Bijlage 1 - Voorschriften vreugdevuren
De ontheffinghouder dient in het bezit te zijn en kennis genomen te hebben van onderstaande voorschriften. Deze dienen dan ook meegestuurd te worden met de ontheffing.
1De brandstapel mag minimaal vier weken van te voren opgebouwd worden
2Er mag alleen onbehandeld (snoei)hout, riet en loof verbrand worden
3Tijdens het stoken dient de ontheffinghouder, een persoon van 18 jaar of ouder, voortdurend aanwezig te zijn op de stookplaats voor het houden van toezicht
4Een vreugdevuur mag ontstoken worden tot en met windkracht 5 Beaufort
5De houder van de ontheffing dient te allen tijde te doen en na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om gevaar, schade of hinder ten gevolge van het branden te voorkomen en/of te beperken
6Het is verboden het vuur aan te steken en/of te onderhouden met vloeibare- of vaste brandstoffen
7De stookperiode en tijden genoemd in de ontheffing dienen aangehouden te worden. Zonder toestemming van de gemeente Staphorst mag hier niet van afgeweken worden dienen te alle tijde aangehouden te worden
8Wanneer weersinvloeden of weersomstandigheden daartoe aanleiding geven kan de gemeente het ontsteken van vreugdevuren verbieden
9Bij paasvuren die voldoen aan de afstandstabel, maar waarbij zich toch een kans voordoet op het ontstaan van beperkte secundaire branden moet de organisator zelf preventief voldoende bluswater regelen. Dit bluswater (en materieel) wordt NIET geleverd door de brandweer in verband met het in standhouden van de basisbrandweerzorg.
10De ondergrond van het vreugdevuur is zodanig dat er geen grondvuur kan ontstaan
11Het vreugdevuur mag een maximale omvang hebben van 10 meter breed, 10 meter lang en 5 meter hoog. De gemeente Staphorst mag hier van afwijken.
12Het is verboden van de ontheffing gebruik te maken als fase 2 (extreme droogte) van kracht is
13Indien het branden gevaar, schade of hinder oplevert, moet het vuur direct worden gedoofd
14Na afloop van verbranding dient het vuur volledig gedoofd te worden
15De stookplaats dient 2 weken na ontbranding zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat hersteld te zijn
16De houder van de ontheffing dient zorg te dragen dat de restanten en de achtergebleven niet verbrande resten uiterlijk binnen twee weken naar een erkend afvalstoffen inzamelingsbedrijf afgevoerd worden
17De toegankelijkheid van de stookplaats voor hulpverleningsdiensten mag nergens belemmerd zijn
Het voldoen aan bovenstaande voorschriften verkleint het risico op incidenten, maar is geen garantie dat zich geen incidenten voor kunnen doen.
Bijlage 2 - Afstandseisen vreugdevuren
Om overlast en onveilige situaties zo veel mogelijk te beperken zijn er afstandseisen gebonden aan de locatie van het vreugdevuur. Bij toetsing van de ontheffing en/of het verlenen van een evenementenvergunning voor een vreugdevuur moet aan deze afstanden getoetst worden.
Bij toetsing van de aanvraag voor een ontheffing voor een vreugdevuur tot 100 m³ dienen aan de onderstaande afstanden getoetst te worden:
-100 meter tot woon- en verblijfsgebouwen
-200 meter van bos/hei/veen/natuurgebieden en/of opstallen met rieten kap
-200 meter van autosnelwegen en provinciale wegen
-65 meter van hoogspanningskabels
-65 meter van opgaande begroeiing, houtwallen en andere houtopstanden
-25 meter tot de openbare weg (anders dan autosnelwegen en provinciale wegen)
-25 meter tot publiek
Gelet op bovengenoemde afstanden gelden deze tijdens het branden van een maximale oppervlakte te verbranden stoffen van 500 m³. Voor vreugdevuren boven de 500 m³ gelden grotere afstandseisen en kan er door de gemeente Staphorst advies worden ingewonnen bij de Veiligheidsregio IJsselland.