Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregelingen Stede Broec 2026

Gemeente Stede Broec · geldt sinds 1 januari 2026

Algemene bepalingen

Artikel 1 Aanvraag- en besluitvormingsprocedure

De kaders voor de aanvraag- en besluitvormingsprocedure zijn vastgesteld in de Algemene Subsidieverordening 2017 (hierna: ASV). Conform de ASV wordt een subsidieaanvraag voor een periodieke subsidie voor 1 oktober van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar of de boekjaren waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, ingediend bij burgemeester en wethouders, tenzij in een subsidieregeling anders is bepaald.

Artikel 2 Aanvraagformulier

Voor de aanvraag dient gebruikt te worden gemaakt van het (digitale) aanvraagformulier (te vinden op www.stedebroec.nl onder het kopje Subsidies).

Artikel 3 Gemeentebegroting

De subsidieverlening vindt plaats na vaststelling van de gemeentebegroting en daarmee de subsidieplafonds voor het betreffende subsidiejaar. De begroting wordt ieder jaar (in beginsel) uiterlijk half november vastgesteld.

Artikel 4 Beslistermijn op aanvraag

Het college van burgemeester en wethouders beslist op de aanvraag tot subsidieverlening voor 1 januari van het jaar waarin de activiteiten worden uitgevoerd. De beslissing wordt uiterlijk 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft bekend gemaakt door middel van een beschikking.

Een subsidieaanvraag voor een eenmalige subsidie wordt minimaal 8 weken voor aanvang van de activiteiten ingediend bij burgemeester en wethouders, tenzij in een subsidieregeling anders is bepaald. Burgemeester en wethouders besluiten binnen 8 weken op deze aanvraag, mits deze volledig is. Zie de ASV voor meer informatie rondom de subsidieverlening.

Artikel 5 Aangevraagd subsidiebedrag

Het college verleent nooit meer subsidie dan is aangevraagd.

Artikel 6 Overvraagprocedure

Bij overvraging van het subsidieplafond door complete en tijdige aanvragen wordt de beschikbare subsidie conform de verdeelsleutel in de betreffende subsidieregeling verdeeld. Als er geen verdeelsleutel is of deze niet voorziet in het voorkomen van overschrijding van het plafond worden alle te verlenen subsidies onder het betreffende plafond met eenzelfde percentage naar beneden bijgesteld tot het plafond niet meer overschreden wordt.

Artikel 7 Indexering/Uitgangspunten voor jaarlijkse vaststelling hoogte grondslagen

1Als uitgangspunt voor de activiteitensubsidies (artikel 2 lid 1 Algemene Subsidieverordening) gelden in beginsel de vaste (norm)bedragen, zoals vastgelegd in de Subsidieregelingen Stede Broec 2020 (bedragen worden vanaf 2020 dus niet verhoogd);

2Het uitgangspunt voor de budgetsubsidies (artikel 2 lid 2 Algemene Subsidieverordening) is in beginsel een jaarlijkse verhoging van de subsidie met het indexeringspercentage dat door het college voor het betreffende jaar is vastgesteld;

3Het college kan afwijken van de uitgangspunten zoals genoemd in lid 1 en 2.

Artikel 8 Buiten behandeling stellen van de subsidieaanvraag

1Indien een aanvraag tot subsidieverlening niet binnen de in artikel 11 ASV Stede Broec gestelde termijn is ingediend, besluit het college deze aanvraag buiten behandeling te laten;

2Het besluit als bedoeld in lid 1 wordt pas genomen nadat er 7 dagen coulance in acht zijn genomen als gevolg van bijvoorbeeld problematieken in de postbezorging;

3Indien een instelling niet alle voorgeschreven, dan wel door het college gevraagde informatie verstrekt die naar het oordeel van het college nodig is voor de beoordeling van de subsidieaanvraag, besluit het college deze aanvraag buiten behandeling te stellen;

4Alvorens over te gaan tot buiten behandeling stelling zoals bedoeld in lid 3, biedt het college de aanvrager een hersteltermijn waarbinnen men het verzuim kan herstellen. Indien daaraan binnen de gestelde hersteltermijn niet is voldaan, besluit het college de aanvraag buiten behandeling te stellen. De lengte van de hersteltermijn is zodanig dat de instelling in staat kan worden geacht alle gevraagde gegevens voor afloop van hersteltermijn aan het college aan te leveren.

Artikel 9 Gezamenlijk aanvragen

Indien instellingen gezamenlijk een activiteit ondernemen en hiervoor gezamenlijk subsidie aanvragen, dient één van deze instellingen formeel de subsidie aan te vragen namens alle instellingen. De aanvragende partij blijft te allen tijde verantwoordelijk voor het nakomen van de voorwaarden, verbonden aan een toegekende subsidie.

Artikel 10 Bevoorschotting

Verleende subsidies worden in voorschotten uitbetaald, tenzij bij beschikking anders is bepaald;

a.Subsidies tot en met € 5.000,- worden in één keer uitbetaald in het eerste kwartaal van het betreffende subsidiejaar;

b.Subsidies hoger dan € 5.000,- worden in vier gelijke termijnen, in vier kwartalen, uitbetaald, tenzij bij beschikking anders is bepaald.

Artikel 11 Belang voor de lokale samenleving

1Om de gesubsidieerde activiteiten zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan (inwoners van) Stede Broec en laagdrempeligheid van activiteiten te bevorderen dienen gesubsidieerde instellingen daar waar mogelijk de activiteiten lokaal te laten plaatsvinden. Indien activiteiten niet lokaal plaatsvinden dient aangegeven te worden waarom dit niet mogelijk is;

2Er wordt geen subsidie verstrekt als de activiteit niet in overwegende mate gericht is op (inwoners van) Stede Broec, tenzij een gegronde reden wordt aangedragen waarom de activiteit bovenlokaal uitgevoerd wordt.

Artikel 12 Evenementenvergunning

Het kan zijn dat een aanvrager voor de activiteiten/evenementen een vergunning nodig heeft of een melding moet doen. Wij verwijzen daarvoor naar de website van de gemeente Stede Broec. De aanvrager van de subsidie dient zelf tijdig zorg te dragen voor de eventuele benodigde vergunning(en)/melding(en) voor de activiteiten/evenementen.

1. Subsidieregeling 1. Welzijn

1.1. Algemene Welzijns- en vormende voorzieningen

Artikel 1 Algemene bepaling

Dit hoofdstuk is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Stede Broec 2017.

Artikel 2 Doelstellingen

De subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

-Het aanbieden van diensten ter bevordering van het algemeen welzijn van de inwoners van Stede Broec;

-Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van de voorzieningen op het terrein van maatschappelijke dienstverlening die gericht zijn op de inwoners van Stede Broec;

-Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare activiteiten op het terrein van de maatschappelijke dienstverlening.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

1Voor een subsidie komen in aanmerking instellingen die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten die bijdragen aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen.

2De instelling moet gevestigd zijn in de gemeente Stede Broec en leden/deelnemers hebben die woonachtig zijn in de gemeente Stede Broec;

3Een instelling die niet gevestigd is in de gemeente Stede Broec en met Stede Broecse leden/deelnemers, kan voor subsidie in aanmerking komen als haar activiteiten gericht zijn op de inwoners van de gemeente Stede Broec.

Artikel 4 Leden

Leden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar, lid zijn van de instelling en contributie verschuldigd zijn aan de instelling.

Artikel 5 Subsidieplafond

Het subsidieplafond is € 88.519 onder voorbehoud van goedkeuring van door de raad. Het definitieve subsidieplafond wordt jaarlijks (uiterlijk) in november bepaald door de vaststelling van de gemeentebegroting voor het volgende jaar.

Artikel 6 Activiteitensubsidie

Voor de berekening van de jaarlijkse activiteitensubsidie gelden de volgende bedragen:

1ter versterking van de sociale infrastructuur en ondersteuning van de zelfredzaamheid een vast bedrag van € 750,- aan Hulpnet Lutjebroek;

2ter ondersteuning van de (medische) veiligheid van evenementen en andere activiteiten in Stede Broec een vast bedrag van € 600,- voor EHBO Stede Broec;

3de Katholieke Vrouwengilde per dorpskern een jaarlijkse activiteitensubsidie van € 300,- (deelsubsidieplafond € 900,-) ter ondersteuning van de organisatie van de activiteiten.

4de Vrouwen van Nu Stede Broec een jaarlijkse activiteitensubsidie van € 600,- ter ondersteuning van de organisatie van de activiteiten;

5een vast bedrag van € 0,74 per inwoner voor Bureau Discriminatiezaken Art.1 NHN o.b.v. Wet gemeentelijke anti-discriminatievoorzieningen voor de wettelijke taken en het versterken van de voorziening;

6een vast bedrag van € 0,40 per inwoner voor Stichting Slachtofferhulp Nederland.

7Een vast bedrag van € 3.100,- aan de Westfriese uitdaging

Artikel 7 Budgetsubsidie

Aan de volgende instellingen wordt op basis van de van de Algemene Subsidieverordenin Stede Broec een budgetsubsidie beschikbaar gesteld en worden bij beschikking specifieke verplichtingen en prestatieafspraken opgelegd:

-Stichting Vrijwilligerspunt voor een maximaal bedrag van € 57.097.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

1.2. Jeugd- en jongerenwerk

Artikel 1 Algemene bepaling

Dit hoofdstuk is een nadere uitwerking van de Algemene Subsidieverordening Stede Broec 2017.

Artikel 2 Doelstellingen

De subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

-Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van activiteiten voor jeugd en jongeren;

-Het stimuleren van deelname aan activiteiten voor jeugd en jongeren;

-Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare activiteiten voor jeugd en jongeren.

-Het geven van voorlichting ter verbetering van de weerbaarheid voor de jeugd en jongeren.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

1Voor een subsidie komen in aanmerking instellingen die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten op het terrein van het jeugd- en jongerenwerk te organiseren in Stede Broec.

2De instelling moet gevestigd zijn in de gemeente Stede Broec en leden/deelnemers hebben die woonachtig zijn in de gemeente Stede Broec.

3Een instelling die niet gevestigd is in de gemeente Stede Broec en met Stede Broecse leden/deelnemers, kan voor subsidie in aanmerking komen als haar activiteiten gericht zijn op de inwoners van de gemeente Stede Broec.

4Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet een instelling een redelijke eigen bijdrage vragen aan de leden. Een redelijke bijdrage is minimaal € 50,- per jaar voor leden/deelnemers tot 18 jaar of ten minste € 5,- voor een dagactiviteit.

5Wanneer een organisatie besluit aan de leden een lagere bijdrage te vragen, wordt het toe te kennen subsidiebedrag verlaagd met het totaalbedrag dat ten opzichte van de redelijke bijdrage te weinig is gevraagd.

Artikel 4 Leden

Leden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het subsidiejaar of subsidieperiode, lid zijn van de instelling en contributie verschuldigd zijn aan de instelling en die op bedoelde datum niet ouder zijn dan 17 jaar.

Artikel 5 Subsidieplafond

Het subsidieplafond is € 185.797 onder voorbehoud van goedkeuring van door de raad. Het definitieve subsidieplafond wordt jaarlijks (uiterlijk) in november bepaald door de vaststelling van de gemeentebegroting voor het volgende jaar.

Artikel 6 Activiteitensubsidies

Voor de berekening van de jaarlijkse activiteitensubsidies gelden de volgende bedragen:

1Voor organisaties die gedurende het hele jaar wekelijkse activiteiten/groepsavonden organiseren (Jeugd- en Jongerenwerk Lutjebroek en Scouting Arcadia) een vast bedrag van € 3.250,- en per uniek lid een normbedrag van € 25,- tot een maximum van € 5.000 per jaar (deelplafond van dit lid is € 10.000);

2Voor organisaties die in vakantietijd dagactiviteiten organiseren voor jongeren (Vakantiespelen Stede Broec en Vakantiespelen Lutjebroek) een vast bedrag

3€ 500,- per activiteit onder de voorwaarde dat er tenminste 25 jongeren deelnemen tot een maximum van € 5.000,- per jaar (deelplafond van dit lid is € 10.000).

4Een vast bedrag van € 3.800,- aan de Stichting Huttendorp Stede Broec onder de voorwaarde dat er ten minste 200 jongeren deelnemen aan de georganiseerde activiteit;

5Een vast bedrag van € 2.300,- voor de Stichting Gabberweek;

6Een vast bedrag van € 8.500,- voor Stichting Leergeld;

7Een vast bedrag van € 2.300,- voor Stichting Kidshonk.

Artikel 7 Budgetsubsidie

Aan de volgende instelling wordt op basis van de Algemene Subsidieverordening Stede Broec 2017 een budgetsubsidie beschikbaar gesteld en worden bij beschikking specifieke verplichtingen en resultaten aan de instelling opgelegd:

-Jongeren Centrum Inventas een bedrag van € 148.897 en kan worden aangevraagd door Stichting Ons Stede Broec;

-Stichting Halt: een subsidie voor het geven van voorlichting in het kader van weerbaarheid voor de jeugd en jongeren. (Nu opgenomen in de begroting. Wordt vanaf 2027 opgenomen in de subsidieplafonds).

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

1.3. Ouderenwerk

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene Subsidieverordening Stede Broec 2017.

Artikel 2 Doelstellingen

De subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

-Het bevorderen van het algemeen welzijn van de oudere inwoners van Stede Broec.

-Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van de voorzieningen die (mede) gericht zijn op de oudere inwoners van Stede Broec.

-Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare voorzieningen op het terrein van het ouderenwerk.

-Het stimuleren van de zelfstandigheid van ouderen en van hun participatie in de samenleving.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

1Voor een subsidie komen in aanmerking instellingen die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten die bijdragen aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen.

2De instelling moet gevestigd zijn in de gemeente Stede Broec en leden hebben die woonachtig zijn in de gemeente Stede Broec.

3Een instelling die niet gevestigd is in de gemeente Stede Broec en met Stede Broecse leden, kan voor subsidie in aanmerking komen als haar activiteiten gericht zijn op de inwoners van de gemeente Stede Broec.

4Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet een instelling een redelijke eigen bijdrage vragen aan de leden. Een redelijke bijdrage is: minimaal € 15,- per jaar.

5Wanneer een organisatie besluit aan de leden een lagere bijdrage te vragen, wordt het toe te kennen subsidiebedrag verlaagd met het totaalbedrag dat ten opzichte van de redelijke bijdrage te weinig is gevraagd.

Artikel 4 Leden

Leden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar of subsidieperiode, lid zijn van de instelling, contributie verschuldigd zijn aan de instelling en ouder zijn dan 64 jaar.

Artikel 5 Subsidieplafond

Het subsidieplafond is € 20.000,- onder voorbehoud van goedkeuring van door de raad. Het definitieve subsidieplafond wordt jaarlijks (uiterlijk) in november bepaald door de vaststelling van de gemeentebegroting voor het volgende jaar.

Artikel 6 Activiteitensubsidie

Voor de berekening van de jaarlijkse activiteitensubsidie gelden de volgende bedragen:

1voor de Bond voor Ouderen per dorpskern (Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel) in de gemeente Stede Broec een jaarlijkse activiteitensubsidie van € 1.600,- (deelsubsidieplafond € 4.800,-);

2aan de Seniorenraad Stede Broec een jaarlijkse activiteitensubsidie van € 14.000,-, daarbij overwegende dat bij beschikking specifieke subsidieverplichtingen worden opgelegd.

3Voor Alzheimer Nederland afdeling West-Friesland een bedrag van maximaal € 1.200.-

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

2. Subsidieregeling 2. Zorg

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze regeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Stede Broec 2017.

Artikel 2 Doelstellingen

De subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

-Het aanbieden van diensten ter bevordering van het algemeen welzijn van de inwoners van Stede Broec.

-Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van de voorzieningen op het terrein van maatschappelijke dienstverlening die gericht zijn op de inwoners van Stede Broec.

-Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare activiteiten op het terrein van de maatschappelijke dienstverlening.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

1Voor een subsidie komen in aanmerking instellingen die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten die bijdragen aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen.

2De instelling moet gevestigd zijn in de gemeente Stede Broec

3Een instelling die niet gevestigd is in de gemeente Stede Broec, kan voor subsidie in aanmerking komen als haar activiteiten gericht zijn op de inwoners van de gemeente Stede Broec.

Artikel 4 Leden

Leden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar, lid zijn van de instelling en contributie verschuldigd zijn aan de instelling.

Artikel 5 Subsidieplafond

Het subsidieplafond van deze regeling is € 1.763.991 onder voorbehoud van goedkeuring van door de raad. Het definitieve subsidieplafond wordt jaarlijks (uiterlijk) in november bepaald door de vaststelling van de gemeentebegroting voor het volgende jaar.

Artikel 6 Activiteitensubsidie

Voor de berekening van de jaarlijkse activiteitensubsidies gelden de volgende bedragen:

1aan Stichting MEE& de Wering een jaarlijkse activiteitensubsidie voor mantelzorgondersteuning van € 10.795

2aan Stichting Autisme Café Stede Broec een activiteitensubsidie van € 2.500,-;

3een subsidie van € 900,- voor Inloophuis Pisa;

4een subsidie van € 1.500,- aan GGZ NHN voor preventieactiviteiten.

5een subsidie van € 6.000,- voor de GGZ NHN voor het geven van KOPP-cursussen met als doel het voorkomen van ernstige psychische problemen bij kinderen en jongeren als gevolg van psychische en/of verslavingsproblemen van één of beide ouder(s).

6een subsidie van € 1.600,- aan Vereniging De Zonnebloem afdeling Stede Broec

Artikel 7 Budgetsubsidie

Aan Stichting Ons Stede Broec wordt op basis van de Algemene Subsidieverordening een budgetsubsidie beschikbaar gesteld van € 1.413.863 en worden bij beschikking specifieke verplichtingen en prestatieafspraken (o.a. invulling gebiedsteams WMO/Jeugd, preventieve welzijnsdiensten) aan de instelling opgelegd. Daarnaast kan Ons Stede Broec een innovatiebudget aanvragen van € 10.344.

Naast bovenstaande subsidies kan de Stichting Ons Stede Broec een subsidie aanvragen voor Respijtzorg, Coördinatie Voorschoolse Voorzieningen, compensatie exploitatielasten en het Voorschools maatschappelijk werk.(zie lijst Subsidieplafonds 2026).

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

3. Subsidieregeling: Doorgaande lijn voorschool-vroegschool

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene Subsidieverordening Stede Broec 2017

Artikel 2 Doelstellingen

De subsidie wordt beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

•Kinderen, in de leeftijd van 2 jaar tot en met groep 2 op de basisschool, krijgen passende hulp en ondersteuning bij de overgang van de kinderopvang naar het basisonderwijs. Deze ondersteuning richt zich onder andere op zelfstandigheid, taal- en rekenvaardigheid, sociaal-emotionele ontwikkeling en motorische vaardigheden, afgestemd op hun individuele behoeften en draagt bij aan een soepele overgang van de kinderopvang naar het basisonderwijs.

•Basisscholen werken samen met kinderopvangorganisaties om de doorgaande leerlijn te versterken

•Vergroting van de pedagogische en didactische afstemming tussen voorschoolse en vroegschoolse educatie.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

•De inzet van gemeentelijke middelen dient een bijdrage te leveren aan de goede samenhang en integrale aanpak tussen voorschool en vroegschool ten behoeve van de doorgaande lijn

•Voor het inzetten van de benodigde onderzoeksexpertise en capaciteit wordt zo mogelijk aangesloten bij de expertise die al aanwezig is in het gebiedsteam van de gemeente Stede Broec.

•Naast de inzet van gemeentelijke middelen zijn schoolbesturen verplicht om rijksmiddelen en professionaliseringsgelden (in voldoende mate) in te zetten voor het versterken van de extra ondersteuningstaak van de school.

•De aanvraag dient afkomstig te zijn van een erkende basisschool binnen de gemeente, eventueel in samenwerking met een kinderopvangorganisatie/peuterschool.

•Het initiatief moet concreet bijdragen aan de doorgaande lijn tussen voorschool en vroegschool en dit dient te worden onderbouwd in de aanvraag.

•De aanvrager dient aan te tonen hoe de activiteit bijdraagt aan de doelstellingen van deze subsidieregeling en welke (meetbare) resultaten verwacht worden.

•De subsidie kan niet worden gebruikt voor reguliere exploitatiekosten of reeds bestaande activiteiten zonder aantoonbare uitbreiding of verbetering.

•De aanvraag moet een begroting en tijdsplanning bevatten.

•Na afloop van de gesubsidieerde activiteit dient een inhoudelijke en financiële verantwoording te worden ingediend bij de gemeente.

•Onderstaande activiteiten komen in aanmerking voor subsidie:

o Organisatie van intervisiebijeenkomsten en kennisdeling tussen kinderopvang/peuterscholen en basisscholen.

o Extra ureninzet van de Intern Begeleider, die kunnen worden besteed aan bijvoorbeeld observatie, ondersteuning en oudercontact

o Extra ureninzet van de Pedagogisch Medewerker, gericht op kinderen van 3,5 jaar en ouder, die binnenkort de overstap maken naar de basisschool.

o Ondersteuning en begeleiding van kinderen met een risico op ontwikkelingsachterstanden.

o Educatieve programma’s, zoals taal- en rekenprogramma’s of muziek- en beweeglessen gericht op taal en motoriek.

o Educatief materiaal, zoals ontwikkelingsgerichte spellen.

Artikel 4 Peildatum

Het subsidieplafond wordt gedeeld door het totaal aantal leerplichtige leerlingen dat op 1 februari staat ingeschreven bij de scholen in gemeente Stede Broec (bron: DUO), waarbij er maximaal € 25,- per leerling aan subsidie wordt verstrekt.

Artikel 5 Budgetsubsidie

Aan de volgende instellingen wordt op basis van de Algemene Subsidieverordening Stede Broec 2017 een budgetsubsidie beschikbaar gesteld en worden bij beschikking specifieke verplichtingen en prestatieafspraken aan de instellingen opgelegd:

•Stichting Openbaar Onderwijs Present

•Stichting Kopwerk

•Stichting Katholiek Onderwijs De Streek

Artikel 6 Subsidieplafond

Het subsidieplafond is € 51.311 onder voorbehoud van goedkeuring van door de raad en leidend is voor deze regeling. Het definitieve subsidieplafond wordt jaarlijks (uiterlijk) in december bepaald door de vaststelling van de gemeentebegroting voor het volgende jaar.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

Subsidieregeling 4. Sport en recreatie

4.1. Sport

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Stede Broec 2017.

Artikel 2 Doelstellingen

De subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

-Het bevorderen van sportdeelname van inwoners van Stede Broec in het algemeen en van de doelgroepen jeugd, ouderen en gehandicapten in het bijzonder.

-Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van sportactiviteiten.

-Het stimuleren van sportieve en recreatieve activiteiten.

-Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare sportactiviteiten.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

1Voor een subsidie komen in aanmerking organisaties met een laagdrempelig aanbod en die redelijkerwijs voor iedereen toegankelijk zijn en die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk gereglementeerde gedurende het hele sportseizoen sportactiviteiten te organiseren in Stede Broec, die bijdragen aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen.

2De organisatie moet gevestigd zijn in de gemeente Stede Broec en ;

3Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet een organisatie een redelijke eigen bijdrage vragen aan de leden. Een redelijke bijdrage is:

-minimaal € 50,- per jaar voor leden tot 18 jaar en voor leden van 65 jaar en ouder

-minimaal € 90,- per jaar voor leden van 18 jaar en ouder en jonger dan 65 jaar.

4Wanneer een organisatie besluit aan de leden een lagere bijdrage te vragen, wordt het toe te kennen subsidiebedrag verlaagd met het totaalbedrag dat ten opzichte van de redelijke bijdrage te weinig is gevraagd.

5De organisatie moet aangesloten zijn bij een overeenkomstige landelijke, provinciale of regionale bond (erkend door het NOC*NSF).

Artikel 4 Leden

1Jeugdleden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan subsidiejaar of subsidieperiode, lid zijn van de organisatie en contributie verschuldigd zijn aan de organisatie en die op bedoelde datum niet ouder zijn dan 17 jaar.

2Seniorleden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar of subsidieperiode lid zijn van de organisatie en contributie verschuldigd zijn aan de organisatie en die op bedoelde datum 18 jaar of ouder zijn.

3Gehandicaptenleden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar of subsidieperiode lid zijn van de organisatie en contributie verschuldigd zijn aan de organisatie en die door een chronische beperking niet zelfstandig kunnen deelnemen aan de betreffende sport en/of waar specifieke voorzieningen voor nodig zijn.

Artikel 5 Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor dit hoofdstuk € 80.683 onder voorbehoud van goedkeuring van door de raad. Het definitieve subsidieplafond wordt jaarlijks (uiterlijk) in november bepaald door de vaststelling van de gemeentebegroting voor het volgende jaar.

Artikel 6 Activiteitensubsidies

1Voor de berekening van de activiteitensubsidie gelden de volgende bedragen:

a.een bedrag van € 20,- per lid voor de beoefening van een binnen- of buitensport tot een maximum van € 5.000,- per vereniging (deelsubsidieplafond € 57.000,-).

b.Schaakverenigingen, biljartverenigingen, hengelsportverenigingen, kolfverenigingen, jeu de boules verenigingen, bridgeclubs en zwemclubs komen in aanmerking voor een vaste subsidie van € 225,- per jaar onder de verplichting dat er per jaar tenminste 1 toernooi wordt georganiseerd (deelsubsidieplafond € 2.250,-);

c.een vast bedrag van € 225,- voor iedere ijsclub per dorpskern onder de verplichting dat er jaarlijks ten minste 1 schaatsactiviteit wordt georganiseerd (deelsubsidieplafond € 675,-);

d.Als door de hoeveelheid aanvragen het maximale bedrag onder dit artikel overschreden wordt, zal het normbedrag naar beneden worden bijgesteld tot het maximum bedrag niet meer overschreden wordt.

2Voor de organisatie van toernooien, sportevenementen en/of sportondersteuning activiteiten worden de volgende activiteitensubsidie verleend met de volgende grondslagen:

a.een subsidie van maximaal € 500,- voor de organisatie de Schoolvoetbalcompetitie;

b.een bedrag van maximaal € 1000,- voor de organisatie van de West-Friese Sportverkiezingen;

c.een bedrag van € 1.000,- voor de organisatie van de Fiets4daagse Hoorn e.o. onder de voorwaarde dat een route de 4-daagse ook door de gemeente Stede Broec gaat;

d.een bedrag van € 5.670,- voor Sportservice Noord-Holland voor het versterken van de sportinfrastructuur voor gehandicapten;

e.het deelsubsidieplafond van dit lid wordt vastgesteld op € 8.670,-.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

4.2. Recreatie

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Stede Broec 2017.

Artikel 2 Doelstellingen

De te verlenen subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

-Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van vormings- en ontwikkelingswerk.

-Het stimuleren en waarderen van vormings- en ontwikkelingswerk voor de inwoners van Stede Broec.

-Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare activiteiten op het gebied van vormings- en ontwikkelingswerk.

Artikel 3 Begripsomschrijving

1Voor een subsidie komen in aanmerking instellingen die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten op het terrein van vormings- en ontwikkelingswerk te organiseren in Stede Broec.

2De instelling moet gevestigd zijn in de gemeente Stede Broec en leden hebben die woonachtig zijn in de gemeente Stede Broec.

3Een instelling die niet gevestigd is in de gemeente Stede Broec en met Stede Broecse leden, kan voor subsidie in aanmerking komen als haar activiteiten gericht zijn op de inwoners van de gemeente Stede Broec.

4Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet een instelling een redelijke eigen bijdrage vragen aan de leden.

Artikel 4 Subsidievoorwaarden

Leden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar of subsidieperiode, lid zijn van de instelling en contributie verschuldigd zijn aan de instelling.

Artikel 5 Subsidieplafond

Het subsidieplafond is € 8.200,- onder voorbehoud van goedkeuring van door de raad. Het definitieve subsidieplafond wordt jaarlijks (uiterlijk) in november bepaald door de vaststelling van de gemeentebegroting voor het volgende jaar.

Artikel 6 Activiteitensubsidie

Voor de berekening van de jaarlijkse activiteitensubsidie gelden de volgende bedragen:

1een vast bedrag van € 950,- voor IVN Natuur Educatie afdeling West-Friesland;

2een vast bedrag van € 4.750,- aan Stichting Park de Woid voor de activiteiten rondom het onderhoud van Kinderboerderij en park De Woid;

3een subsidie van maximaal € 2.500,- voor de organisatie van de Open Dag Waterrecreatie onder de verplichting dat er ter minste 5 verenigingen aan deelnemen;

4Een subsidie van € 0,175 per inwoner o.b.v. een regionale afspraken voor de Vogel- en dierenopvang De Bonte Piet, wat voor 2026 uitkomt op € 3.888,00

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

5. Subsidieregeling 5. Kunst en cultuur

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Stede Broec 2017.

Artikel 2 Doelstellingen

De te verlenen subsidies worden beschikbaar gesteld op grond van de volgende doelstellingen:

-Het behouden en verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van kunst en cultuur.

-Het stimuleren en waarderen van culturele activiteiten voor de inwoners van Stede Broec.

-Het scheppen van voorwaarden voor toegankelijke en betaalbare activiteiten op het gebied van kunst en cultuur.

Artikel 3 Begripsomschrijving

1Voor een subsidie komen in aanmerking instellingen die zich ten doel stellen om zonder winstoogmerk activiteiten op het terrein van kunst en cultuur te organiseren in Stede Broec.

2De instelling moet gevestigd zijn in de gemeente Stede Broec en leden hebben die woonachtig zijn in de gemeente Stede Broec.

3Een instelling die niet gevestigd is in de gemeente Stede Broec en met Stede Broecse leden, kan voor subsidie in aanmerking komen als haar activiteiten gericht zijn op de inwoners van de gemeente Stede Broec.

4Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet een instelling een redelijke eigen bijdrage vragen aan de leden.

Artikel 4 Subsidievoorwaarden

Leden zijn natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het subsidiejaar of subsidieperiode, lid zijn van de instelling en contributie verschuldigd zijn aan de instelling.

Artikel 5 Subsidieplafond

Het totale subsidieplafond is € 814.000,- onder voorbehoud van goedkeuring van door de raad en leidend is voor deze regeling. Het definitieve subsidieplafond wordt jaarlijks (uiterlijk) in november bepaald door de vaststelling van de gemeentebegroting voor het volgende jaar.

Artikel 6 Activiteitensubsidie volksfeesten (Koningsdag)

Voor de berekening van de jaarlijkse activiteitensubsidie voor volksfeesten gelden de volgende grondslagen:

1Een vast bedrag van € 3.000,- per dorpskern (Grootebroek, Bovenkarspel en Lutjebroek) aan organisatie(s) die activiteiten op of rond koningsdag organiseren, daarbij overwegende dat als 1 organisatie voor meerdere kernen de activiteit organiseert de subsidie ook voor beide kernen kan worden aangevraagd.

2Het deelsubsidieplafond voor dit artikel wordt vastgesteld op € 9.000,- .

Artikel 7 Activiteitensubsidie muziekverenigingen en fanfarekorps

Voor de berekening van de jaarlijkse activiteitensubsidie gelden de volgende bedragen:

1Een vast bedrag van € 3.250,- aan de muziekverenigingen (St. Caecilia en Crescendo) en het fanfarekorps (Irene) en per lid een bedrag van € 30,- tot een maximum van € 5.500,- onder de voorwaarde dat er ten minste 4 uitvoeringen per jaar plaatsvinden;

2Het deelsubsidieplafond voor dit artikel wordt vastgesteld op € 13.500,-.

3Als door de hoeveelheid aanvragen het maximale bedrag onder dit artikel overschreden wordt, zal het normbedrag naar beneden worden bijgesteld tot het maximum bedrag niet meer overschreden wordt.

Artikel 8 Activiteitensubsidie zangverenigingen en koren

Voor de berekening van de jaarlijkse activiteitensubsidie gelden de volgende bedragen:

1Een vast bedrag van € 500,- aan zangkoren en zangverenigingen onder voorwaarde dat er minimaal 2 maal per jaar een uitvoering plaatsvindt in de gemeente;

2Het deelsubsidieplafond voor dit artikel wordt vastgesteld op € 6.000,-.

3Als door de hoeveelheid aanvragen het maximale bedrag onder dit artikel overschreden wordt, zal het normbedrag naar beneden worden bijgesteld tot het maximum bedrag niet meer overschreden wordt.

Artikel 9 Activiteitensubsidie toneelverenigingen

Voor de berekening van de jaarlijkse activiteitensubsidie gelden de volgende bedragen:

1Een vast bedrag van € 500,- aan toneelverenigingen onder voorwaarde dat er minimaal eenmaal per jaar een uitvoering plaatsvindt in de gemeente.

2Het deelsubsidieplafond voor dit artikel wordt vastgesteld op € 2.000,- (4 verenigingen in 2019).

3Als door de hoeveelheid aanvragen het maximale bedrag onder dit artikel overschreden wordt, zal het normbedrag naar beneden worden bijgesteld tot het maximum bedrag niet meer overschreden wordt.

Artikel 10 Overige activiteitensubsidies

Voor de berekening van de jaarlijkse activiteitensubsidie gelden de volgende bedragen:

1een vast bedrag van € 1.900,- aan de organisatie van Open Monumentendag Stede Broec;

2een vast bedrag per huishouden, op basis van het richtsnoerbedrag, voor de lokale omroep met een maximum van € 15.000,=.

3Voor activiteiten/evenementen op gebied van cultuureducatie en muziekonderwijs Jeugd (uitgewerkt in subsidieregeling 5a) een bedrag van € 148.220.

4voor een activiteit of een evenement op het Streekplein in Bovenkarspel kan een subsidie worden verleend van maximaal € 2.500,= per activiteit/evenement. Het deelplafond is vastgesteld op € 10.000,=. De uitwerking van deze subsidie is uitgewerkt in subsidieregeling 5b. Activiteiten en evenementen op het Streekplein in Bovenkarspel.

5Voor activiteiten/evenementen op gebied van erfgoed en erfgoededucatie (uitgewerkt in subsidieregeling 5c) een bedrag van € 15.000,-

Artikel 11 Budgetsubsidies Kunst en Cultuur

Aan de volgende instelling wordt op basis van de Algemene Subsidieverordening Stede Broec 2017 een budgetsubsidie beschikbaar gesteld en worden bij beschikking specifieke verplichtingen en resultaten aan de instelling opgelegd:

1aan Stichting Openbare Bibliotheek Stede Broec een bedrag van maximaal € 354.334;

2aan Stichting Evenementen ’t Postkantoor Stede Broec een vast bedrag van € 175.801;

3aan Stichting Sociaal Cultureel Centrum ’t Stadsplein een vast bedrag van € 91.342;

4aan Stichting de Blauwe Schuit een bedrag van € 12.930 (Rondje Cultuur in samenwerking met voorgezet onderwijs in Stede Broec).

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

5.1. Subsidieregeling 5a. Cultuureducatie en muziekonderwijs jeugd

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Stede Broec 2017 en van subsidieregeling 5 Kunst en Cultuur, artikel 10, lid 4 en 5.

Artikel 2 Doelstellingen

Het doel van deze regeling is om zoveel mogelijk kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 21 jaar actief kennis te laten maken met muziek en het bespelen van een muziekinstrument en ze daarnaast de mogelijkheid te bieden zich hierin verder te bekwamen. Daarnaast komen alle kinderen in Stede Broec in aanraking met zoveel mogelijk vormen van cultuureducatie en kunstdisciplines. Dit kan op een actieve, receptieve en reflectieve manier zijn.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

1Er kan subsidie worden verstrekt voor individueel muziekonderwijs bij een muziekvereniging of bij de Muziekunie aan jeugdleerlingen tot en met 21 jaar (peildatum leeftijd 1 januari van het betreffende kalenderjaar) plus bijbehorende samenspelmogelijkheden en optredens. Het gaat hier om actieve cultuureducatie.

2Er kan subsidie worden verstrekt voor het geven van klassikaal muziekonderwijs in zowel het basisonderwijs als bij muziekverenigingen en de Muziekunie. Het gaat hier om actieve cultuureducatie.

3Het is niet mogelijk voor dezelfde activiteit subsidie uit andere regelingen aan te vragen.

Artikel 4 Cultuureducatie op basisscholen

1Basisscholen gevestigd in Stede Broec kunnen subsidie aanvragen voor projecten op het gebied van cultuureducatie.

2Er wordt maximaal 70% van de kosten gesubsidieerd. De school dient minimaal 30% van de kosten zelf betalen.

3Er wordt samengewerkt tussen minimaal twee partners met name op het gebied van samenspel en optredens;

4Er worden, bijvoorbeeld via projecten, verbindingen gelegd met andere kunstdisciplines;

5Er wordt innoverend, flexibel en ondernemend gewerkt;

6De subsidie voor cultuureducatie kan hele gehele jaar aangevraagd worden totdat het plafond bereikt is.

7Het deelplafond is gemaximaliseerd op € 12.500,-.

Artikel 5 Cultuureducatie met kwaliteit

1Voor de regeling Cultuureducatie Met Kwaliteit wordt een bedrag van €0,79 per inwoner gesubsidieerd.

2De subsidie voor Cultuureducatie met Kwaliteit kan aangevraagd worden door de Westfriese bibliotheken.

3De aanvraag om subsidie moet jaarlijks aangevraagd worden voor 1 oktober.

4Het deelplafond is gemaximaliseerd op € 17.551,-.

Artikel 6 Muziekverenigingen

1Muziekverenigingen gevestigd in Stede Broec kunnen subsidie aanvragen voor het geven van individueel muziekonderwijs en klassikaal muziekonderwijs aan jeugdleden die niet ouder zijn dan 21 jaar.

2Voor individueel muziekonderwijs wordt maximaal €250,- per leerling gesubsidieerd per kalenderjaar.

3Voor klassikaal muziekonderwijs wordt maximaal €20,- per leerling gesubsidieerd per kalenderjaar.

4Muziekverenigingen kunnen ook gebruikmaken van subsidie uit regeling 5 Kunst en Cultuur, artikel 7.

5De aanvraag om subsidie moet jaarlijks aangevraagd worden voor 1 oktober.

6Het deelplafond is gemaximaliseerd op € 5.240,-.

Artikel 7 Vernieuwende projecten/activiteiten voor muziekverenigingen

1In afwijking op de leeftijdsgrens tot en met 21 jaar is er een mogelijkheid voor muziekverenigingen om in aanmerking te komen voor een subsidie voor vernieuwende projecten/activiteiten op het gebied van muziek.

2Het project of activiteit is erop gericht om inwoners in aanraking te laten komen met muziek om te ervaren, te beleven of zelf te doen.

3De aanvraag om subsidie kan jaarlijks aangevraagd worden voor 1 oktober.

4Als de subsidie niet jaarlijks wordt aangevraagd, dan schuift het budget door naar het volgende kalenderjaar en blijft beschikbaar om ingezet te worden als een tweejaarlijkse subsidie.

5Het deelplafond is gemaximaliseerd op € 6.000,-.

Artikel 8 Muziekunie

1Voor het geven van muziekonderwijs kan maximaal €350,- per leerling worden gesubsidieerd.

2Deze subsidie kan alleen worden aangevraagd door de Muziekunie en is bestemd voor leerlingen die niet ouder zijn dan 21 jaar.

3De aanvraag om subsidie moet jaarlijks aangevraagd worden voor 1 oktober.

4Het deelplafond is gemaximaliseerd op € 27.000,-.

5Daarnaast kan de Muziekunie een vast bedrag van € 30.000,- aan subsidie aanvragen voor de overhead.

Artikel 9 Muziekonderwijs op basisscholen

1Basisscholen gevestigd in Stede Broec kunnen subsidie aanvragen voor het geven van klassikaal muziekonderwijs.

2Er wordt maximaal €20,- per leerling gesubsidieerd, waarbij voor de telling de peildatum 1 februari wordt gebruikt (DUO).

3Van de totale kosten van het muziekonderwijs dient de school minimaal 50% zelf te betalen.

4Voor kleine basisscholen kan daarnaast een subsidie worden verleend voor een vast bedrag van € 500,- per school. Een kleine basisschool is een school waarvan het aantal normatieve groepen vijf of minder is.

5Subsidie kan worden aangevraagd per kalenderjaar; de aanvraag moet voor 1 oktober worden gedaan.

6Het deelplafond is gemaximaliseerd op € 45.000,-.

Artikel 10 Subsidieplafond

De totale subsidieplafonds zijn benoemd in subsidieregeling 5 Kunst en Cultuur onder artikel 10, lid 3.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

5.2. Subsidieregeling 5b. Activiteiten en evenementen op het Streekplein in Bovenkarspel

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Stede Broec 2017 en van de ingediende motie door de gemeenteraad.

Artikel 2 Begripsomschrijving

Activiteit Streekplein: een activiteit of evenement op het Streekplein in Bovenkarspel

-die door de inwoner(s)/vereniging(en)/stichting(en) van de gemeente Stede Broec op eigen initiatief wordt/worden georganiseerd;

-die direct in het belang is van de gemeente Stede Broec en haar inwoners;

-die bijdraagt aan een bruisend Streekplein;

-die toegankelijk is (zowel fysiek als financieel) voor iedere inwoner;

-die cultureel, sportief en/of culinair van aard is;

-die zonder financiële steun van de gemeente niet georganiseerd kan worden;

-waarvoor geen subsidiemogelijkheden zijn vanuit andere (subsidie)regelingen;

-waar betrokkenheid/samenwerking met lokale verenigingen en ondernemers centraal staat.

Inwoner: een inwoner van de gemeente Stede Broec die als natuurlijk persoon een activiteit of evenement op het Streekplein wil organiseren.

Vereniging of stichting : een organisatie met volledige rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk.

Artikel 3 Subsidievoorwaarde

Om voor een subsidie voor een activiteit of evenement op het Streekplein in aanmerking te komen moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

a.De initiatiefnemer organiseert de activiteit of evenement als natuurlijk persoon of onder de vlag van een stichting/vereniging zonder winstoogmerk;

b.Lokale verenigingen en ondernemers zijn betrokken of geïnformeerd door de initiatiefnemer(s) van de activiteit om te kunnen samenwerken;

c.De activiteit of evenement dient toegankelijk te zijn;

d.De organisatie/natuurlijk persoon toont aan welke andere inkomsten/uitgaven er zijn voor de betreffende activiteit aan de hand van een begroting;

e.Er mag aan de deelnemers of bezoekers van de activiteit/evenement een redelijke eigen bijdrage worden gevraagd onder de voorwaarde dat het financieel toegankelijk is voor iedere inwoner;

f.De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het tijdig aanvragen van de benodigde vergunningen.

Artikel 4 Subsidiegrondslagen

a.De subsidie voor de in dit lid genoemde activiteit, wordt bepaald aan de hand van een in te dienen begroting voor de betreffende activiteit tot een maximum van € 2.500,-;

b.Het uiteindelijke subsidiebedrag is nooit hoger dan het daadwerkelijke tekort bij de betreffende activiteit.

Artikel 5 Deelsubsidieplafond en uitgangspunt verdeling

Het deelsubsidieplafond voor de in dit hoofdstuk genoemde subsidies wordt vastgesteld op € 10.000,- en verdeling vindt, naast de beschreven voorwaarden, plaats volgens het principe “wie het eerst komt, die het eerst maalt”, waarbij de datum van aanvraag leidend is.

Artikel 6 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

5.3. Subsidieregeling 5c. Erfgoededucatie voor de jeugd en erfgoed projecten/initiatieven voor inwoners Stede Broec

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Stede Broec 2017, van de Erfgoednota Stede Broec 2023 en van het uitvoeringsprogramma Erfgoednota Stede Broec 2023 (Erfgoed als kans).

Artikel 2 Doelstellingen

Het doel van deze regeling is om jongeren binnen het primair en voorgezet onderwijs actief kennis te laten maken met erfgoed. Daarnaast is het doel om inwoners van Stede Broec kennis te laten maken met het gemeentelijk erfgoed.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden erfgoededucatie op scholen

a) De basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs, gevestigd in Stede Broec kunnen subsidie aanvragen voor projecten/activiteiten op het gebied van erfgoededucatie;

b) Stichtingen/verenigingen zonder winstoogmerk kunnen ook subsidie aanvragen voor een project/activiteit erfgoededucatie om aan de scholen in Stede Broec aan te bieden;

c) Het project of activiteit is erop gericht om jongeren in aanraking te laten komen met erfgoed door te ervaren, te beleven of zelf te doen.

d) De subsidie voor erfgoededucatie op scholen kan het gehele kalenderjaar aangevraagd worden totdat het plafond bereikt is.

e) Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum van aanvraag leidend is.

f) Bij de aanvraag wordt een plan ingediend waarin wordt beschreven wat de erfgoededucatie inhoudt en wat de link is met de erfgoednota en het uitvoeringsprogramma.

g) De subsidie voor een project erfgoededucatie wordt bepaald aan de hand van een begroting tot een maximum van € 2.500 per project.

h) Het uiteindelijke subsidiebedrag is nooit hoger dan het daadwerkelijke tekort bij de betreffende activiteit.

i) Het deelplafond is gemaximaliseerd op € 10.000 per jaar.

Artikel 4 Subsidievoorwaarden erfgoedprojecten/activiteiten voor inwoners van Stede Broec

a) Stichtingen/verenigingen zonder winstoogmerk kunnen subsidie aanvragen voor een project/activiteit om inwoners in aanraking te laten komen met erfgoed door te ervaren, te beleven of zelf te doen.

b) De subsidie voor inwoners van Stede Broec kan het gehele kalenderjaar aangevraagd worden totdat het plafond bereikt is. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, waarbij de datum van aanvraag leidend is.

c) Bij de aanvraag wordt een plan ingediend waarin wordt beschreven wat de erfgoededucatie inhoudt en wat de link is met de erfgoednota en het uitvoeringsprogramma.

d) De stichting/vereniging toont aan welke andere inkomsten/uitgaven er zijn voor de betreffende activiteit aan de hand van een begroting;

e) Er mag aan de deelnemers of bezoekers van de activiteit/project een redelijke eigen bijdrage worden gevraagd onder de voorwaarde dat het financieel toegankelijk is voor iedere inwoner;

f) De subsidie voor een project erfgoededucatie wordt bepaald aan de hand van een begroting tot een maximum van € 2.500 per project.

g) Het uiteindelijke subsidiebedrag is nooit hoger dan het daadwerkelijke tekort bij de betreffende activiteit.

h) De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het tijdig aanvragen van de benodigde vergunningen.

i) Het is niet mogelijk voor dezelfde activiteit subsidie uit andere regelingen aan te vragen.

j) Het deelplafond is gemaximaliseerd op € 5.000 per jaar.

Artikel 5 Subsidieplafond

Het totale subsidieplafond is gemaximaliseerd op € 15.000 per jaar.

Artikel 6 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

6. Subsidieregeling 6. Eenmalige & vernieuwende maatschappelijke activiteiten

6.1. Bijzondere-, Culturele-, Sportieve- en eenmalige activiteiten

Artikel 1 Algemene bepaling

Deze subsidieregeling is een nadere uitwerking van de Algemene subsidieverordening Stede Broec 2017.

Artikel 2 Begripsomschrijving

1Bijzondere activiteit:

-die direct in het belang is van de gemeente Stede Broec en haar inwoners,

-die plaatsvindt in de gemeente Stede Broec,

-die buiten het normale activiteitenpakket van de organisatie is gelegen;

-die zonder financiële steun van de gemeente niet georganiseerd kan worden;

-waarvoor geen subsidiemogelijkheden voor zijn vanuit andere (subsidie)regelingen;

-er samengewerkt wordt met een of meerdere andere partijen.

2Culturele activiteit: een bijzondere activiteit zoals omschreven in artikel 2, lid 1 waar één of meer componenten in zitten van één van de volgende disciplines:

-theater, dans, muziek, toneel, cultureel erfgoed, cultuurhistorie, beeldende

-kunst of lezen en literatuur.

3Sportieve activiteit: een bijzondere activiteit zoals omschreven in artikel 2, lid 1 waar één of meer componenten in zitten van één van de volgende disciplines:

-Bewegen en sporten in meest brede zin.

4Eenmalige subsidie: een eenmalige bijdrage:

-bij de start van een nieuwe Stede Broecse organisatie of bij het verkrijgen van volledige rechtspersoonlijkheid door een Stede Broecse organisatie;

-voor het leveren van een bijzondere prestatie op het gebeid van sport, kunst of cultuur;

-voor overige noodzakelijke zaken die onmisbaar zijn voor het kunnen houden van een bepaalde activiteit en niet door de organiserende partij zelf kunnen worden aangeschaft.

Artikel 3 Subsidievoorwaarden

1Bijzondere activiteiten

a.Om voor een subsidie voor een bijzondere activiteit in aanmerking te komen, moet een organisatie aantonen welke andere inkomsten er zijn voor de betreffende activiteit.

b.Aan de deelnemers of bezoekers van de bijzondere activiteit wordt een redelijke eigen bijdrage gevraagd. Burgemeester en wethouders kunnen hieraan nadere voorwaarden stellen.

2Culturele activiteiten

Om voor subsidie voor een culturele activiteit in aanmerking te komen moet, naast de in artikel 3, lid 1 omschreven voorwaarden, aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

-Er wordt samengewerkt tussen minimaal twee partners.

3Sportieve activiteiten

Om voor subsidie voor een sportieve activiteit in aanmerking te komen moet, naast de in artikel 3, lid 1 omschreven voorwaarden, aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

-Er wordt samengewerkt tussen minimaal twee partners;

4Eenmalige subsidies

Om voor een eenmalige subsidie in aanmerking te komen moet aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

-De organisatie stelt zich ten doel om zonder winstoogmerk activiteiten te organiseren in Stede Broec

-Er wordt samengewerkt wordt tussen minimaal twee partners;

-de organisatie is gevestigd in de gemeente Stede Broec.

Artikel 4 Subsidiegrondslagen

Bijzondere, culturele en sportieve activiteiten

a.De subsidie voor de in dit lid genoemde activiteit, wordt bepaald aan de hand van een in te dienen begroting voor de betreffende activiteit tot een maximum van € 2.500,-;

b.Het uiteindelijke subsidiebedrag voor een bijzondere activiteit is nooit hoger dan het daadwerkelijke tekort bij de betreffende activiteit.

c.Per organisatie wordt per jaar op grond van dit artikel maximaal één activiteit gesubsidieerd.

1Eenmalige subsidies

a.De eenmalige subsidie bij de start van een nieuwe Stede Broecse organisatie en/of het verkrijgen van volledige rechtspersoonlijkheid door een Stede Broecse organisatie is € 200,-.

b.Voor het leveren van een bijzondere prestatie op het gebied van sport, kunst of cultuur kan een eenmalige subsidie beschikbaar worden gesteld tot maximaal € 100,-

c.voor overige noodzakelijk geachte activiteiten en/of zaken wordt per aanvraag maximaal € 1.000,- verstrekt.

Artikel 5 Deelsubsidieplafond en uitgangspunt verdeling

Het deelsubsidieplafond voor de in dit hoofdstuk genoemde subsidies wordt vastgesteld op € 14.000,- en verdeling vindt, naast de beschreven voorwaarden, plaats volgens het principe “wie het eerst komt, die het eerst maalt”, waarbij de datum van aanvraag leidend is.

Artikel 6 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

6.2. Stede Broecers voor elkaar

Artikel 1 Algemeen

De gemeente Stede Broec vindt het belangrijk dat Stede Broecers en buurtbewoners zich verbonden voelen met elkaar en met hun buurt. Buurtactiviteiten zijn belangrijk om deze verbondenheid te versterken. Op basis van dit hoofdstuk kan een subsidie worden aangevraagd voor een activiteit of een initiatief, waarmee de verbinding met buurtbewoners en Stede Broecers wordt versterkt.

Artikel 2 Begripsomschrijving

Bij de buurtactie gaat het om acties die uitnodigen om elkaar te ontmoeten en het netwerk in de buurt verstevigen. Of om samen iets in uw buurt op te knappen terwijl u intussen ook elkaar (beter) leert kennen. Voor en door de buurt, voor meer verbinding en betrokkenheid!

Voorbeelden van buurtacties

Iedereen kan een financiële bijdrage in het kader van de buurtactiviteit aanvragen. De aanvraag moet gericht zijn op (een gedeelte van) de buurt. Heeft u ooit gedacht aan:

-Het organiseren van een jeu-de-boules middag of een toneelvoorstelling;

-Met de hele straat een voortuintje van een zieke buurman opknappen;

-Een straatfeest houden zodat jong en oud elkaar beter leert kennen;

-Een wandeling of rondleiding verzorgen voor en door de buurt;

-Een moestuin aanleggen en onderhouden met uw buurtgenoten;

-Een ‘garagesale’ organiseren met de buurt;

-Een straatbarbecue houden voor de buurt;

-Een partytent opzetten, een springkussen voor de kinderen regelen en iedereen neemt wat te eten en te drinken mee, op een mooie zomeravond.

Artikel 3 Voorwaarden

-Er kan maximaal een subsidie worden toegekend van € 100;

-De buurtactiviteit is toegankelijk voor alle buurtbewoners;

-De aanvraag is kleinschalig en heeft betrekking op (een deel van) de buurt of een combinatie van buurten in de gemeente Stede Broec;

-Buurtbewoners voeren de activiteit (grotendeels) zelf uit;

-Na afloop van de activiteit dient u een betaalde nota in bij de gemeente Stede Broec.

-Eten en drinken worden niet vergoed. Wel kunt u voor straatbarbecues bijvoorbeeld een bijdrage krijgen voor de huur van een springkussen. Ook voor grotere feesten zijn bijdrages mogelijk, maar niet voor het eten en drinken, die dient men zelf betalen;

-Er wordt voor maximaal 10 buurtactiviteiten subsidie per jaar subsidie verstrekt’

-Voor de aanvraag dient plaats te vinden middels “Aanvraagformulier Incidentele Subsidie”

-Voor deze subsidie is het hebben van een rechtspersoonlijkheid niet van toepassing.

Artikel 4 Deelsubsidieplafond en uitgangspunt verdeling

Het deelsubsidieplafond voor dit hoofdstuk wordt vastgesteld op € 1.000,- en verdeling vindt, naast de beschreven voorwaarden, plaats volgens het principe “wie het eerst komt, die het eerst maalt”, waarbij de datum van aanvraag dus leidend is.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

6.3. Stedebroecers met een afstand tot de arbeidsmarkt doen mee

Artikel 1 Begripsomschrijving

Een organisatie, zoals genoemd in artikel 1 lid 5 van de Algemene Subsidie Verordening Stede Broec 2017 en geen budgetsubsidie ontvangen, kan voor een subsidie in aanmerking komen, indien zij bij de uitvoering van haar activiteiten mensen betrekken die onder de SROI-doelgroep vallen.

Artikel 2 SROI-Doelgroep

De SROI-doelgroep bestaat onder andere uit:

-langdurig werkzoekenden;

-jonge werkzoekenden;

-mensen met een arbeidsbeperking

-personen die in aanmerking komen voor de loonkostensubsidie;

-personen die vallen onder de Participatiewet

Artikel 3 Aanvraag

Bij een aanvraag om subsidie (middels het Aanvraagformulier Incidentele Subsidies) dient de organisatie zelf aan te geven hoe zij SROI-doelgroep gaat betrekken bij de uitvoering van haar activiteiten en dient de organisatie tevens voldoende aannemelijk te maken dat een deelnemer onder de SROI-doelgroep valt.

Artikel 4 Subsidiegrondslagen

Het subsidiebedrag per (SROI-)aanvraag is maximaal € 1000,-.

Artikel 5 Deelsubsidieplafond en uitgangspunt verdeling

Het deelsubsidieplafond voor de in artikel voor dit artikel wordt vastgesteld op € 5.000,- verdeling vindt, naast de beschreven voorwaarden, plaats volgens het principe “wie het eerst komt, die het eerst maalt”, waarbij de datum van aanvraag dus leidend is.

Artikel 6 Subsidieplafond

Het subsidieplafond van de gehele regeling 6 is vastgesteld op € 20.000,- onder voorbehoud van goedkeuring van door de raad. Het definitieve subsidieplafond wordt jaarlijks (uiterlijk) in november bepaald door de vaststelling van de gemeentebegroting voor het volgende jaar.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

Subsidieregeling 7. Huisvestingskosten maatschappelijke accommodaties

Artikel 1 Doel

Maatschappelijke accommodaties maken het mogelijk om maatschappelijke effecten en het gemeentelijk welzijnsbeleid te verwezenlijken. Accommodaties die openbaar toegankelijk zijn en actief gebruikt worden, verbinden mensen en versterken de sociale cohesie van Stede Broec. Mensen krijgen de mogelijkheid om het eigen netwerk te versterken en actief mee te doen aan de samenleving.

Artikel 2 Resultaten

De activiteiten dienen bij te dragen aan de volgende resultaten:

-Het bevorderen van de sociale cohesie in Stede Broec;

-Actief gebruikte maatschappelijke accommodatie die bijdragen aan de mobilisatie van inwoners.

Artikel 3 Activiteiten

Onderstaande activiteiten komen in aanmerking voor subsidie:

-Het geheel of gedeeltelijke beheer, de in stand houding en het onderhouden van aangewezen welzijns- en sportaccommodaties ten behoeve van relevante activiteiten op het gebied van sport, cultuur, zorg, welzijn en jeugd;

Artikel 4 Bijzondere criteria en/of voorwaarden

-De aangewezen maatschappelijke accommodaties zijn openbaar toegankelijk voor alle inwoners van Stede Broec;

-Tussen de subsidieaanvrager en de gemeente Stede Broec worden nadere afspraken gemaakt over de uitvoering van activiteiten (in relatie tot de subsidie). Deze afspraken/voorwaarden worden opgenomen in het besluit tot subsidieverlening;

-De huisvestingkosten van een specifieke accommodatie aanzienlijker hoger zijn in vergelijking met de huisvestingkosten van verenigingen die dezelfde activiteiten uitvoeren en er redelijkerwijs geen alternatieve huisvestingsmogelijkheden zijn.

Artikel 5 Type subsidies

Er kan gebruik worden gemaakt van de volgende typen subsidies: periodieke subsidie

Artikel 6 Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor deze regeling wordt vastgesteld op € 329.841 en onder voorbehoud van goedkeuring door de raad. Het definitieve subsidieplafond wordt jaarlijks (uiterlijk) in november bepaald door de vaststelling van de gemeentebegroting voor het volgende jaar.

Artikel 7 Organisaties die aanspraak kunnen maken op subsidie

Subsidie in het kader van deze subsidieregeling kan uitsluitend aangevraagd worden door:

1Stichting Welzijn Stede Broec voor de huisvestingskosten van de volgende onderdelen:

a.gebouw van J.C. Inventas voor een bedrag van € 57.464

b.gebouw en locatie Sociaal Cultureel Centrum ’t Stadsplein voor een bedrag van € 22.743;

c.Stationslaan 2 (locatie bij bibliotheek) € 35.735;

d.Sociaal Adviesbureau € 1.117;

2Stichting Bibliotheek Stede Broec voor een bedrag van € 160.172;

3Stichting Jeugd en Jongerenwerk Lutjebroek voor een bedrag van maximaal € 7.817,- per jaar ter compensatie van hoge accommodatiekosten in vergelijking met vergelijkbare organisaties en er redelijkerwijs geen alternatieven accommodaties zijn voor de uitoefening van genoemde activiteit;

4aan St. Caecilia een bedrag van maximaal € 2.233 ter compensatie van hoge accommodatiekosten in vergelijking met vergelijkbare organisaties en er redelijkerwijs geen alternatieven accommodaties zijn voor de uitoefening van genoemde activiteit;

5Stichting Evenementen Stede Broec voor een bedrag € 29.160;

6Beheerstichting Clubgebouw Nassaupark voor een bedrag van € 8.933;

7Gym- en Turnvereniging Stede Broec voor een bedrag van € 4.467;

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 1 januari 2027.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.