Aanhef
Kwaliteit van de openbare ruimte
Deel 1 Het proces
Inleiding
1. Samenhang en diversiteit - projectfasering
De gemeente Soest kent op hoofdlijnen vier verschillende ruimtelijke initiatieven die in meer of mindere mate invloed hebben op de openbare ruimte.
-Ruimtelijke ontwikkelingen
Het gaat hier om ruimtelijke ontwikkelingen die een stevige ruimtelijke impact
hebben op en in de openbare ruimte. Deze ruimtelijke ontwikkelingen zijn onder te
verdelen in:
o Gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingen;
o Externe (private) ruimtelijke ontwikkelingen.
-Openbare ruimte
Hierbij gaat het om de gemeentelijke initiatieven in de openbare ruimte. Deze zijn onder te verdelen in:
o Functionele aanpassingen;
Denk hierbij aan een herinrichting van een straat of een gebied waarbij sprake is van het wijzigen van een functie. Of waarbij aanpassingen in de openbare ruimte effect hebben op bepaalde functies in het gebied.
o Beheer en onderhoud;
Dit betreft de opgave die de gemeente heeft in het beheer en onderhoud van haar eigen ‘bestaande’ gebied. Een gebied is versleten en moet worden opgeknapt. Deze initiatieven komen samen in de integrale meerjjarenplanning.
Projectfases
Om een ontwikkeling in goede banen te leiden, hanteren wij een projectfasering en heldere procedures. Per fase wordt de samenhang met de openbare ruimte inzichtelijk gemaakt.
Daarbij worden verbindingen gelegd tussen inrichting, ontwerp en beheer met als doel om ‘tot een leefbare openbare ruimte in Soest te komen’.
Voordelen van een projectfasering zijn:
-Duidelijke beslismomenten aan het einde van elke fase (‘go - no go’);
-Goed zicht op de voortgang;
-Tussentijds toetsen en bijsturen;
-Overzicht behouden van het project;
-Afronding fases geeft voldoening en nieuw energie;
-Projectonderdelen zijn overdraagbaar en uitwisselbaar
Hierna volgt een korte beschrijving van de 6 fases van een project. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 per ruimtelijk initiatief de te volgen procedure per fase helder beschreven.
1Initiatief fase (waarom)
De initiatief fase is het begin van het project. In deze fase wordt een idee voor een project nader onderzocht en uitgewerkt tot een projectopdracht / startnotitie. Doel van deze fase is te onderzoeken of het project wel haalbaar is. Ook wordt in de initiatief fase het project resultaat gedefinieerd (outcome). De initiatief fase wordt afgesloten met een goedkeuring
2Definitie fase (wat)
In de definitie fase worden de eisen en wensen die aan een projectresultaat gesteld worden zo goed en compleet mogelijk bepaald. Het gaat erom de resultaatverwachtingen (output / deelresultaten) van betrokken partijen boven water te krijgen. Er vindt een beleidsmatige / strategische toetsing plaats door de betrokkenen van de afdelingen Ruimte en Realisattie. In deze fase is een veldverkenning waardevol. Verder vinden deze fase diverse onderzoeken plaats, waaruit randvoorwaarden en eisen voortvloeien.
Dit alles resulteert in programma van eisen met:
-Randvoorwaarden;
-Functionele eisen;
-Operationele eisen;
-Ontwerpbeperkingen;
-Financieel kader.
Aan het einde van deze fase wordt - indien van toepassing - ook nagedacht over de wijze van aanbesteding (bv. openbaar, design & construct).
De definitie fase wordt afgesloten met een projectplan. Dit kan bijvoorbeeld een stedenbouwkundigplan, een bestemmingsplan, een plan van aanpak of een globaal inrichtingsplan zijn.
3.Ontwerpfase (hoe)
Met het programma van eisen uit de definitie fase kunnen ontwerpkeuzes worden gemaakt. In de ontwerpfase wordt er een voorlopig ontwerp(en) gemaakt waarmee het projectresultaat bereikt kan worden.
Uit de gemaakte ontwerpen wordt een keuze gemaakt voor het definitief tte realiseren ontwerp (definitief ontwerp). Bij een definitief ontwerp worden uitgangspunten concreter. Hierbij is toetsing op beheerbaarheid belangrijk.
Zowel het voorlopig- als het definitief ontwerp worden getoetst aan de gemaakte afspraken, eisen, randvoorwaarden en criteria. In deze fase wordt een overdrachtsdossier opgemaakt.
Inrichtingsprofielen, zoals opgenomen in deel 3 “Inrichting en materialisattie” van deze Leidraad, gevenveel houvast voor het ontwerp.
Daarna start de voorbereidingsfase. Ook hier geldt dat een ontwerp als het eenmaal is vastgesteld, in een later stadium van het project niet meer gewijzigd mag worden.
4Voorbereidingsfase (hoe te maken)
In de voorbereidingsfase wordt alles geregeld dat nodig is voor de realisatie van het project. Het bestek met de bestekstekeningen worden gemaakt op basis van het vastgestelde, definitieve ontwerp. Ook worden voor, zover mogelijk, vergunningen aangevraagd, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van het werk.
5Realisatie fase (doen)
In de realisatiefase wordt het project zichtbaar. In deze fase vindt het maken van het projectresultaat plaats. Aan het einde van de realisatiefase wordt het resultaat gecontroleerd aan de hand van het programma van eisen uit de definitie fase en het ontwerp (ontwerpfase).
De regel is dat de eisen en wensen uit de definitie fase worden overgenomen. Als het toch gewenst is of noodzakelijk blijkt dat er wordt afgeweken van de eisen, dan moet direct het proces worden gestopt. De effecten en de risico’s van de afwijkiing moeten inzichtelijk worden gemaakt, zoals bijvoorbeeld hogere beheerkosten. Op basis van de ingewonnen informatie over de gevolgen van de afwijking wordt beslist off de afwijking wordt toegestaan. In bijlage 1 wordt per type ontwikkeling/proces precies beschreven wat er moet worden gedaan
6Nazorg- en beheerfase (in stand houden)
Een fase die vaak over het hoofd gezien wordt, maar die erg belangrijk is, is de nazorg- en beheerfase. In de nazorgfase wordt alles geregeld om het projectresultaat daadwerkelijk te evalueren en te borgen. Voorbeelden van activiteiten die in de nazorg plaatsvinden zijn evaluatie van het project, een feestje om het bereikte resultaat te vieren, overdracht naar beheerders en het onderhoud en beheer van het resultaat.
2De openbare ruimte van Soest inproces
Voor de verschillende vormen van ruimtelijke initiatieven zijn hieronder de processen uitgewerkt.
In deze opzet zijn 6 fases herkenbaar. Per fase is aangegeven wat het resultaat is van de fase en welk besluit de gemeente daarbij neemt. Verder is er per fase aangegeven waar de projectverantwoording ligt, op welke momenten de gemeente adviseert en toetst.
Vanuit de verschillende rollen van de gemeente als projectverantwoordelijjke, beslisser en adviseur/toetser stelt de gemeente per fase een document op met de belangrijkste afspraken, eisen, etc. (intern overdrachtsdocument).
De complete proces-overzichten van de verschillende ontwikkelingen / initiatieven zijn weergegeven in bijlage 2.
Afwijken van de Leidraad en de eisen
Als in de ontwerp, voorbereidende of realisatie fase blijkt dat het wenselijk of noodzakelijk is dat van de eisen van de Leidraad en/of de eisen van het project (opgesteld in de definitie fase) wordt afgeweken, moet hiervoor formeel toestemming worden verkregen. In bijlage 1, Afwijken van de Leidraad / eisen, is hiervoor de procedure omschreven.
Gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingen
Voor deze projecten worden gezien de complexiteit alle fases doorlopen. Om het proces te structureren bewaakt de OGO (OpdrachtGeversOverleg) procesmatig de projecten. De OGO bestaat uit het management van de verschillende gemeentelijke afdelingen. In principe behandeld de OGO geen inhoudelijke vragen, maar stuurt op het proces en de kenmerken van projectmatig werken (toetsing op basis van GOTIK - Geld, Organisatie, Tijd, Informatie en Kwaliteit), hierbij maken zij gebruik van een ‘procesformulier’. Om de continuïteit van de advisering en toetsing te waarborgen, wordt er gewerkt met een ‘overdrachtsdocument toetsing’, die per type product kan verschillen (van B&W- besluit tot formulier). Hierin zijn voorliggende toetsingsbesluiten opgenomen.
Gemeentelijke Ruimtelijke ontwikkelingen
1
2
3a
3b
4
5
6
Projectfase
Initiatief
Definitie
Voorontwerp
Definitief ontwerp
Voorbereiding
Realisatie
Nazorg - beheer
Resultaat
Startnotitie/ projectplan
Stedenbouwkundig
programma van eisen
Voorlopig ontwerp
Definitief ontwerp
Bestek met bestekstekeningen
Omgevings-vergunningen Grondverkoop
Project
verantwoording
OGO (proces)
Projectleider Ru (inhoud)
OGO (proces)
Projectleider Ru (inhoud)
OGO (proces)
Projectleider Ru (inhoud)
OGO (proces)
Projectleider Ru (inhoud)
Projectcoördinator REA
Projectcoördinator REA
Projectcoördinator REA
Producten
Projectplan – procesomschrijving
Haalbaarheidsstudie Planning
Kostenverhaal
Stedenbouwkundige visie
Programma van eisen
Globaal inrichtingsplan
Onderzoeken
VO Stedenb.k. plan
VO openbare ruimte
Onderzoeken
Kostenraming
DO stedenb.k.plan
DO openbare ruimte
Bestemmingsplan
Grondexploitatie
Omgevingsvergunningen
Bestek
Bestekstekeningen
Beheerplan
Werkplanning
Kostenraming
Aanbesteding
Opdracht gunning
Verkoop-/koopcontract
Uitvoering
Oplevering
Revisiegegevens
Certificaten
Externe ruimtelijke ontwikkelingen
Deze door externen geïnitieerde projecten zijn qua schaal zeer divers van aard, variërend van een uitbouw tot een plan met 75 woningen. Vaak wordt er met een ‘verzoek om vooroverleg’ vooraf gevraagd om principe-medewerking. Als er wordt ingestemd met een verzoek, kan een bestemmingsplan nodig zijn om het plan mogelijk gemaakt. Bij een kleinere afwijking van het bestemmingsplan kan het ook zijn dat het plan direct met een omgevingsvergunning kan worden vergund.
De fasering bij deze plannen volgt het principe van vooroverleg / bestemmingsplan / omgevingsvergunning. Daarmee krijgt deze ontwikkeling een eigen fasering.
Bij aanvang van een extern project, die in meer of mindere mate invloed heeft op de inrichting of het beheer van de openbare ruimte, worden externe partijen doorverwezen naar de dan geldende Leidraad (via www.soest.nl). In de anterieure- of exploitatieovereenkomst wordt vastgelegd dat de Leidraad van toepassing is. Belangrijk daarbij is te beseffen dat bij langlopende projecten de Leidraad tussentijds kan worden geactualiseerd. Regel daarbij is, dat op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning ‘bouw’, de dan geldende Leidraad van toepassing is en dus rechtsgeldig. Mochten daarna wijzigen worden doorgevoerd, dan zijn die in principe niet van toepassing.
Externe Ruimtelijke ontwikkelingen
Projectfase
1
Initiatief
2
Definitie *
3
Ontwerp *
4
Voorbereiding
5
Realisatie
6
Nazorg - beheer
Resultaat
(eindproduct per fase)
Principe besluit
vooroverleg bouwplan
Bestemmingsplan
Omgevingsvergunning
Inrichtingsplan
Goedkeuring van bestek met bestekstekeningen voor de openbare ruimte
Oplevering openbare ruimte
Overdracht naar beheer
Projectverantwoording
(gemeente)
RU: Bestemmingsplan jurist
RU: Bestemmingsplan jurist
REA (inrichtingsplan)
DV (omgevingsvergunning)
Projectcoördinator REA
Projectcoördinator REA
Projectcoördinator REA
Producten te leveren door ontwikkelaar
Formulier vooroverleg + tekeningen ogv indieningsvereisten
Globaal stedenbouwkundig plan
Globaal inrichtingplan O.R.
Stedenbouwk. Plan
Div. onderzoeken
Bestemmingsplan met ruimtelijke onderbouwing
VO / DO inrichting openbare ruimte
Aanvraag omgevingsvergunningen
Concept- en definitief bestek incl tekeningen en berekeningen
Planning
Opleverformulier
Oplevering
Revisiegegevens
Certificaten
Producten te leveren door gemeente
Anterieure overeenkomst
Omgevingsvergunning
Functionele aanpassingen openbare ruimte
Ook bij aanpassingen van het gemeentelijk areaal die invloed hebben of leiden tot wijzigen van een bepaalde functie is het belangrijk om te werken volgens een vastgesteld proces. Qua grootte kan een dergelijk project gaan om een enkele straat, maar ook om een wijk(je). Het initiatief ligt zowel bij de afdeling Ruimte als bij de afdeling Realisatie.
Functionele aanpassingen openbare ruimte
Projectfase
1
Initiatief
2
Definitie
3a
Voorontwerp
3b
Definitief ontwerp
4
Voorbereiding
5
Realisatie
6
Nazorg - beheer
Resultaat
(eindproduct per fase)
Startnotitie
Plan van aanpak
Voorlopig ontwerp
Definitief ontwerp
Bestek met bestekstekeningen
Omgevings-vergunningen
Opgeleverde openbare ruimte
Overdracht naar beheer
Projectverantwoording
Projectleider Ru (verkeer)
Projectleider Rea (groen/water)
Projectleider Ru (verkeer)
Projectleider Rea (groen/water)
Projectleider Ru (verkeer)
Projectleider Rea (groen/water)
Projectleider Ru (verkeer)
Projectleider Rea (groen/water)
Projectcoordinator REA
Projectcoordinator REA
Projectcoordinator REA
Product (te leveren)
Programma van eisen
Onderzoeken
Aanbestedingsvorm
Voorontwerp
Onderzoeken
Kostenraming
Definitief ontwerp
Vergunningen
Kostenraming
Bestek
Bestekstekeningen
Vergunningen
Werkplanning
Kostenraming
Aanbesteding
Opdracht gunning
Uitvoering
Oplevering
Revisiegegevens
Certificaten
Beheer en onderhoud openbare ruimte
Ook bij renovatie of groot onderhoud van het gemeentelijk areaal (wegen, openbaar groen, etc.) is het belangrijk om het proces voor de verschillende fases goed te beschrijven en volgens deze opzet te werken. Het initiatief ligt bij de afdeling Realisatie.
Beheer en onderhoud openbare ruimte
Projectfase
1/ 2
Definitie
3a
Voorontwerp
3b
Definitief ontwerp
4
Voorbereiding
5
Realisatie
6
Nazorg - beheer
Resultaat
(eindproduct per fase)
Plan van aanpak
Voorlopig ontwerp
Definitief ontwerp
Bestek met bestekstekeningen
Omgevings-vergunningen
Opgeleverde openbare ruimte
Overdracht naar beheer
Projectverantwoording
Projectcoordinator REA
Projectcoordinator REA
Projectcoordinator REA
Projectcoordinator REA
Projectcoordinator REA
Projectcoordinator REA
Product (te leveren)
Programma van eisen
Onderzoeken
Planning
Voorontwerp
Onderzoeken
Definitief ontwerp
Vergunningen
Bestek
Bestekstekeningen
Vergunningen
Werkplanning
Kostenraming
Aanbesteding
Opdracht gunning
Uitvoering
Oplevering
Revisiegegevens
Certificaten
Deel 2 Strategie en uitgangspunten
Inleiding
Deel 2 Strategie en uitgangspunten
Voor u ligt deel 2 ‘Strategie en uitgangspunten’ van de Leidraad Fysieke Leefomgeving, kwaliteit van de openbare ruimte. Dit deel beschrijft de bestaande situatie van de openbare ruimte vanuit het oogpunt van kwaliteit en ruimtelijke samenhang. Naast algemene spelregels voor de openbare ruimte (hoofdstuk 1) zijn er voor de verschillende (homogene) wijken de karakteristieken beschreven (hoofdstuk 2). Tot slot worden de uitgangspunten en normen per product aangegeven (hoofdstuk 3).
Gebruik van deel 2 Strategie en uitgangspunten
Dit deel is enerzijds bedoeld als naslagwerk en inspiratiebron. Het zorgt voor een betere bewustwording van de context van de inrichting, de ruimtelijke aspecten en beeldkwaliteitsaspecten. Zo kunnen inrichtingsvoorstellen beter onderbouwd worden. Maar ook kan bijvoorbeeld bewust en beargumenteerd worden afgeweken van de bestaande karakteristieken bij een bijzondere plek.
Daarnaast is dit deel “de goudengids” met de spelregels en beleidskaders voor eenieder die zich bezig houdt met de ontwerpen en inrichting van de openbare ruimte.
De Leidraad Fysieke Leefomgeving
De Leidraad is een overkoepelend document voor de inrichting van de openbare ruimte in Soest met het oog op de kwaliteit, functionaliteit, gebruik en beheerbaarheid. Het geeft structuur aan processen en inhoudelijke keuze voor alle ontwikkelingen en initiatieven die raken aan de openbare ruimte. De Leidraad is samengesteld op basis van het bestaande beleid, richtlijnen en normeringen. De Leidraad zorgt voor een integrale afweging tussen waarden, kwaliteiten en de verschillende functies die zijn te vinden in de openbare ruimte. Het geeft sturing aan verschillende processen voor de ontwikkelingen en initiatieven in de leefomgeving die een relatie of invloed hebben op de directe openbare ruimte.
De Leidraad bestaat uit 3 delen:
1Het proces.
In dit deel worden de verschillende processen bij ruimtelijke ontwikkelingen die invloed hebben op de openbare ruimte beschreven. Dit deel is bedoeld als wegwijzer.
2Strategie en uitgangspunten.
Dit deel ligt nu voor u.
3Inrichting en materialen.
In dit deel zijn de technische inrichtingseisen en normeringen voor de inrichting van de openbare ruimte opgenomen, alsook de eisen voor materialisatie. Het kunnen harde (wettelijke) eisen zijn, maar ook aanbevelingen. Er is ook ruimte voor keuze vrijheid. Dit deel is bedoeld als leidraad en kader voor eenieder die tot in detail betrokken is bij de inrichting van de openbare ruimte.
2. Wijkkarakteristieken
1. Oorspronkelijke bebouwing
(Kerkepad, omgeving Oude Kerk, Centraal Lint)
Gebiedskarakterstiek:
Dit is de oorsprong van Soest, gelegen langs de oude verbinding Amersfoort-Amsterdam. Deze verbindingswegen liepen over de flanken van de Heuvelrug en hierontstonden flankendorpen, zoals Soest die zich langs het lint verder ontwikkeld. In de wegenstructuur (en deels boomstructuur) is dit lint goed herkenbaar. Het gebied is een Beschermd dorpsgezicht. Vanuit dit lint is er zicht op de enggronden en de Eempolder. De cultuurhistorie van dit gebied is bepalend in de inrichting ten opzichte van functionele invulling (verkeer).
Functie:
Wonen met restanten van agrarische bedrijven, recreatie en toerisme.
Kenmerken:
-Verkeer:
Gebiedsontsluitingswegen, erftoegangsweg type B en erf. Kerkepad heeft smal profiel en een belangrijke langzaam verkeersfunctie.
-Cultuurhist:
Belangrijk cultuurhistorisch karakter dat leidend kan zijn in de inrichting en kan afwijken van de uitgangspunten uit het GVVP. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de verkeersveiligheid.
-Wegen:
Lange Brinkweg en omgeving is nu klinkerverharding, Kerkepad is nu een asfaltweg. Vanuit cultuurhistorie zou klinkerverharding hier prevaleren
-Groen:
Groen is verkeer begeleidend.
-Water:
Voldoende waterbergingscapaciteit aanwezig en versterkt cultuurhistorisch karakter
Inrichting ambitie: Exclusief
Beheer ambitie: Basis
Waarden en kwaliteiten:
-Sociaal veilig ∗∗∗
-Fysiek veilig ∗∗∗∗
-Technisch veilig ∗∗∗
-Toegankelijk ∗∗∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗∗
-Participatiegraad ∗∗
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗∗∗
2. Winkelgebieden
(Winkelpromenade Soestdijk / Soest Zuid / Rademakerstraat / Smitshof / Overhees)
Gebiedskarakteristiek:
Soest heeft twee hoofdwinkelgebieden voor de gemeente: winkelpromenade Soestdijk voor de kern Soest en de Rademakerstraat voor de kern Soesterberg. De wijken hebben een eigen winkelaanbod. De winkelgebieden zijn deels ontstaan langs de hoofdstructuur en in de wijken als wijkvoorziening. De winkelgebieden worden intensief gebruikt om te winkelen, te verblijven en elkaar te ontmoeten. Ze zijn dus bepalend voor de ontmoetingskwaliteit van Soest. Ondanks dat elk winkelgebied zijn eigen inrichting en Winkelaanbod heeft, krijgen ze eenzelfde benadering, omdat centrale functie voor de inwoners hier van groot belang is. Het beleid rondom de winkelgebieden is vastgelegd in het Retailbeleid
Functie:
Winkelen en ontmoeten.
Kenmerken:
-Verkeer:
Door de winkelgebieden lopen gebiedsontsluitingwegen en erftoegangswegen type A. In de inrichting zijn de doellen vanuit het winkelen en verblijven bepalend boven de verkeersfunctie. Hier dient rekening gehouden te worden met de verkeersveiligheid.
-Cultuurhist:
In geval van de van Rademakersstraat en de winkelprom. Soestdijk dient er in het ontwerp rekening gehouden te worden met de cultuurhistorie.
-Wegen:
In deze gebieden geldt een hoogwaardige materialisatie als uitgangspunt.
-Groen:
Groenstructuren uit de omgeving worden zoveel mogelijk doorgezet. Binnen het verblijfsgebied werken we met groen met hoge sier- en bloeiwaard.
-Water:
Voldoende waterbergingscapaciteit is aanwezig.
Inrichting ambitie: Exclusief
Beheer ambitie: Hoog
Waarden en kwaliteiten:
-Sociaal veilig ∗∗∗∗
-Fysiek veilig ∗∗∗∗
-Technisch veilig ∗∗∗
-Toegankelijk ∗∗∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗∗
-Participatiegraad ∗∗
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗∗
(waar van toepassing)
3.Hoofdwegenstructuur
Gebiedskarakteristiek:
De hoofdwegenstructuur zorgt voor de verkeersontsluiting in Soest en is uitgevoerd in asfalt. De verkeerstromen worden gescheiden.
De Hoofdstructuur loopt voor een belangrijk deel over oude cultuurhistorische structuren. Daarnaast loopt de hoofdgroenstructuur voor een belangrijk deel over de hoofdwegenstructuur en biedt daarmee mogelijkheden voor ecologische verbindingen.
Een aantal wegen zijn in eigendom en onderhoud bij de provincie (N413 / N237 / N234) en staan op de kaart.
Functie:
Gebiedsontsluiting weg en ecologische verbinding.
Kenmerken:
-Verkeer:
Gebiedsontsluitingswegen (binnen bebouwde kom) en wegen buiten de bebouwde kom met vrij liggende fietspaden. Kruispunten van inkomende wegen zijn uitgevoerd met overwegend met verkeerslichten. Kruispunten overige wegen zijn, in de meeste gevallen, uitgevoerd met rotondes.
-Cultuurhist:
Amersfoortsestaat, Birkstraat, Stadhouderslaan, van Weedestraat en Vredehofstraat zijn belangrijke oude cultuurhistorische lijnen.
-Wegen:
Asfaltwegen met een afgestemde breedte.
-Groen:
1ste grootte bomen, mits voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte. In buitengebied veelal grasbermen.
-Water:
De hoofdwegen in het veengebied zullen op de middellange termijn meer overlast van water ondervinden.
Inrichting ambitie: exclusief
Beheer ambitie: basis
Waarden en kwaliteiten:
-Sociaal veilig ∗∗∗∗
-Fysiek veilig ∗∗∗∗
-Technisch veilig ∗∗∗
-Toegankelijk ∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗
-Participatiegraad ∗∗
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗∗
(waar van toepassing)
De volledige verkeersstructuur is opgenomen in bijlage 3.
4. Landmarks
Gebiedskarakteristiek:
Het gaat hier om de bijzondere punten, de landmarks. Dit zijn de Oude kerk, molen, rotondes, begraafplaatsen, monumenten. Gezichtsbepalende punten voor Soest met een sterke uitstraling en hoge kwaliteit.
Functie:
Branding van Soest, zorgt voor herkenningspunten en bevordert de oriëntatie, recreatie.
Kenmerken:
-Verkeer:
Rotonde is verkeersfunctie van belang en hier is aandacht voor verkeersveiligheid van wezenlijk belang.
-Cultuurhist:
Vaak zeer waardevol
-Wegen:
Niet van toepassing
-Groen:
Hoogwaardig en representatief.
-Water:
Niet van toepassing.
Inrichting ambitie: Exclusief
Beheer ambitie: Hoog
Waarden en kwaliteiten:
-Sociaal veilig ∗∗
-Fysiek veilig ∗∗
-Technisch veilig ∗∗∗
-Toegankelijk ∗∗∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗∗
-Participatiegraad ∗∗
(bij rotonde participatie van ondernemers)
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗∗∗
5. Groenstructuur en water
Gebiedskarakteristiek:
De groenstructuur bestaat uit hoofd- en wijkgroen. Het hoofd- en wijjkgroen in Soest is veelal gekoppeld aan de waterstructuren. Deze groenstructuur is bepalend voor het groene karakter van Soest en voor de ecologie. Met enige regelmaat lopen groenstructuur en langzaam verkeerroutes parallel. In de groenstructuren liggen veel speelvoorzieningen van de wijken. Soester Eng hoort tot dit gebiedstype.
Functie:
Ecologische, verblijven, recreatie, cultuurhistorisch, aankleding
Kenmerken:
-Verkeer:
In dit gebied komen erftoegangswegen (type A, B en buitengebied) voor. De wegprofilering voor het betreffende wegtype wordt integraal overgenomen. Waar verkeer en groenambitie net aan conflicterend zijn wordt creatief gekeken om de groenambitie toch in te vullen.
-Cultuurhist:
In het veengebied zijn veel oude cultuurhistorische houtwallen en in Soesterberg is de structuur van de Sorties goed herkenbaar (‘Wegh der Weegen’).
-Wegen:
Zeer divers, zowel in materialisatie als in breedte.
-Groen:
Beplanting overwegend inheems. Bomen zijn de belangrijkste dragers.
bestaat waar mogelijk uit een tweezijdige boomstructuur met bomen van de 1e grootte, en zorgt voor de ecologische verbinding Kwaliteit gaat boven kwantiteit. Keuze is gericht op landschappelijk passende beheergroepen in combinatie met ecologische doelen.
-Water:
Veel groenstructuur is gecombineerd met waterpartijen. Kwelwater wordt hiermee goed afgevangen.
Inrichting ambitie: Standaard
Beheer ambitie: Basis
Waarden en kwaliteiten:
-Sociaal veilig ∗∗
-Fysiek veilig ∗∗
-Technisch veilig ∗∗
-Toegankelijk ∗∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗∗∗
-Participatiegraad ∗∗∗
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗∗
(waar van toepassing)
6. Bedrijventerreinen
(De Soestdijkse Grachten, Richelleweg, woonwinkelterrein Soesterberg Noord)
Gebiedskarakteristiek:
De reguliere bedrijventerreinen zijn overwegend gericht op regionale functie. Richelleweg heeft door de ligging meer landelijke uitstraling. Op de bedrijventerreinen is een eigen beheerorganisatie actief.
Functie:
Economische stimulans
Kenmerken:
-Verkeer:
Alle terreinen zijn goed ontsloten door gebiedsontsluiitingswegen. Op het bedrijventerrein gaat het om erftoegangswegen, waarbij rekening wordt gehouden met de toegankelijkheid voor zwaar verkeer.
-Cultuurhist:
N.v.t.
-Wegen:
Asfaltwegen afgestemd op vrachtverkeer.
-Groen:
Groen is functioneel ingericht
-Water:
Vaak met groen geïntegreerd.
Inrichting ambitie: Sober
Beheer ambitie: Basis
Waarden en kwaliteiten:
-Sociaal veilig ∗∗
-Fysiek veilig ∗∗∗∗
-Technisch veilig ∗∗∗
-Toegankelijk ∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗
-Participatiegraad ∗∗∗∗
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗
7. Wonen jaren 20-50
Gebiedskarakteristiek:
Het gaat hier om een uitbreidingen op de oorspronkelijke bebouwing, veelal in en om de Soestereng. De bebouwing bestaat uit rijtjes woningen afgewisseld met vrijstaande woningen. Veel diversiteit in bouwstijl en inrichting van de openbare ruimte. Vaak relatief krappe openbare ruimte.
Functie:
Wonen
Kenmerken:
-Verkeer:
Erftoegangswegen type A en B en erf. Regelmatig krapper dan voorgeschreven profiel. Parkeren is vaak een probleem
-Cultuurhist:
Eerste uitbreiding op de Eng en op de Zuidflank. Vaak karakteristieke woningen
-Wegen:
Elementverhardingswegen met voorkeur voor gebakken materialen.
-Groen:
Veel kwarrende bomen en wortelopdruk. Veel postzegelgroen met een hoge gebruiksdruk. De zoektocht is naar minder groen maar kwalitatief beter.
-Water:
Voldoende waterbergingscapaciteit aanwezig.
Inrichting ambitie: Standaard
Beheer ambitie: Basis
Waarden en kwaliteiten:
-Sociaal veilig ∗∗∗
-Fysiek veilig ∗∗∗
-Technisch veilig ∗∗∗
-Toegankelijk ∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗∗
-Participatiegraad ∗∗∗∗
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗∗
8.Wonen jaren 60 en 70
Gebiedskarakteristiek:
De jaren 60-70 wijken zijn ruim opgezette wijken met lineaire structuur en laagbouw wordt afgewisseld met hoogbouw. Tussen en rondom hoogbouw zijn grote groene ruimtes aanwezig, met relatief veel bomen in gras en speelmogelijkheden.
Functie:
Wonen en gebruiksgroen
Kenmerken:
-Verkeer:
Erftoegangswegen type A en B zijn goed ontsloten met vaak centraal gelegen parkeerplekken.
-Cultuurhist:
CIAM-gedachte is goed herkenbaar.
-Wegen:
Erftoegangsweg A vaak asfaltwegen. Overig zijn elementverhardingswegen (betonproduct).
-Groen:
Ruim opgezet, bomen en gras.
-Water:
Voldoende waterbergingscapaciteit aanwezig, alleen in Smitsveen onvoldoende, maar door aanbrengen van Wadi’s is er wel voldoende waterbergingcapaciteit.
Inrichting ambitie: Standaard
Beheer ambitie: Basis
Waarden en kwaliteiten:
Wonen jaren 60 -70
-Sociaal veilig ∗∗∗∗
-Fysiek veilig ∗∗∗
-Technisch veilig ∗∗∗
-Toegankelijk ∗∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗∗
-Participatiegraad ∗∗
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗∗
9.Wonen fijnmazige structuur (jaren 50 en 80)
Gebiedskarakteristiek:
Woonwijken met bloemkoolachtige structuur uit de jaren 80 (Overhees) en ook de jaren 50 opbouw van de Amerikaanse wijk (Soesterberg) hebben een zeer fijjnmazig, en een onoverzichtelijk structuur. Veel achterkanten grenzen aan het openbaar gebied. De Centrale groene verblijfsruimte ligt midden in de wijk en is gekoppeld aan langzaam verkeersroute.
Functie:
Wonen en gebruiksgroen
Kenmerken:
-Verkeer:
Erftoegangswegen types A en B en erf. Structuur is soms onoverzichtelijk. Parkeren is fragmentarisch ingevuld. In Overhees is er deels verhoogde parkeerdruk.
-Cultuurhist:
Amerikaanse wijk is uniek in Nederland.
-Wegen:
Erftoegangswegen type A en Amerikaanse wijk zijn asfaltwegen. Overige zijn elementverhardingswegen.
-Groen:
Naast centrale verblijfsruimte veel snipper groen. Veell heesterbeplanting.
-Water:
Overhees is nat, maar in de groengebieden zijn er veel vijverpartijen.
Inrichting ambitie: Standaard
Beheer ambitie: Basis
Waarden en kwaliteiten:
-Sociaal veilig ∗∗∗
-Fysiek veilig ∗∗
-Technisch veilig ∗∗
-Toegankelijk ∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗∗∗
-Participatiegraad ∗∗∗∗
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗
10. Wonen jaren 90 - heden
Gebiedskarakteristiek:
De jaren 90 wijken hebben een strakke inrichting met een duidelijke functies. De openbare ruimte is efficiënt en functioneel ingericht met aandacht voor eigentijds, duurzaamheid en cultuurhistorie.
Functie:
Wonen
Kenmerken:
-Verkeer:
Erftoegangswegen type A en B.
-Cultuurhist:
Nieuwe ontwikkeling Soesterberg is sterk gericht op cultuurhistorie.
-Wegen:
Erftoegangsweg A zijn asfaltwegen, overig zijn elementverhardingswegen.
-Groen:
Duidelijke bomenstructuur en functioneel.
-Water:
Boerenstreek is nat, maar in groen gebieden zijn er veel vijverpartijen.
Inrichting ambitie : Standaard
Beheer ambitie: Basis
Waarden en kwaliteiten:
-Sociaal veilig ***
-Fysiek veilig **
-Technisch veilig **
-Toegankelijk***
-Gebruiksmogelijkheid ****
-Participatiegraad ****
-Bewegingsmogelijkheid ****
-Cultuurhistorie **
11.Wonen in Bos
Gebiedskarakteristiek:
Deze gebieden kenmerken zich vaak door grotere woningen op ruime kavels in een bosachtige omgeving. De openbare ruimte heeft ook een bosachtig karakter, doordat hier bomen staan in het gras.
Functie:
Wonen en ecologie.
Kenmerken:
-Verkeer:
Erftoegangswegen A en B. Voetpaden zijn niet altijd aanwezig, doordat er bredere grasbermen zijn.
-Cultuurhist:
Sorties in Soesterberg zijn duidelijk cultuurhistorisch bepaald (‘Wegh de Weegen’).
-Wegen:
Erftoegangsweg type A asfaltwegen, overige wegen veel elementverharding.
-Groen:
Bomen staan verspreid staand (geen lijnen), er is een grote variëteit.
-Water:
Voldoende waterbergingscapaciteit aanwezig.
Inrichting ambitie: Standaard
Beheer ambitie: Basis
Waarden en kwaliteiten:
Wonen in bos
-Sociaal veilig ∗∗∗
-Fysiek veilig ∗∗
-Technisch veilig ∗∗
-Toegankelijk ∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗∗∗
-Participatiegraad ∗∗∗∗
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗
12. Buitengebied
Gebiedskarakteristiek:
Polderlandschap van de Eem oostkant van Soest kenmerkt het buitengebied. Het is een open landschap met een karakteristieke lineaire landschappelijke structuur.
Functie:
Agrarisch, wonen, ecologisch, waterberging (of afvoer), recreatie.
Kenmerken:
-Verkeer:
Erftoegangswegen buitengebied (60 km). Enkele wegen worden gekenmerkt door een inrijverbod of een spitsafsluiting. Langzaam verkeersroutes naar Amersfoort
-Cultuurhist:
Herkenbaar landschap met hakhoutwallen
-Wegen:
Asfaltwegen.
-Groen:
Verkeersbegeleidende boomstructuur in grasbermen.
-Water:
Sloten in veengrond met karakteristiek polderpatroon.. Waterhuishouding
hoofdzakelijk ingericht voor landbouw. Hoge grondwaterstand
Inrichting ambitie: Standaard
Beheer ambitie: Basis
Buitengebied
Waarden en kwaliteiten:
-Sociaal veilig ∗∗
-Fysiek veilig ∗∗
-Technisch veilig ∗∗
-Toegankelijk ∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗
-Participatiegraad ∗∗∗∗
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗
13.Kernrandzone
Gebiedskarakteristiek:
In de kernrandzone o.a. Soesterveen aan de westkant van Soest is de oorspronkelijke structuur van de veenontginning nog herkenbaar. Het gebied heeft een karakteristieke lineaire landschappelijke structuur van oost naar west. De openheid wordt aan de oost en west rand begrensd door bebouwing. Van noord naar zuid bepalen, met name, de kavelbeplanting de ruimtes.
Functie:
Agrarisch, wonen, ecologisch, water
Kenmerken:
-Verkeer:
Erftoegangswegen buitengebied (60 km).
-Cultuurhist:
Herkenbaar veenontginningslandschap met hakhoutwallen en sloten
-Wegen:
Asfaltwegen.
-Groen:
Veelal verkeersbegeleidende boomstructuur in grasbermen.
-Water:
Evenwijdige sloten langs smalle percelen met de Wieksloot haaks op deze verkaveling.
Inrichting ambitie: Standaard
Beheer ambitie: Basis
Waarden en kwaliteiten:
-Sociaal veilig ∗∗
-Fysiek veilig ∗∗
-Technisch veilig ∗∗
-Toegankelijk ∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗
-Participatiegraad ∗∗∗∗
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗∗
14.Bos
Gebiedskarakteristiek:
Typische bos van de arme zandgronden met waardevolle stuifzandgronden. Hier liggen relatief veel landgoederen. Verder zijn een aantal in dit gebied een aantal toeristische trekpleister gelegen die deels van regionale en deels van nationale betekenis zijn. Dit zijn het Nationaal Militair Museum, openluchttheater Cabrio en landgoed de Paltz
Functie:
Natuur en ecologie, recreatie en toerisme
Kenmerken:
-Verkeer:
Erftoegangswegen buitengebied (60 km). Enkele wegen worden gekenmerkt door een inrijverbod. Meerdere langzaam verkeersroutes met een regionale functie. Mountainbike en paardenroutes zijn ook aanwezig.
-Cultuurhist:
Aanwezigheid van veel mooie oude relicten (landgoederen / schapendriften / etc..).
-Wegen:
Asfaltwegen, in enkele gevallen elementverhardingen.
-Groen:
Geen gecultiveerd groen.
-Water:
Enkele geïsoleerde waterpartijen en sprengen, sommige met specifieke ecologische waarde. Infiltratiegebied
Inrichting ambitie: Standaard
Beheer ambitie: Basis
Waarden en kwaliteiten:
-Sociaal veilig ∗∗
-Fysiek veilig ∗∗
-Technisch veilig ∗∗
-Toegankelijk ∗∗
-Gebruiksmogelijkheid ∗∗
-Participatiegraad ∗∗∗∗
-Bewegingsmogelijkheid ∗∗
-Cultuurhistorie ∗∗∗