Gemeentelijke regelgeving

Nota vaste activabeleid gemeente Someren 2022

Gemeente Someren · geldt sinds 7 november 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Someren;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 oktober 2022;

gelet op artikel 9 van de Financiële verordening artikel 212 Gemeente Someren 2017 en artikel 59 tot en met 65 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

b e s l u i t :

1De nota vaste activabeleid gemeente Someren 2022 vast te stellen;

2De nota investeringsbeleid gemeente Someren 2017 in te trekken.

BIJLAGE 1

Afschrijvingstabel behorende bij de nota vaste activa

De in de tabel opgesomde afschrijvingstermijn zijn maximale termijnen. Een kortere afschrijvingstermijn is mogelijk in verband met werkelijke economische of technische levensduur. Een afwijking van deze maximale afschrijvingstermijnen dient altijd door de Raad besloten te worden, dit kan op basis van een meerjarenonderhoudsplan en/of kostendekkingsplan.

Als de afschrijvingstabel niet voorziet in een bepaalde activasoort kan de Raad een besluit over de afschrijvingstermijn nemen, waarna de afschrijvingstabel hierop wordt aangepast (zie artikel 4.3).

Omschrijving

afschrijving

Maximaal

1

Immateriële vaste activa

Kosten onderzoek en ontwikkeling

Max. 5 jaar (max. termijn BBV)

Kosten sluiten van geldleningen

Looptijd lening

2

Materiële vaste activa

a.

Gronden en terreinen

Geen afschrijving

b.

Woonruimten

Nieuwbouw

50

Aanbouw 25 jaar (of langer afhankelijk van hoofdbestanddeel)

25

Renovatie en restauratie

25

Aankoop bestaande gebouwen

Variabel

Semi-permanente gebouwen

20

c.

Bedrijfsgebouwen

Nieuwbouw

50

Aanbouw 25 jaar (of langer afhankelijk van hoofdbestanddeel)

25

Renovatie en restauratie

25

Aankoop bestaande gebouwen

Variabel

Semi-permanente gebouwen

20

d.

Grond – weg- en waterbouwkundige werken

Vrijvervalriolering

70

Persleidingen, drukriolering, bouwkundige onderdelen randvoorzieningen

60

Bouwkundige onderdelen rioolgemalen, drukrioolgemalen en pompunits

45

Electromechanische installatie gemalen, pompunits en randvoorzieningen

15

Drainage leidingen

25

Aanleg/reconstructie wegen, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen

35

Aanleg/reconstructie plantsoenen, parken speelterreinen

35

Onderlaag sportvelden

30

Toplaag kunstgrasveld

10

Overstorten

5

e.

Vervoermiddelen

Overige vervoermiddelen

8

f.

Machines, apparaten en installaties

Aanleg/vervanging openbare verlichting

20

Machines, apparatuur technische installaties

20

Hulpverlening- en brandbestrijdingsmaterialen

10

g.

Overige materiële vaste activa

Speeltoestellen, sporttoestellen en sportmaterialen

15

Inrichting gebouw, onder andere meubilair, inventaris etc.

10

Overige materiële vaste activa

10

Hard- en software

4

Zonnepanelen

20

Overige duurzame investeringen (o.a. windmolens)

Variabel

4

Financiële vaste activa

Financiële vaste activa

Variabel

Bijdrage in activa van derden

Afhankelijk van actief

BIJLAGE 2: BEGRIPPEN

Activa:

De bezittingen van een gemeente. Activa worden verdeeld in vaste en vlottende activa.

Activeren:

Het opnemen van investeringen op de balans van de gemeente.

Afschrijven:

Afschrijven is het boekhoudkundig laten zien dat de waarde van activa in de loop van de tijd

afneemt. Deze waarde afname wordt veroorzaakt door technische slijtage en/of economische veroudering. Het afschrijvingsbedrag hangt af van de gebruiksduur en restwaarde van de investering. De gebruiksduur bepaalt de afschrijvingstermijn en dus ook de hoogte van de jaarlijkse afschrijvingslasten.

Agio/disagio:

Agio c.q. disagio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en

het hogere c.q. lagere bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd.

Annuïtaire afschrijvingsmethode:

Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks gelijk zijn gedurende de gehele

economische levensduur van de investering. In de beginjaren is de afschrijvingscomponent

laag en de rentecomponent hoog. Aan het eind ligt de verhouding andersom.

Boekwaarde:

De waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen.

Economische levensduur:

Activa slijten op twee manieren. Aan de ene kant door het gebruik, de zogeheten technische

slijtage. Aan de andere kant doordat ze verouderen: er komen bijvoorbeeld nieuwe machines

op de markt waarin de nieuwste technische kennis is verwerkt. Deze veroudering wordt

economische slijtage genoemd.

Financiële vaste activa:

Is een groep van activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen zoals

bijvoorbeeld deelnemingen en aandelen.

Immateriële vaste activa:

Immateriële vaste activa onderscheiden zich van materiële vaste activa doordat ze geen

tastbare vorm hebben en dus onzichtbaar zijn. Ze hebben met materiële vaste activa echter

gemeen, dat ze langdurig bruikbaar zijn.

Investeren:

Het aanschaffen of zelf produceren van activa. Hierbij is het de bedoeling de bedrijfsmiddelen meerdere jaren te gebruiken.

Investeringen met economisch nut:

Activa die geld kunnen opleveren of die verhandelbaar zijn (er is een markt voor), zoals

gebouwen; deze moeten worden geactiveerd.

Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut:

Activa in de openbare ruimte die een publieke taak vervullen zoals wegen, groenvoorziening. Deze mogen worden geactiveerd.

Investeringskrediet:

Bedrag dat door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld voor het doen van een investering.

Kapitaalgoederen:

Goederen die meerdere jaren nut geven; denk aan wegen, gebouwen, riolen.

Kapitaallasten:

De jaarlijks terugkerende lasten die samenhangen met de investeringen. De kapitaallasten bestaan uit afschrijvingen en rente.

Lineaire afschrijvingsmethode:

Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks dalen. De afschrijvingscomponent is jaarlijks gelijk. Als gevolg van de daling van de boekwaarde neemt de jaarlijkse rentelast af.

Materiële vaste activa:

Dit zijn investeringsuitgaven waar bezittingen tegenover staan van stoffelijke aard, waarvan

de gebruiksduur gedurende meerdere jaren kan worden toegepast.

Rente:

Een vergoeding voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de

financieringsmiddelen van de gemeente.

Restwaarde:

Dit is de geschatte waarde dat een actief vermoedelijk nog zal hebben op het moment dat je hem niet meer kunt gebruiken c.q. de afschrijving loopt.

Technische levensduur:

Het aantal jaren dat een actief daadwerkelijk meegaat, voordat het technisch versleten is.

Vaste activa:

De bezittingen van de gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan een jaar is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn gronden, gebouwen en inventaris. De vaste activa worden verdeeld in immateriële, materiële en financiële vaste activa.

Verkrijgingsprijs:

Het bedrag dat is betaald om activa aan te schaffen; dit betreft zowel de inkoopprijs als de

bijkomende kosten.

Vervaardigingsprijs:

De kosten die gemaakt zijn ten behoeve van het intern vervaardigen van een actief.

Vlottende activa:

De bezittingen van de gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode korter dan een jaar is vastgelegd. Binnen een jaar moeten de vlottende activa zijn omgezet in geld. Voorbeelden hiervan zijn voorraden, debiteuren en liquide middelen (bank en kas).

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.