Aanhef
De Raad der gemeente Stadskanaal;
gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 18 augustus 1995, nr. R 4815;
gelezen de circulaire van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten van 7 maart 1995, kenmerk ARZ/501848;
gelet op artikel 147 in de Gemeentewet;
gezien het advies van de Commissie ABM d.d. 4 juli 1995;
besluit:
vast te stellen de volgende "Reqeling outplacement qewezen wethouders".
Artikel 1 Begripsbepalingen
a.belanghebbende:
hij die ophoudt wethouder te zijn en in het genot is van een uitkering op grond van de bepalingen in de Uitkerings- en pensioenverordening wethouders;
b.outplacementbureau:
bureau of organisatie bij voorkeur aangesloten bij de Nederlandse organisatie voor outplacement en loopbaanbegeleiding.
Artikel 2 Toekenning van outplacementfaciliteiten
1Burgemeester en Wethouders besluiten op aanvragen omtrent de toekenning van outplacementfaciliteiten.
2De kosten van de outplacementfaciliteiten komen voor rekening van de gemeente. Burgemeester en Wethouders sluiten daartoe een schriftelijke overeenkomst met het outplacementbureau.
3Eventuele reis-, verblijf- en verwervingskosten komen voor rekening van belanghebbende.
Artikel 3 Maximale toekenningsduur
De outplacement faciliteiten worden toegekend voor de periode van ten hoogste één jaar.
Artikel 4 Uitleg regeling
In de gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd een voorziening te treffen.
Artikel 5 Slotbepaling
Deze regeling kan worden aangehaald als "Regeling outplacement gewezen wethouders" en treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1 juli 1995.