Aanhef
De raad van de gemeente Stadskanaal;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 november 2025, nr. Z-25-160642/D/25/386425;
besluit:
Het Regionaal woonwagen- en standplaatsenbeleid Oost-Groningen vast te stellen.
Regionaal woonwagen- en woonwagenstandplaatsenbeleid
Gemeenten Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam en Westerwolde
BIJLAGE I
Begrippenlijst
Woonwagenbewoner
Een woonwagenbewoner is iemand die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteert en die zich beschouwt als een deel van een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur (College van de Rechten van de Mens). Hieronder vallen zowel woonwagenbewoners die afstammen van Roma en Sinti, als afstammelingen van klassieke “reizigers”. Afstamming verwijst in dit verband naar mensen die in een woonwagen wonen en deel uitmaken van een familie die van generatie op generatie in een woonwagen woont of heeft gewoond. Het maakt hierbij geen verschil of men in een huis woont of heeft gewoond.
Woonwagenstandplaats
Een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn, die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten (artikel 1, sub 2 c Woningwet).
Woonwagen
Een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, zoals omschreven in artikel 1, laatste gedachtestreep, sub B van de Woningwet.
Afstammingsbeginsel
In het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland (kantongerecht) tussen een bewoner en de gemeente Tynaarlo van 15 december 2022 is bepaald dat het afstammingsbeginsel als volgt wordt omschreven:
“Hantering van het afstammingsbeginsel brengt met zich mee, dat iemand in de doelgroep Woonwagen-bewoners valt, als diegene afstamt van (groot)ouders, die ook al in een woonwagen wonen of woonden. Niet van belang is of een woonwagenbewoner tijdelijk in een reguliere woning heeft gewoond”.
Spijtoptanten
Woonwagenbewoners die tijdelijk in een reguliere woning wonen met de dringende behoefte om naar een standplaats met woonwagen terug te keren bij de familie op de woonwagenlocatie (bron: “Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid”).
Regionale binding
De huisvestingswet gaat uit van vrijheid van vestiging, maar als de schaarste hier aanleiding voor geeft, kan voorrang worden gegeven aan regionale of lokale binding. Regionale binding voor wonen betekent dat een woningzoekende een sterke band heeft met een bepaalde regio. Deze binding kan zowel economisch, maatschappelijk of op woongebied (woonhistorie) zijn. Hoe een gemeente regionale binding definieert wordt vastgelegd in de huisvestingsverordening.
BIJLAGE II
Achtergrondinformatie Woonwagenbewoners en -cultuur
Reizen
Vrij reizen is de gemene deler van de woonwagenbewoners, niet voor niets wordt een deel van de woonwagenbewoners ook reiziger genoemd. Paradoxaal genoeg luidde de komst van woonwagens, eind 19e eeuw, het einde in van het vrije reizen en ontstonden er vaste woonwagenstandplaatsen, veelal door de woonwagenbewoners zelf gevonden en gecreëerd. Woonwagenbewoners werden gezien als vreemdelingen en door burgers soms ook als bedreigend ervaren. Er kwam wetgeving om het vrije reizen te beteugelen. Dit varieerde van verbod op vrij reizen of vrije kampementen tot beleid gericht op integratie of juist segregatie. Het grootste dieptepunt hierbij is de vervolging van woonwagenbewoners tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarbij velen in concentratiekampen stierven.
Het bestaan als reiziger, het trekken om de kost te verdienen, ontstond in de vroege middeleeuwen toen groepen uit India richting Europa trokken. Tot eind 19e eeuw, verplaatste men zich veelal te voet of per schip (bijvoorbeeld met kermisattracties).
Met de verschijning van woonwagens in de tweede helft van de 19e eeuw - mede mogelijk gemaakt door betere wegen - werd de brede doelgroep aangeduid als “woonwagenbewoners”.
Doelgroep Woonwagenbewoners
Er zijn verschillende groepen uit de woonwagencultuur op de huidige bestaande locaties die vanuit de historie een nomadisch bestaan hebben. De regio Oost-Groningen verschilt hierin niet met veel verschillende gemeenten in Nederland. Er zit een klein onderscheid in het samenwonen op woonwagenlocaties. De diverse subgroepen (hieronder genoemd) wonen gemengd op de bestaande locaties. In andere (grotere) gemeentes is er veelal sprake van woonwagenlocaties voor reizigers, Roma en Sinti en afzonderlijke locaties voor kermisexploitanten.
We onderscheiden de volgende (sub)groepen:
Reizigers: Dit zijn de woonwagenbewoners die afstammen van nomadische handelaren, marskramers en ambachtslieden, meestal van oorsprong afkomstig uit Duitsland, België en Frankrijk. Hiertoe worden doorgaans ook de Jenischen gerekend; een nomadisch volk uit West-Europa. Vanwege het reizen voor het werk wordt deze groep Reizigers genoemd. De woonwagenwagenbewoners zelf noemen zich “één van de Rolleman” (een Rolleman is een woonwagen). Binnen de cultuur zijn eigen gewoontes en tradities en, met name door de oudere generatie, wordt een eigen taal gesproken: het Bargoens.
Kermis- en circusfamilies: Een andere groep binnen de woonwagenbewoners wordt gevormd door de kermis- en circusfamilies. Minder dan bij andere subgroepen is bij deze groep sprake van een eigen cultuur of tradities. Wel zijn ze de meest nog actieve reizigers vanwege het reizen gedurende het kermisseizoen, doorgaans met een caravan of salonwagen (rijdende uitschuifbare woonwagen) van plaats naar plaats. Buiten het kermisseizoen woont men in een vaste woonwagen of in de salonwagen op een vaste woonwagenstandplaats op een woonwagenlocatie of kermisexploitantenterrein.
Roma: Roma hebben hun herkomst in India. Ze verbleven (en verblijven nog) vooral in Oost- en Zuid-Europa. Een deel van deze Oost-Europese Roma is vanaf de 19e eeuw naar Nederland gekomen. De Roma hebben eigen tradities en een eigen taal die onderling wordt gesproken, het Romanes. Roma (en ook Sinti) hebben zwaar geleden onder het naziregime in de Tweede Wereldoorlog.
Sinti: De eeuwenoude nomadische traditie van de Sinti is in ieder geval terug te herleiden tot het oude Perzië en Pakistan, maar gaat mogelijk nog verder terug. Sinti hebben eigen tradities die afwijken van die van de reizigers en/of Roma en een eigen taal die alleen onderling wordt gesproken.
De huidige groep woonwagenbewoners is dus van gevarieerde samenstelling en komaf. Wat de bevolkingsgroep woonwagenbewoners bindt, is het (oorspronkelijk) nomadisch leven in familieverband, met de zorg voor elkaar en uiteraard het wonen in een woonwagen.
De eigen identiteit uit zich ook in de eigen talen, de behoefte aan vrijheid, de cultuur (bijvoorbeeld muziek), zedelijkheid, gastvrijheid, respect voor ouderen en natuurlijk de woonwagen. De woonwagenbewoners zijn een trots volk; trots op hun afkomst en op de cultuur.
In het verleden waren woonwagenbewoners (met uitzondering van de kermisexploitanten) met name vertegenwoordigd in oude beroepen zoals mandenmakers en scharenslijpers. In de jaren zeventig is een grote groep zich gaan toespitsen op de ijzer- en autohandel. Tegenwoordig zien we nog altijd veel zelfstandige beroepen onder de woonwagenbewoners.
Door het reizen was er in het verleden veel analfabetisme onder woonwagenbewoners. Dit is nog wel terug te zien bij de oudere generatie. Maar door toenemende scholing van de jongere generatie, zijn de woonwagen-bewoners nu ook vertegenwoordigd in allerlei beroepen en volgen ze opleidingen op het MBO, HBO en WO.
BIJLAGE III
Verhuur
In de jaren ‘80 en ‘90 werd de aanleg van een woonwagenstandplaats door de Rijksoverheid gesubsidieerd. De gemeenten ontvingen een grondsubsidie voor de aanleg van een woonwagenstandplaats. Dit werd afgeschaft, waarna gemeenten en woningcorporaties zelf financieel verantwoordelijk werden voor de investering.
De aanleg van een huurwoonwagenstandplaats en het plaatsen van een (huur)woonwagen levert per definitie een onrendabele top op. Immers is de huuropbrengst gerelateerd aan de huurwoonwagen(standplaats) te beperkt is om de te maken kosten te dekken. Daarbij komt dat de woonwagen een degressieve waarde kent en niet, zoals bij een woning, een restantwaarde behoudt.
In de praktijk gaan woonwagens, mits goed onderhouden, tot 50 jaar mee. Oude woonwagens hebben voor de verhuur een afschrijftermijn van 25 jaar. De nieuwe BENG-wagens (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) hebben volgens richtlijnen van de VNG een afschrijftermijn van 50 jaar.
Huren worden berekend volgens het puntensysteem van de Rijksoverheid (www.huurcommissie.nl). Er wordt gebruik gemaakt van objectieve criteria.
Hypotheek
Net als voor een woning is het in principe mogelijk om voor een woonwagen en een woonwagenstandplaats een hypotheek af te sluiten. Het is echter niet eenvoudig om een bank te vinden, die daartoe bereid is. Er is op dit moment een beperkt aantal banken in Nederland die hypotheken verstrekt voor woonwagens als deze gebouwd of geplaatst worden op een gekochte standplaats.