Aanhef
Inleiding
Sinds 2015 is de Wet maatschappelijke ondersteuning ingrijpend veranderd. De Wmo 2015 gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid van mensen om hun vragen en beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid thuis en maatschappelijke participatie op te lossen en verantwoordelijkheid van gemeenten om aanvullende ondersteuning te bieden waar nodig.
In dit uitvoeringsbesluit worden de nadere regels van de verordening maatschappelijke ondersteuning 2026 en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning beschreven. Hiermee werken we uit hoe we uitvoering geven aan de regels in de wet en de verordening. Onderdelen van de wet die in de verordening voldoende zijn beschreven komen niet terug in dit uitvoeringsbesluit.
De Wmo 2015 en de verordening leggen veel bevoegdheden bij het college. De uitvoering hiervan zal namens het college gedaan worden door de medewerkers van het Centrum Maatschappelijke Deelname (CMD). Alle medewerkers zijn gemandateerd door het college voor de taken die zij moeten uitvoeren voor hun werk. Waar in het uitvoeringsbesluit “consulent” of “medewerker van het CMD” of “het CMD” staat, blijft het college het bevoegde orgaan.
Leeswijzer
In dit uitvoeringsbesluit is de structuur aangehouden van de verordening maatschappelijke ondersteuning 2026. De artikelen corresponderen zoveel mogelijk met de artikelen in de verordening. Waar dat niet het geval is, staat het bijbehorende artikel in de verordening erbij vermeld.
Het uitvoeringsbesluit spreekt alle inwoners aan van Son en Breugel aan die een beroep doen op de Wmo. Voor de leesbaarheid wordt soms “hij/zijn” geschreven. Waar “hij/zijn” staat, kan ook “zij/haar” of “hen/hun” worden gelezen.
H 1. Algemene bepalingen
1.1 Algemene voorziening
Artikel 1.3 in de verordening
Een algemene voorziening is een aanbod van diensten of activiteiten dat zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Vooralsnog wordt geen eigen bijdrage aan inwoners gevraagd voor het gebruik van een algemene voorziening. Zo houden we deze voorziening laagdrempelig en voor iedere inwoner toegankelijk.
Algemene voorzieningen kunnen een volwaardig alternatief zijn voor individuele maatwerkvoorzieningen. Daarom wordt er bij een aanvraag altijd eerst gekeken of inwoners (aanvullend) gebruik kunnen maken van algemene voorzieningen voordat er individuele maatwerkvoorzieningen worden ingezet.
Voorbeelden van een algemene voorziening zijn:
•Mantelzorgmakelaar
•Indicatievrije dagbesteding in het Dommelhuis
•Algemeen maatschappelijk werk
•Een locatie waar (buurt)bewoner tegen een laag bedrag een maaltijd kunnen krijgen
Een algemene voorziening is een passende oplossing wanneer:
•deze aansluit op de ondersteuningsbehoefte van de cliënt;
•deze daadwerkelijk beschikbaar is;
•de cliënt de eventuele bijdrage voor de algemene voorziening kan betalen
H 3. Maatwerkvoorzieningen
3.7 Aanvullende criteria voor opvang en beschermd wonen
Artikel 3.5 in de verordening
Beschermd wonen is voor volwassenen (18+) met ernstige psychische of psychosociale problemen die (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen, zelfs niet met hulp uit hun sociale netwerk, en 24/7 ondersteuning nodig hebben. Cruciale voorwaarden zijn een vastgestelde diagnose (psychiatrisch, verslaving, verstandelijk, etc.), een aantoonbaar gebrek aan zelfredzaamheid en een indicatie van de consulent, waarbij gekeken wordt naar de noodzaak voor intensieve begeleiding en toezicht.
Beschermd Wonen is meestal een geclusterde en kleinschalige woonvorm, waar cliënten hun eigen appartement of kamer hebben. Er is continu begeleiding beschikbaar die de cliënten helpt bij het structureren van hun dag, het regelen van verschillende zaken en het vinden van een passende daginvulling. Voor sommige cliënten is Beschermd Wonen een opstap naar zelfstandig wonen.
We hanteren conform de Wonen met Zorg Visie drie verschillende vormen van Beschermd Wonen. Tijdens het onderzoek wordt beoordeeld welke vorm passend is bij de cliënt.
A. Beschermd Wonen met 24 uur toezicht
Het gaat om cliënten met een intensieve zorgvraag. Deze groep verblijft in een instelling en heeft een (zeer) zware zorgbehoefte.
B. Beschermd Thuis
Hier gaat het om zelfstandig wonen met matige tot intensieve ondersteuning waarbij 24 uur per dag ondersteuning bereikbaar en oproepbaar is.
C. Begeleid Zelfstandig Thuis
Dit is een vorm van zelfstandig wonen met lichte tot matige ambulante ondersteuning waarbij 24 uur per dag ondersteuning bereikbaar en oproepbaar is.
Onderzoek
Het onderzoek naar een indicatie voor Beschermd Wonen wordt gedaan door de gemeente waar de cliënt vandaan komt. Als er een indicatie wordt gesteld, dan neemt gemeente Eindhoven het over en organiseert een passende plek voor de cliënt. Momenteel is de regio Zuidoost-Brabant bezig met de doorontwikkeling van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis, waarbij cliënten zoveel mogelijk in hun eigen omgeving blijven wonen, met 24/7 toegang tot hulp. Hierdoor zal de werkwijze veranderen. Als deze duidelijk is, wordt hiervoor een apart werkproces opgesteld. Tot die tijd blijft de huidige werkwijze van kracht.
Maatschappelijke Opvang
Maatschappelijke opvang is voor iedereen van 18+ die dakloos is of dreigt te worden door problemen zoals huiselijk geweld, schulden, psychische problemen, verslaving, werkloosheid, of na detentie, en die zelf geen oplossing kan vinden. Het biedt tijdelijk onderdak, begeleiding en hulp bij het oplossen van deze problemen zodat men weer zelfstandig kan functioneren en een eigen woning kan vinden. Gemeente Eindhoven is centrumgemeente en organiseert en financiert de maatschappelijke opvang voor alle inwoners uit regio Zuidoost-Brabant. Inwoners kunnen zichzelf melden, maar ook hulpverleners kunnen dit doen. Het Regieteam in Eindhoven beoordeelt de hulpvraag en regelt een passende plek. Gemeente Eindhoven heeft met verschillende organisaties een contract voor opvang.
H 4. Persoonsgebonden budget
4.3 Kwaliteitseisen gesteld aan diensten, hulpmiddelen en aanpassingen ingekocht met een persoonsgebonden budget
Artikel 4.4 in de verordening
Woningaanpassingen
Voor woningaanpassingen geldt dat de kwaliteitseisen worden vastgesteld op basis van het programma van eisen. De kwaliteitseisen van een hulpmiddel zijn afhankelijk van de eisen die gelden voor het gecontracteerde aanbod. Dat verschilt per hulpmiddel. De kwaliteitseis kan betrekking hebben op de geldende norm NEN-EN-ISO en/of een keurmerk.
Niet via de SVB
In tegenstelling tot diensten lopen pgb’s voor woningaanpassingen en hulpmiddelen niet via de SVB. Deze pgb’s worden normaal gesproken aan de derde partij uitbetaald. Bij de beoordeling of een cliënt in aanmerking komt voor een pgb voor een woningaanpassing zijn de volgende aspecten in ieder geval van belang:
•is de cliënt in staat om de opdracht aan een aannemer te verlenen volgens het programma van eisen en de overige vereisten?
•is de cliënt in staat de uitvoering aan te sturen en de oplevering te controleren volgens het programma van eisen?
4.4 Hoogte van het pgb
Artikel 4.5 in de verordening
De hoogte van het pgb hangt af van of er sprake is van formele hulp en informele hulp, en in hoeverre aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Deze zijn beschreven in artikel 4.3 en 4.4 van de verordening. In artikel 4.5 eerste lid is per type hulpverlener de maximale hoogte van het budget aangegeven. Het tarief voor zzp’er is lager dan voor zorginstellingen, omdat zzp’ers minder overheadkosten hebben.
Voor het sociaal netwerk wordt er minimaal een tarief gelijk aan het minimumloon toegekend. Als een persoon die een sociale relatie heeft met de cliënt hulp biedt, mag hier iets tegenover staan, maar een professioneel tarief is hierbij niet passend. Dit geldt ook als de hulpverlener een professionele zorgverlener is. De relatie met de cliënt is leidend voor het bepalen van het tarief en niet de achtergrond van de hulpverlener.
Zzp bij huishoudelijke hulp
In de inkoop van huishoudelijke hulp worden ook zzp’ers gecontracteerd. Dit is voor een dienst als huishoudelijk hulp een passende vorm. Het zzp-tarief in de inkoop is lager dan het tarief voor zorginstellingen. Om die reden wordt bij de inzet van een zzp’er in de vorm van een pgb het gecontracteerde zzp-tarief aangehouden. Dat betekent dat 100% van het bepaalde zzp-tarief in de inkoop van toepassing is op zzp’ers die via een pgb hulp verlenen.
4.5 Weigeringsgronden pgb
Artikel 4.6 in de verordening
Het kan voorkomen dat de cliënt het pgb wil besteden aan een duurdere maatwerkvoorziening dan waar de consulent de hoogte van het pgb op heeft gebaseerd. In dat geval geldt dat de cliënt de meerkosten zelf moet betalen. Het deel van de meerkosten waaraan de maatwerkvoorziening wordt besteed, wordt dan door de consulent geweigerd. Let wel: ook in die gevallen gelden nog steeds de algemene voorwaarden van bijvoorbeeld de kwaliteit. Dat wil zeggen dat de consulent de kwaliteit mag beoordelen maar ook bijvoorbeeld kan nagaan of de cliënt wel in staat is om de duurdere maatwerkvoorziening te bekostigen. Als de cliënt niet bereid de meerkosten zelf te betalen, kan de consulent overgaan tot het weigeren van het totale pgb. Er kan dan immers niet aan (wettelijke) voorwaarden van het pgb worden voldaan.
4.6 Opschorting betaling uit het pgb
Artikel 4.7 in de verordening
Om misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet te voorkomen zal het CMD niet in alle gevallen direct over kunnen (of willen) gaan tot het herzien of intrekken van het besluit. Het CMD kan de SVB verzoeken om de betaling van het pgb voor maximaal 13 weken op te schorten. Het gaat om situaties waarin het CMD het pgb heeft toegekend, al heeft uitbetaald aan de SVB en er aanleiding is om de SVB te verzoeken eventuele declaraties (nog) niet uit te betalen. Daarvoor moet het CMD een gegrond vermoeden hebben. Dat wil zeggen er moet een aanwijzing (of meerdere) zijn om tenminste de conclusie te kunnen trekken dat er sprake kan zijn van het niet of onvoldoende voldoen aan verplichtingen die voortvloeien uit art. 2.3.10 lid 1 onder a, d of e Wmo 2015. Die aanwijzingen kunnen betrekking hebben op de budgethouder maar ook op de derde (of daaraan gelieerde rechtspersoon). Gedurende de termijn van opschorting voert het CMD en/of de toezichthoudende ambtenaar een onderzoek uit naar het gegronde vermoeden.
Voorbeelden van een gegrond vermoeden zijn:
•Een door de SVB, op arbeidsrechtelijke aspecten, geaccordeerde overeenkomst die afwijkt van bijvoorbeeld het pgb-plan. Het college geeft dan geen akkoord voor de overeenkomst;
•Een concrete tip of signaal die het CMD heeft ontvangen;
•Onduidelijkheid over de rechtmatigheid bij bijvoorbeeld de heroverweging van een besluit, de tussentijdse evaluatie of een verzoek om verlenging (herindicatie);
•Een (plotselinge) toename van het aantal cliënten waar een derde ondersteuning aan biedt die qua omvang een 40-urige werkweek overschrijdt.
H 5. Kwaliteit en veiligheid
5.1 Calamiteiten en geweld
Artikel 5.2 in de verordening
Het toezicht op calamiteiten en geweld is door alle 21 gemeenten van de regio Zuidoost-Brabant belegd bij de GGD Hart van Brabant. Op de website van de GGD is hierover meer informatie te vinden: https://www.ggdhvb.nl/professional/digitaal-melden/meldpunt-toezicht-wmo/. Hier staat ook het protocol dat aanbieders moeten volgens bij calamiteiten of geweld. Op de website is informatie te vinden of wat er gemeld moet worden en wanneer, en welke taken de GGD uitvoert.
BIZOB houdt toezicht op zorgaanbieders en leveranciers op basis van keurmerken, certificaten en kwaliteitscriteria. Niet alleen voor contractering maar ook tijdens de contractperiode. De bevindingen worden via BIZOB gerapporteerd. De kwaliteitsadviseurs van het CMD hebben hier ook een belangrijke rol in. Daarnaast neemt de gemeente deel aan de inkoopteams waarin de kwaliteit wordt geborgd. Op basis van signalen wordt aanvullend toezicht uitgevoerd.