2 Wat beheren we?
2.2 Wegen: omvang en opbouw areaal
2.2.1 Verhardingstype
Van het totale wegenareaal in de gemeente Staphorst bestaat 39% uit asfaltverharding (dicht asfaltbeton en oppervlakbehandeling), 38% uit elementenverharding (klinkers, tegels, etc.), 12% uit betonverharding en 11% uit overige verhardingen (voornamelijk onverhard en halfverharding).
Figuur 2-1: Wegoppervlakte naar verhardingstype (absoluut en procentueel)
2.2.2 Verhardingsfunctie
De verhardingsfunctie geeft aan waar deze voor gebruikt wordt. De onderstaande tabel bevat per verhardingsfunctie de hoeveelheid oppervlakte in absolute en procentuele getallen.
Functie
Oppervlakte
m²
%
Rijbaan
1.854.179
84%
Fietspad
49.137
2%
Voetpad
137.408
6%
Parkeervak
50.659
2%
Overige
115.190
5%
Totaal
2.206.573
100%
Tabel 2 1: Wegoppervlakte naar verhardingsfunctie (absoluut en procentueel)
2.2.3 Verharding per structuurelement
Gebieden met een eigen karakter en functie in de openbare ruimte worden structuurelementen genoemd. In Staphorst is de indeling van deze gebieden als volgt:
•Bedrijventerreinen
•Begraafplaatsen
•Buitengebieden
•Dorpskernen
•Hoofdstructuur binnen de bebouwde kom
•Hoofdstructuur buiten de bebouwde kom
•Sportparken/Parken
•Wegen zonder onderhoud
•Woongebieden
Het onderstaande figuur geeft de hoeveelheid wegoppervlakte weer naar type structuurelement.
Figuur 2-2: Wegoppervlakte naar structuurelement (absoluut en procentueel)
Ten opzichte van het vorige Wegenbeleidsplan heeft een kleine wijziging plaatsgevonden in de toegepaste structuurelementen. Het structuurelement Begraafplaatsen bevatte in 2016 ook de Parken. De Parken zijn nu samen met de Sportparken een eigen structuurelement. De structuurelement indeling vormt de basis voor verdere analyses en keuzes in dit plan.
2.2.4 Aanlegjaren
In onderstaande grafiek staat het wegoppervlakte verdeeld naar aanlegperiode. Hiervoor zijn tijdsvakken gebruikt van 10 jaar startend bij 1940. Indien een aanlegjaar geregistreerd is van voor 1940 is aangenomen dat deze onbekend is.
Figuur 2-3: Wegoppervlakte naar aanlegperiode
Het figuur laat zien dat het wegenareaal in Staphorst een aanlegpiek kent in de jaren 70 van de vorige eeuw en dat ook in de periode na 2000 een groot aantal wegen (opnieuw) zijn aangelegd. Van onverharde en semiverharde wegen wordt geen aanlegjaar geregistreerd, deze maken een substantieel deel uit van het areaal ‘onbekend’. Advies is de andere wegen met een onbekend aanlegjaar de komende periode te controleren en verder aan te vullen.
3 Wat hebben we gedaan en bereikt?
3.1 Wegen
3.1.1 Terugblik afgelopen beleidsperiode
Het vigerende Wegenbeleidsplan betreft de periode 2017 tot en met 2020 en uitloop naar 2021. Daarin zijn structureel financiële middelen beschikbaar gesteld om de gemeentelijke verhardingen te onderhouden. In de afgelopen vier jaar is jaarlijks een onderhoudsprogramma opgesteld. Dit programma is gebaseerd op de aangetroffen kwaliteit van het wegennet. Vervolgens is afstemming gezocht met andere beleidsterreinen en geplande investeringen in de openbare ruimte. Gemiddeld zijn jaarlijks 10 wegen/wegvakken binnen het beschikbare budget tot uitvoering gekomen. Na uitvoering van de maatregelen is sprake van constructieve verbetering. Te denken valt aan overlagingen van asfalt (versterken), het wegfrezen en terugbrengen van asfaltdeklagen, het compleet vervangen van wegconstructies, het compleet herstraten van weggedeelten etc.
Daarnaast wordt ook jaarlijks uitvoering gegeven aan klein onderhoud. De werkzaamheden zijn plaatselijk en kleinschalig van aard. Dit betreft onder andere het herstel van scheuren en het repareren van slechte plekken in asfaltverhardingen en het plaatselijk herstel van elementen.
De onderstaande tabel geeft inzicht in de onderhouden straten in de afgelopen beleidsperiode. Ook de onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd in 2021 worden hierin benoemd.
2017
2018
2019
2020
2021
Grindweg
Leidijk (Dekkersweg-Beunteweg
Spoordijk (Whemeweg-Scholenweg)
Jan Arendsland
Reconstructie Oeverlandendwarsweg
Buitenstouwe
Spoordijk (Dekkersweg-Whemeweg)
Leidijk (Whemeweg-Scholenweg)
Lankhorsterweg (Gemeenteweg-huisnummer 7)
Dekkersweg (J.J. Gorterlaan-Meentheweg)
Keppelweg
Oosterparallelweg (Gorterlaan-Akkerweg)
Dekkersweg (Beunteweg-Spoordijk)
Reconstructie Bullingerweg
Staphorster Kerkweg (J.J. Gorterlaan-Leidijk)
Stadsweg
Lankhorsterweg (Buitenstouwe-Reggersweg)
Oude Rijksweg t.h.v. Lichtmis
Reconstructie Bisschopsweg
Staphorster
Grote Stouwe (Hamingerweg-gemeentegrens Zwartwaterland)
Hooidijk
Parkeerplaats Action
Berkenstouwe
Sterkensweg
Klaas Kloosterweg (Reggersweg-Buitenstouwe)
2017
2018
2019
2020
2021
Reggersweg
Bermverharding Geerligsland (Klaas Kloosterweg-Rienksweg
Klaas Kloosterweg west (div. locaties)
Reconstructie Leidijk (Spoordijk-Scholenweg)
Conradskade
Bermverharding Hamingerweg
Noordweg
Kruising Dekkersland-Klaas Kloosterweg
Rechterensweg (div. locaties)
Conradsweg
Rechterensweg
Boerveenseweg
Sluitersweg
Klaas Kloosterweg West (div. locaties)
Hulpensteinweg
Scholenweg
Berkenstouwe
Geldgierweg
Fietspad Rijksparallelweg
Herstraten fietspaden Heerenweg
Ooster
parallelweg
Rechterensweg
Reconstructie Kerkenland
Kanaaldijk
Evenboersweg (Kanlaan-Sterkensweg)
Reconstructie Reetstouwe
Tabel 3-1: Onderhouden straten in periode 2017-2021
Verder zijn er een aantal investeringswerken uitgevoerd die hebben bijgedragen aan de verbetering van het kwaliteitsniveau:
•Aanleg nieuwe ontsluiting CZ Rouveen.
•Aanleg vrijliggend fietspad J.J. Gorterlaan.
•Woonrijpmaken de Esch 3.
•De herinrichting van Staphorst Noord Oost fase 2.
•De herinrichting van Staphorst Noord Oost fase 3.
•Reconstructie Oosterparallelweg.
•De herinrichting Korte Kerkweg Rouveen.
3.1.2 Kwaliteitsambitie 2017 – 2020
De afgelopen jaren is gewerkt met de kwaliteitsambitie conform scenario 1 van het Wegenbeleidsplan 2017 - 2020.
Tabel 3-2: Kwaliteitsambitie per structuurelement
3.1.3 Kwaliteitsontwikkeling wegen
Eén keer in de twee jaar wordt een weginspectie uitgevoerd op het gehele wegenareaal. Op basis van de inspectiecijfers is een kwalitatief oordeel gegeven over de technische staat.
De geregistreerde schadebeelden en schadecijfers zijn omgerekend naar rapportcijfers. De rapportcijfers zijn bepaald voor asfalt- en elementenverharding. Verder is er ook onderscheid gemaakt in de verschillende structuurelementen die de gemeente Staphorst hanteert. Om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de kwaliteit zijn de rapportcijfers volgend uit de nieuwste weginspectie toegevoegd aan de rapportcijfers uit eerdere weginspecties uit de afgelopen jaren.
In de volgende figuren staat de kwaliteitsontwikkeling van het totaal areaal tezamen en een kwaliteitsontwikkeling waarbij onderscheid is gemaakt tussen de asfalt- en elementenverharding.
Daarnaast zijn kwaliteitsontwikkelingen gemaakt voor de verschillende structuurelementen en is er onderscheid gemaakt naar verhardingstype (asfalt en elementen).
Deze kwaliteitsontwikkelingen zijn in bijlage 2 opgenomen.
Figuur 3-1: Kwaliteitsontwikkeling vanaf 2007 t/m 2020 voor het gehele areaal
Figuur 3-2: Kwaliteitsontwikkeling vanaf 2007 t/m 2020 voor asfaltverharding
Figuur 3-3: Kwaliteitsontwikkeling vanaf 2007 t/m 2020 voor elementenverharding
3.1.4 Huidige kwaliteit wegen in detail
Onderstaand figuur toont de huidige kwaliteit per verhardingstype per structuurelement.
Het gemiddeld cijfer van het areaal komt op 5,6 en scoort hiermee in kwaliteitsniveau ‘Basis’. De 'wegen zonder onderhoud' vallen op door de lage kwaliteit. Als deze wegen worden uitgesloten komt de gemiddelde totaal kwaliteit uit op een 5,8.
Tabel 3-3: Kwaliteitscijfers per verhardingstype en structuurelement
* Areaal kleiner dan 1.500 m² wat niet resulteert in een representatief beeld.
3.1.5 Analyse kwalitatieve gegevens wegen
Bovenstaande figuren geven een goed inzicht in de huidige kwaliteit en het kwaliteitsverloop over de afgelopen periode. De volgende zaken vallen op:
1De kwaliteit van het totale areaal is gedaald, dit is grotendeels te herleiden naar de daling in kwaliteit van de elementenverharding.
2De kwaliteit van de verharding in de woongebieden is achteruit gegaan, voor zowel de asfalt- als elementenverharding.
3De kwaliteit van de verharding in het structuurelement “wegen zonder onderhoud” is verder gedaald. Dit ligt in lijn met de verwachting.
Door de warme en droge zomers van de afgelopen jaren is er in het veengebied schade aan wegen en duikers door bodemdaling ontstaan. Er is geconstateerd dat de wegen gaan scheuren en verzakken waardoor reparaties uitgevoerd moeten worden om de wegen weer veilig en begaanbaar te houden. Ook zijn er meerdere keren duikers verzakt door inklinking van het veenpakket dat onder de duiker aanwezig is. Hierdoor raken de duikers lek met als gevolg dat er gaten ontstaan in het wegdek.
De kwaliteit die is vastgesteld vanuit de meest recente inspectie wordt gespiegeld aan de ambities zoals gesteld in het Beleidsplan 2017 - 2020. Dit is samengevat in onderstaande tabel.
Tabel 3-4: Kwaliteitsambitie versus behaald kwaliteitsniveau
Uit de bovenstaande tabel komt naar voren dat de uitgesproken ambitie niet geheel is gehaald. De begraafplaatsen, dorpskernen, sportparken/parken en woongebieden scoren lager dan de gestelde ambitie. Uit de inspectiecijfers blijkt dat de lage cijfers in deze gebieden voornamelijk te wijden zijn aan oneffenheden in de verharding. De bedrijventerreinen en de hoofdstructuur BIKO scoren hoger dan de gestelde ambitie.
3.2 Bermen: terugblik afgelopen beleidsperiode
3.2.1 Huidige ambitie en kwaliteit bermen
In het Groenbeleidsplan 2019-2030 is de ambitie voor het gehele areaal bermen vastgesteld op kwaliteitsniveau Laag. In het Groenbeheerplan 2020-2024 is deze ambitie genuanceerd en per structuurelement verder uitgewerkt. Voor het buitengebied blijft een kwaliteitsniveau Laag het uitgangspunt. Een differentiatie van kwaliteit binnen de grastypen is mogelijk.
In praktijk voert de eigen dienst van de gemeente Staphorst het bermonderhoud buiten de bebouwde kom uit volgens een vast maairegime op basis van frequenties. De kwaliteit wordt bewaakt door regelmatig ter plaatse te kijken en daar waar nodig bij te sturen.
3.2.2 Huidige beheerstrategie en onderhoud bermen
De bermen in het buitengebied worden door de gemeente regelmatig gemaaid. Het maaien en afvoeren wordt machinaal uitgevoerd.
De traditionele bermen langs verharde wegen worden gemaaid van begin voorjaar tot najaar. In de 1e maaironde wordt de eerste anderhalve meter van de berm gemaaid om de verkeersveiligheid te vergroten. In de 2e maaironde wordt er ook langs alle fietspaden gemaaid.
In de 3e maaironde wordt de volledige berm gemaaid. De bermen langs onverharde wegen worden één keer per jaar gemaaid.
De ruige en schrale bermen worden ook éénmaal per jaar gemaaid, maar kennen een andere maaiperiode. Bermen die in onderhoud zijn bij het waterschap worden twee keer per jaar volledig gemaaid voor aanvang van de schouwronden.
Bij wegkruisingen worden de uitzichthoeken maandelijks gemaaid. Het bijmaaien rondom obstakels zoals bomen en verkeersborden gebeurt twee tot drie keer per jaar. Ook zijn er plekken waar de gemeente extra maait:
•Ten behoeve van oversteekplaatsen voor dieren;
•Op locaties waar onderlinge afspraken zijn gemaakt met agrariërs;
•Op drukbezochte visstekken.
Onder deze omstandigheden wordt er maatwerk geleverd en op sommige plekken vaker gemaaid, op plekken van bijzondere plantensoorten juist minder intensief of bewust later. De beheerstrategie ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:
Bermtypen*
Maairegime
Maaiperiode
Maaimethode
Traditionele berm (verhard)
2á 3x per jaar
Voorjaar
Zomer
Najaar
1eronde: 1.5 meterstrook
2eronde: ook langs fietspaden
3eronde: hele berm
Traditionele berm (onverhard)
1xper jaar
Najaar
Hele berm
Ruige berm
(ruw gras)
1xper jaar
Winter
Hele berm
Schrale berm
1xper jaar
Na de bloei
Hele berm
Tabel 3-5: Beheerstrategie maaien van bermen
*Gazon is niet meegenomen in de beheerstrategie. Dit bermtype ligt op veel plekken op de grens van de bebouwde kom en wordt als onderdeel van het gras binnen de bebouwde kom gemaaid.
3.2.3 Pilot bloemrijke bermen
In 2018 zijn een aantal wegbermen ingezaaid met bloemrijke mengsels om het voortbestaan van bijen te ondersteunen. De bijen zijn voor bestuiving van gewassen erg belangrijk, maar de populatie neemt af. In een aantal gevallen is het inzaaien gecombineerd met het verbeteren van de zandwegen. De volgende wegen zijn opgenomen in de pilot: Molenhoeksweg, Garsteweg, Kleine Hoogenweg, Bomertsweg, Kruumteweg, Wesselsland, Hooistukkenweg, Kanaaldijk, Lankhorsterweg en een deel van de Rijksparallelweg.
Op basis van de eerste inzichten is het op veel plekken niet gelukt om de traditionele bermen te ontwikkelen tot bloemrijke bermen. Mede door beperkt vooronderzoek, wisselende bodemomstandigheden, het gebruik van verkeerde bloemenmengsels en/of verkeerd beheer is het gewenste effect grotendeels uitgebleven. Verder zijn de bermen gedeeltelijk weggeploegd, afgemaaid of platgereden door agrarische activiteiten. De kennis en ervaringen die in de praktijk zijn opgedaan worden meegenomen bij nieuwe initiatieven.
3.2.4 Huidige beheerbudget bermen
Op de exploitatiebegroting is jaarlijks een bedrag beschikbaar voor het onderhoud aan bermen, greppels en sloten. In 2022 bedraagt dit € 141.863. Het beschikbare budget wordt grotendeels ingezet voor het verwerken van het afgevoerde maaisel en ondersteunende diensten van derden voor berm en slootbeheer. Voor het maaien van bermen zijn daarnaast de personele kosten en ingezette middelen beschikbaar voor de eigen dienst.
De afgelopen jaren is er vanuit boombeheer budget besteed aan preventieve maatregelen ter voorkoming van overlast door de eikenprocessierups. De blik hierbij is ook gericht op de inzet van bermen.
4 Wat moeten we?
4.1 Wettelijk / juridisch kader
4.1.1 Wegenwet
Vanuit de Wegenwet is de zorgplicht voor de wegen neergelegd bij de wegbeheerder. De wegbeheerder is verplicht invulling te geven aan deze zorgplicht. De wegen moeten voldoende van kwaliteit zijn om de noodzakelijke functie te kunnen vervullen. Als voldoende kan worden aangetoond dat de wegbeheerder niet voldoet aan de zorgplicht kan hij aansprakelijk worden gesteld voor eventuele gevolgschade.
Middels dit Wegenbeleidsplan geeft de gemeente een opzet voor de invulling van de zorgplicht. Voor verdere invulling is een consistente uitvoering van groot belang. In verschillende CROW publicaties is aangegeven hoe de wegbeheerder goede invulling kan geven aan zijn zorgplicht. Verschillende landelijke normen en regels zijn hierin vastgelegd. Deze normen worden in het wegenbeheerpakket geborgd en gebruikt als uitgangspunt voor het wegbeheer.
4.1.2 Gemeentewet
De Gemeentewet geeft een verplichting voor verkeers- en sociale veiligheid. Deze wet geldt breder dan alleen voor wegen. De gehele openbare ruimte draagt bij aan een sociaal en verkeersveilig klimaat. Wegen is slechts een gedeelte hiervan. Om invulling te geven aan de eisen vanuit deze wet is afstemming met andere (beheer)plannen van belang.
4.1.3 Wet Natuurbescherming
In de Wet natuurbescherming staan regels voor de bescherming van natuurgebieden en soorten. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende dieren en planten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. De Wet natuurbescherming voorziet in:
•regels over de omgang met de natuur (zorgplicht);
•maatregelen om de natuur te beschermen;
•regels over de omgang met niet-inheemse dieren en planten;
•regels en maatregelen voor specifieke onderwerpen zoals de jacht, bomenkap en de bestrijding van schadelijke dieren.
In deze wet zijn ook een aantal artikelen opgenomen die betrekking hebben op invasieve exoten. Nederland heeft alle relevante onderdelen uit de EU-exotenverordening en de Unielijst hierin verwerkt. De gemeente wordt geacht bekend te zijn met deze voorwaarden, inzake de algemeen geldende zorgplicht en de eisen die aan de werkzaamheden worden gesteld.
Gedragscode soortenbescherming voor gemeenten
Voor een aantal vaak voorkomende en voorspelbare werkzaamheden, waaronder het groenonderhoud binnen een gemeente, geldt een vrijstelling. De vrijstelling, de voorwaarden van de vrijstelling en de maatregelen die schade aan beschermde planten en dieren moet voorkomen of beperken bij het uitvoeren van de activiteiten, zijn opgenomen in een gedragscode soortenbescherming voor gemeenten 2020-2024. Deze gedragscode heeft de aandacht van de gemeente Staphorst in het dagelijks werk.
4.1.4 Besluit Begroting en Verantwoording 2017
In 2017 is het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geactualiseerd. Deze wijziging is van invloed op wegenbeheer en vervanging. De BBV schrijft nu voor dat:
1Investeringen met een maatschappelijk nut dienen, evenals investeringen met een economisch nut, te worden geactiveerd en over de verwachte levensduur te worden afgeschreven. Dit geldt ook voor de vervanging van wegen.
2Groot onderhoud kan op 2 manieren worden verwerkt:
a) kosten in jaar van uitvoering t.l.v. de exploitatie (jaarlijks ramen in de begroting);
b) kosten in jaar van uitvoering t.l.v. de onderhoudsvoorziening. Hierbij is ter onderbouwing een actueel beheerplan verplicht.
Figuur 4-1: Samenvatting van lasten onderhoud en kapitaalgoederen vanuit de BBV
4.1.5 Provincie Overijssel
De provincie Overijssel heeft een controlerende rol. Ze toetst of het onderhoudsbudget wegen aansluit bij het vastgestelde kwaliteitsniveau. De provincie spreekt zich niet uit over het te hanteren kwaliteitsniveau. De gemeente mag dit zelf bepalen. Wel is de provincie van mening dat wegen structureel moeten worden onderhouden om kapitaalvernietiging te voorkomen. Ook moet achterstallig onderhoud worden vermeden. De provincie toetst regelmatig of de gemeente aan deze eisen voldoet.
4.2 Algemene gemeentelijke kaders in Staphorst
4.2.1 Coalitieakkoord
Het coalitieakkoord gaat niet uitgebreid in op het beheer van wegen en groen/bermen als zelfstandig onderwerp. Wegen en bermen spelen echter wel een rol om de ambities uit de diverse programma’s in het akkoord te kunnen bereiken. In het bijzonder noemen we onderstaande ambities:
•
Verbeteren verkeersveiligheid
Programma 2: Verkeer en vervoer
Programma 3: Economie en ondernemen
•
Ruim baan voor fietsers in Staphorst
Programma 2: Verkeer en vervoer
•
Behoefte onderzoek extra openbaar vervoer
Bijvoorbeeld de wijk- of buurtbus
Programma 2: Verkeer en vervoer
•
Ontwikkelen en verbeteren vestigingsklimaat bedrijventerreinen
Programma 3: Economie en ondernemen
•
Bewegen in de openbare ruimte
Wij hebben aandacht voor de veiligheid van wegen die gebruikt worden om te sporten en te bewegen
Programma 5: Sport, cultuur, recreatie en toerisme
•
Doorontwikkeling Staphorst tot een unieke gemeente om te kunnen verblijven en recreëren
Programma 5: Sport, cultuur, recreatie en toerisme
•
Goede toegankelijke natuurgebieden bijvoorbeeld door wandel- en fietspaden
Programma 5: Sport, cultuur, recreatie en toerisme
•
Verbeteren fysieke toegankelijkheid van voorzieningen voor ouderen
Programma 6: Sociaal domein
•
Een goede infrastructuur die uitnodigt tot bewegen voor jong en oud
Programma 7: Gezondheid en milieu
•
Staphorst Energieneutraal in 2050
We richten ons op goede plannen om zo verantwoord groene energie op te wekken, maar zeker zo belangrijk minder energie te gebruiken. Ook de gemeente zal hierin het goede voorbeeld moeten geven
Programma 7: Gezondheid en milieu
Tabel 4-1: Ambities uit coalitieakkoord in relatie tot wegen en groen/bermen
Deze ambities hebben als gevolg dat de opbouw van het beheerareaal verandert of vragen om andere beheermaatregelen door veranderend gebruik van het areaal. Denk aan de belasting op wegen en daarmee ook de degradatiesnelheid, die toeneemt.
4.2.2 Beleidskaders burgerparticipatie / burgerkracht
De relatie tussen burger en overheid is aan het veranderen. Die verandering wordt algemeen verwoord door het woord participatiesamenleving dat in 2013 zijn intrede deed. Dit staat voor een fundamentele wijziging in onze samenleving, waarbij de rol van de overheid verschuift naar ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’. De kracht van onze lokale samenleving wordt daarbij (nog) beter benut. Deze wijziging wordt door de gemeente Staphorst positief opgevat. In het ontwerpbeleidsplan Burgerkracht is verwoord welk beleid de gemeente daarbij wil voeren.
Om een betrouwbare partner te zijn dient de gemeente bij elk nieuw beleidstraject gemotiveerd een keuze te maken ten aanzien van burgerparticipatie. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de mate van participatie, het momentum van participatie en de partijen van participatie (uit Nota Burgerkracht gemeente Staphorst 2015-2016).
Het uitvoeren van het beleid en onderhoud aan wegen en bermen vergt specifieke technische kennis en materieel/materiaal. Een goede communicatie met inwoners is van groot belang, het gaat hierbij met name over het informeren. Hogere treden op de participatieladder zijn vaak lastig te bereiken. De komende beleidsperiode zal bij het uitvoeren van kleinschalig onderhoud wegen en onderhoud aan bermen wel goed gekeken worden naar nieuwe mogelijkheden voor burgerparticipatie.
4.3 Gemeentelijke kaders in de openbare ruimte
4.3.1 Beleidskaders wegen
De reeds gemaakte beleidsafspraken voor wegen worden hier kort toegelicht.
Bermverharding
De gemeente Staphorst heeft een groot deel van de wegbermen voorzien van bermverharding. Bermverharding zorgt voor een veiligere situatie op de weg en behoud van de wegconstructie. Het beleid rond bermverharding in de gemeente Staphorst is dat afhankelijk van de situatie een keuze moet worden gemaakt voor het type bermverharding. Voor de aanleg en het onderhoud van bermverharding heeft de gemeente Staphorst jaarlijks € 60.000 in een eigen budget beschikbaar.
Karakteristieke klinkerwegen
Staphorst staat vooral bekend om de boerderijen met rieten daken, maar ook (oude) klinkerwegen bepalen het aanzicht van de gemeente. In het Wegbeheerplan 2004-2008 is beleid bepaald t.a.v. 'karakteristieke klinkerwegen'. In 2004 is een aantal wegen aangewezen als 'karakteristieke klinkerweg', waarbij is aangegeven dat deze wegen behouden moeten blijven.
Uitgangspunt bij het bepalen van de wegen die in aanmerking komen als 'karakteristieke’ klinkerwegen zijn de Gemeenteweg en de Oude Rijksweg en de wegen die zich binnen 250 meter hiervandaan bevinden. Bij deze wegen dient de klinkerverharding in stand te worden gehouden. In bijlage 3 is een geactualiseerde kaart opgenomen van de karakteristieke klinkerwegen.
In de ‘Notitie Herstraten Oude Klinkerwegen’ (d.d. 09/12/2013) is het onderhoud van deze wegen verder uitgewerkt. Afhankelijk van de toestand kan gekozen worden voor herstraten of inruilen van de bestaande klinkers door gelijkwaardige bestrating.
Gladheidsbestrijdingsplan
In het Gladheidbestrijdingsplan staat hoe de gemeente er voor zorgt dat bij gladheid de wegen zo veilig mogelijk zijn voor weggebruikers. Ook dit valt onder de wettelijke zorgplicht van de wegbeheerder. De strooiroutes zijn op kaart vastgelegd en op de gemeentelijke website te raadplegen.
Klein onderhoud
Met klein onderhoud wordt een apart budget bedoeld om kleine reparaties aan het areaal uit te voeren. Deze reparaties komen vaak voort uit klachten en meldingen. Het betreft vaak kleine schades in de vorm van losliggende tegels en/of gaten in het asfalt. De bedragen die gemoeid gaan met klein onderhoud zijn apart benoemd in de begroting en komen ten laste van de gemeentelijke exploitatie.
Wegen zonder onderhoud
Er is een aantal wegen binnen de gemeente Staphorst waaraan bewust geen onderhoud wordt gepleegd. Het gaat om wegvakken die alleen agrarische percelen ontsluiten en waarvan slechts sporadisch gebruik wordt gemaakt (met name door agrarische voertuigen). Langs deze wegen bevinden zich, op enkele locaties na, geen woningen of bedrijven. Volgens de wegenwet is de gemeente wel verplicht ook deze wegen op een verantwoorde en veilige manier te onderhouden. Het niet onderhouden brengt dus bepaalde risico's met zich mee. Zo kan de veiligheid in het geding komen wat kan leiden tot schadeclaims.
Het ambtelijk voorstel is om deze wegen stapsgewijs uit te faseren. De kosten worden gedekt uit de opbrengsten van vrijkomende materialen en door tegen geringe kosten een andere wegconstructie aan te brengen. In bijlage 4 is een kaart opgenomen van de structuurelementen waarin ook te zien is welke ‘wegen zonder onderhoud’ zijn.
4.3.2 Beleidskaders groen
Bermen zijn onderdeel van het openbaar groen en vervullen deels dezelfde functies.
Specifieke kaders en richtlijnen die invloed hebben op het openbaar groen en bermen zijn vastgelegd in verschillende gemeentelijke plannen.
Het Bermen en slotenplan 2018-2021 komt na vaststelling van dit nieuwe Beleidsplan wegen en bermen te vervallen. Voor het onderdeel sloten moet een aparte uitwerking worden gemaakt.
Groenbeleidsplan 2019-2030
Het Groenbeleidsplan heeft betrekking op het openbaar groen binnen de bebouwde kom. Dit plan heeft geen directe raakvlakken met de bermen in het buitengebied, maar is wel belangrijk als drager van de totale groenstructuur.
De gemeente Staphorst ziet het openbaar groen als een basisvoorziening waarin waarden als gezondheid, welzijn, ontmoeting en klimaatadaptatie letterlijk de ruimte krijgen. Met dit Groenbeleidsplan geeft de gemeente richting aan de ontwikkeling en het onderhoud van het groen in en nabij de dorpen. Hierbij heeft het aandacht voor de volgende aspecten:
•Het groen is herkenbaar, robuust en duurzaam;
•Het groen benadrukt de kenmerken van de verschillende woonkernen en landschapstypen;
•Het groen biedt inwoners een gezond en plezierig woon-, leef- en werkklimaat;
•Het groen biedt gelegenheid voor activiteiten zoals sporten, bewegen en ontmoeten;
•Het groen biedt ruimte voor waterberging, klimaatdemping, natuurontwikkeling en natuurbeleving;
•Het groen sluit logisch aan op particuliere eigendommen en andere onderdelen en structuren in de openbare ruimte.
Zoals het Groenbeleidsplan beschrijft zijn in het Groenbeheerplan 2020-2024 afspraken gemaakt over de kwaliteit van het openbaar groen binnen de bebouwde kom.
Landschapsplan Staphorst 2011
Het buitengebied van Staphorst heeft bijzondere landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. De bermen vormen daarin een bescheiden maar sierlijke en waardevolle groene verbinding langs de wegen.
Het Landschapsplan bevat een visie over het Staphorster landschap en wordt gebruikt als kader voor afstemming van verschillende functies en ruimtelijke ingrepen. De gemeente Staphorst richt zich hierbij op drie kernpunten:
1Het behouden en versterken van de zeven verschillen landschapstypen;
2Het actief ontwikkelen van een landschappelijk raamwerk;
3Het behouden en versterken van de beeldkwaliteit.
Op hoofdlijnen gaat het erom dat de karakteristiek van het landschap moet worden behouden. Dit kan onder meer door ervoor te zorgen dat landschapsstructuren worden benut bij ruimtelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld door dorpsranden die passen in het landschap en door realisatie van gebiedseigen landschapselementen. Ook het beheer van bestaande landschapselementen is van belang voor behoud van de verschillende landschapstypen.
Het Landschapsplan is leidend voor de (her)inrichting en het beheer van het gemeentelijke groen buiten de bebouwde kom. Binnen de bebouwde kom is het plan een inspiratiebron voor de inrichting van nieuwe woon- en werkgebieden en de overgangen (tussen groenstructuren) in bebouwd en landelijk gebied. De inhoud van het Groenbeleidsplan sluit hierop aan.
Bomenbeleidsplan 2016-2030
Het Bomenbeleidsplan bevat een visie op de gemeentelijke bomen. De visie is dat voldoende, kwalitatief goede bomen bijdragen aan een aantrekkelijke leefomgeving voor de burger en de flora en fauna. Uitgangspunt voor de instandhouding van het bomenbestand is dat het aantal te planten bomen wordt afgestemd op de beschikbare onder- en bovengrondse groeiruimte. De afstemming met andere disciplines en belanghebbenden is hierin van groot belang.
In het verleden zijn veel bomen aangeplant met een korte onderlinge afstand om een volle boomstructuur te creëren. De praktijk toont echter aan dat dit ook nadelen heeft.
Zo ontstaat er meer dood hout door lichtgebrek en is het maaien van bermen en bijmaaien intensiever. Daarom wordt er in sommige situaties overwogen om de boomstructuren te dunnen voor gezonde bomen en efficiënt maaien. Hierbij wordt gestreefd naar een onderlinge plantafstand waarbinnen bomen kunnen uitgroeien tot een volwassen exemplaar, zonder dat bomen elkaar beconcurreren. De soortkeuze en beschikbare (berm)ruimte zijn sterk bepalend voor het succes van een individuele boom of rij bomen. Bij nieuwe aanplant worden indien noodzakelijk direct grotere plantafstanden aangehouden.
4.3.3 Beleidskaders riolering
Riolering, kolken en aansluitleidingen liggen in en onder de weg. Werkzaamheden aan de één beïnvloeden de ander. Het huidige Rioleringsplan van de gemeente Staphorst is vastgesteld voor de periode 2016-2020, bewust dezelfde planperiode als voor het Wegenbeleidsplan. In het huidige Rioleringsplan wordt de volgende ambitie uitgesproken:
“Daar waar in de komende jaren nieuwbouw, groot onderhoud of herinrichting plaatsvindt wordt waar mogelijk hemelwater afgekoppeld van de gemengde rioolstelsels, bijvoorbeeld door de opvang van water in het groen, het toepassen van waterpasseerbare verharding, infiltratieriolen of de aanleg van een apart hemelwaterriool met afvoer naar het oppervlaktewater.”
Bij alle projecten of maatregelen wordt integraal gekeken en afgewogen. Hiermee wordt getracht een zo effectief en efficiënt mogelijke invulling te geven aan de projecten in de openbare ruimte.
4.3.4 Beleidskaders openbare verlichting en verkeerstekens
De gemeente Staphorst heeft een Beleidsplan ‘Licht in de Openbare Ruimte’. In dit Beleidsplan staat hoe de gemeente om gaat met verlichting. De visie in het Beleidsplan is:
“Donker waar mogelijk, licht waar nodig”.
Wanneer zich ruimtelijke ontwikkelingen voordoen of sprake is van het vervangen van openbare verlichting in de openbare ruimte, weegt de gemeente eerst af of het mogelijk is om op een andere manier de weg veilig te maken.
Het plaatsen van verlichting in de openbare ruimte dient drie doelen, namelijk:
•Verkeersveiligheid;
•Sociale veiligheid;
•Kwaliteit van de leefomgeving inclusief de sfeer.
De ambitie van de gemeente Staphorst is geen verdere toename van de totale lichtuitstoot.
5 Wat willen we?
5.1 Beheerstrategie en -scenario’s wegen
5.1.1 Wegen scenario 1: Voorkeursscenario/ambtelijk voorstel
Het voorkeursscenario houdt rekening met doelmatigheid, veiligheid en op bijzondere gebieden een plus. Dit scenario is het ambtelijk voorstel.
Tabel 5-1: Kwaliteitsniveaus per structuurelement op basis van voorkeursscenario
De bruto kosten, exclusief klein onderhoud zijn voor dit scenario: € 1.204.000 per jaar. Dit is gemiddeld € 0,55 per vierkante meter per jaar.
Het areaal onderhouden op dit niveau heeft pluspunten en minpunten. De pluspunten zijn:
•Een groot deel van areaal voldoet aan de landelijke normen (CROW/Basis);
•Het risico wordt genomen waar het past (relatief rustige buitengebied);
•Er is een laag risico op aansprakelijkheid;
•In de Dorpskernen en op de Begraafplaatsen / (sport)parken is een hogere kwaliteit (circa 70.000 m2);
•Er is weinig tot geen kapitaalvernietiging.
De minpunten het areaal onderhouden op dit niveau zijn:
•Er is een hoger risico op aansprakelijkheid op de wegen in het Buitengebied;
•Er is een grotere kans op kapitaalvernietiging op de wegen in het Buitengebied;
•De wegen zonder onderhoud worden totaal niet onderhouden, deze wegen kunnen niet normaal/veilig worden gebruikt.
5.1.2 Wegen scenario 2: Minimaal acceptabel
Het tweede scenario gaat in op het minimaal acceptabele onderhoudsniveau. Dit ziet er als volgt uit:
Tabel 5-2: Kwaliteitsniveaus per structuurelement op basis van minimaal acceptabel onderhoudsniveau
De bruto kosten, exclusief klein onderhoud zijn voor dit scenario: € 1.175.000 per jaar. Dit is gemiddeld € 0,53 per vierkante meter per jaar.
Het areaal onderhouden op dit niveau heeft pluspunten en minpunten. De pluspunten zijn:
•Een groot deel van areaal voldoet aan de landelijke normen (CROW/Basis);
•Het risico wordt genomen waar het past (relatief rustige buitengebied);
•Er is een laag risico op aansprakelijkheid;
•Er is weinig tot geen kapitaalvernietiging.
De minpunten het areaal onderhouden op dit niveau zijn:
•Er is een hoger risico op aansprakelijkheid op de wegen in het Buitengebied;
•Er is een grotere kans op kapitaalvernietiging op de wegen in het Buitengebied;
•De wegen zonder onderhoud worden totaal niet onderhouden, deze wegen kunnen niet normaal/veilig worden gebruikt.
De twee scenario’s hebben een minimaal verschil in onderhoudsprijs. Dit komt doordat slechts een klein aandeel van het wegenareaal op een lagere kwaliteit wordt onderhouden. Het wegen areaal van de gemeente Staphorst ligt nu net onder dit scenario.
5.2 Beheerstrategie en -scenario’s bermen
5.2.1 Visie en soorten bermtypen
De visie op het bermbeheer is enerzijds gericht op een correcte instandhouding van de bermen zodat deze hun functies goed kunnen vervullen en anderzijds op het verhogen van de natuurwaarden.
Na jaren van focus op praktische maatregelen en kostprijsbeheersing wil de gemeente Staphorst meer effectgerichte maatregelen nemen, om zo beter bij te kunnen dragen aan de biodiversiteit, klimaatadaptatie en belevingswaarde.
Op dit moment wordt het grootste deel van de bermen op een traditionele manier onderhouden. De gemeente wil daarom het ecologisch bermbeheer stapsgewijs uitbreiden. Door meer grasbermen om te vormen naar bloemrijke bermen en anders te beheren. De huidige werkwijze zal daarmee gedeeltelijk veranderen.
Om hierin een keuze te maken bevat dit Beleidsplan twee scenario’s die zijn opgesteld.
Daarnaast wordt de opsplitsing in bermtypen vereenvoudigt tot drie duidelijke herkenbare groepen, die zowel in functie als op basis van vegetatiesamenstelling zichtbaar van elkaar verschillen. Hierbij is er onderscheid gemaakt in de volgende bermtypen.
1Traditionele berm
De traditionele bermen worden meerdere keren per jaar kort gemaaid en bevatten weinig verschillende plantensoorten. De bermen zijn verzorgd en representatief qua uitstraling. De ecologische waarde van de grasvegetatie is over het algemeen laag. Het gras is goed begaanbaar en (verkeerstechnisch) functioneel.
2Ruige berm
De ruige bermen worden één keer per jaar gemaaid en bevatten ruwe grassoorten die domineren. Kenmerkende soorten zijn de akkerdistel, grote brandnetel en fluitenkruid. Na de bloei zijn de ruige bermen niet meer attractief. De bermen kunnen hierdoor minder verzorgd lijken. De ecologische waarde van de grasvegetatie is beperkt.
3Ecologische berm
De ecologische bermen worden één keer per jaar op vaste tijden gemaaid om de bermen bloemrijk te houden. In een ecologische berm groeien veel verschillende soorten grassen en bloemen. Door de soortenrijkdom is de bloeitijd van de berm relatief lang. Waardoor de biodiversiteit, overlevingskans van insecten en de belevingswaarde bij mensen worden vergroot.
Het onderhoudsbeeld is aantrekkelijk en redelijk verzorgd.
5.2.2 Overige thema’s bermbeheer
Het bermbeheer staat volop in de belangstelling en heeft een belangrijke invloed op de natuur, maar er zijn ook raakvlakken met andere thema’s. De gemeente heeft immers bij het maaien rekening te houden met allerlei zaken, zoals met afval, invasieve exoten en ziekten of plagen.
Zo kunnen bloemrijke bermen of aangepaste maaimomenten helpen bij bestrijding van de eikenprocessierups en wordt het vrijkomende bermmaaisel beschouwd als interessante grondstof. Om hier zo goed mogelijk mee om te gaan wordt er op meerdere vlakken samengewerkt. De maatregelen worden uitgewerkt en opgepakt in overleg met betrokkenen. Ook worden er innovaties bekeken om de milieuvriendelijkheid en duurzaamheid in het buitengebied te verhogen.
Invasieve exoten
Invasieve exoten vormen door hun aanwezigheid en snelle uitbreiding een bedreiging voor de inheemse vegetatie. In Staphorst gaat het op dit moment om de Japanse duizendknoop, Jacobskruiskruid en de Reuzenberenklauw. Veel invasieve exoten vallen onder de Wet Natuurbescherming waarvoor de provincie Overijssel het uitvoerend orgaan is.
De provincie schrijft een plan van aanpak waarin staat hoe het de verdere verspreiding en problemen van invasieve exoten wil voorkomen en verminderen.
De gemeente Staphorst denkt mee in dit plan van aanpak en treft maatregelen wanneer de verspreiding van ongewenste soorten risico’s met zich meebrengt.
Eikenprocessierups
In het voorjaar en in de zomer hebben eikenbomen in Staphorst te maken met de eikenprocessierups. De brandharen van de eikenprocessierups kunnen klachten veroorzaken bij mens en dier. De gemeente Staphorst gebruikt meerdere methodes om de rupsen te bestrijden, onder andere door nesten weg te zuigen of preventief te spuiten. De samenstelling van de bermvegetatie speelt een belangrijke rol bij effectieve preventieve maatregelen. Deze zullen nader worden uitgewerkt in de notitie Ziekten en Plagen. Daar waar nodig zal het maaibeleid worden aangepast om de doelen uit deze notitie te bereiken.
Vrijkomend maaisel
Vanuit het oogpunt van een circulaire economie en de kleine kringloopgedachte gaat de organisatie actief op zoek naar andere manieren voor het verwerken van vrijkomend maaisel dan afvoeren en storten. De gemeente Staphorst ziet kansen om van afvalstoffen grondstoffen te maken die zijn in te zetten ten behoeve van bodemverbetering. Daarnaast kan dit ook uit kostenoogpunt een positief effect hebben. De ontwikkelingen hieromtrent worden met belangstelling gevolgd (bv. pilot Organisch (rest)materiaal als bodemverbeteraar (OMAB)).
Participatie en communicatie
De communicatie over het ecologisch bermbeheer naar inwoners en betrokken partijen is essentieel voor succes. In Staphorst is de cultuur dat de bermen strak en netjes worden gemaaid. Ecologisch bermbeheer kan een ander beeld opleveren. Daarnaast is er vaak vrees voor ongedierte en insecten of de verwachting dat men door overwaaiende zaden onkruid in het eigen perceel krijgt.
Om dit te ondervangen is het van belang de essentie van ecologisch bermbeheer goed uit te leggen. In de communicatie worden de genomen maatregelen toegelicht zodat duidelijk is waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Hierdoor ontstaat meer begrip en wordt minder zelf maaien verwacht. De gemeente Staphorst wil open en transparant zijn over de verwachtingen. De resultaten van ecologisch bermbeheer zijn niet altijd meteen zichtbaar. Het is een proces op de lange termijn.
In samenwerking met partijen (bv. agrariërs, grondeigenaren, natuurvereniging) die graag willen meewerken worden er initiatieven georganiseerd om bermen en akkerranden in te zaaien en zo de lokale biodiversiteit te bevorderen.
5.2.3 Bermen scenario 1: Voortzetten huidige beheerstrategie bermen
In dit scenario wordt het huidige beheerregime de komende jaren voortgezet.
De traditionele bermen blijven domineren in het buitengebied en worden strak gemaaid.
De ecologische waarde van het gebied is beperkt.
Per maaibeurt wordt ruim 90% van het totale areaal op de traditionele manier onderhouden.
De bermen worden twee of drie keer per jaar gemaaid en het maaisel wordt direct afgevoerd.
Op minder dan 10% van het bermareaal is meer aandacht voor de biodiversiteit door anders of minder te maaien. De uitgangspunten binnen de beheerstrategie zoals beschreven is in paragraaf 3.2.2. zijn leidend. Met een schuifbalk is de positie van ecologisch bermbeheer aangegeven.
Tabel 5-3: Schuifbalk positie ecologisch bermbeheer scenario 1
Het areaal op deze manier onderhouden heeft pluspunten en minpunten. De pluspunten zijn:
•De wegenbouwkundige en verkeerstechnische functie van de bermen is geborgd;
•De bermen ogen verzorgd en hebben een nette uitstraling;
•De beheerstrategie zal geen veranderingen in beeld opleveren. Het is een kostenefficiënte manier van werken;
•De maatwerkafspraken die zijn gemaakt met omwonenden blijven van kracht en zijn bekend bij de buitendienst. Er is geen aanleiding om aanvullende acties te ondernemen.
De minpunten om het areaal op deze manier te onderhouden zijn:
•De ecologische functie en de bijdrage aan waarden voor natuur, landschap en recreatie zijn beperkt;
•Veel bermen zijn soortenarm en bevatten weinig wilde bloemen of kruiden;
•De bermvegetatie is eentonig en sluit beperkt aan bij het landschap;
•De bermen zijn onaantrekkelijk voor omwonenden en bezoekers;
•De bestrijdingskosten voor ziekten en plaagsoorten blijven onveranderd of nemen ten gevolge van het klimaat juist toe om de overlast beheersbaar te houden.
De onderhoudswerkzaamheden zijn binnen het huidige budget te realiseren. Er is geen verhoging van budget of personele inzet nodig. Het machinepark is uitgebreid genoeg om de bermen zelfstandig te onderhouden zonder daarvoor extra maaimachines aan te hoeven schaffen of in te huren. De gemeente blijft al het werk in de komende jaren op dezelfde manier uitvoeren.
5.2.4 Bermen scenario 2: Vergroten ecologisch beheer
Het tweede scenario richt zich op het versterken van de ecologische functie van bermen en het verhogen van de waarden voor natuur, landschap en recreatie.
De ecologische waarde en belevingswaarde van het gebied nemen hierdoor toe.
Van de traditionele bermen wordt een deel aan het ecologisch bermareaal toegevoegd.
De traditionele bermen worden op locaties die hiervoor geschikt zijn omgevormd naar ecologische bermen met een aangepast maairegime. Deze locaties zijn in een werksessie met de beleidsmedewerkers en civieltechnische medewerkers van de gemeente bepaald. Hierbij is heel bewust de keuze gemaakt om niet overal ecologisch bermbeheer toe te passen. Alleen in bermen waar het halen van het einddoel reëel is.
Met een schuifbalk is de positie van ecologisch bermbeheer aangegeven. De komende jaren zal dit in Staphorst steeds vaker te zien zijn. Bijlage 6 bevat een kansenkaart met locaties waar mogelijkheden worden gezien voor realiseren van ecologische bermen.
Tabel 5-4: Schuifbalk positie ecologisch bermbeheer scenario 2
Het areaal op deze manier onderhouden heeft pluspunten en minpunten. De pluspunten zijn:
•De beheerstrategie levert een positieve bijdrage aan het versterken van de
•biodiversiteit en de beleving ervan;
•De wegenbouwkundige en verkeerstechnische functie van de bermen blijft geborgd;
•De beheerstrategie is goedkoper omdat er minder gemaaid hoeft te worden;
•Meer bermen hebben een afwisselende vegetatie en borgen bloeiende soorten die aansluiten bij het omliggende landschap;
•De bermvegetaties zijn aantrekkelijk voor kleine dieren en insecten;
•De ecologische bermen leveren een positieve bijdrage in de strijd tegen de eikenprocessierups.
De minpunten om het areaal op deze manier te onderhouden zijn:
•Het omvormen van grasbermen naar ecologische bermen vraagt om investeringen;
•Het verhogen van de biodiversiteit en belevingswaarde van bermen is een langdurig proces. Dit kan wel 5 tot 15 jaar duren;
•De omschakeling naar ecologisch bermbeheer behoeft veel uitleg en voorlichting voordat hiermee gestart kan worden;
•De bermen kunnen na de bloei tijdelijk als minder verzorgd worden ervaren;
•Onjuist beheer kan lang opgebouwde ecologische waarden in één keer vernietigen.
Dit scenario vraagt gedeeltelijk om een andere aanpak die is onder te verdelen in vijf stappen:
1Onderzoek
De afgelopen periode is op basis van de bermbreedte en obstakelvrije zone in beeld gebracht welke delen van het areaal geschikt zijn voor ecologisch bermbeheer. Belangrijk is vooraf op te merken welke inzichten de pilotgebieden met bloemrijke bermen hebben opgeleverd. Daaruit blijkt dat het moeilijk is om de juiste soorten en het juiste beheer op een bepaalde grondslag te vinden. Daarom zal er voorafgaand aan het omvormen een inventarisatie op de potentiële locaties worden uitgevoerd naar bodem, grondwater, vegetatie, landschapstype, fauna en gepaste zaadmengsels.
2Omvormen
De omvorming van een traditionele berm naar een ecologisch berm verloopt in drie fasen: frezen, aanvullen en inzaaien. Bij het toepassen van zaadmengsels wordt goed gekeken naar de specifieke omstandigheden. Er worden (lokale) soorten ingezaaid die zich op termijn vanzelf zouden kunnen vestigen op de locatie.
Voordat er wordt omgevormd worden de bermen vrijgemaakt van takbegroeiing zoals bramen, wilgen, vogelkers of riet. Ook het waterschap wordt gevraagd om mee te doen.
3Beheer en onderhoud
Na omvorming worden de ecologische bermen één keer per jaar na de bloeiperiode gemaaid.
Het maaisel blijft enkele dagen liggen om te drogen zodat zaden kunnen afrijpen en insecten in de berm achterblijven. Na deze periode wordt het maaisel bij elkaar geraapt en afgevoerd.
Voor de traditionele bermen en ruige bermen blijft de huidige beheerstrategie gelden (zie 3.2.2).
Alleen rondom bomen en obstakels blijft het gras langer staan. Het bijmaaien is één keer per jaar nodig.
De veranderingen van ecologisch bermbeheer vragen om een andere blik en instelling van de buitendienst. Ook van de groenopzichters wordt een andere manier van kijken en denken verwacht. Hiervoor zullen trainingen worden aangeboden. Er wordt bij ecologisch bermbeheer geen gebruik gemaakt van de huidige klepelmaaier, bijvoorbeeld een schotelmaaier/cyclomaaier sluit aan bij ecologisch bermbeheer. De gemeente stelt een plan van aanpak op om het materieel aan te passen om beheer goed te kunnen uitvoeren en de nodige investeringen te doen. Ook zal moeten worden gekeken of het besturen van de nieuwe maaimachine intern is onder te brengen.
4Communicatie en participatie
Goede voorlichting over ecologisch bermbeheer is nodig om inwoners te informeren.
Samen met de afdeling communicatie wordt een plan opgesteld om de belanghebbenden en inwoners mee te nemen in het proces van omvorming en het doel van ecologisch bermbeheer. Dit is belangrijk om draagvlak en bewustwording te creëren. Ook wordt ingegaan op de samenwerking met bijvoorbeeld agrarische bedrijven of de natuurverengingen. Er zal informatie gedeeld worden via de gemeentelijke website en de lokale krant.
5Monitoring
Aan de hand van monitoring probeert de gemeente het bermbeheer beter te ontwikkelen. De ecologische bermen worden jaarlijks beoordeeld. Per berm wordt bepaald wat nodig is. Het uiteindelijke succes is afhankelijk van veel factoren. Er is niet één manier om het gewenste eindbeeld te behalen. Pas na meerdere jaren is te zeggen in hoeverre de maatregelen resultaat hebben opgeleverd. De totale kosten voor dit scenario bestaan uit eenmalige en structurele kosten.
Kosten en inzet
Het uitvoering geven aan dit scenario zal op bepaalde gebieden extra inzet en kosten vergen. Getracht wordt deze extra kosten en inzet op te vangen binnen de huidige financiële kaders van de gemeente. Een korte opsomming van de verwachte extra inzet en de dekking hiervan:
•Extra inzet door de groen en landschapsbeheerders om juiste mengsels te vinden voor de ecologische bermen in Staphorst. Binnen de huidige budgetten (evt. budget natuur en landschap) en personele middelen;
•Uit een eerste inventarisatie volgt dat circa 34.000 m2 berm zich voor ecologisch bermbeheer leent. Afhankelijk van de locatie worden één of beide kanten van de weg omgevormd en ingezaaid met mengsels. Bij het daadwerkelijk inzaaien zal gekeken worden of werk-met-werk gemaakt kan worden. De kosten voor omvorming worden opgevangen in het projectbudget of in het budget voor berm- en slootbeheer.
•Extra inzet op training en opleiding van de eigen dienst voor ecologisch bermbeheer. De kosten worden opgevangen binnen de beschikbare opleidingsbudgetten.
•Inzet op communicatie en participatie over ecologisch bermbeheer. Samen met de afdeling communicatie zal hier invulling aan gegeven worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van reeds beschikbare middelen (zoals de eigen website). Waar nodig wordt beperkt extra ingezet op aanvullende communicatiemiddelen (bv. folder ecologisch bermbeheer of bebording met uitleg). De kosten hiervan worden opgevangen in de beschikbare budgetten hiervoor.
•Aanvullend materieel, de gemeente heeft reeds in de begroting een post opgenomen voor het aanschaffen van een nieuwe kleine tractor. Deze kan ook worden ingezet voor het ecologisch beheren van de bermen. Binnen de beschikbare budgetten zal gekeken worden welk klein materieel aanvullend noodzakelijk is om ecologisch bermbeheer goed uit te kunnen voeren. Investering tractor is reeds opgenomen op de gemeentelijke begroting.
•Door ecologisch beheer zal de hoeveelheid af te voeren maaisel afnemen. Verwachting is dat hierdoor ook de stort- en afvoerkosten afnemen. Dit biedt ruimte om invulling te geven aan ecologisch bermbeheer binnen de huidige budgetten.
•Het monitoren, bijsturen en evalueren van het ecologisch bermbeheer zal extra inzet vragen van de betrokken medewerkers. Verwachting is dat dit past binnen de huidige beschikbare formatie, waar nodig wordt gekeken naar herverdeling van taken en verantwoordelijkheden.
In dit hoofdstuk worden de financiële kaders nader ingevuld.
6 Wat zijn de financiële kaders?
6.3 Stand reserves wegenbeheer
6.3.1 Reserve betonverhardingen
Voor de vervanging van de betonverhardingen binnen de gemeente Staphorst is een aparte reserve. Deze reserve staat op dit moment op € 4 miljoen (peildatum 31 december 2020).
Er worden geen dotaties gedaan in deze reserve.
In dit hoofdstuk staan kort de conclusies en aanbevelingen op een rij.
Bijlage 1 Kwaliteitsmeetlat wegen
TECHNISCHE STAAT ASFALTVERHARDING
TECHNISCHE STAAT ELEMENTENVERHARDING
TECHNISCHE STAAT BETONVERHARDING
Bijlage 5 Uitgangspunten scenarioberekening wegen
Voor het doorrekenen van de scenario’s is de GBIappsbank gebruikt. Hiervoor moesten de structuurelementen van de gemeente ondergebracht worden in de standaard structuurelementen die de GBIappsbank hanteert. Hiervoor is de volgende indeling gebruikt:
Structuurelement Staphorst
Standaard structuurelement
Hoofdstructuur buko
→
Hoofdwegen
Buitengebieden
→
Buitengebied
Woongebieden
→
Woongebied
Hoofdstructuur biko
→
Hoofdwegen
Bedrijventerreinen
→
Bedrijventerreinen
Dorpskernen
→
Centra
Sportparken / Parken
→
Groengebieden / Parken
Begraafplaatsen
→
Groengebieden / Parken
De wegvakonderdelen met het structuurelement ‘Wegen zonder onderhoud’ zijn buiten beschouwing gelaten, aangezien hier geen kosten aan verbonden zitten voor het onderhoud. Tevens zijn betonverhardingen niet meegenomen in de gesloten verharding, aangezien de prijs voor onderhoud per vierkante meter significant lager ligt dan voor asfaltverharding, wat ook is ondergebracht onder gesloten verharding. Voor de betonverhardingen die in de gemeente Staphorst liggen, is een aparte schatting gemaakt voor de kosten van de komende beleidsperiode.
Verdere uitgangspunten voor de doorrekening zijn:
•Areaal is conform beheersysteem GBI (peildatum 26 okt. 2020).
•Er wordt alleen budget berekend voor groot onderhoud. Klein onderhoud / calamiteiten onderhoud / bermonderhoud / verzorgend onderhoud (bv. straatvegen) worden niet meengenomen in de kostenberekening, deze kennen ook een eigen budget.
•Volledige reconstructies worden niet meegenomen (worden opgevoerd in het Meerjaren Investeringsplan).
•Eenheidsprijzen zijn conform GBIkennisbank wegen prijspeil 2020. Hierbij is de input vanuit de gemeente Staphorst gebruikt, waar de standaard eenheidsprijzen sterk afwijken van de prijzen die de gemeente in de praktijk tegenkomt.
•Er is rekening gehouden met percentages voor algemene kosten (6%), eenmalige kosten, uitvoeringskosten (5%) en winst en risico (4%). Voorbereiding, administratie en toezicht (VAT) zijn niet opgenomen, deze worden in de gemeente Staphorst vanuit eigen uren ingevuld.