= 500 t/u
4
Grutterswarenfabrieken
4
1562
Zetmeelfabrieken:
1p.c. < 10 t/u
4
2p.c. >= 10 t/u
4
1571
Veevoederfabrieken:
1destructiebedrijven
5
2beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek
5
3drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) cap.<10 t/u water
4
4drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder cap.>=10 t/u water
5
5mengvoeder, p.c. < 100 t/u
4
6mengvoeder, p.c. >= 100 t/u
4
1572
Vervaardiging van voer voor huisdieren
4
1581
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1v.c. < 2500 kg meel/week
2
2Brood- en beschuitfabrieken
3
1582
Banket-, biscuit- en koekfabrieken
3
Suikerfabrieken
1583
1v.c. < 2.500 t/j
5
2v.c. >= 2.500 t/j
5
1584
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
1Cacao- en chocoladefabrieken
5
2Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden
3
3Suikerwerkfabrieken met suiker branden
4
1585
Deegwarenfabrieken
3
1586
Koffiebranderijen en theepakkerijen:
1koffiebranderijen
5
2theepakkerijen
3
1587
Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden
4
1589
Vervaardiging van overige voedingsmiddelen
4
1589.1
Bakkerijgrondstoffenfabrieken
4
1589.2
Bakmeel- en puddingpoederfabrieken
4
1589.2
Soep- en soeparomafabrieken
1zonder poederdrogen
3
2met poederdrogen
4
1591
Destilleerderijen en likeurstokerijen
4
1592
Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:
1p.c. < 5.000 t/j
4
2p.c. >= 5.000 t/j
4
SBI-CODE
OMSCHRIJVING
MILIEUCATEGORIE
1
2
3
4
5
6
1593 t/m 1595
Vervaardiging van wijn, cider en andere niet gedestilleerde, gegiste dranken
2
1596
Bierbrouwerijen
4
1597
Mouterijen
4
1598
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken
3
16
VERWERKING VAN TABAK
160
Tabaksverwerkende industrie
4
17
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL
171
Bewerken en spinnen van textielvezels
3
172
weven van textiel
1aantal weefgetouwen < 50
3
2aantal weefgetouwen >= 50
4
173
Textielveredelingsbedrijven
3
174, 175
Vervaardiging van textielwaren
3
1751
Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken
4
176, 177
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
3
18
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
181
Vervaardiging kleding van leer
3
182
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (exclusief van leer)
2
183
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont
3
19
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCLUSIEF KLEDING)
191
Lederfabrieken
4
192
Lederwarenfabrieken (exclusief kleding en schoeisel)
3
193
Schoenenfabrieken
3
20
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.
2010.1
Houtzagerijen
3
2010.2
Houtconserveringsbedrijven:
1met creosootolie
4
2met zoutoplossingen
3
202
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken
3
203, 204
Timmerwerkfabrieken
3
205
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
2
21
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN
2111
Vervaardiging van pulp
4
2112
papier- en kartonfabrieken:
1p.c. < 3 t/u
3
2p.c. 3 - 15 t/u
4
3p.c. >= 15 t/u
4
SBI-CODE
OMSCHRIJVING
MILIEUCATEGORIE
1
2
3
4
5
6
212
Papier- en kartonwarenfabrieken
3
2121.2
Golfkartonfabrieken:
1p.c. < 3 t/u
3
2p.c. >= 3 t/u
4
22
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
221
Uitgeverijen (kantoren)
1
2221
Drukkerijen van dagbladen
3
2222
Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)
3
2222.6
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
2
2223
Grafische afwerking
1
Binderijen
2
2224
Grafische reproduktie en zetten
2
2225
Overige grafische aktiviteiten
2
223
Reproduktiebedrijven opgenomen media
1
23
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK.IND.
231
Cokesfabrieken
5
2320.1
Aardolieraffinaderijen
6
2320.2
Smeeroliën- en vettenfabrieken
3
Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie
4
Aardolieproductenfabrieken n.e.g.
4
24
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN
2411
Vervaardiging van industriële gassen:
1luchtscheidingsinstallatie v.c. >= 10 t/d lucht
5
2overige gassenfabrieken, niet explosief
5
3overige gassenfabrieken, explosief
5
2412
Kleur- en verfstoffenfabrieken
4
2413
Anorganische chemische grondstoffenfabrieken:
1niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
4
2vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
5
2414.1
Organische chemische grondstoffenfabrieken:
1niet vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
4
2vallend onder "post-Seveso-richtlijn"
5
Methanolfabrieken:
1p.c. < 100.000 t/j
4
2p.c. >= 100.000 t/j
4
2414.2
Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synthetisch):
1p.c. < 50.000 t/j
4
2p.c. >= 50.000 t/j
5
2415
Kunstmeststoffenfabrieken
5
2416
Kunstharsenfabrieken e.d.
5
242
Landbouwchemicaliënfabrieken:
1fabricage
5
2formulering en afvullen
5
243
Verf, lak en vernisfabrieken
4
SBI-CODE
OMSCHRIJVING
MILIEUCATEGORIE
1
2
3
4
5
6
2441
Farmaceutische grondstoffenfabrieken:
1p.c. < 1.000 t/j
4
2p.c. >= 1.000 t/j
5
2442
Farmaceutische productenfabrieken:
1formulering en afvullen geneesmiddelen
3
2verbandmiddelenfabrieken
2
2451
Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken
4
2452
Parfumerie- en cosmeticafabrieken
4
2461
Kruit-, vuurwerk-, en springstoffenfabrieken
5
2462
Lijm- en plakmiddelenfabrieken:
1zonder dierlijke grondstoffen
3
2met dierlijke grondstoffen
5
2464
Fotochemische productenfabrieken
3
2466
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken
3
Overige chemische productenfabrieken n.e.g.
4
247
Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken
4
25
VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF
2511
Rubberbandenfabrieken
4
2512
Loopvlakvernieuwingsbedrijven:
1vloeropp. < 100 m²
3
2vloeropp. > 100 m²
4
2513
Rubber-artikelenfabrieken
3
252
Kunststofverwerkende bedrijven:
1zonder fenolharsen
4
2met fenolharsen
4
26
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN
261
Glasfabrieken:
1glas en glasproducten, p.c. < 5.000 t/j
3
2glas en glasproducten, p.c. >= 5.000 t/j
4
3glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 t/j
4
4glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 t/j
5
2615
Glasbewerkingsbedrijven
3
262, 263
Aardewerkfabrieken:
1vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
3
2vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW
3
264
Baksteen- en baksteenelementenfabrieken
4
Dakpannenfabrieken
4
2651
Cementfabrieken:
1p.c. < 100.000 t/j
5
2p.c. >= 100.000 t/j
5
2652
Kalkfabrieken:
1p.c. < 100.000 t/j
4
2p.c. >= 100.000 t/j
5
2653
Gipsfabrieken:
1p.c. < 100.000 t/j
4
2p.c. >= 100.000 t/j
5
SBI-CODE
OMSCHRIJVING
MILIEUCATEGORIE
1
2
3
4
5
6
2661.1
Betonwarenfabrieken:
1zonder persen, triltafels en bekistingtrillers
4
2met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c.< 100 t/d
4
3met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. >= 100 t/d
5
2661.2
Kalkzandsteenfabrieken:
1p.c. < 100.000 t/j
3
2p.c. >= 100.000 t/j
4
2662
Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken
3
2663, 2664
Betonmortelcentrales:
1p.c. < 100 t/u
3
2p.c. >= 100 t/u
4
2665, 2666
Vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips:
1p.c. < 100 t/d
3
2p.c. >= 100 t/d
4
267
Natuursteenbewerkingsbedrijven:
1zonder breken, zeven en drogen
3
2met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 t/j
4
3met breken, zeven of drogen, v.c. >= 100.000 t/j
5
2681
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken
3
2682
Bitumineuze materialenfabrieken:
1p.c. < 100 t/u
4
2p.c. >= 100 t/u
5
Isolatiematerialenfabrieken (exclusief glaswol):
1steenwol, p.c. >= 5.000 t/j
4
2overige isolatiematerialen
4
Minerale productenfabrieken n.e.g.
3
Asfaltcentrales
4
27
VERVAARDIGING VAN METALEN
271
Ruwijzer- en staalfabrieken:
1p.c. < 1.000 t/j
5
2p.c. >= 1.000 t/j
6
272
IJzeren- en stalenbuizenfabrieken:
1p.o. < 2.000 m²
5
2p.o. >= 2.000 m²
5
273
Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen:
273
1p.o. < 2.000 m²
4
273
2p.o. >= 2.000 m²
5
274
Non-ferro-metaalfabrieken:
1p.c. < 1.000 t/j
4
2p.c. >= 1.000 t/j
5
Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen e.d.:
1p.o. < 2.000 m²
5
2p.o. >= 2.000 m²
5
2751, 2752
IJzer- en staalgieterijen/ - smelterijen
1p.c. < 4.000 t/j
4
2p.c. >= 4.000 t/j
5
2753, 2754
Non-ferro-metaalgieterijen/ - smelterijen:
1p.c. < 4.000 t/j
4
2p.c >=4.000 t/j
5
SBI-CODE
Omschrijving
Milieucategorie
1
2
3
4
5
6
28
VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN METAAL (EXCLUSIEF MACHINES/TRANSPORTMIDELEN)
281
Constructiewerkplaatsen:
1gesloten gebouw
3
2in open lucht, p.o. < 2.000 m²
4
3in open lucht, p.o. >= 2.000 m²
4
2821
Tank- en reservoirbouwbedrijven:
1p.o. < 2.000 m²
4
2p.o. >= 2.000 m²
5
2822, 2830
Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels
4
284
Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven
4
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.
3
2851
Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:
1algemeen
3
2scoperen (opspuiten van zink)
3
3thermisch verzinken
3
4thermisch vertinnen
3
5mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)
3
6anodiseren, eloxeren
3
7chemische oppervlaktebehandeling
3
8emailleren
3
9galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed)
3
10stralen
4
11metaalharden
3
12lakspuiten en moffelen
3
2852
Overige metaalbewerkende industrie
3
287
Grofsmederijen, anker- en
kettingfbrieken:
1p.o. < 2.000 m²
4
2p.o. >= 2.000 m²
5
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.
3
29
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN
29
Machine- en apparatenfabrieken:
29
1p.o. < 2.000 m²
3
29
2p.o. >= 2.000 m²
4
29
3met proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW
4
30
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
30
Kantoormachines- en computerfabrieken
3
31
VERVAARDIGING VAN OVERIGE ELEKTRONISCHE MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDHEDEN
311
Elektromotoren- en generatorenfabrieken
4
312
Schakel- en installatiemateriaalfabrieken
4
313
Elektrische draad- en kabelfabrieken
4
314
Accumulatoren- en batterijenfabrieken
3
315
Lampenfabrieken
4
316
Elektrotechnische industrie n.e.g.
3
3162
Koolelektrodenfabrieken
6
SBI-CODE
OMSCHRIJVING
MILIEUCATEGORIE
1
2
3
4
5
6
32
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-,
TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDHEDEN
321t/m 323
Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur en benodigdheden
3
3210
Fabrieken voor gedrukte bedrading
3
33
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN
33
Fabrieken voor medische apparaten en instrumenten, orthopedische artikelen, optische instrumenten en uurwerken
2
34
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS
341
Autofabrieken en assemblagebedrijven
1p.o. < 10.000 m²
4
2p.o. >= 10.000 m²
4
3420.1
Carrosseriefabrieken
4
3420.2
Aanhangwagen- en opleggerfabrieken
4
343
Auto-onderdelenfabrieken
3
35
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCLUSIEF AUTO'S, AANHANGWAGENS)
351
Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:
1houten schepen
3
2kunststof schepen
3
3metalen schepen < 25 m
4
4metalen schepen >= 25m en/of proefdraaien verbrandingsmotoren >= 1 MW
5
3511
Scheepssloperijen
5
352
Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:
1algemeen
3
2met proefdraaien van verbrandingsmotoren >= 1 MW
4
353
Vliegtuigbouw- en -reparatiebedrijven:
1zonder proefdraaien motoren
4
2met proefdraaien motoren
5
354
Rijwiel- en motorrijwielfabrieken
3
355
Transportmiddelenindustrie n.e.g.
3
36
VERVAARDIGING VAN MEUBELS; VERVAARDIGING VAN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
361
Meubelfabrieken
3
362
Fabricage van munten, sieraden e.d.
2
363
Muziekinstrumentenfabrieken
2
364
Sportartikelenfabrieken
3
365
Speelgoedartikelenfabrieken
3
366
Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
3
SBI-CODE
OMSCHRIJVING
MILIEUCATEGORIE
1
2
3
4
5
6
37
VOORBEREIDING TOT RECYCLING
371
Metaal- en autoschredders
5
372
Puinbrekerijen en -malerijen:
1v.c. < 100.000 t/j
4
2v.c. >= 100.000 t/j
5
Rubberregeneratiebedrijven
4
Afvalscheidingsinstallaties
4
40
PRODUKTIE EN DISTRIBUTIE VAN ELECTRICITEIT, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER
40
Elektriciteitsproduktiebedrijven (vermogen >= 50 MW)
1kolengestookt
5
2oliegestookt
5
3gasgestookt
5
4warmtekrachtinstallaties (gas)
5
Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:
1< 10 MVA
2
210 - 100 MVA
3
3100 - 200 MVA
3
4200 - 1000 MVA
4
5>= 1000 MVA
5
Gasdistributiebedrijven:
1gascompressorstations vermogen < 100 MW
4
2gascompressorstations vermogen >= 100 MW
5
3gasdrukregel- en meetruimten
(kasten en gebouwen), categorie B en C
2
4gasontvang- en -verdeelstations, categorie D
3
Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:
1stadsverwarming
3
2blokverwarming
2
41
WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER
41
Waterwinning-/ bereiding- bedrijven:
1met chloorgas
5
2bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling
3
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:
1< 1 MW
2
21 - 15 MW
3
3>= 15 MW
4
45
BOUWNIJVERHEID
45
Bouwbedrijven en aannemersbedrijven met werkplaats
3
50
HANDEL IN EN REPARATIE VAN AUTO'S EN MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS
501, 502, 504
Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven
2
SBI-CODE
OMSCHRIJVING
MILIEUCATEGORIE
1
2
3
4
5
6
5020.4
Autoplaatwerkerijen
3
Autobeklederijen
1
Autospuitinrichtingen
3
5020.5
Autowasserijen
2
503, 504
Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires
2
505
Benzineservicestations:
1met LPG
3
2zonder LPG
2
51
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING
511
Handelsbemiddeling (kantoren)
1
5121
Groothandel in akkerbouwproducten en veevoeders
2
5122
Groothandel in bloemen en planten
2
5123
Groothandel in levende dieren
3
5124
Groothandel in huiden, vellen en leder
3
5125, 5131
Groothandel in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen
2
5132, 5133
Groothandel in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsoliën en vetten
2
5134
Groothandel in dranken
2
5135
Groothandel in tabaksproducten
2
5136
Groothandel in suiker, chocolade en suikerwerk
2
5137
Groothandel in koffie, thee, cacao en specerijen
2
5138, 5139
Groothandel in overige voedings- en genotmiddelen
2
514
Groothandel in overige consumentenartikelen
2
5151.1
Groothandel in vaste brandstoffen:
1klein, lokaal verzorgingsgebied
3
2kolenterminal, opslag opp. >= 2.000 m²
5
5151.2
Groothandel in vloeibare en gasvormige brandstoffen:
1vloeistoffen, o.c. < 100.000 m³
4
2vloeistoffen, o.c. >= 100.000 m³
5
3tot vloeistof verdichte gassen
4
5151.3
Groothandel minerale olieproducten (exclusief brandstoffen)
3
5152.1
Groothandel in metaalertsen:
1opslag opp. < 2.000 m²
4
2opslag opp. >= 2.000 m²
5
5152.2 /.3
Groothandel in metalen en -halffabrikaten
3
5153
Groothandel in hout en bouwmaterialen
3
5154
Groothandel in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur
3
5155.1
Groothandel in chemische producten
3
5156
Groothandel in overige intermediaire goederen
2
5157
Autosloperijen
3
5157.2 /.3
Overige groothandel in afval en schroot
3
5162
Groothandel in machines en apparaten
2
517
Overige Groothandel (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.
2
60
VERVOER OVER LAND
6021.1
Bus-, tram- en metrostations en -remises
3
SBI-CODE
OMSCHRIJVING
MILIEUCATEGORIE
1
2
3
4
5
6
6022
Taxibedrijven, taxistandplaatsen
2
6023
Touringcarbedrijven
3
6024
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks)
3
603
Pomp- en compressorstations van pijpleidingen
3
61, 62
VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT
61, 62
Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)
1
63
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER
6311.1
Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. zeeschepen:
1containers
5
2stukgoederen
4
3ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. >= 2.000 m²
5
4granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u
5
5steenkool, opslagopp. >= 2.000 m²
5
6olie, LPG, e.d.
5
7tankercleaning
4
6311.2
Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart:
1containers
4
2stukgoederen
3
3ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. < 2.000 m²
4
4ertsen, mineralen, e.d., opslagopp. >= 2.000 m²
5
5granen of meelsoorten , v.c. < 500 t/u
4
6granen of meelsoorten, v.c. >= 500 t/u
5
7steenkool, opslagopp. < 2.000 m²
4
8steenkool, opslagopp. >= 2.000 m²
5
9olie, LPG, e.d.
5
10tankercleaning
4
6312
Veem- en pakhuisbedrijven, koelhuizen
3
6321
Overige dienstverlening t.b.v. het vervoer over land n.e.g.
met uitzondering van parkeergarages
2
634
Expediteurs, cargadoors (kantoren)
1
64
POST EN TELECOMMUNICATIE
641
Post- en koeriersdiensten
2
642
Telecommunicatiebedrijven
1
TV- en radiozendstations
2
71
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN
711
Personenautoverhuurbedrijven
2
712
Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (exclusief personenauto's)
3
713
Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen
3
714
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
2
72
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE
72
Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
1
SBI-CODE
OMSCHRIJVING
MILIEUCATEGORIE
1
2
3
4
5
6
74
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING
747
Reinigingsbedrijven voor gebouwen
3
7481.3
Foto- en filmontwikkelcentrales
2
7484.3
Veilingen voor landbouw- en visserijproducten
4
7484.4
Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
1
90
MILIEUDIENSTVERLENING
9000.1
Rioolwaterzuiverings- en gierverwerkingsinrichtingen (geen korrelfabrieken), met afdekking voorbezinktanks:
1< 100.000 i.e.
4
2100.000 - 300.000 i.e.
4
3>= 300.000 i.e.
5
9000.2
Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d.
3
Gemeentewerven (afval-inzameldepots)
3
9000.3
Afvalverwerkingsbedrijven:
1mestverwerking/korrelfabrieken
5
2kabelbranderijen
3
3pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen)
3
4oplosmiddelterugwinning
3
5afvalverbrandingsinrichtingen, thermisch vermogen > 75 MW
4
6verwerking fotochemisch en galvano-afval
2
Vuilstortplaatsen
4
Vuiloverslagstations
4
Composteerbedrijven:
1open
5
2gesloten
3
93
OVERIGE DIENSTVERLENING
9301.1
Wasserijen en strijkinrichtingen
3
Tapijtreinigingsbedrijven
3
9301.2
Chemische wasserijen en ververijen
2
9301.3
Wasverzendinrichtingen
2
Wasserettes, wassalons
1
9302
Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten
1
9304
Badhuizen en sauna-baden
2
9305
Dierenasiels en -pensions
3
Persoonlijke dienstverlening n.e.g., exclusief bordelen, prostituees en sexclubs
1
AFKORTINGEN
cat. categorie
kl.klasse
o.c. opslagcapaciteit
u uur
v.c. verwerkingscapaciteit
d dag
p.c. productiecapaciteit
w week
p.o. productieoppervlak
j jaar
e.d. en dergelijke
< kleiner dan
n.e.g. niet elders genoemd
> groter dan
t ton
= gelijk aan
Bijlage 3 Lijst van toegestane bedrijven binnen de bestemming "Bedrijfsdoeleinden"
Lijst van toegestane bedrijven binnen de bestemming "Bedrijfsdoeleinden"
Volgnummer
Omschrijving van de bedrijven
SBI-code
milieucategorie
1
Rietteelt be -en verwerkingsbedrijf
0111/205
2
2
Aannemersbedrijf in weg en waterbouw
45
3
3
Rietteelt be -en verwerkingsbedrijf
0111/205
2
4
Rietteelt be -en verwerkingsbedrijf,
schapenhouderij en kaasmakerij
0111/205/0122/5227
3
5
Architectenbureau
7420
1
6
Rietteelt be -en verwerkingsbedrijf
0111/205
2
7
Lelieopslag -en verwerkingsbedrijf
0112
2