2 Visie op bescherming van bomen
2.1 Visie
2.1.1 Categorie 1: Bomenstructuren
De bomenstructuren bestaan uit oude houtwallen, lanen en parken, die deel uitmaken van zowel de hoofd- als de wijkgroenstructuur (vastgelegd in het groenstructuurplan). Het zijn lijnvormige beplantingen van bomen en begrensde gebieden met bomen. Maar ook structuren in het landschap (buitengebied) zijn bepalend. Een goede groen- / bomenstructuur versterkt de opzet en de identiteit van de gemeente. Het vertelt iets over het aanwezige landschap en onderstreept de cultuurhistorische achtergrond.
Zowel voor de recreatieve, ecologische als landschappelijke betekenis van de bomenstructuur, is een goede aansluiting in het stedelijk gebied op de structuur van het landelijk gebied essentieel.
bomenstructuur Soest (uitsnede)
Daarnaast dragen ook de boomrijke woongebieden, de parkwijken, bij aan het groene karakter van Soest. In de parkwijken zijn de bomen op openbaar terrein èn op particuliere kavels bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit en beleving (ongeacht hun leeftijd of stamomtrek). Hun kronen vormen als het ware een groene deken boven de bebouwing. Bescherming van alleen individuele bomen is dan ook niet voldoende. Het zuidelijk deel van de buurt Soest-zuid en de omgeving van de Regentesselaan zijn hiervan voorbeelden.
parkwijk Soest-zuid
2.1.2 Categorie 2: Monumentale bomen
Monumentale bomen zijn door hun leeftijd (60 jaar en ouder) veelal cultuurhistorisch van grote waarde en hebben door hun omvang of functie (bv. herdenkingsboom) extra waarde voor burgers. Het oud worden van een boom is een langdurig proces, waarbij rust en continuïteit gewaarborgd moet zijn. Dit zijn zowel de particuliere als gemeentelijke monumentale bomen.
2.1.3 Categorie 3: Waardevolle bomen
Om ook in de toekomst de nu jonge bomen de kans te geven om uit te groeien tot monumentale boom, worden de gemeentelijke bomen die in potentie monumentaal zijn, maar door hun leeftijd deze status nog niet hebben bereikt, beschermd en vastgelegd op de bomenkaart.
2.1.4 Categorie 4: Particuliere bomen op percelen ≥ 175 m²
Bomen hebben ruimte nodig. Ook op particuliere percelen kan een boom uitgroeien tot een monumentale boom, mits daarvoor oa. voldoende ruimte is. Om ook in de toekomst de nu jonge bomen de kans te geven om uit te groeien tot monumentale boom, worden particuliere bomen met een stamomtrek van minimaal 80 cm op percelen met een totaal oppervlak van minimaal 175 m beschermd (gemeten op 1.30 meter hoogte boven maaiveld).
De tuinen bij (ééngezins-) rijtjeswoningen zijn over het algemeen dermate klein, dat jonge bomen niet uit kunnen groeien tot monumentale bomen zonder op enige wijze overlast te geven (te dicht op woningen/aangrenzende woningen/tuinen).
2.1.5 Categorie 5: Overige openbare bomen
Ook alle overige bomen met een stamomtrek van minimaal 80 cm zijn beschermd en vergunningplichtig. Op deze wijze bieden wij burgers alle mogelijkheden om betrokken te zijn bij de bescherming van de openbare bomen.
Ondanks dat aan een vergunning een afgewogen besluitvorming ten grondslag ligt, blijven bewoners op deze wijze de mogelijkheid houden om een juridische procedure tegen het kappen van openbare bomen met een stamomtrek van minimaal 80 cm te starten.
4 Regelgeving
4.1.1 Beschermwaardige bomen (categorie 1 t/m 3)
De beschermwaardige bomen, vastgelegd op de Bomenkaart “de groene parels van Soest” worden beschermd door een concreet verbod op het vellen (kappen, rooien, etc.). Voor de beschermwaardige bomen geldt het uitgangspunt dan géén vergunning wordt verleend voor de kap, tenzij sprake is van zwaarwegende verwijdering-belangen (“nee, tenzij” -principe).
De criteria voor plaatsing in het register en op de Bomenkaart zijn tegelijk de criteria en motivering voor de verlening of weigering van een vergunning.
Daarnaast geldt voor alle beschermwaardige bomen altijd een herplantplicht.
4.1.2 Bomen in categorie 4 & 5
Voor alle overige openbare bomen met een stamomtrek van minimaal 80 centimeter en de particuliere bomen op een kavelgrootte van 175 m² of meer én met een stamomtrek van minimaal 80 centimeter, geldt dat een vergunning wordt verleend, mits geen sprake is van een weigeringgrond (“ja, mits”). Tevens kan een herplantplicht worden opgelegd.
4.1.3 Overige particuliere bomen
Voor de particuliere bomen betekent bovenstaande bescherming dat géén vergunning nodig is als:
-de boom die niet monumentaal is (en dus niet op de Bomenkaart staan);
-de boom op een perceel kleiner dan 175 m² staat ongeacht de stamomtrek;
-de stamomtrek minder is dan 80 cm, ongeacht de perceelsgrootte.
Eigenaren mogen naar eigen inzicht deze bomen verwijderen, zonder een belangenafweging door de gemeente via een juridische procedure.
Tabel 1: Schema bomencategorieën met bescherming en compensatie
5 Toetsingskader
5.1 Boombelang
5.1.1 Waarde en functie van de boom
Beeldbepalende functie
Bomen en houtopstanden leveren een bijdrage aan de visuele aantrekkelijkheid van de woonomgeving of het landschap.
Daarnaast dragen zij bij aan de kwaliteit van de architectonische vormgeving van de woonomgeving. Het toepassen van verschillende vormen en typen bomen in de loop van de geschiedenis bepaalt en versterkt het gebiedseigen karakter en de geschiedenis, kortom de identiteit van de wijk, het dorp of (een deel van) het landelijk gebied. Uitgangspunt is dat de boom duidelijk zichtbaar is vanaf openbaar terrein.
-De boom is door zijn omvang, uiterlijke verschijning of aansluiting met de omgevingsarchitectuur onvervangbaar voor het karakter van de omgeving of van landschappelijk belang.
-De boom is een onderdeel van een intacte bomengroep of van een uniforme laanbeplanting die een karakteristieke structuur aan de bebouwing of het landschap geeft.
-De boom is direct gerelateerd aan de landschappelijke structuur.
-Wanneer de boom vervangen moet worden duurt het meer dan 50 jaar voordat een boom van dergelijke omvang is teruggekomen.
Cultuurhistorische waarde
Bomen of houtopstanden kunnen vanwege hun geschiedenis, locatie of aanleiding een bijzondere betekenis hebben.
Bijvoorbeeld:
-Herdenkings- of geschonken boom; ter gelegenheid van een belangrijke gebeurtenis (bijvoorbeeld geboorte, huwelijk van een prins of prinses) geplant of ontvangen.
-Historische boom; houtopstanden die een historische betekenis hebben op hun standplaats of verwijzen naar een geschiedkundige gebeurtenis. Deze zijn met name medebepalend voor de karakteristiek van het stedelijk gebied. Hierbij valt te denken aan: dorps- of stadsbeplantingen, zoals kenmerkende (oude) lanen en markante bomen op pleinen.
-Markeringsboom; geplant ter markering, zoals grensbomen.
-Kruis-/Kapelboom; geplant naast een kapel of kruisbeeld om de locatie te benadrukken.
Dendrologische waarde
De boom is van een zeldzame soort of variëteit, of heeft een bijzondere groeivorm als gevolg van natuurlijke oorzaken (bijvoorbeeld tweestammig of meerstammig).
Natuur- / natuurwetenschappelijke waarde
De boom heeft betekenis doordat er zeldzame planten of dieren in leven, bijvoorbeeld een boom waar een boommarter in huist. Naast bescherming via de APV van een boom met natuurwaarden, blijft in een dergelijk geval ook de Flora en Faunawetgeving van toepassing (zie paragraaf 11.1).
De natuurwetenschappelijke waarde wordt beïnvloed door de functie van het object in het ecosysteem. Verder kan een boom een genetische informatiebron zijn, dat wil zeggen dat de boom een bijzondere zuivere vertegenwoordiger van dat soort is die vermeerderingsmateriaal heeft geleverd.
Maar ook door zijn zeldzaamheid kan een boom betekenis hebben, bijvoorbeeld de oudste, dikste of hoogste van zijn soort in de omgeving, of de belangrijkste omdat het landschap er ter plaatse mee verbonden is.
Herplantboom
Bomen die geplant zijn vanuit herplantplicht dienen altijd opgenomen te worden in het register voor beschermwaardige bomen. Deze herplantplicht vloeit voort uit de wens het verlies van een bijzondere boom te compenseren en het bomenbestand op peil te houden.
Educatieve waarde
Mensen maken onbewust door bomen (en ander groen) kennis met de natuurlijke processen. Door het uitlopen van de knoppen, het bloeien, verkleurende en vallende bladeren en de vorming van vruchten zijn de jaargetijden beleefbaar.
Bijvoorbeeld:
-Bomen die deel uitmaken van bijvoorbeeld een arboretum, een opengestelde tuin of museumterrein.
5.1.2 Toetsingscriteria monumentale en waardevolle bomen
Voordat een monumentale of waardevolle boom op de Bomenkaart “de groene parels van Soest” geplaatst wordt (registratie), wordt deze beoordeeld op basis van toetsingscriteria.
De leeftijd, conditie en specifieke kenmerken van een boom bepalen of een boom geclassificeerd wordt als monumentale of waardevolle boom.
De specifieke kenmerken van bomen, gedefinieerd in paragraaf 5.1.1, zijn:
-Beeldbepalende functie
-Cultuurhistorische waarde
-Dendrologische waarde
-Natuur- / natuurwetenschappelijke waarde
-Herplantboom
-Educatieve waarde
Monumentale boom (categorie 2)
Een boom moet aan de volgende basiscriteria voldoen om te worden opgenomen als monumentale boom in het boomregister van Soest:
-Bijzondere openbare en particuliere bomen van 60 jaar of ouder
-De boom mag niet in een onherstelbare slechte conditie verkeren en heeft in redelijkheid een levensverwachting van meer dan 10 jaar.
-De habitus (vorm) van de boom is karakteristiek voor de soort.
Daarnaast moet de boom tenminste voldoen aan één van de specifieke kenmerken.
Waardevolle boom (categorie 3)
Een boom moet aan de volgende basiscriteria voldoen om te worden opgenomen als waardevolle boom in het boomregister van Soest:
-Opvallende openbare bomen tot 60 jaar oud.
-De boom mag niet in een onherstelbare slechte conditie verkeren en heeft in redelijkheid een levensverwachting van meer dan 15 jaar.
-De habitus (vorm) van de boom is karakteristiek voor de soort.
Daarnaast moet de boom tenminste voldoen aan één van de specifieke kenmerken of bij normaal beheer dat binnen vijftig jaar wel zullen doen.
5.2 Verwijderingbelang
5.2.1 Zwaarwegend (maatschappelijk) belang
Bouw- en andere werkzaamheden
Bij monumentale bomen (cat. 2) wordt géén vergunning verleend, tenzij sprake is van een zwaarwegend planologisch argument van algemeen belang. Daarbij geldt de juridische voorwaarde dat eerst aantoonbaar gekeken moet worden naar alternatieve ruimtelijke en boomkundige oplossingen om de monumentale boom te behouden. Tenminste één alternatief ontwikkelplan/ontwerp moet worden uitgewerkt, waarbij de boom wel behouden blijft. Hierbij moeten de technische (on)mogelijkheden, kosten en risico’s in beeld worden gebracht. Deze drie facetten moeten zowel vanuit boombelang als vanuit het belang van het ontwikkelplan worden beoordeeld. Daarvoor moet ook de monetaire waarde van de boom in beeld worden gebracht. Een bomeneffectanalyse (BEA) over de ruimtelijke inpassing van de monumentale boom en/of alternatieven voor boombescherming van een onafhankelijk en gecertificeerde boomdeskundige moet ter onderbouwing van de aanvraag van de vergunning voorhanden zijn.
Voor bomenstructuren (cat. 1) en waardevolle bomen (cat. 3) kan vergunning worden verleend, als sprake is van een maatschappelijk gewenst project, mits is aangetoond dat de boom/bomen in de planvorming uitdrukkelijk is/zijn meegewogen, er géén alternatieven zijn en het algemeen belang van het doorgaan van de plannen/ontwikkeling(en) groter is dan de per definitie grote waarde van de boom. Onder de alternatieven behoort ook de mogelijkheid van verplanten. In bijzondere gevallen kan voor een individuele boom in een laan een uitzondering worden gemaakt, mits de laan als geheel intact blijft.
Bij de bescherming van de overige openbare bomen en particuliere bomen oppercelen met een kaveloppervlakte van minimaal 175 m² (categorie 4- en 5-bomen) ligt de nadruk op de bomen die in potentie monumentaal zijn, de jongegezonde boom met een waarde of functie (= weigeringgrond).
Bij een dergelijke boom wordt eveneens alleen vergunning verleend voor het kappen als sprake is van een maatschappelijk gewenst project, mits is aangetoond dat de boom in de planvorming uitdrukkelijk is meegewogen, er géén haalbare alternatieven zijn en het belang van het doorgaan van de plannen/ontwikkeling(en) groter is dan de waarde van de boom. Tot de alternatieven behoort ook de mogelijkheid van verplanten.
In hoofdstuk 7 (Ruimtelijke ontwikkelingen) wordt nader ingegaan op de relatie tussen bomen en ruimtelijke ontwikkelingen / bouwen.
Hardheidsclausule
Het college van B&W kan in specifieke uitzonderingsgevallen eveneens een vergunning gehele of gedeeltelijke verlenen voor het kappen van een boom. Dit gebeurt wanneer naar het oordeel van het college van B&W het belang van realisatie van het bouwplan / de ontwikkeling binnen de gemeente Soest zwaarder weegt dan het behoud van de boom.
Overlast
Bepaalde verschijnselen die worden veroorzaakt door bomen (blad-/vruchtval) of samengaan met de aanwezigheid van bepaalde boomsoorten (wortelopdruk, zonlichtbelemmering, honingdauw, eikenprocessierups) kunnen als overlast worden ervaren. Echter als mensen kiezen om te wonen op plek met (grote) bomen, kunnen zij bomen met hun lusten en lasten verwachten. Een boom is een levend wezen. Bladval, zaadvorming en - verspreiding, bloemen, etc. horen bij een boom en zijn seizoensafhankelijk. Het eventuele ongemak dat daarvan wordt ervaren is tijdelijk en vormt géén reden voor het kappen van een boom.
Slechts als sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie (onrechtmatige hinder) of bij zwaarwegende belangen én als aantoonbaar is dat behoud van de boom niet mogelijk is met alternatieve ruimtelijke en/of boomkundige oplossingen, wordt in geval van wortelopdruk of belemmering van zonlichttoetreding in de woning vergunning verleend voor het kappen van de boom. Bij twijfel kan zo nodig een “lichttest” worden gemaakt.
Het beleid ten aanzien van bomen en overlast wordt verder uitgewerkt in het Bomenbeleidsplan van de gemeente Soest.
5.2.2 Sterk afnemende kwaliteit/conditie
Acuut gevaar voor mens en/of omgeving
Indien een boom acuut gevaar oplevert voor mens en omgeving, dan kan een vergunning voor het kappen worden verleend. Acuut gevaar voor mens en omgeving betekent dat voorzienbaar is dat de boom op korte termijn (van binnen enkele dagen tot binnen één jaar) de levens van mensen rechtstreeks kan bedreigen (bijv. door de heersende windrichting op een woning terecht kan komen) of ernstig schade aan zaken van bijvoorbeeld historische of economische waarde kan opleveren. Dit acuut gevaar dient door een gecertificeerde deskundige ( in het bezit van een Visual Tree Assesment (VTA-visuele boomveiligheidscontroles certificaat)) te worden vastgesteld. Zowel de oorzaak van het gevaar als de mate van dringendheid van directe maatregelen dient door de deskundige schriftelijk te worden gemotiveerd.
In evident zeer gevaarlijke situaties (bijv. bij een ineens scheefstaande,wankelende of half afgebroken boom) kan het college van B&W toestemming geven tot direct vellen (noodkap) en zal het deskundigenrapport achteraf worden opgesteld.
Besmettelijke ziekten
Sommige ziekten die uitbreken bij bomen zijn besmettelijk. Hieronder vallen ondermeer de iepziekte en bacterievuur. Deze ziekten zijn zeer besmettelijk en vereisen dat er snel actie wordt ondernomen. In de Plantenziektewet is dit ondermeer geregeld. Het college van B&W wordt in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de mogelijkheid geboden om doelgericht op te treden bij boomziekten. Indien bomen het gevaar opleveren een boomziekte of ziekteverspreiders, zoals insecten, te verspreiden, kan het college van B&W besluiten de boom te vellen. Als het een particuliere boom betreft kan de eigenaar verplicht worden binnen een gestelde termijn de boom te vellen.
5.3 Soorten ingrijpen
5.3.1 Ingrepen, vergunningplichtig
Kappen
Onder kappen wordt verstaan het bovengronds omleggen van een boom / houtopstand, waarbij een stobbe achterblijft, evenals het verrichten vanhandelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de boom tot gevolg hebben.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen vitale en afgestorven bomen. Hiermee wordt voorkomen dat een kwaadwillende boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde boom dood gaat of “bij vergissing” een gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologische waardevolle functies of omdat het wettelijk beschermde diersoorten in nestelen.
Daarnaast kan in een vergunning de voorwaarde tot compensatie worden opgenomen.
Rooien
Rooien is het met wortel en al verwijderen van een boom. Ook hierbij geldt dat het zowel vitale als afgestorven bomen betreft.
Verplanten
Onder verplanten wordt verstaan het met wortel en al verwijderen en het elders herplanten van de boom. Bomen zijn veelal van waarde voor de directe omgeving en de locatie kan karakteristiek, uniek, zijn. Het verplanten van een boom kan dan ook, net als het kappen, een negatieve invloed hebben op de leefomgeving. Ook bij verplanten is het van belang om de boombelangen af te wegen tegen de belangen voor het verplanten.
Dunnen
Dunnen is een beheervorm, waarbij door kappen van bomen en/of struiken in een houtopstand het voortbestaan van de overblijvende bomen wordt bevorderd.
Dunning zorgt ervoor dat de concurrenten van de aangewezen toekomstbomen worden gekapt, zodat de toekomstbomen meer licht en voedingsstoffen krijgen. Bij dunning worden ook de bomen gekapt die anders toch zouden sterven. Om te voorkomen dat waardevolle bomen gekapt worden onder het mom van dunning, is dunning wel vergunningplichtig.
Ingrijpende vormsnoei
Onder vormsnoei wordt het verwijderen van uitgelopen takhout op de oude snoeiplaats bij vormbomen, zoals knot-en leibomen verstaan.
Ingrijpende vormsnoei achteraf van uitgegroeide kronen en het snoeien van meer dan 20 % van de kroon valt onder vormsnoei (waaronder kandelaberen). Voor deze ingrijpende vormsnoei is een vergunning vereist, om het ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan (afweging van belangen).
5.3.2 Ingrepen vanuit beheer, zonder vergunningplicht
Vormsnoei
Onder vormsnoei wordt het verwijderen van uitgelopen takhout op de oude snoeiplaats bij vormbomen, zoals knot- en leibomen verstaan.
Het in stand houden van de ontstane kroonvorm door periodieke vormsnoei, als onderhouds- en beheermaatregel, valt niet onder de vergunningplicht.
Ingrijpende vormsnoei is wel vergunningplichtig. Zie paragraaf 5.3.1.
Afzetten
Het afzetten van een boom is eveneens een beheervorm, waarbij op enkele centimeters boven de grond een boom / houtopstand wordt afgezaagd met de bedoeling dat de stobben weer uitlopen. Bij de planontwikkeling is deze beheermaatregel in een beheerplan vastgelegd. Het hebben / kunnen overhandigen van een beheerplan is dan ook een voorwaarde.
Inboeten
Het vervangen van een dode of slecht ontwikkelende boom in de eerste levensjaren van de boom. Deze ingreep maakt onderdeel uit van het reguliere onderhoud van bomen.
6 Compensatie
6.1 Beschermwaardige bomen categorie 1 t/m 3
6.1.1 Uitgangspunten
De volgende uitgangspunten ten aanzien van de locatie en waarde van de te herplanten boom gelden bij het opleggen van de herplantplicht bij een vergunning.
-De herplant van particuliere bomen dient plaats te vinden op hetzelfde perceel als waar de te kappen boom staat, of elders op basis van een onderbouwd plan;
-De herplant van openbare bomen dient binnen 5 meter van de huidige locatie plaats te vinden, of elders op basis van een onderbouwd plan.
-De te herplanten boom moet daarbij in potentie een monumentale / waardevolle zijn, zoals ook de te kappen boom was.
-De te herplanten boom valt rechtstreeks onder het verbod tot kappen (instandhoudingplicht) en zal worden opgenomen op de Bomenkaart met register.
6.1.2 Randvoorwaarden
-Voor openbare monumentale en waardevolle bomen geldt dat compensatie plaatsvindt op basis van de waarde van de te verwijderen bomen (aan de hand van de meest recente versie van de taxatiemethode van de Nederlandse Vereniging Taxateurs Bomen (NVTB));
-Voor openbare structuurdragende bomen geldt dat de compensatie van een complete bomenstructuur / laan plaatsvindt met minimaal de plantmaat 20/25 (stamomtrek). Het gaat hierbij niet om het aantal bomen, maar om het maken van een (nieuwe) structuur. Voor de vervanging van enkele bomen die deel uitmaken van (gemeentelijke) boomstructuren / -lanen is herplant met een minimale plantmaat van 20/25 cm van toepassing;
-Voor projectontwikkelaars en bedrijven (zakelijk opererende instanties) geldt dat compensatie van monumentale bomen plaatsvindt op basis van de waarde van de te verwijderen bomen (aan de hand van de meest recente versie van methode NVTB). Voor bomen in de parkwijken (categorie 1) geldt compensatie met een minimale plantmaat van 20/25 cm;
-Voor burgers (privépersonen) wordt herplantplicht opgelegd ter grootte van het aantal verwijderde bomen. De nieuwe bomen hebben minimaal de plantmaat 20/25 (stamomtrek);
-Als blijkt dat niet voldoende ruimte (minimaal boombeschermingzone = kroonprojectie + 5 m.) beschikbaar is om een nieuwe boom te planten / om aan de gehele compensatie te voldoen (onderbouwen / aantonen), kan het college van B&W besluiten geen herplantplicht op te leggen, maar in plaats daarvan aan de vergunning het voorschrift te verbinden dat een financiële bijdrage wordt gestort in het gemeentelijke Bomenfonds. Hiertoe kan het college van B&W besluiten wanneer het de realisatie van het initiatief belangrijker acht dan de nadelige gevolgen voor de bomen en wanneer het college van B&W bereid is om de verplichting van de aanvrager over te nemen om te zorgen voor compensatie in de nabijheid van het plangebied. De bevoegdheid om te beslissen over het gebruik van het Bomenfonds ligt bij het college van B&W. Een aanvrager kan geen rechten ontlenen aan het bestaan van het fonds;
-Binnen één jaar na het vellen van de boom moet de herplant zijn uitgevoerd. Er kan afgeweken worden van deze termijn indien sprake is van bijvoorbeeld een langere bouwperiode bij een ruimtelijke ontwikkeling en herplant binnen één jaar niet mogelijk is.
Ten aanzien van de boomsoort en vorm, kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld. Onder meer:
-Indien een duidelijke cultuurhistorische relatie bestaat tussen boomsoort en het gebouw/object dat ernaast staat, dan dient de herplant uit dezelfde boomsoort of een beter op de locatie passende cultuurvariëteit van de soort te bestaan. In alle andere gevallen bestaat de mogelijkheid een andere boom uit dezelfde grootteklasse
11ste grootte boomhoogte > 15 meter; 2de grootte boomhoogte 8-12 meter; 3de grootte < 8 meter
(1ste, 2de of 3de) als de te kappen boom te herplanten;
-Bij het kappen van een boom met een natuurlijke vorm geldt dat de herplant ook bestaat uit een boom met een natuurlijke boomvorm (dus geen knot-, bol-, leiboom of anderszins kunstmatig in vorm gehouden boom);
-Voor de herplant van een verwijderde knot- of leiboom geldt dat, indien de situatie dit toelaat, ook gekozen mag worden voor een natuurlijke groeivorm;
Daarnaast kan geadviseerd worden zowel ondergronds als bovengronds voldoende maatregelen te nemen om de boom duurzaam in stand te houden en de kans te geven uit te groeien tot een volwaardige volwassen boom.
7 Ruimtelijke ontwikkelingen
7.1 Bomentoets bij ruimtelijke ingrepen
7.1.1 Oriëntatiefase - bomeninventarisatie
In de oriëntatiefase van een planontwikkeling moet door de initiatiefnemer het aanwezige groen en de bomen/houtopstanden worden ingemeten, geïnventariseerd en gewaardeerd. Hierbij is het belangrijk om de behoudenswaardigheid van de bomen inzichtelijk te maken, maar ook de mogelijkheid tot verplanten. Op basis van deze inventarisatie beoordeeld de gemeente welke bomen behouden moeten blijven en worden randvoorwaarden (in een programma van eisen) gesteld. Bij het inventariseren is het van belang dat ook de kroonprojectie wordt ingemeten. Ook bomen binnen de directe invloedssfeer van de ontwikkeling (5 meter uit bouwwerk (rondom) of binnen 5 meter uit perceelsgrens) moeten geïnventariseerd worden, om mogelijke schade / noodzaak tot vellen vooraf in beeld te hebben en bepalend te laten zijn voor de vergunningverlening van het bouwwerk.
7.1.2 Ontwerp-/voorbereidende fase - effectanalyse
In de ontwerp-/ voorbereidende fase moet inzichtelijk worden gemaakt wat het effect is van het (bouw)plan / de werkzaamheden op de bomen. Een Bomen-effectanalyse (BEA) beoordeelt of de boom, in het perspectief van de voorgenomen bouw/aanleg, in zijn huidige verschijningsvorm en standplaats, duurzaam behouden kan blijven. Door middel van een BEA worden de effecten inzichtelijk en worden knelpunten in beeld gebracht. Op basis van een BEA worden passende oplossingen gezocht. Tevens worden maatregelen en randvoorwaarden (ontwerpeisen) aangegeven met als doel de bomen duurzaam te behouden, zowel tijdens de bouw als daarna. In de besluitvorming van een dergelijke ontwikkeling moeten duidelijk de consequenties ten aanzien van de bomen worden aangegeven. In een bestek dienen duidelijke en toetsbare kwaliteitsrichtlijnen en resultaatverplichtingen omtrent het beschermen en in stand houden van de bomen te worden opgenomen. Daarbij wordt ook een boete- en schaderegeling opgenomen.
Aan een vergunning (bouw) kan het voorschrift worden verbonden dat een BEA wordt opgesteld. Daarnaast kunnen aan een omgevingsvergunning (bouw/kap) op basis van de BEA de daaruit voortvloeiende noodzakelijke maatregelen als voorschrift worden opgenomen.
In bijlage 3 worden de vereisten voor een Bomeneffectanalyse aangegeven.
7.1.3 Uitvoeringsfase - boombeschermingsmaatregelen
Tijdens de uitvoering van werkzaamheden (bv. aanleg wegen of bouwactiviteiten) vinden regelmatig activiteiten plaats in de omgeving van een boom die een aantasting kunnen zijn en die de kans op het bereiken van de volwassen fase van de boom sterk verkleinen. Om schade aan bomen en hun groeiplaats te voorkomen, is het noodzakelijk dat beschermende maatregelen tijdens de uitvoeringsfase worden genomen. Deze maatregelen betreffen boombescherming, terrein-aanpassingen, bouwplaats/bouwverkeer, bodemverdichting, graafwerkzaamheden en opslagplaats. In bijlage 4 zijn deze regels vastgelegd. Deze poster “Werken in de nabijheid van bomen” wordt als voorschrift bij verleende vergunningen voor activiteit bouw en kap opgenomen. Daarnaast dienen deze voorschriften in bestekken te worden opgenomen.
Tijdens de uitvoering is het van belang dat op de bescherming van de te behouden bomen toezicht wordt gehouden door een boomdeskundige.
Het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de boom tot gevolg hebben valt onder het kappen en daarvoor is vergunning nodig. Zonder vergunning is sprake van illegale kap, waartegen handhavend wordt opgetreden (zie hoofdstuk 8).
8 Handhaving
8.2 Handhavingstrategieën “illegaal vellen”
8.2.1 Sanctiestrategie
Ten aanzien van het illegaal vellen wordt na constatering naar aanleiding van vergunningcontrole, ambtshalve controle, meldingen of handhavingverzoeken ter plaatse een controle uitgevoerd. Nadat is geconstateerd dat hier sprake is van illegaal vellen, wordt direct het sanctioneringstraject ingezet. Voor de illegale kap van houtopstanden zijn de gemeentelijke buitengewone opsporingsambtenaren (boa's) bevoegd om een bestuurlijke strafbeschikking uit te schrijven. Dit naast de mogelijkheid om ook een herstelsanctie op te leggen.
Na constatering van illegaal vellen wordt eerst beoordeeld of voor die situatie een omgevingsvergunning zou zijn verleend (als de overtreder bekend is).
•Als vergunning zou worden verleend, dan wordt de overtreder verzocht om alsnog een legaliserende aanvraag in te dienen. Tevens wordt een bestraffende sanctie opgelegd in de vorm van een Bestuurlijke Straf Beschikking.
•Indien volgens het beleid over bescherming en kap van bomen geen vergunning zou worden verleend, dan wordt een tweesporentraject ingezet:
-er wordt een bestraffende sanctie opgelegd in de vorm van een Bestuurlijke Straf Beschikking èn
-daarnaast wordt een op herstel gerichte sanctie opgelegd in de vorm van een herplantplicht gekoppeld aan een dwangsom.
De hoogte van de boete (Bestuurlijke Straf Beschikking) staat, in tegenstelling tot de meeste overtredingen waarvoor een bestuurlijke strafbeschikking kan worden opgelegd, niet op voorhand vast. Bij illegale kap wordt de hoogte per individueel geval bepaald door de Officier van Justitie van het Openbaar Ministerie.
Ten aanzien van de herplantplicht (o.a. op basis van de monetaire waarde) wordt verwezen naar hoofdstuk 6 “Compensatie”.