Figuur 7.1 Van ruimtelijk plan naar motivatie omgevingsvergunning
Bijlage 1 Overgangssituatie
Voor geluid gelden bij diverse situaties overgangsbepalingen, of bepalingen over eerbiedigende werking. Het overgangsrecht is bepaald in de artikelen 4.3, 4.4 en 4.5 van de Invoeringswet Omgevingswet. Een aantal overgangsbepalingen is gericht op het toelaten van functies of activiteiten op een locatie. Deze gelden bij alle instrumenten waarmee functies of activiteiten worden toegelaten, zoals het omgevingsplan, de omgevingsverordening, de omgevingsvergunning BOPA en het projectbesluit.
Hieronder staan een aantal voorbeelden. Let op: het is een niet limitatieve lijst.
Reguliere procedure
Aanvragen reguliere procedure aanvraag omgevingsvergunning Wabo, ingediend vóór 1 januari 2024, worden op basis van het recht voorafgaand aan de Omgevingswet afgehandeld. Voor lopende procedures geldt dus dat deze worden afgerond op basis van het huidige recht, dus beleid dat gold op de datum van indiening van de aanvraag. Het nieuwe recht gaat in die gevallen met betrekking tot de vergunning en daarvoor lopende procedure pas gelden zodra de vergunning is verleend en, als er beroep mogelijk is, de beroepstermijn ongebruikt verstreken is of, als er geen beroep mogelijk is, zodra het besluit van kracht is geworden. Met andere woorden: het huidig recht blijft dan van toepassing tot het besluit onherroepelijk is.
Uitgebreide procedure
Bij besluiten die worden voorbereid met de uitgebreide procedure zoals een bestemmingsplan of een buitenplanse afwijking Wro, geldt dat het huidig recht van toepassing blijft als het ontwerpbesluit vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd.
Geluidaandachtsgebieden Omgevingswet
Gemeentelijke wegen
Bij een gemeentelijke weg is het geluidaandachtsgebied tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip begrenst door vaste afstanden, zoals omschreven in artikel 17.5 van de Omgevingsregeling). Wordt een gemeentelijke weg gewijzigd binnen de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, dan moet het bevoegd gezag voldoen aan de regels uit afdeling 22.4 Bruidsschat omgevingsplan en aan de beleidsregels Geluid onder de Omgevingswet. De regels uit afdeling 22.4 Bruidsschat omgevingsplan zijn een omzetting van artikel 73, onder a (toepassingsbereik), artikel 79 (aanleg) en artikel 99 (reconstructie) van de Wet geluidhinder.
Provinciale weg (nog zonder GPP)
Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de geluidszone van een provinciale weg waarvoor nog geen geluidproductieplafond (GPP) is vastgesteld, geldt de Wgh (als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan). Wordt hierbij gebruikgemaakt van een 'dove gevel', dan wordt deze gevel vastgelegd in het omgevingsplan als een ‘niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen’.
De instructieregels uit 'Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden' Bkl zijn niet van toepassing zolang er nog geen geluidaandachtsgebied is. Wordt een provinciale weg (nog zonder GPP) gewijzigd binnen de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel omgevingsplan, dan gelden de regels voor reconstructie uit de Wgh (als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan).
Industrieterreinen
Voor gezoneerde industrieterreinen blijft de Wgh (en de onderliggende regelgeving) van kracht, tot het moment waarop het bevoegd gezag geluidproductieplafonds als omgevingswaarde vaststelt op grond van de Omgevingswet.
Geluidwering van de gevel
Het beleid ten aanzien van de geluidwering van de gevel geldt niet voor hogere waarde procedures die ten tijde van het vaststellen van dit nieuwe beleid in ontwerp zijn vastgesteld, en waar geen voorwaarden zijn gesteld ten aanzien van het binnenniveau bij transformatie.
Bijlage 2 Begrippenlijst
Bal: Besluit activiteiten leefomgeving
Bbl: Besluit bouwwerken leefomgeving
Binnenwaarde: het geluidniveau binnen in geluidgevoelige gebouwen
Bkl: Besluit kwaliteit leefomgeving
Gecumuleerd geluid: geluid bepaald volgens paragraaf 3.1.5 van de Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet
Geluidaandachtsgebied: geluidaandachtsgebied als bedoeld in artikel 3.20 Besluit kwaliteit Leefomgeving:
1Een geluidaandachtsgebied is een locatie langs een weg of spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde in Lden.
2Het geluidaandachtsgebied wordt bepaald volgens bij ministeriële regeling gestelde regels.
Geluidbelasting Lden: geluidbelasting of andere geluidwaarde op een plaats en door een bron over alle perioden van 07.00 tot 19.00 uur, van 19.00 tot 23.00 uur en van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar
Geluidbelasting Lnight: geluidbelasting of andere geluidwaarde op een plaats en door een bron over alle perioden van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar
Geluidgevoelig gebouw: geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21 Besluit kwaliteit leefomgeving
Geluidgevoelige gevel: gevel met te openen deel of delen die grenst aan een geluidgevoelige ruimte
Geluidgevoelige ruimte: geluidgevoelige ruimte als bedoeld in artikel 3.22 Besluit kwaliteit leefomgeving
Geluidluwe buitenruimte: de buitenruimte, zoals bedoeld in artikel 4.175 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, behorende bij een woning of geluidgevoelig gebouw, zoals een tuin of een balkon, die grenst aan een geluidluwe gevel
Geluidwerende maatregel: fysieke maatregel aan een gebouw die de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie verhoogt
Gemeenteweg: weg in beheer bij een gemeente
Gezamenlijk geluid: geluid bepaald volgens paragraaf 3.1.5 van de Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet
GPP: geluidproductieplafond als omgevingswaarde
Maatgevende jaar: in beginsel is het maatgevende jaar 10 jaar na opstellen rapport. Het college kan het wenselijk achten dit uitgangspunt te verlengen met ten hoogste 5 jaar, afhankelijk van de schaalgrootte en/of fasering van de uitvoering van het plan.