Bijlage 1: Korte samenvatting vergunningsvrije (on)mogelijkheden voor mantelzorgwoonruimten aan de Streek
1Bij een perceel dat behoort tot een rijks- of gemeentelijk monument is er altijd een vergunning nodig voor plaatsing van mantelzorgwoonruimten. Ook na een eventuele aanpassing van bestemmingsplan de Streek is dit het geval.
2Vergunningsvrij binnen de Streek betekent dat geheel aan alle eisen/voorwaarden uit het bestemmingsplan en een aantal landelijke vereisten moet worden voldaan (artikel 3 uit het Bor, bijlage II).
3Bij een perceel dat behoort tot een karakteristiek pand of een statusloos pand is vergunningsvrij een tijdelijke mantelzorgwoonruimte mogelijk mits wordt voldaan aan de volgende criteria:
-De oppervlakte van deze tijdelijke mantelzorgwoonruimten moet passen binnen de bij het bestemmingsplan toegestane aantal m2 bijgebouwen behorende bij een burgerwoning. De m2 zijn weer geënt op de inhoud van het hoofdgebouw:
Inhoud hoofdgebouw
Maximum oppervlakte bijgebouwen
Kleiner dan 750 m3
75m2
750m3 – 1000 m3
100m2
1000 m3 – 1500 m3
150m2
Meer dan 1500 m3
200m2
Zit een aanvrager al aan de ‘tax’ qua m2, dan wel overschrijdt de mantelzorgwoonruimte na plaatsing het aantal m2 dat is toegestaan, dan is een omgevingsvergunning noodzakelijk.
-De locatie van de mantelzorgwoonruimten is alleen binnen de donker gearceerde gedeelten toegestaan (zie afbeelding). Het achtererfgebied ligt recht achter de boerderij of woning, Nb: langs een dwarsweg kan deze anders liggen (zie ook afbeelding). Indien op een andere locatie wordt geplaatst, is vergunning nodig.
-De mantelzorgwoonruimte mag niet hoger zijn dan 5 meter (landelijke eis), en moet verder voldoen aan de bouwregels uit het bestemmingsplan. Dit betekent dat ook aan de dakhelling van minimaal 20 graden voor bijgebouwen moet worden voldaan. Dit is meteen praktisch een probleem; mantelzorgwoonruimten hebben niet zelden platte daken, of flauwere dakhellingen. Via het bestemmingsplan De Streek kan daar wel (binnenplans) afwijking voor worden verleend, maar dat betekent toch weer een aanvraag omgevingsvergunning, en dus niet vergunningsvrij.
-Bij agrarische bestemmingen aan de Streek is op basis van landelijke regels inzake het vergunningsvrij bouwen het hoofdgebouw niet altijd de boerderij maar de grootste schuur/bedrijfsgebouw (voor zover aanwezig). Want dit gebouw bepaalt in hoofdzaak de (agrarische) bestemming. Een bijbehorend bouwwerk dient dan altijd achter het hoofdgebouw te worden gesitueerd, wil het vergunningsvrij zijn! Dit betekent dat vergunningsvrij alleen mantelzorgwoonruimten zijn toegestaan direct achter deze grootste schuur. Dit ‘achtererfgebied’ kan niet worden aangepast door wijziging van het bestemmingsplan de Streek. Landelijke regels blijven immers bepalend voor de locatie van dit achtererfgebied. Met vergunning zijn er echter op andere plekken binnen het agrarische bouwvlak wel mogelijkheden om een woonzorgruimte te plaatsen. Als er geen sprake is van een grote schuur of bedrijfsgebouw, dan ligt het achtererfgebied wel achter de agrarische bedrijfswoning. Bij agrarische bestemmingen gelden andere bouwregels dan bij burgerwoningen. Om vergunningsvrij te zijn moet daaraan wel worden voldaan.