VII Samenvatting
Artikel 3.1.2 Bevoegd bestuursorgaan
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
Paragraaf 2
Artikel 3.2.1 Seksinrichtingen
1Het is verboden een seksinrichting of een escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder een geldige vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
2In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld of bij de aanvraag gevoegd:
a.de persoonsgegevens van de exploitant;
b.de persoonsgegevens van de beheerder; j
c.de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf; '-·
e plaatselijke en kadastrale ligging van de inrichting door middel van een ··· 1 situatietekening met een schaal van ten minste 1:1.000;
de plattegrond van de inrichting door middel van een tekening met een schaal van ten minste 1:100;
bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
g.bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte / bestemd voor de seksinrichting.
Artikel 3.2.2 Gedragseisen exploitant en beheerder
1De exploitant en beheerder:
a.staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of voogdij;
b.zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
c.hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
Bijlage 2: Nadere regels prostitutiebedrijven
DE BURGEMEESTER, RESP. BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN.
Een ieder voor zover de bevoegdheid reikt
BESLUITEN:
Gelet op artikel 3.3.4 van de Algemene Plaatselijke Verordening Smallingerland 1999
vast te stellen de volgende nadere regels
NADERE REGELS PROSTITUTIEBEDRIJVEN
Artikel 1 Afmeting en inrichting werkruimte en kleedruimte
1De werkruimte moet een oppervlakte hebben van tenminste 5 m2 en breedte van ten minste 1.80 meter.
2In de werkruimte moet een in goede staat verkerend bed of rustbank aanwezig zijn
3In een prostitutiebedrijf moet, hetzij een afzonderlijke kleedruimte voor de prostituees, hetzij een voor iedere prostituee afsluitbare hang-/legkast in de werkruimte, aanwezig zijn.
4In de kleedruimte moet voor iedere prostituee een afsluitbare hang-/legkast aanwezig
zijn. De kleedruimte moet naast de oppervlakte van het aantal geplaatste hang· legkasten een oppervlakte hebben van ten minste 5 m2 en een breedte van ten minste 1.80 meter.
5De kleedruimte mag niet voor prostitutiearbeid worden gebruikt.
Artikel 2 Dagverblijf en keuken
1In een prostitutiebedrijf waar vijf of meer werkruimten zijn, moet een dagverblijf voor de prostituees aanwezig zijn. Het dagverblijf moet een oppervlakte hebben van tenminste 16 m2 en een breedte vç1.n tenminste 3.35 meter.
2In een prostitutiebedrijf waar vijf of meer werkruimten zijn, moet een keuken ten behoeve van het bereiden van maaltijden aanwezig zijn. De keuken moet een oppervlakte hebben van ten minste 5 m2 en een breedte van ten minste 1.80 meter.
3Het dagverblijf en de keuken mogen niet voor prostitutiearbeid worden gebruikt.
4Samenvoeging van de keuken en het dagverblijf is toegestaan als daarmee naar het oordeel van burgemeester en wethouders een gelijkwaardige situatie wordt bereikt.
Artikel 3 Wasbakken en badruimte
1Elke werkruimte moet zijn voorzien van een wasbak met warm en koud stromend water. De wasbakken moeten zindelijk worden gehouden, functioneel zijn geplaatst en van het benodigde zijn voorzien.
2In een prostitutiebedrijf dient per vijf werkruimten tenminste één badruimte, waaronder mede wordt verstaan een doucheruimte en één toilet of een combinatie van badruimte met toilet, aanwezig te zijn.
3Indien in het prostitutiebedrijf meer dan vijf werkruimten aanwezig zijn, moet het aantal badruimten per vijf werkruimten worden vermeerderd met één. Voor de berekening van het aantal badruimten dient het aantal werkruimten naar boven te worden afgerond op een veelvoud van vijf.
4De badruimten moeten zindelijk worden gehouden, doelmatig zijn ingericht, beschikken over warm en koud stromend water en van het benodigde voorzien.
Artikel 4 Toiletten
1In een prostitutiebedrijf moeten ten minste twee toiletten naar sekse gescheiden aanwezig zijn.
2Indien in een prostitutiebedrijf meer dan vijf werkruimten aanwezig zijn moet het aantal toiletten per vijf werkruimten worden vermeerderd met één. Voor de berekening van het aantal toiletten dient het aantal werkruimten naar boven te worden afgerond op een veelvoud van vijf.
3De toiletten moeten zindelijk worden gehouden, doelmatig zijn ingericht, voldoende zijn geventileerd en van het benodigde zijn voorzien.
Artikel 5 Temperatuur en luchtverversing
1Besloten ruimten in het prostitutiebedrijf die regelmatig door de prostituee worden gebruikt, moeten gedurende de aanwezigheid van de prostituee voldoende en op veilige wijze zijn verwarmd.
2De ruimten in een prostitutiebedrijf die door de prostituee worden gebruikt moeten voldoende zijn geventileerd.
Artikel 6 Verlichting ruimten
1De ruimten van een prostitutiebedrijf die door de prostituee worden gebruikt, moeten gedurende de aanwezigheid van de prostituee, hetzij door daglicht, hetzij door kunstlicht, hetzij door beide voldoende en doelmatig zijn verlicht.
Artikel 7 Zindelijkheid
1De ruimten in een prostitutiebedrijf die door de prostituee worden gebruikt moeten zindelijk worden gehouden, waaronder mede begrepen de badruimten, de toiletten en de wasbakken.
2Het bedlinnen in de werkruimte moet dagelijks worden verschoond.
3Het handlinnen moet na gebruik door schoon handlinnen worden vervangen.
Artikel 8 Ontvluchtings- en alarmeringsgelegenheid
1iedere werkruimte dient te voorzien van een zogenaamd stil alarm.
2Ruimten in het prostitutiebedrijf waarin zich één of meer prostituees plegen te bevinden, moeten zijn voorzien van duidelijk kenbare gelegenheden tot ontvluchting indien de normale uitgangen daartoe onvoldoende zijn. Deze moeten mede gelet op het aantal andere personen dat zich in die ruimten pleegt te bevinden, in aantal, ligging en grootte toereikend zijn om de prostituees op een zo veilig mogelijke wijze een zo veilig mogelijke plaats te doen bereiken.
3De toegangsdeur(en) van een werkruimte dient van binnenuit te allen tijde te openen te zijn.
Artikel 9 Hulp bij ongevallen
1Voor het verlenen van eerste hulp bij ongevallen moeten voldoende en doelmatige middelen beschikbaar en direct voor gebruik bereikbaar zijn.
2Op de trommels, kisten of kasten waarin de middelen verpakt zijn, moet duidelijk door een opschrift of door een gebruikelijk kenteken aangegeven zijn dat zij middelen voor eerste hulp bij ongevallen bevatten.
Artikel 10 Gezondheid
1De exploitant van een prostitutiebedrijf verleent medewerking aan voorlichtingsactiviteiten van de gemeentelijke gezondheidsdienst en andere hulpverleningsinstellingen gericht op verbetering van de gezondheidssituatie van de bij hem werkzame prostituees.
2De exploitant draagt zorg voor de verspreiding onder de bij hem werkzame prostituees van voor hen toegankelijk voorlichting- en informatiemateriaal, over de gezondheidsrisico's van hun werk en over de aanwezigheid en bereikbaarheid van de gezondheidszorg en hulpverleningsinstellingen.
3De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat in de werkruimten te allen tijde wettelijk goedgekeurde condooms voor gebruik beschikbaar zijn.
4Het is de exploitant van een prostitutiebedrijf verboden door middel van handelsreclame kenbaar te maken dat de in het prostitutiebedrijf werkzame prostituees niet geïnfecteerd zijn met een seksueel overdraagbare aandoening.
Artikel 11 Geneeskundig onderzoek
1De exploitant van een prostitutiebedrijf stelt de bij hem werkzame prostituees in de gelegenheid zich geregeld geneeskundig op seksueel overdraagbare aandoeningen en overige aan het beroep gerelateerde klachten door een arts te laten onderzoeken.
2Indien een arts vast verbonden is aan een prostitutiebedrijf, meldt de exploitant de gemeentelijk gezondheidsdienst schriftelijk naam en adres van de arts.
3De prostituee is vrij in haar keuze welke arts hij of zij bezoekt.
Artikel 12 Vrijheid van de prostituee
1De exploitant van een prostitutiebedrijf is verplicht een bedrijfsbeleid te voeren waarin de toepassing van veilige sekstechnieken en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituee centraal staat.
2Het bedrijfsbeleid wordt in ieder geval geacht niet aan deze uitgangspunten te voldoen indien de prostituee geen klanten en (seksuele) handelingen mag weigeren, verplicht is met klanten mee te drinken, verplichte werktijden heeft en verplicht is om, indien daarom wordt verzocht, zonder condoom te werken.
Artikel 13 Bewoningsverbod prostitutiebedrijf
Het is verboden een ruimte die geheel of gedeeltelijk bestemd is als prostitutiebedrijf als woonruimte te gebruiken of in gebruik te nemen.
Artikel 14 Slotbepaling
De nadere regels treden in werking op een door het bevoegd bestuursorgaan nader te bepalen datum.
BIJLAGE 3: Schema's handhavingsarrangement
1Exploitatie zonder vergunning
Overtreding
Politie/ Toezichthouder
Gemeente
Openbaar Ministerie
Anderen
Exploitatie past niet binnen het prostitutiebeleid
Waarschuwen en proces-verbaal (pv) opmaken t.b.v. gemeente en OpenbaarMinisterie
Eerste keer: schriftelijke waar- schuwing; Tweede keer: tijdelijke sluiting voor onbepaalde tijd. Derde keer: sluiting voor onbeoaalde tiid.
Eerste keer pv en vervolgen o.g.v. de APV
Afhankelijk van de
feitelijke situatie evt. inschakeling van b.v. de Arbeidsinspectie of de Belastingdienst
Exploitatie past binnen het prostitutiebeleid
Waarschuwen en rapport opmaken
t.b.v. gemeente. Na tweede keer ook t.b.v. het Openbaar Ministerie pv opmaken
Eerste keer: schriftelijke waar- schuwing met vermelding van de termijn waarbinnen de vergunning moet worden aangevraagd. Tweede keer: tijdelijke sluiting, of opleggen van een dwangsom.
Derde keer: sluiting voor onbenaalde tiid.
Na tweede keer vervolging o.g.v. de APV
Afhankelijk van de
feitelijke situatie evt. inschakeling van b.v. de Arbeidsinspectie of de Belastingdienst
Gebruik van de inrichting in strijd met de vergunning (b.v.
Arbeidsomstan- digheden, brandveiligheid of wonen op de
werkolek\
Waarschuwen en rapport opmaken
t.b.v. gemeente. Bij
derde keer ook
t.b.v. het OM pv
Eerste keer: schriftelijke waarschuwing. Tweede keer: tijdelijke sluiting/-intrekking/ dwangsom.
Derde keer: sluiting voor onbepaalde tijd of intrekking
Na derde keer is
vervolging o.g.v.de APV
Afhankelijk van de
feitelijke situatie evt. inschakeling van b.v. de Arbeidsinspectie of de Belastingdienst
Overlast voor de omgeving
Waarschuwen en rapport opmaken.
Bij tweede keer ook
t.b.v. het OM pv
Eerste keer: schriftelijke waarschuwing.
Tweede keer: tijdelijke sluiting of intrekking.
Derde keer: sluiting voor onbepaalde tiid/intrekkina
Na tweede keer pv
en vervolgen
De politie moet in het proces-verbaal dat de overtreding vaker heeft plaatsgevonden. Eventueel de rapporten van eerdere bevindingen bij het proces-verbaal voegen.
Bovenstaande afspraken zijn tussen organisaties. Afwijking is mogelijk op grond van omstandigheden van het concrete geval.
In alle gevallen waarin het gemeentebestuur haar schriftelijke waarschuwing door het OM wil laten ondersteunen kan dit op verzoek. Het OM kan dan een bestuursondersteunende brief sturen (Bob-brief).
2Exploitatie in strijd met vergunning
Overtreding
Politie/toezicht- houder
Gemeente
Openbaar Ministerie
Anderen
Handelen in strijd met aedraaseisen
Pv opmaken t.b.v. aemeente en OM
Intrekking veraunnina
Zie onder 3)
-
Overschrijden sluitingsuur
Waarschuwen en rapport opmaken
t.b.v. gemeente. Bij tweede keer ook pv t.b.v. OM
Eerste keer: schriftelijke waarschuwing.
Tweede keer: oplegen van beperkte openingstijden.
Derde keer: tijdelijke sluitinq of intrekkinq
Na tweede keer vervolging o.g.v.de APV
Afhankelijk van de
situatie (b.v. te lange arbeidstijden) evt. inschakeling van de Arbeidsin- spectie
Ontbreken van toezicht door de exploitant {bij de aanwezigheid van illegale prostituees)
Waarschuwen en rapport opmaken
t.b.v.gemeente. Bij derde keer pv ook t.b.v. OM
Eerste keer: schriftelijke waarschuwing. Tweede keer:
tijdelijke sluiting of intrekking. Derde keer: sluiting voor onbepaalde tijd of intrekkina
Na tweede keer pv en vervolgen
Afhankelijk van de feitelijke situatieevt. inschakeling vande Arbeidsinspectie, of de Belastingdienst
Schijnbeheer
Waarschuwen en volledig pv t.b.v. gemeente en OM
Idem
Eerste keer pv en vervolgen
Afhankelijk van de feitelijke situatie evt. inschakeling van b.v. de Belasting-
dienst
Wijzigen van de inrichting zonder voorafgaande toestemming (b.v. meer werkplekken)
Waarschuwen en rapport opmaken
t.b.v. gemeente. Bij
tweede keer pv ook
t.b.v. het OM
Eerste keer: schriftelijke waarschuwing met vermelding van de termijn waarbinnen devergunning moet worden aangevraagd. Tweede keer: tijdelijke sluiting, of opleggen van een dwangsom. Derde keer: sluiting voor onbepaalde tijd of intrekkinq
Na derde keer vervolging o.g.v. de APV
Afhankelijk van de feitelijke situatie evt. inschakelen van b.v. de Arbeidsinspectie of de Belasting-
dienst.
3Exploitatie in strijd met artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht.
Bij de exploitatie van prostitutie kan sprake zijn van strafbare feiten. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar artikel 250a Sr, maar ook naar andere regelgeving die in dit verband van toepassing kan zijn. Indien van dergelijke strafbare feiten sprake is, dan ligt de verantwoordelijkheid voor de opsporing en vervolging ervan volgens de gangbare procedures bij het Openbaar Ministerie. Van belang daarbij is dat het Openbaar Ministerie de gemeente over het verloop en de uitkomsten van die procedure informeert, zodat ook tijdig de nodige bestuurlijke maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld sluiting van de inrichting.
Het nieuwe artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht biedt een goed strafrechtelijk instrumentarium voor de bestijding van onvrijwillige vormen van prostitutie en de daarmee nauw samenhangende mensenhandel. Mensenhandel vormt een ernstige schending van de mensenrechten en vraagt daarom nadrukkelijk aandacht van bestuur, Openbaar Ministerie en politie. De doelstelling van het opsporings- en vervolgingsbeleid is in dit verband drieledig: het beschermen van de slachtoffers, het oprollen van de achterliggende organisaties en het afromen van financieel voordeel.
De exploitatie van een seksbedrijf vormt de belangrijkste schakel in het marktmechanisme van vraag en aanbod rond mensenhandel. Het moet daarom voor de exploitant volstrekt onaantrekkelijk gemaakt worden om slachtoffers van mensenhandel te werk te stellen. Het gemeentelijk vergunningenbeleid en een actief vervolgingsbeleid kunnen daaraan in belangrijke mate bijdragen. De afgelopen jaren hebben diverse gemeenten het werken van prostituees uit landen van buiten de Europese Unie gedoogd. Mede gelet op de doelstellingen van de wetswijziging moet deze gedoogsituatie worden beëindigd.
Geen compromitterend gedrag: vermijd lichamelijk contact, bij voorkeur niet op bed zitten, geen opmerkingen over het beroep, het uiterlijk etc.
Bij uitoefening toezicht: vaste formulieren of wijze van registreren (secuur).
Geen afspraken maken voor privé-ontmoetingen (buiten diensttijden) met prostituees of exploitanten.
Accepteer dat er genegenheidgevoelens kunnen ontstaan, maak deze bespreekbaar binnen het werk of het team.
Bijlage 4: advies Mr.A. de Graafstichting
Datum:
19juli 2000
Gesproken met:
mw.M. van Doorninck
Gebeld door:
J. Blom
Gesproken over:
maximumstelsel, grootte bordelen, vestigingsbeleid, naar aanleiding
van vrágen hierover in de raadscommissie BVM d.d. 18 juli 2000.
Maximumaantal: net als helpdesk prostitutie kan ook v. Doorninck niet aangeven wat het juiste maximum aantal is. Dit is moeilijk te zeggen voor een gemeente waar bordelen tot nu toe zijn geweerd. Advies: ga na wat er in de omliggende gemeenten gebeurt, wat daar de plannen zijn. Als men daar de markt erg krap houdt levert dit voor ons mogelijk extra druk op. Ons voorstel van max. 2 lijkt verstandig en reëel. Verder het advies om ontwikkelingen in de regio goed te blijven volgen.
Grootte bordeel: er zijn gemeenten die dit vastleggen. Gelet op de voorschriften is 5 een handig en redelijk gemiddeld aantal. Een bordeel met 1O kamers is vrij groot. Gezien de situatie met de bezetting van de kamers (schaarste aan dames), is het de vraag of de ondernemers dit vol krijgen. Van Doorninck acht het niet strikt noodzakelijk om de bedrijfsgrootte in het beleid vast te leggen. Ze adviseert om de grootte mede te beoordelen bij de aanvraag en hierover te overleggen met de aspirant ondernemer. Hierbij zal ook de locatie van het bedrijf in de afwegingen meegenomen moeten worden.
Vestigingsbeleid: v. Doorninck heeft een uitgesproken oordeel over de vestiging van bordelen. Ze raadt vestiging midden in een uitgaanscentrum af. Het is ook voor de bedrijven en de prostitué(e)s niet aantrekkelijk: dit levert gemakkelijk 'gedoe' op en werkt in de hand dat er dronken lieden en vervelende groepen binnen willen, die in de regel weinig respectvol zijn. Ook laat de praktijk tot nu toe zien dat ondernemers die het zelf kunnen bepalen liever de rust en de ruimte opzoeken. Dit is ook prettig voor de klanten, die graag anoniem willen blijven. Ook is er behoefte aan voldoende parkeerruimte, waar de klanten uit het zicht kunnen parkeren.
Van 'goedlopende' prostitutie in uitgaanscentra is vrijwel alleen sprake in stedelijke gebieden met raamprostitutie. De praktijk laat zien dat bedrijven in rustige gebieden doorgaans weinig overlast geven. V. Doorninck merkt hierover op: "dit valt heel erg mee. De ondernemer heeft er zelf natuurlijk ook alle belang bij om dit tegen te gaan ivm de reputatie van zijn bedrijf en de problemen die dit mogelijk oplevert met omwonenden en de politie."
Het voordeelpunt van controlemogelijkheden telt volgens van Doorninck niet echt. De politie werkt meestal met een speciaal controleteam, en voor zo'n team is het geen enkel probleem om steekproefsgewijze in het buitengebied te controleren. Eerder is sprake van het tegendeel: het is niet prettig als het toezicht op bordelen vermengd raakt met de problematiek die uitgaanscentra sowieso vaak al hebben. Dit leidt de aandacht af van waar het om gaat: goede controle en beheersing van de bedrijven zelf.
Verder advies tav vestiging: geef vooral goed aan waar je het niet wilt hebben, en zorg ervoor dat je in de procedure voldoende sturende invloed op dit vlak houdt.