1. Inleiding
Tekst
Het opstellen van een beleidsnotitie voor standplaatsen heeft als doel om een goed afwegingskader te hebben dat kan helpen bij vergunningverlening en handhaving. Daarnaast kan het ondernemers duidelijkheid bieden over hun mogelijkheden en positie.
Deze beleidsnotitie gaat niet over de standplaatsen op de reguliere weekmarkten, incidentele snuffel- en rommelmarkten en evenementen als braderieën en kermissen.
Bijlage 1 – APV-bepalingen Standplaatsen
Afdeling 4. Standplaatsen
Artikel 5:17 Begripsbepaling
1In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
2Onder standplaats wordt niet verstaan:
a.een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
b.een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
1Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
2Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan.
3Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd:
a.indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;
b.indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.
4Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen
Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.
De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.