Aanhef
De raad van de gemeente Steenbergen;
In behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2025;
Gelet op:
artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;
Besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en invordering van marktgeld Steenbergen 2026.
Artikel 1 Aard van de heffing
Onder de naam ‘marktgeld’ wordt een recht geheven voor het innemen van een standplaats op daarvoor in de ‘Marktverordening gemeente Steenbergen 2013’ aangewezen dagen, tijdstippen en plaatsen.
Artikel 2 Belastingplicht
Belastingplichtig is degene aan wie een standplaats op één van de aangewezen marktterreinen is toegewezen of bij gebreke van deze, degene die hem vervangt.
Artikel 3 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1De grondslag, waarnaar marktgeld wordt geheven, is het aantal strekkende meter, dat als standplaats wordt ingenomen, waarbij een gedeelte van een strekkende meter wordt aangemerkt als een volle strekkende meter.
2Het marktgeld voor een vaste plaats op de weekmarkt bedraagt € 32 per strekkende meter, gemeten langs de frontbreedte van de kraam, verkoopwagen of andere soortgelijke inrichting met een minimum van € 129 per inrichting, per jaar.
3Het marktgeld voor een losse plaats op de weekmarkt bedraagt voor elke dag of gedeelte daarvan, dat een standplaats wordt ingenomen van € 2,60 per strekkende meter, gemeten langs de frontbreedte van de kraam, verkoopwagen of soortgelijke inrichting met een minimum van € 10,35 per inrichting.
4Het marktgeld onder 2. wordt verhoogd met € 10,35 per jaar. Deze gelden zullen uitsluitend worden aangewend voor reclamedoeleinden, de weekmarkt ten goede komend. De aanwending en het beheer geschiedt volgens door burgemeester en wethouders nader te stellen regels.
5Het marktgeld onder 3. wordt verhoogd met € 2,60. Deze gelden zullen uitsluitend worden aangewend voor reclamedoeleinden, de weekmarkt ten goede komend. De aanwending en het beheer geschiedt volgens door burgemeester en wethouders nader te stellen regels.
Artikel 4 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 5 Wijze van heffing
De marktgelden worden geheven bij wege van kennisgeving.
Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is het recht verschuldigd, over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingplicht eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfden van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 7 Betalingstermijnen
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de marktgelden worden betaald binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
2In afwijking van het eerste lid, kunnen de marktgelden in vier gelijke kwartaaltermijnen worden betaald waarvan de eerste termijn vervalt na veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving, en de tweede, derde en vierde termijn op respectievelijk 30 juni, 30 september en 31 december van het kalenderjaar.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de, in voorgaande leden, gestelde termijnen.
Artikel 8 Kwijtschelding
Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Teruggaaf
1Gehele of gedeelte teruggaaf van marktgeld wordt slechts verleend indien de belastingplichtige door omstandigheden, welke hem niet zijn toe te rekenen, geen gebruik van de standplaats heeft kunnen maken.
2De in het eerste lid bedoelde teruggaaf wordt uitsluitend verleend op een schriftelijke aanvraag van de belastingplichtige of diens rechtverkrijgenden.
Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rechten.
Artikel 11 Overgangsrecht en inwerkingtreding
1De ‘Verordening marktgeld Steenbergen 2025’ van 12 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de bij de in het derde lid genoemde datum van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026.
Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening marktgeld Steenbergen 2026’.