Gemeentelijke regelgeving

Beeldkwaliteitsplan Steenwijk Zuid Oost

Gemeente Steenwijkerland · geldt sinds 16 augustus 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Steenwijkerland;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 31-10-2023, nummer 2023-RAAD-00075;

besluit:

1Het Beeldkwaliteitsplan Steenwijk Zuid Oost, vast te stellen.

2Dit beeldkwaliteitsplan voor deze specifieke locatie aan te merken als welstandsnota.

Steenwijk Zuidoost Beeldkwaliteitplan Betap Crilux

3. Criteria

3.2 Algemene welstandsregels

Afwijken van de welstandsregels

Afwijken op inhoudelijke gronden

Het college van burgemeester en wethouders kan op inhoudelijke grond afwijken van de welstandsregels indien zij tot het oordeel komt dat de van toepassing zijnde welstandsregels niet juist zijn geïnterpreteerd, of dat naar het oordeel van het college niet de juiste welstandsregels zijn toegepast.

Voordat het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning wordt genomen, maar binnen de daarvoor geldige afhandelingstermijn, wordt een second-opinion gevraagd bij een (andere) onafhankelijke adviescommissie. Deze second-opinion speelt een zware rol bij de verdere oordeelsvorming van het college van burgemeester en wethouders. Indien het college van burgemeester en wethouders op inhoudelijke grond afwijkt van het welstandsregels wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning gemotiveerd.

Afwijken om andere redenen

Het college van burgemeester en wethouders heeft volgens artikel 2.10 lid 1 d Wabo de mogelijkheid om bij strijd van een bouwplan met de welstandsregels, toch een omgevingsvergunning te verlenen indien het college van oordeel is dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning gemotiveerd.

Welstandsregels voor excessen

Voorkomende gevallen

Er is sprake van een exces als een bouwwerk niet voldoet aan met één of meerdere van de volgende welstandsregels:

a.een bouwwerk sluit zich visueel of fysiek af voor zijn omgeving;

b.een ingreep in een bestaand bouwwerk ontkent of vernietigt architectonische bijzonderheden van het bestaande bouwwerk;

c.een bouwwerk doorbreekt doet een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte regels);

d.een bouwwerk is uitgevoerd glimmende of spiegelende materialen of materialen die niet zijn bedoeld als bouwmaterialen;

e.een bouwwerk is uitgevoerd in felle of fluorescerende kleuren;

f.het bouwwerk heeft door verwaarlozing en verval een negatieve invloed op de omgeving.

Bebouwingskorrel

Identiteit: dorps, informeel, landelijk, herkenbaar

Oriëntatie woningen

3.5 Het 'boerenerf'

Bebouwingskorrel

De bebouwingskorrel is die van het erf als geheel (architectonische eenheid, als één geheel ontworpen). Dit betekent echter niet dat alle bebouwing op het erf exact dezelfde uitstraling hoeft te krijgen. Een rijwoning kan als 'schuur' worden ontworpen, een vrijstaande woning als 'voorhuis'. Zo ontstaat er een samenhangend ensemble.

Positie

In principe liggen alle woningen direct aan een gezamenlijk erf en zijn er geen voortuinen. Verblijfsruimtes aan de voorkant voor de rijwoningen kunnen in de massa opgenomen worden. Bij de grotere woningen is er wel een kleine voor- of zijtuin mogelijk, zoals deze op oorspronkelijke boerenerven soms te zien is. deze hebben geen erfafscheiding of zijn voorzien van lage haag of een laag hekwerk(0,7m)

Variatie en ritmiek

De architectonische eenheid is het erf, er zal goed gekeken moeten worden naar de relatie van de bebouwing tot elkaar en de openbare ruimte. De 'rijwoningen' op het erf moeten als één bouwvolume ontworpen worden. De bebouwing moet op elkaar aansluiten maar toch enigszins verschillen zodat er een natuurlijke harmonie ontstaat.

Kleur en materiaal

Het gevelmateriaal moet binnen een bouwvolume hetzelfde zijn (aaneengesloten rijwoningen hebben dezelfde materialisering). Toe te passen gevelmateriaal is baksteen in een kleurstelling van bruin tot geelbruin. Er mag ook voor een (deels) houten gevel gekozen worden met een rustieke uitstraling. Over het algemeen geldt dat alle kleuren onverzadigd zijn: een vergrijsd of 'gedekt' kleurpalet. Er mogen geen harde of felle kleuren voorkomen, accenten en draaiende delen uitgezonderd.

Dak - kapvorm en materiaal

De woningen op het erf worden gekenmerkt door een lage goothoogte en een dominant dakvlak. Aan de voorzijde zijn rijenwoningen maximaal 1,5 laag hoog (4,5m) met een langskap. Tweekappers zijn ook maximaal 1,5 laag met een kap. De kappen kunnen wat steiler zijn waardoor drie verdiepingen (dus ook in de kap) gerealiseerd kunnen worden. Voor de kapvorm van de twee-onder-één-kapwoningen is meer vrijheid. Zo is een schildkap of een langskap met wolfseind goed denkbaar. Platte daken zijn uitgesloten. De daken kunnen uitgevoerd worden met dakpannen, met riet of met hout en/of houten shingles.

Aan-, bijgebouwen en garages

Losse bijgebouwen, garages en schuren zijn mogelijk maar niet gewenst. Toch aanwezig moeten ze zo ver mogelijk achter op de kavel geplaatst worden en zoveel als mogelijk mee doen in het architectonische ontwerp. Ook kan er gekozen worden voor een gezamenlijke schuur/opslag. Bij aanbouwen en garages moet goed gelet worden dat deze zoveel mogelijk opgaan in de bouwmassa.

Parkeren eigen terrein

De parkeerplaatsen op eigen terrein moeten zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst worden. Een gezamenlijke parkeerschuur behoort ook tot de mogelijkheden.

Criteria:

•Samenhangend gebouw-ensemble rond collectief erf (hofje) met boerderij- enschuur-achtige gebouwen

•Niet alle bebouwing op het erf krijgt exact dezelfde uitstraling

•Het gevelmateriaal moet binnen een bouwvolume hetzelfde zijn

•Toe te passen gevelmateriaal is baksteen (in een kleurstelling van bruin tot geelbruin) of hout

•Toegepaste kleuren zijn ‘onverzadigd’ in een vergrijsd of ‘gedekt’ kleurpalet. Er mogen geen harde of felle kleuren voorkomen.

•Gezamenlijk parkeren integraal vormgegeven en zoveel mogelijk uit zicht

•(Groot) dakvlak met lage goot, geen platte daken toegestaan,

•Geen individuele voortuinen (bij rijwoningen)

•Geen erfscheidingen aan voorzijde

•Erfscheidingen aan achterzijde uitvoeren als haag (passend in boerenerf-gedachte),bijvoorbeeld 1,2 m. en niet hoger dan 2,0 m.

3.8 Regels voor bebouwing

Dakkapel

Ik wil een dakkapel bouwen

Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied

Mijn dakkapel wordt geplaatst op het voordakvlak

Een dakkapel op het voordakvlak voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze dakkapel wordt voldaan aan de welstandsregels voor vormgeving en kleur- en materiaalgebruik.

Vormgeving

•een dakkapel is een ondergeschikte toevoeging in het voordakvlak

•een dakkapel staat minimaal 0,60 meter of minimaal 2 dakpannen uit deonder-, boven- en zijrand van het dakvlak;

•meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak van dezelfde woning staanuitsluitend naast elkaar en staan met de boven- en onderkant op dezelfdehoogte;

•meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak binnen een blok, rij of complexstaan bij voorkeur met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte;

•de hoogte van een dakkapel bedraagt niet meer dan 1,50 mete

Kleur- en materiaalgebruik

•het kleur- en materiaalgebruik van een dakkapel sluit bij voorkeur aan bij het kleuren materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij:

•het kleurgebruik van een dakkapel in ieder geval geen felle of fluorescerendekleuren kent;

•het materiaalgebruik van een dakkapel in ieder geval niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen en ramen aan de voorzijde van de dakkapel, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriëlebebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat;

•meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak binnen een blok, rij of complex staan bijvoorkeur met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte;

•minimaal 50% van het oppervlak van de voorkant van een dakkapel bestaat uit glas

Mijn dakkapel wordt geplaatst op het zijdakvlak

Een dakkapel op het zijdakvlak voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze dakkapel wordt voldaan aan de welstandsregels voor vormgeving en kleur- en materiaalgebruik.

Vormgeving

•een dakkapel is een ondergeschikte toevoeging in het zijdakvlak;

•een dakkapel staat minimaal 0,60 meter of minimaal 2 dakpannen uit de onder-, boven- en zijrand van het dakvlak;

•meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak van dezelfde woning staan uitsluitend naast elkaar en staan met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte;

•meerdere dakkapellen in hetzelfde dakvlak staan uitsluitend naast elkaar en staan met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte;

•de hoogte van een dakkapel bedraagt niet meer dan 1,50 meter.

Kleur- en materiaalgebruik

•het kleur- en materiaalgebruik van een dakkapel sluit bij voorkeur aan bijhet kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complextoegepast zijn, waarbij:

•het kleurgebruik van een dakkapel in ieder geval geen felle offluorescerende kleuren kent;

•het materiaalgebruik van een dakkapel in ieder geval niet uitglimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas inkozijnen en ramen aan de voorzijde van de dakkapel, en/of materialendie specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat;

•meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak binnen een blok, rij of complex staan bijvoorkeur met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte;

•minimaal 50% van het oppervlak van de voorkant van een dakkapel bestaat uit glas.

Mijn dakkapel wordt geplaatst op het achterdakvlak

Een dakkapel op het achterdakvlak voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze dakkapel wordt voldaan aan de welstandsregels voor vormgeving en kleur- en materiaalgebruik.

Vormgeving

•een dakkapel staat minimaal 0,60 meter of minimaal 2 dakpannen uit de onder-,boven- en zijrand van het dakvlak;

•meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak van dezelfde woning staan uitsluitendnaast elkaar en staan met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte;

•meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak binnen een blok, rij of complex staan bijvoorkeur met de boven- en onderkant op dezelfde hoogte;

•de hoogte van een dakkapel bedraagt niet meer dan 1,75 meter.

Kleur- en materiaalgebruik

•het kleur- en materiaalgebruik van een dakkapel sluit bij voorkeur aan bij het kleuren materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij:

•het kleurgebruik van een dakkapel in ieder geval geen felle of fluorescerendekleuren kent;

•het materiaalgebruik van een dakkapel in ieder geval niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen en ramen aan de voorzijde van de dakkapel, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriëlebebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat.

Aan- of uitbouw

Ik wil een aan- of uitbouw bouwen

Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied

Een aan- of uitbouw van een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze aan- of uitbouw wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een aan- of uitbouw bepalen.

Kleur- en materiaalgebruik

•het kleur- en materiaalgebruik van een aan- of uitbouw sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn,waarbij:

•het kleurgebruik van een aan- of uitbouw geen felle of fluorescerende kleurenkent;

•het materiaalgebruik van een aan- of uitbouw niet uit glimmende of spiegelendematerialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeelddamwandprofielplaat, bestaat.

•minimaal 50% van het oppervlak van de voorkant van een aan- of uitbouw bestaatuit glas.

Overkapping

Ik wil een overkapping aan mijn hoofdgebouw bouwen

Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied

Een overkapping aan een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze overkapping wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een aan- of uitbouw bepalen.

Kleur- en materiaalgebruik

•het kleur- en materiaalgebruik van een overkapping aan het hoofdgebouw sluit bijvoorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of hetcomplex toegepast zijn, waarbij:

•het kleurgebruik van een overkapping geen felle of fluorescerende kleuren kent;

•het materiaalgebruik van een overkapping niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeelddamwandprofielplaat, bestaat.

Bijgebouw of overkapping

Ik wil een vrijstaand bijgebouw of overkapping bouwen

Mijn vrijstaande bijgebouw of overkapping staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied

Een vrijstaand bijgebouw of overkapping bij een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van dit gebouw wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een vrijstaand bijgebouw of overkapping bepalen.

Kleur- en materiaalgebruik

•het materiaalgebruik van een vrijstaand bijgebouw of overkapping bestaat niet uitglimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramenen deuren, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing,zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat;

•het kleurgebruik van een vrijstaand bijgebouw of overkapping kent geen felle offluorescerende kleuren.

Erf af scheiding

Ik wil een erfafscheiding plaatsen

Mijn perceel ligt in een naoorlogs uitbreidingsgebied

Een erfafscheiding voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze erfafscheiding wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een erfafscheiding bepalen.

Kleur- en materiaalgebruik

•het materiaalgebruik van een erfafscheiding bestaat niet uit glimmende of spiegelende materialen en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat;

•het kleurgebruik van een erfafscheiding kent geen felle of fluorescerende kleuren.

Gevelindeling

Ik wil de gevelindeling wijzigen

Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied

Een wijziging van de gevel van een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het wijzigen van de gevelindeling wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik.

Kleur- en materiaalgebruik

•het kleur- en materiaalgebruik van een gevelwijziging sluit bij voorkeur aan bij het kleur- en materiaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn,waarbij:

•het kleurgebruik van een van een gevelwijziging geen felle of fluorescerende kleuren kent;

•het materiaalgebruik van een gevelwijziging niet uit glimmende of spiegelendematerialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren, en/of materialen die specifiek bedoeld zijn voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeelddamwandprofielplaat, bestaat.

Rolluik

Ik wil een Rolluik plaatsen

Mijn hoofdgebouw staat in een naoorlogs uitbreidingsgebied

Het plaatsen van een rolluik aan een hoofdgebouw dat is bestemd bedrijf, bedrijventerrein, centrum, detailhandel, gemengd, horeca, kantoor, maatschappelijk of sport voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het plaatsen van het rolluik wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik.

Kleur- en materiaalgebruik

•het kleur- en materiaalgebruik van een rolluik sluit bij voorkeur aan bij het kleur- enmateriaalgebruik zoals bij het gebouw, de rij of het complex toegepast zijn, waarbij:

•het kleurgebruik van een rolluik kent geen felle of fluorescerende kleuren.

•het materiaalgebruik van een rolluik niet uit glimmende of spiegelende materialen of materialen die specifiek zijn bedoeld voor industriële bebouwing, zoals bijvoorbeeld damwandprofielplaat, bestaat.

•minimaal 75% van het oppervlak van een rolluik transparant is.

Reclame-uiting

Mijn gebouw is bestemd als wonen

Een reclame-uiting bij een beroep en/of bedrijf aan huis in de bestemming wonen voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het plaatsen van deze reclameuiting wordt voldaan aan de welstandsregels voor hoofdvorm en vormgeving.

Hoofdvorm

•een reclame-uiting kan op de volgende wijze worden geplaatst:

•vlak op de naar de weg gekeerde gevel;

•op de aan de weg gelegen zijde van het perceel;

•het maximum aantal reclame-uitingen bedraagt twee: één reclame-uiting vlak op denaar de weg gekeerde gevel en één reclame-uiting op de aan de weg gelegen zijdevan het perceel.

Vormgeving

•het maximum aantal reclame-uitingen bedraagt twee: één reclame-uiting vlak op denaar de weg gekeerde gevel en één reclame-uiting op de aan de weg gelegen zijdevan het perceel.

•de afmeting van een reclame-uiting vlak op de naar de weg gekeerde gevel bedraagtmaximaal 0,20 meter hoog en 0,30 meter breed;

•de afmeting van een reclame-uiting op de aan de weg gelegen zijde van het perceelbedraagt maximaal 1,00 meter hoog en 0,30 meter breed;

•een reclame-uiting in de vorm van een lichtkrant en/of het toepassen van verlichtingis niet toegestaan.

Mijn terrein is bestemd als groen of verkeer

Een reclame-uiting op terreinen met de bestemmingen groen of verkeer voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het plaatsen van deze reclame-uiting wordt voldaan aan de welstandsregels voor hoofdvorm en.

Kleur- en materiaalgebruik

•een reclame-uiting kan op de volgende wijze worden geplaatst:

•als een vrijstaand reclamezuil of -bord;

•als een reclamebord aan een lichtmast.

Vormgeving

•de afmeting van een reclamezuil of -bord bedraagt maximaal 2,50 meterhoog en 1,00 meter breed;

•de afmeting van een reclamebord aan een lichtmast bedraagt maximaal 0,80 meterhoog en 0,80 meter breed.

Bedrijfsgebouw

Een bedrijfsgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van dit bedrijfsgebouw wordt voldaan aan de welstandsregels voor hoofdvorm en kleuren materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een hoofdgebouw bepalen.

Hoofdvorm

•een bedrijfsgebouw heeft een eenvoudige hoofdvorm;

•kantoren, showrooms en entrees vormen een accent.

Vormgeving

•het materiaalgebruik van een bedrijfsgebouw bestaat niet uit glimmende of spiegelende materialen, met uitzondering van glas in kozijnen, ramen en deuren;

•het kleurgebruik van een bedrijfsgebouw kent geen felle of fluorescerende kleuren.

3.13 Erf scheidingen overgang openbaar privé

Ecologisch waardevolle haag

Een groene erfgrens is niet alleen prettig om naar te kijken maar biedt ook verkoeling in de tui. Daarnaast biedt deze vorm van erfafscheiding betere condities voor fauna ten opzichte van een reguliere schutting. Insecten vinden hier hun toevlucht en ook vogels kunnen schuilen in de dikke hagen. Met name diepte en ondoordringbaarheid zijn voor de natuur erg welkom. Toepassing van verschillende soorten in een haag draagt eveneens bij aan de biodiversiteit. Er kan echter ook gekozen worden voor een groenblijvende of bladhoudende haag, deze keuze kan bijdragen aan de beleving en privacy.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.