Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel Hobbymatig gebruik schuren nabij woningen

Gemeente Staphorst · geldt sinds 26 september 2023

3. Gevolgen regeling

Tekst

Deze memo voorziet er in om de regeling die momenteel via een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan is opgenomen, via een veegherziening voor zowel De Streek als het Buitengebied mee te nemen als een binnenplanse afwijking. Op deze wijze wordt niet de bestemming gewijzigd, maar kan wel met een meer eenvoudige (kosten en proceduretijd) procedure meegewerkt worden aan de realisatie van een bijgebouw met een omvang van maximaal 150 m².

In de huidige situatie wordt met een wijzigingsplan de bestemming gewijzigd naar “Wonen-1”. In de nieuwe situatie zal in het kader van een actualisatieplan of veegplan beoordeeld worden of de locaties, nu veelal bestemd als “Agrarisch met waarden”, onderdeel moeten worden van de woonbestemming dan wel voorzien moeten worden van een nadere aanduiding. In de bestemmingen wordt een strijdig gebruiksbepaling opgenomen, waarmee milieubelemmerende situaties kunnen worden voorkomen.

Ook kan geen gebruik gemaakt worden van deze regeling in combinatie met de regeling tot oprichten van 250 m² (artikel 38.4, geen cumulatie van bouwmogelijkheden).

De memo leidt tot de volgende bepalingen:

1De activiteiten mogen niet vergunningplichtig of meldingplichtig zijn krachtens de milieuwetgeving;

Wanneer het perceel vanuit het milieuspoor als bedrijfsmatig wordt aangemerkt, zou dit een beperking leggen op toekomstige ontwikkelingen. Deze regeling is niet van toepassing voor een agrarisch bedrijf. De lijn, voortvloeiend uit de gemeentelijke geurverordening, is dan namelijk dat er binnen een afstand van 50 meter van een dierenverblijf geen nieuwe woning kan worden opgericht.

2De afstand tussen de voorzijde van het bijgebouw en het dichtstbijzijnde punt van het achterste gebouw mag ten opzichte van de openbare weg niet meer dan 15 m bedragen;

Er dient een relatie te blijven met de woning, c.q. lintbebouwing. Een solitair in het landschap gelegen bijgebouw wordt als ongewenste ontwikkeling gezien.

3Er mag maximaal één bijgebouw worden gebouwd;

Voorkomen dient te worden dat het een opeenstapeling wordt van bijgebouwen, waarbij nut en noodzaak ontbreken. Dit in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik.

4De oppervlakte van het bijgebouw mag maximaal 150 m² bedragen;

Deze maat is ruim voldoende bovenop de bestaande al bij recht te verlenen bijgebouwen.

5De lengte van het bijgebouw dient ten minste tweemaal de breedte te bedragen;

De lengterichting van de landstroken dienen gevolgd te worden om recht doen aan het slagenlandschap.

6De goot- en bouwhoogte van het bijgebouw niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 3 m en 6,6 m, met dien verstande dat een hogere goothoogte kan worden toegestaan in het geval in de vorm van een kapschuur wordt gebouwd;

Deze hoogtebepaling sluit aan bij de maximaal toegestane hoogtemaat, zoals die is opgenomen in bestemmingsplan Buitengebied voor vrijstaande bijgebouwen.

7Door middel van een erfinrichtingsplan dient te worden aangetoond hoe de kwaliteit van het gehele erf wordt verbeterd, dan wel in stand wordt gehouden;

Deze bepaling heeft he ontstaan van deze regeling ingeleid. De achterkantbenadering van het lint: de ruimtelijke kwaliteit wordt behouden dan wel versterkt in de overgang van bebouwd gebied naar het landelijk gebied.

8Bij de situering van het bijgebouw moet worden aangesloten bij de ruimtelijke structuur van de omgeving;

Naastgelegen percelen, de bebouwingscontour, mate van dichtheid en bestaande waarden kunnen bepalen of en zo ja hoe het bijgebouw gesitueerd moet worden.

9Burgemeester en wethouders gaan uitsluitend over tot afwijken van het bestemmingsplan als de uitvoering van het inrichtingsplan is gegarandeerd;”

Biedt juridische rechtszekerheid naar beide partijen. Bovendien is de uitvoering anders dan volgens het afgesproken inrichtingsplan handhaafbaar.

Bijlage 1. Huidige regelgeving

de gebouwen worden gebruikt voor onderhoud van het landelijk gebied of stalruimte voor het hobbymatig houden van dieren

Bestemming

Procedure

De Streek

Buitengebied

Bestemming Wonen-1

Bij recht

hobbymatige agrarische activiteiten binnen het bestaande maximum aan m2 aan-, uit- en bijgebouwen bij de woning(en);

het gebruik van de gronden en gebouwen voor hobbymatige agrarische activiteiten, waaronder het houden van paarden, mits niet meer dan 75 m2 van het bebouwde oppervlak voor deze activiteiten wordt gebruikt;

Binnenplanse afwijking

ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen voor het stallen van middelen voor landschapsonderhoud, dan wel het hobbymatig houden van vee, met dien verstande dat:

1de activiteiten niet vergunningplichtig of meldingsplichtig mogen zijn krachtens de milieuwetgeving;

2de afstand tussen de voorzijde van het bijgebouw en het dichtstbijzijnde punt van het achterste gebouw ten opzichte van de openbare weg niet meer dan 15 m mag bedragen;

3er maximaal één bijgebouw mag worden gebouwd;

4de oppervlakte van het bijgebouw maximaal 150 m2 mag bedragen;

5de lengte van het bijgebouw ten minste tweemaal de breedte dient te bedragen;

6de goot- en bouwhoogte van het bijgebouw niet meer mogen bedragen dan respectievelijke 3 m en 6,6 m, met dien verstande dat een hogere goothoogte kan worden toegestaan in het geval in de vorm van een kapschuur wordt gebouwd;

7de behoefte dien te worden aangetoond;

8middels een erfinrichtingsplan dient te worden aangetoond hoe de kwaliteit van het gehele erf wordt verbeterd, dan wel in stand wordt gehouden;

9redelijkerwijs dient te worden aangetoond dat er geen ruimte bestaat in het bestaande hoofdgebouw en bijgebouw(en);

10bij de situering van het bijgebouw moet worden aangesloten bij de ruimtelijke structuur van de woning;

11er een goede overgang moet plaatsvinden naar het achterliggende landschap;

12de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend als de uitvoering van het inrichtingsplan is gegarandeerd;

toestaan dat tot 250 m2 aan bijgebouwen bij een woning wordt gebouwd, mits:

1investering in de ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt;

2de gebouwen worden gebruikt voor onderhoud van het landelijk gebied of stalruimte voor het hobbymatig houden van dieren;

3elders in het buitengebied ten minste driemaal de oppervlakte aan extra bijgebouwen gesloopt wordt, in de vorm van voormalig agrarische bedrijfsgebouwen;

4geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

•de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

•het landschaps- en bebouwingsbeeld;

•de verkeersveiligheid;

•de verschijningsvorm vankarakteristieke panden;

5niet tevens gebruik wordt gemaakt van de regeling als bedoeld onder sub e;

Wijzigingsregels

-

-

Bestemming Agrarisch

Bij recht

-

Binnenplanse afwijking

-

toestaan dat de goot- en/of bouwhoogte en/of de situering van bestaande veldschuren, die agrarisch, dan wel ten behoeve van hobbymatig houden van vee, dan wel ten behoeve van landschapsonderhoud gebruikt worden, gewijzigd worden, mits:

1de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 en 5 m;

2de situering van de veldschuur slechts gewijzigd wordt indien dit vanuit doelmatigheidsoverwegingen noodzakelijk is en ten minste 10% van de te bouwen veldschuur op de bestaande locatie ligt;

3er sprake is van een goede landschappelijke inpassing;

4is aangetoond dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de geomorfologische, cultuurhistorische en archeologische waarden, de woonsituatie en het bebouwingsbeeld;

Wijzigingsregels

de bestemming wijzigen in een woonbestemming ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen voor het stallen van middelen voor landschapsonderhoud, dan wel het hobbymatig houden van vee, met dien verstande dat:

1de activiteiten niet vergunningplichtig of meldingplichtig mogen zijn krachtens de milieuwetgeving;

2de afstand tussen de voorzijde van het bijgebouw en het dichtstbijzijnde punt van het achterste gebouw ten opzichte van de openbare weg niet meer dan 15 m mag bedragen;

3er maximaal één bijgebouw mag worden gebouwd;

4de oppervlakte van het bijgebouw maximaal 150 m2 mag bedragen;

5de lengte van het bijgebouw ten minste tweemaal de breedte dient te bedragen;

6de goot- en bouwhoogte van het bijgebouw niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 3 m en 6,6 m, met dien verstande dat een hogere goothoogte kan worden toegestaan in het geval in de vorm van een kapschuur wordt gebouwd;

7de behoefte dient te worden aangetoond;

8middels een erfinrichtingsplan dient te worden aangetoond hoe de kwaliteit van het gehele erf wordt verbeterd, dan wel in stand wordt gehouden;

9redelijkerwijs dient te worden aangetoond dat er geen ruimte bestaat in het bestaande hoofdgebouw en bijgebouw(en);

10bij de situering van het bijgebouw moet worden aangesloten bij de ruimtelijke structuur van de omgeving;

11er een goede overgang moet plaatsvinden naar het achterliggende landschap;

12burgemeester en wethouders uitsluitend overgaan tot wijziging van het bestemmingsplan als de uitvoering van het inrichtingsplan is gegarandeerd;

de bestemming wordt gewijzigd in een woonbestemming ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen voor het stallen van middelen voor landschapsonderhoud, dan wel het hobbymatig houden van vee, met dien verstande dat:

1de activiteiten niet vergunningplichtig of meldingplichtig mogen zijn krachtens de milieuwetgeving;

2de afstand tussen de voorzijde van het bijgebouw en het dichtstbijzijnde punt van het achterste gebouw ten opzichte van de openbare weg niet meer dan 15 m mag bedragen;

3er maximaal één bijgebouw mag worden gebouwd;

4de oppervlakte van het bijgebouw maximaal 150 m2 mag bedragen;

5de lengte van het bijgebouw ten minste tweemaal de breedte dient te bedragen;

6de goot- en bouwhoogte van het bijgebouw niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 3 m en 6,6 m, met dien verstande dat een hogere goothoogte kan worden toegestaan in het geval in de vorm van een kapschuur wordt gebouwd;

7de behoefte dient te worden aangetoond;

8middels een erfinrichtingsplan dient te worden aangetoond hoe de kwaliteit van het gehele erf wordt verbeterd, dan wel in stand wordt gehouden;

9redelijkerwijs dient te worden aangetoond dat er geen ruimte bestaat in het bestaande hoofdgebouw en bijgebouw(en);

10bij de situering van het bijgebouw moet worden aangesloten bij de ruimtelijke structuur van de omgeving;

11er een goede overgang moet plaatsvinden naar het achterliggende landschap;

12burgemeester en wethouders uitsluitend overgaan tot wijziging van het bestemmingsplan als de uitvoering van het inrichtingsplan is gegarandeerd.

Bijlage 2. Voorgesteld regelgeving

hobbymatige agrarische activiteiten binnen het bestaande maximum aan m2 aan-, uit- en bijgebouwen bij de woning(en);

Bestemming

Procedure

De Streek

Buitengebied

Bestemming Wonen-1

Bij recht

hobbymatige agrarische activiteiten binnen het bestaande maximum aan m2 aan-, uit- en bijgebouwen bij de woning(en);

het gebruik van de gronden en gebouwen voor hobbymatige agrarische activiteiten, waaronder het houden van paarden, mits niet meer dan 75 m² van het bebouwdeoppervlak voor deze activiteiten wordt gebruikt;

Binnenplanse afwijking

ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen voor het stallen van middelen voor landschapsonderhoud, dan wel het hobbymatig houden van vee, met dien verstande dat:

1de activiteiten niet vergunningplichtig of meldingsplichtig mogen zijn krachtens de milieuwetgeving;

2de afstand tussen de voorzijde van het bijgebouw en het dichtstbijzijnde punt van het achterste gebouw ten opzichte van de openbare weg niet meer dan 15 m mag bedragen;

3er maximaal één bijgebouw mag worden gebouwd;

4de oppervlakte van het bijgebouw maximaal 150 m2 mag bedragen;

5de lengte van het bijgebouw ten minste tweemaal de breedte dient te bedragen;

6de goot- en bouwhoogte van het bijgebouw niet meer mogen bedragen dan respectievelijke 3 m en 6,6 m, met dien verstande dat een hogere goothoogte kan worden toegestaan in het geval in de vorm van een kapschuur wordt gebouwd;

7middels een erfinrichtingsplan dient te worden aangetoond hoe de kwaliteit van het gehele erf wordt verbeterd, dan wel in stand wordt gehouden;

8bij de situering van het bijgebouw moet worden aangesloten bij de ruimtelijke structuur van de omgeving;

9de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend als de uitvoering van het inrichtingsplan is gegarandeerd;

ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen voor het stallen van middelen voor landschapsonderhoud, dan wel het hobbymatig houden van vee, met dien verstande dat:

1de activiteiten niet vergunningplichtig of meldingsplichtig mogen zijn krachtens de milieuwetgeving;

2de afstand tussen de voorzijde van het bijgebouw en het dichtst bij zijnde punt van het achterste gebouw ten opzichte van de openbare weg niet meer dan 15 m mag bedragen;

3er maximaal één bijgebouw mag worden gebouwd;

4de oppervlakte van het bijgebouw maximaal 150 m2 mag bedragen;

5de lengte van het bijgebouw ten minste tweemaal de breedte dient te bedragen;

6de goot- en bouwhoogte van het bijgebouw niet meer mogen bedragen dan respectievelijke 3 m en 6,6 m, met dien verstande dat een hogere goothoogte kan worden toegestaan in het geval in de vorm van een kapschuur wordt gebouwd;

7middels een erfinrichtingsplan dient te worden aangetoond hoe de kwaliteit van het gehele erf wordt verbeterd, dan wel in stand wordt gehouden;

8bij de situering van het bijgebouw moet worden aangesloten bij de ruimtelijke structuur van de woning;

9de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend als de uitvoering van het inrichtingsplan is gegarandeerd;

10in afwijking van het gestelde onder 3 mag het bijgebouw maximaal 250 m2 bedragen, waarbij de te realiseren oppervlakte meer dan 150 m2 gebouwd kan worden indien ten minste driemaal die oppervlakte aan extra bijgebouwen elders in het buitengebied gesloopt wordt, in de vorm van voormalig agrarische bedrijfsgebouwen;

11niet tevens gebruik wordt gemaakt van de saneringsregeling.

Wijzigingsregels

-

-

BestemmingAgrarisch

Bij recht

-

Binnenplanse afwijking

ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen voor het stallen van middelen voor landschapsonderhoud, dan wel het hobbymatig houden van vee, met dien verstande dat:

1de activiteiten niet vergunningplichtig of meldingsplichtig mogen zijn krachtens de milieuwetgeving;

2de afstand tussen de voorzijde van het bijgebouw en het dichtst bij zijnde punt van het achterste gebouw ten opzichte van de openbare weg niet meer dan 15 m mag bedragen;

3er maximaal één bijgebouw mag worden gebouwd;

4de oppervlakte van het bijgebouw maximaal 150 m2 mag bedragen;

5de lengte van het bijgebouw ten minste tweemaal de breedte dient te bedragen;

6de goot- en bouwhoogte van het bijgebouw niet meer mogen bedragen dan respectievelijke 3 m en 6,6 m, met dien verstande dat een hogere goothoogte kan worden toegestaan in het geval in de vorm van een kapschuur wordt gebouwd;

7middels een erfinrichtingsplan dient te worden aangetoond hoe de kwaliteit van het gehele erf wordt verbeterd, dan wel in stand wordt gehouden;

8bij de situering van het bijgebouw moet worden aangesloten bij de ruimtelijke structuur van de omgeving;

9de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend als de uitvoering vanhet inrichtingsplan is gegarandeerd;

ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen voor het stallen van middelen voor landschapsonderhoud, dan wel het hobbymatig houden van vee, met dien verstande dat:

1de activiteiten niet vergunningplichtig of meldingsplichtig mogen zijn krachtens de milieuwetgeving;

2de afstand tussen de voorzijde van het bijgebouw en het dichtst bij zijnde punt van het achterste gebouw ten opzichte van de openbare weg niet meer dan 15 m mag bedragen;

3er maximaal één bijgebouw mag worden gebouwd;

4de oppervlakte van het bijgebouw maximaal 150 m2 mag bedragen;

5de lengte van het bijgebouw ten minste tweemaal de breedte dient te bedragen;

6de goot- en bouwhoogte van het bijgebouw niet meer mogen bedragen dan respectievelijke 3 m en 6,6 m, met dien verstande dat een hogere goothoogte kan worden toegestaan in het geval in de vorm van een kapschuur wordt gebouwd;

7middels een erfinrichtingsplan dient te worden aangetoond hoe de kwaliteit van het gehele erf wordt verbeterd, dan wel in stand wordt gehouden;

8bij de situering van het bijgebouw moet worden aangesloten bij de ruimtelijke structuur van de woning;

9de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend als de uitvoering van hetinrichtingsplan is gegarandeerd;

Wijzigingsregels

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.