3. Uitnodigingskader grote zonnevelden
3.1 Afweging gebieden grote zonnevelden
3.2 Locatie A: Spoordriehoek6deze locatie is vervallen naar aanleiding van het amendement dat is te lezen in bijlage 3 (van toepassing op de hele paragraaf).
Zoals in paragraaf 3.1 is aangegeven, wordt dit gebied vanuit veel hoeken aan het zicht onttrokken door spoordijken. Daarnaast is het voornamelijk landbouwgebied, zijn er geen waarden die de ontwikkeling van zonnevelden in de weg staan en wonen er geen mensen in dit gebied. Wel is er een volkstuinencomplex, dat intensief wordt gebruikt.
In deze paragraaf beschrijven we eerst kenmerken van het gebied die van invloed zijn op de ontwikkelmogelijkheden. Vervolgens geven we aan binnen welke ontwikkelruimte we hier zonnevelden mogelijk maken. Daarna volgen de randvoorwaarden voor de ontwikkeling.
Kenmerken van het gebied
De kenmerken van de locatie liggen ten grondslag aan de randvoorwaarden voor de locatie. Bij het maken van een plan voor het plaatsen en inpassing van de zonnevelden moet met deze kenmerken rekening worden gehouden.
Cultuurhistorie veenvaart
Over de locatie loopt een restant van de Oude Gracht, die door het laagste deel van het gebied stroomt en nu bedijkt is. Dit is mogelijk een restant van de laatmiddeleeuwse veen-vaartontginning. Er is een historisch ruimtelijk verband tussen deze Oude Gracht en de Grote Melm. De gracht is nu nog steeds een functionele (water)verbinding met de Eem. Het bestemmingsplan landelijk gebied regelt voldoende afstand tot de gracht.
De Oude Gracht rond 1900 en daaronder een ouder beeld waarin met dikke lijnen de veenvaarten zijn aangegeven
Bodem, structuur en functies in het gebied
•Een deel van de bodem bestaat in de bovenste laag uit veen. Dit is aangegeven in het bestemmingsplan buitengebied. Het voorkomen van veenoxidatie zorg ervoor dat er geen broeikasgassen vrijkomen.
•De kavelrichting is waarschijnlijk oud omdat deze over de Oude Gracht doorloopt. De Oude Gracht is dus door de al bestaande verkaveling gegraven. Deze verkavelingsstructuur willen we behouden.
•Het gebied maakt deel uit van een van de historische boomsingelgebieden die in de omgevingsvisie zijn aangegeven als gebieden voor een kleinschaliger landschap met ruimte voor verschillende doelen zoals aangegeven in de paragraaf ‘Ruimtelijk kader omgevingsvisie grote zonnevelden.
•In het gebied ligt een intensief gebruikt volkstuinencomplex.
•Er is een openbare weg over het gebied. Deze weg is een historische weg waar de kavelrichting verspringt.
•Het hele gebied heeft, op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’ een hoge archeologische verwachting.
•In de participatie zijn meldingen van natuur in het gebied gedaan. In het bestemmingsplan en het landschapsontwikkelingsplan heeft dit gebied geen bijzondere functie voor natuur. In de omgevingsvisie is de hele ‘onderrand’ van het heuvelsysteem als potentieel waardevol voor natuur aangegeven, vooral vanwege de mogelijk kwel. Deze locatie maakt deel uit van die kwelzone.
•De Grote Melmweg is een belangrijke (recreatieve) verbinding tussen Soest en de Eem.
Topografische situatie en de recreatieve verbinding vanuit Soest naar de Eem en de polder.
Randvoorwaarden en indieningsvereisten voor initiatieven van zonnevelden
Het gebied waar een zonneveld kan komen is aangegeven op de kaart. Het uitgangspunt is dat er één zonneveld ontwikkeld wordt dat een zo groot deel van het gebied bestrijkt. Dit is inclusief ruimte die nodig is voor extra landschappelijke inrichting. Bepaalde gebieden zijn uitgesloten zoals de Oude Gracht en de weg (met een zone daar omheen) zodat het gebied toegankelijk blijft.
In de groene zone op de kaart, langs de Grote Melmweg, moet extra groen, boomsingels en beplanting worden aangelegd door de initiatiefnemer als onderdeel van de ontwikkeling van zonnevelden. Dit is op de kaart aangegeven als landschapszone. Dit stuk is nodig voor een goede landschappelijke inpassing van het zonneveld. Het doel is dat de zonnevelden jaarrond niet zichtbaar zijn vanaf de Grote Melmweg.
De inrichting van de landschapszone moet aansluiten bij de doelstellingen voor de polder uit de omgevingsvisie. Die doelen zijn natuur, natuurgerichte landbouw, cultuurhistorie en recreatie.
Voor het volkstuinencomplex zijn twee mogelijkheden om te blijven bestaan. Blijven op de huidige locatie met eventueel een zonneveld rondom de volkstuinen. Of in hetzelfde formaat verplaatsen naar de landschapszone met een goede landschappelijke inpassing.
Het zonnepark moet zichtbaar en beleefbaar als cultureel, kunstobject worden vormgegeven. Zowel zichtbaar vanuit de trein als vanuit de Oude Gracht.
De weg in het gebied moet aan weerszijden met een haag worden beplant zodat dit een aantrekkelijke toegang tot de Oude Gracht blijft. Daarom moet er aan beide zijden 5 meter worden vrijgehouden van zonnevelden.
Prorail heeft aangegeven dat de spoorlijnen bereikbaar moeten blijven in geval van nood en voor onderhoud. Daarnaast wijst Prorail op haar omgevingsbeleid;
het zicht vanuit de trein is iets om mee te nemen in het plan van de mogelijke initiatiefnemer.
Overige eisen
•Bestaande sloten blijven behouden. Met minimaal 3 meter afstand tot panelen vanuit het begin van het talud.
•A-watergangen moeten toegankelijk blijven buiten het hek van de zonnevelden, minimaal 5 meter ruimte aanhouden.
•Waterpeilen onder zonnepanelen worden in de loop van 5 jaar na aanleg verhoogd tot een niveau waarop de oxidatie van het veen stopt en nog geen CH4 vrijkomt. In overleg met gemeente en waterschap.
•De zonnepanelen zijn maximaal 1,7 m2 en hebben een minimale tussenruimte van 20 cm. Hiermee wordt gepoogd water en lichttoetreding zo gelijkmatig mogelijk te verdelen zodat de vegetatie niet sterft. Deze voorwaarde kan door de gemeente worden aangepast zodra er meer kennis is over zonnevelden op veengronden.
•De laagste hoogte van een paneel is 1 meter zodat er onderhoud mogelijk is en het licht zich kan verspreiden. De hoek is maximaal 30 graden (dat mag over de lengterichting zijn), maar mag ook 0 graden zijn. De grootste hoogte van een paneel is 2,50 meter zodat de panelen niet boven de spoortaluds zichtbaar worden vanuit de omgeving.
•De eisen van Prorail voor toegankelijkheid van de spoorlijnen in geval van nood en voor onderhoud moeten verwerkt worden in het plan, in afstemming met ProRail door initiatiefnemer.
•Het plan moet voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (onderzoek effect flora en fauna, bodemonderzoek, archeologisch onderzoek, effecten op kabels/leidingen etc.) Hier valt onderzoek naar biodiversiteit en beschermde soorten onderen naar mogelijk schade aan de archeologische waarden.
•Er moet een beheervoorstel zijn waarmee geloofwaardig is dat er duurzaam een goede vegetatie onder de zonnepanelen kan worden gerealiseerd.
•Vanwege de zichtbaarheid (vanuit de trein) worden aan de juiste plaatsing van de panelen hoge eisen gesteld. Daarom moet het ontwerp van de panelen op basis van nauwkeurige NAP-hoogtes in 3D worden gemaakt. Bij de realisatie mag de afwijking niet meer zijn dan 2 cm ten opzichte van het 3D ontwerp.
•Frames van panelen mogen niet uitlogend zijn.
•Er mag geen mest worden toegevoegd.
•Schoonmaakmiddelen mogen niet gebruikt worden.
Indieningsvereisten
In Hoofdstuk 5 is de indieningsprocedure beschreven. De initiatiefnemer dient een ruimtelijk plan in waarin is aangegeven op welke wijze voldaan wordt aan alle bovengenoemde eisen. Zowel in een tekening als met een toelichting. Daarbij zijn de volgende aandachtspunten belangrijk. De ruimtelijke verdeling van de panelen moet vanaf de eerste tekeningen aangegeven zijn. Zowel als ‘ontwerp’ over het hele gebied, als technisch met de tussenruimtes. Ook vanaf het begin van de procedure moet technisch nauwkeurig worden aangegeven hoe de waterhuishouding wordt georganiseerd, hoe de peilen worden verhoogd en hoe de veengrond in leven wordt gehouden. Vanaf de start moet gewerkt worden met een ingemeten situatie. De initiatiefnemer moet een inrichtings en beheer- en onderhoudsplan indienen. Dit wordt als voorwaardelijke verplichting toegevoegd aan de vergunning/bestemmingsplan.
Hier worden de procedures beschreven voor zowel grote als kleine projecten voor zonne- en windenergie.
Bijlage 1 - Samenvatting participatie
De participatie die aan de basis ligt van dit uitnodigingskader bestaat uit drie stappen:
1Workshops in de week van de omgeving over argumenten voor en tegen zonnevelden en windturbines
2Een online meedenkronde op basis van de uit de workshops gekomen kansrijke gebieden en mogelijke uitsluitingsgebieden voor zonnevelden enwindturbines
3Inspraakronde op de conceptplattegrond met locaties voor zonnevelden en onderzoekslocaties voor windturbines op basis van voorgaande participatiestappen vrijgegeven voor reacties van inwoners via het DENKMEE-platform, reacties van grondeigenaren en belanghebbenden.
1Workshops zon en wind
Eind september organiseerden we tijdens de Week van de Omgeving vier workshops voor het uitnodigingskader:
1Kansen voor zonnevelden
2Bedreigingen voor zonnevelden
3Kansen voor wind
4Bedreigingen voor wind
De workshops werden bekend gemaakt via:
•Infopagina Soester Courant
•Persbericht
Omdat de aanmeldingen voor de workshops voor zon en wind tegenvielen hebben we een ludieke actie gedaan. Verspreid over Soest en Soesterberg zijn er in de periode van 16 september tot en met 23 september 5 tekstkarren geplaatst op locaties die naar verwachting reactie oproepen bij inwoners. Te weten: de polder van Soest (2 locaties), Soester Duinen, evenemententerrein Soest, Zuidelijke Engh. Hierdoor nam het aantal aanmeldingen voor de workshops sterk toe. Het overzicht van de aanmeldingen en deelnemers aan de workshops is als volgt:
De workshops over zonnevelden vonden plaats op dezelfde avond dat de persconferentie over de aangescherpte maatregelen i.v.m. corona werd uitgezonden. Waarschijnlijk is hierdoor een behoorlijk lagere opkomst gerealiseerd dan de 115 aanmeldingen. De workshops over wind vonden digitaal plaats, ook daar viel het aantal deelnemers iets tegen. De ideale groepsgrootte voor deze workshops is rond de 10 personen. De opzet van de workshops was geslaagd. Er zijn vele kansrijke gebieden naar voren gebracht voor zon en wind en ook vele uitsluitingsgebieden. Alle voorzien van argumenten. De opbrengst is groter dan gehoopt.
Conclusies workshops zon en wind
In het algemeen gaven inwoners aan dat ze liever geen zonnevelden en windturbines willen. Bij de workshops kansen voor zonnevelden en windturbines waren de belangrijkste randvoorwaarden:
•Plaats zonnevelden zo veel mogelijk buiten beeld
•Ontwikkel zonnevelden zo dat het past in de omgeving
•Eigendom lokaal, kleinschalig met betrokkenheid van inwoners is belangrijk voor draagvlak
•Windturbines waar ze de beleving het minst aantasten en waar technisch het minst restricties gelden.
Bij de workshops zijn de volgende locaties ingetekend bij de verschillende workshops. Deze locaties met bijbehorende argumenten zijn gebruikt als input voor de online meedenkronde.
Kansen voor zonnevelden
Bedreigingen voor zonnevelden
Kansen voor windenergie
Bedreigingen voor windenergie
2Online meedenkronde
De door de deelnemers van de workshops ingebrachte locaties zijn vervolgens in internetconsultatie gebracht. Op innovatieve wijze hebben we inwoners via een online platform zonenwindsoest.nl uitgenodigd hun mening te geven over de ingebrachte locaties voorzien van argumenten en indien gewenst ook aanvullende locaties in te tekenen.
Geleerd van de lessen in september hebben we voor de online meedenkronde stevig ingezet op communicatie en de resultaten goed gemonitord. Zo konden we tijdig bijsturen. De campagne liep van 2 t/m 27 november. De afbeelding met het karakter gebruikten we als centraal beeld in de campagne. Het bereik in deze periode: 46.925 inwoners/608 kliks op sociale media.
Met bereik bedoelen we mensen die het bericht in de krant hebben gezien of voorbij zagen komen op hun tijdlijn op sociale media. Hier kan wel dubbel bereik inzitten. Ongeveer 2% van alle huishoudens in Soest deed mee aan de online participatie. 947 inwoners bereikten het platform en 407 gingen daadwerkelijk aan de slag op het platform.
Ingezette communicatiemiddelen online meedenkronde
Het grootste bereik behaalden we door te adverteren op Facebook en Instagram. Opmerkelijk genoeg bereikten we met name de leeftijdsgroep tussen 18 en 35 jaar. Met name het adverteren in Instagram stories speelde daarbij een grote rol. Opvallend is verder dat de groep boven 65 vaker via sociale media op het platform terecht is gekomen dan de leeftijdsgroepen 35-44, 45-54 en 55- 64. Via sociale media zijn er 608 mensen op het platform terecht gekomen. De overige 339 inwoners zijn er dus hoogstwaarschijnlijk via de advertenties of berichten op de gemeentelijke pagina in de Soester Courant op geattendeerd. Ook het herhalen van berichten op sociale media zorgde voor extra bezoekers aan het platform.
Conclusies online meedenkronde
Via het online platform hebben meer inwoners gereageerd op bedreigingen voor zonnevelden en windturbines dan op kansen. Onderstaande tabellen geven een grove inschatting van het aantal reacties per locatie die uit de workshops naar voren zijn gekomen. We kunnen ook hieruit concluderen dat de inwoners in het algemeen liever geen zonnevelden en windturbines willen.
Naast de reacties op de locaties uit de workshops, vatten de kaarten samen waar de online deelnemers het vaakst kansen of bedreigingen hebben ingetekend. Op de kaarten met de bedreigingen voor zowel zonnevelden als windturbines is te zien dat vrijwel de hele gemeente is ingekleurd. Bij kansen voor zowel zonnevelden als voor windturbines is er een groter onderscheid te zien tussen verschillende locaties.
Kansen voor zonnevelden
Kansen voor windenergie
Bedreigingen voor zonnevelden
Bedreigingen voor windenergie
Naast locaties en argumenten voor zonnevelden en windturbines is er ook gevraagd naar de voorkeur voor zonnevelden, windturbines of een combinatie daarvan. Op een schaal van 1 tot 5, zijnde 1 alleen zonnevelden en 5 alleen windturbines, is daar een gemiddelde van 2,0 uit gekomen. Dit geeft dus een voorkeur voor zonnevelden aan ten opzichte van windturbines. In totaal hebben 338 personen een waardering toegekend op de schaal van 1 tot 5.
3Reacties op conceptplattegrond
De resultaten van de vorige participatiestappen en de integrale afweging van doelen in het traject met de omgevingsvisie heeft geresulteerd in een conceptplattegrond met locaties voor zonnevelden en onderzoekslocaties voor windturbines. In de periode van 1 tot en met 19 april konden inwoners, grondeigenaren en belanghebbenden een reactie geven op de concept plattegrond.
Deze kaart is gepubliceerd op het DENKMEE-platform met daarbij per locatie een korte toelichting. Van 1 tot en met 19 april heeft iedereen kunnen reageren op de locaties via het platform. Voor zonnevelden was er op het platform een pagina per locatie waar men een reactie kon plaatsen. Voor windturbines was er een algemene pagina waar men kon reageren op de locaties. Dit omdat voor windturbines een aanvullend traject volgt in samenwerking met de buurgemeenten.
In totaal hebben bijna 6.000 unieke bezoekers het platform bezocht en zijn er 920 reacties geplaatst. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal negatieve en positieve reacties.
Reacties per locatie voor zonnevelden
Reacties in het algemeen op de onderzoekslocaties voor windturbines
Argumenten die over het algemeen veel zijn genoemd:
De voornaamste argumenten die worden aangedragen tegen het voorstel zijn:
•Het argument ‘eerst de daken volleggen’ wordt door bijna iedereen genoemd
•Het is volgens de RES niet nodig dus waarom doen we het dan?
•Het is schadelijk voor gezondheid van mens en dier en slecht voor de natuur en de bodem. Tijdens de aanleg ontstaat er schade aan de bodem en geluidsoverlast door de bouwwerkzaamheden. Na in productie nemen is er geluidsoverlast en lichtoverlast en bestaat er ook risico voor het bodemleven in verband met licht en water dat de bodem niet meer kan bereiken.
•Soest wordt recreatief minder aantrekkelijk.
•Slecht voor weidevogels. Niet alleen de zonnevelden windturbines maar ook de voorgestelde hagen en struiken. Daarin kunnen roofdieren die eenbedreiging vormen voor weidevogels zich verschuilen.
•Windturbines van het voorgestelde formaat horen op zee of in de Flevopolder.
•Eerst inzetten op energiebesparing.
•Inzetten op alternatieve vormen. Daarbij worden kernenergie en waterstof in plaats van zonnevelden en windturbines het vaakst genoemd. Een aantal mensen heeft gereageerd dat ze voor het opwekken van schoneenergie met windturbines en zonnevelden zijn. Mits:
•Ze er niet door uit hun slaap worden gehouden.
•Er voldoende rekening wordt gehouden met flora en fauna en de schadedaaraan geminimaliseerd wordt.
Naast de reacties van inwoners op de conceptplattegrond zijn ook aangeschreven van de concept plattegrond en zijn tal van belanghebbenden aangeschreven om een reactie te vragen. Ook hier zijn veel reacties op ontvangen.
De reacties van grondeigenaren en belanghebbenden komen grotendeels overeen. Zij maken zich zorgen over de beschikbare grond om de landbouw te verduurzamen, over het effect op flora en fauna en de bodem en recreatieve functies. De belanghebbenden die reageerden zijn bijvoorbeeld LTO Noord, natuurbelangenorganisaties, moestuinvereniging, zweefvliegclub, Defensie, RWS, STEDIN, Waterschap, Vitens, Vereniging Vrij Polderland, een initiatiefnemer en organisaties die met water bezig zijn.
De argumenten die het meest genoemd werden:
•Er wordt teveel landbouwgrond onttrokken, boeren kunnen daardoor niet verduurzamen.
•De gemeente meet met twee maten; geen vergunning voor bepaalde initiatieven omdat de polder open moest blijven en géén mogelijkheid voor windturbines voor agrariërs die dat eerder wensten. Nu het een idee van de gemeente is kan het wel.
•Eerst alle daken volleggen met zonnepanelen, volgens RES zijn zonnevelden niet nodig.
•Er zou gecompenseerd moeten worden voor waardeverlies i.v.m. ontsierend uitzicht op windturbines/zonnevelden.
•Zonnevelden zijn (mogelijk) schadelijk voor flora en fauna en bodem/bodem leven.
•NNN buiten zoekgebieden houden. In provinciale omgevingsvisie is geschetst dat deze natuurwaarden niet aangetast mogen worden.
•Weidevogels, hagen en struiken hebben een negatief effect omdat ze een goede schuilplaats vormen voor roofdieren.
•Agrariërs zijn minder negatief over windturbines -als het dan moet dan liever windturbines - omdat deze minder grondoppervlakte innemen.
•Prorail en landmacht willen onder voorwaarden meewerken aan zon en wind
•Draagvlak als punt van zorg. Meer aandacht voor betrokkenheid inwoners in proces, uitvoering en exploitatie van zonnevelden en windturbines. Lokaal eigendom wordt als belangrijk punt voor draagvlak benoemd.
•Alle grondeigenaren noemen horizonvervuiling als negatief punt.
Bereik
Het bereik en de aantallen reacties zijn groot.
Het bereik op sociale media betekent dat zoveel mensen het bericht voorbij hebben zien komen in hun tijdlijn. Het wil niet zeggen dat ze het ook daadwerkelijk gelezen hebben.
Unieke bezoekers denkmeeover.nl/zonenwindsoest: 5.667
Bereik sociale media berichten: 51.361
Totaal 57.028
Reacties
Ook voor de reacties via sociale media en denkmeeover.nl geldt dat dezelfde mensen meerdere keren gereageerd kunnen hebben. We hebben uitsluitend de reacties via denkmeeover.nl/zonenwindsoest meegenomen in de samenvatting van de reacties in de bijlagen. Via sociale media zijn de mensen die reageerden verwezen naar deze website.
Reacties via mail grondeigenaren: 16
Reacties via mail belanghebbenden; 14
Reacties via denkmeeover.nl/zonenwindsoest: 920
Reacties via sociale media: 187
Totaal 1.137
Daarnaast namen ongeveer 45 mensen totaal deel aan de twee online bijeenkomsten op 12 en 14 april.
Bijlage 2 - Afgevallen locaties uit conceptplattegrond7Naast de hier genoemde locaties die zijn afgevallen naar aanleiding van de reacties op de conceptplattegrond is ook de locatie voor zonnevelden in de spoordriehoek afgevallen. Deze locatie is afgevallen naar aanleiding van het amendement dat is te lezen in bijlage 3.
Op basis van alle reacties in de derde stap in participatie over de conceptplattegrond zijn de locaties in dit uitnodigingskader veranderd. Twee van de vier locaties voor zonnevelden zijn afgevallen. Namelijk voormalige locatie A het gemengde landschap in de polder en voormalige locatie D, de voormalige start- en landingsbaan op vliegbasis Soesterberg.
Afgevallen locatie gemengd landschap polder
Voor onderstaande locatie is in de participatie specifiek onderzocht of het wel of niet moest worden uitgesloten. In de doelen van de omgevingsvisie is namelijk voor een deel van dit gebied opgenomen dat het wenselijk is om dit gebied te ontwikkelen tot een kleinschalig landschap met verbrede doelstelling (landschap, verschillende vormen van landbouw, recreatie, water, cultuurhistorie. De te realiseren kleinschaligheid zou het zicht op de zonnevelden weg kunnen nemen. Daarnaast zouden de zonnevelden de transformatie naar dat kleinschalige gebied financieel haalbaar kunnen maken.
Op voorhand was ervan uitgegaan dat alleen ten noorden van het spoortalud de zonnevelden konden komen.
Uiteindelijk blijkt:
•Dat dit gebied voor de landbouw een kerngebied is, en dat de zonnevelden bedrijven gaan wegdrukken. Daarmee tasten we ons doel van behoud van de landbouw voor Soest te zwaar aan.
•Daarnaast zijn er veel zorgen zijn dat de schaalverkleining te heftig wordt, met name in het gebied ten noorden van de spoorlijn is er ook nog een deel dat geheel open is, en ook traditioneel open was. En dit gebiedsdeel is in principe geschikt voor weidevogels.
Om deze redenen is het nu als uitsluitingsgebied aangegeven.
Begrenzing transformatiegebied
Afgevallen locatie Landingsbaan
In de conceptkaart waarop is gereageerd in de laatste participatieronde stond ook de locatie op de landingsbaan van vliegbasis Soesterberg. Deze locatie ging om een zonneveld op het asfalt en eventueel in de vorm van een kunstwerk. De locatie is tijdens de workshops en internetconsultatie naar voren gekomen als kans omdat er toch al geen vegetatie groeit op de plek waar het asfalt ligt en het een makkelijk te benutten oppervlak is. Randvoorwaarde die daarbij genoemd zijn, waren dat er wel ruimte moest blijven om te fietsen en te wandelen en dat de bijzondere natuur er omheen niet mag worden beschadigd door de zonnepanelen.
In de reacties op de conceptkaart is te lezen dat het merendeel vindt dat een zonneveld op deze locatie niet te combineren is met de natuur en cultuurhistorische kwaliteiten. Doorslaggevend voor het laten afvallen van deze locatie is de reactie van Utrechts Landschap geweest. Zij zijn de grondeigenaar en hebben laten weten dat een zonneveld de fauna te veel verstoort en om die reden deze locatie uitsluiten. Met name vanwege de veldleeuwerik en andere zeldzame vogels en insecten die op en rond de vliegbasis leven.