Gemeentelijke regelgeving

Horecabeleid gemeente Smallingerland

Gemeente Smallingerland · geldt sinds 31 december 2025

Aanhef

Inleiding

Het 'Horecabeleid 2023 gemeente Smallingerland' geeft inzicht in hoe de gemeente een goede balans wil bereiken tussen horeca als belangrijke economische en recreatieve/ontspannende functie en het beschermen van de openbare orde en veiligheid, het bewaken van het woon- en leefklimaat en de gezondheid.

Aanleiding

Het huidige horecabeleid van Smallingerland dateerde van 2007. Er hebben in tussentijd ontwikkelingen plaatsgevonden op het gebied van wet- en regelgeving, bijvoorbeeld het verschuiven van de alcoholgrens van 16 naar 18 jaar en verschillende verordenende bevoegdheden voor de gemeente in het kader van alcoholmatiging. Daarnaast moet het horecabeleid ook weer aansluiten op de huidige wensen en beleidskeuzes op andere beleidsterreinen, zoals ruimtelijke ordening en gezondheid.

Reikwijdte

Het horecabeleid vormt samen met de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland (hierna: Apv) en de landelijke regelgeving de kaders voor het exploiteren van een horecabedrijf in Smallingerland. In het beleid wordt ingegaan op commerciële horeca en de paracommerciële instellingen.

Voor wat betreft coffeeshops is zelfstandig beleid geformuleerd. Voor de regels over locaties, voorwaarden en aantallen wordt verwezen naar het coffeeshopbeleid. In de gevallen dat een onderwerp niet in het coffeeshopbeleid is geregeld, geldt het gestelde in het nu voorliggende horecabeleid.

Totstandkoming

Voor de totstandkoming van het beleid zijn gesprekken gevoerd met interne stakeholders, namelijk vergunningverlening, toezichthouder horeca, handhaving, ruimtelijke ordening en gezondheid. Ook zijn er gesprekken gevoerd met Politie Oost Fryslân, Iduna en het Sportbedrijf Drachten.

Er zijn werksessies voor de commerciële horeca (inclusief Koninklijke Horeca Nederland (hierna: KHN)) en paracommerciële instellingen (afzonderlijk van elkaar) georganiseerd. Voor deze werksessies zijn alle horeca en paracommerciële instellingen uitgenodigd. Bij de sessie voor commerciële horeca waren zeven verschillende horecaondernemers en de KHN aanwezig. Bij de sessie voor paracommerciële instellingen waren tien verschillende instellingen aanwezig (inclusief Stichting Dorpsfederatie).

Alle horeca en paracommerciële instellingen (dus ook degenen die niet aanwezig waren bij de sessies) hebben een verslag van de desbetreffende werksessie ontvangen. Iedereen heeft de gelegenheid gekregen om hierop te reageren. Enkel de KHN en één commercieel horecabedrijf heeft gereageerd.

Naar aanleiding van de gesprekken, werksessies en de reacties op het verslag is een concept versie van het beleid en de Apv wijziging opgesteld. De interne stakeholders, politie, GGD en VNN konden hierop reageren. Na verwerking van de input, heeft de KHN de mogelijkheid gekregen om op de stukken te reageren. Vervolgens heeft het beleid nog 4 weken ter inzage gelegen voor alle andere belanghebbenden. Enkele belanghebbenden hebben hier op gereageerd, waarna er nog een aantal punten in de stukken zijn aangepast.

1. Vestigingsbeleid

1.2 Vestigingsbeleid per gebied

1.2.1 Algemene uitgangspunten

Voor alle drie de gebieden gelden een aantal algemene uitgangspunten. Deze uitgangspunten worden hieronder beschreven.

-Bestemmingsplan en vestigingsbeleid is leidend

Een horecabedrijf moet passen binnen het bestemmingsplan en passen binnen het vestigingsbeleid, zoals in dit hoofdstuk is beschreven.

-Onbeperkt toegestane bedrijven

Met betrekking tot de vestiging van nieuwe bedrijven in afwijking van het bestemmingsplan, geldt dat de onderstaande soorten bedrijven in de gehele gemeente zijn toegestaan, tenzij de vestiging van het betreffende bedrijf een ontoelaatbare nadelige invloed heeft op de woon- en leefsituatie of de openbare orde. Een exploitant moet hiervoor een aanvraag voor een vergunning 'afwijking bestemmingsplan' aanvragen.

1Horeca dat een nevenfunctie is van een winkelactiviteit (zoals bedoeld in artikel 2:28, lid 6 Apv);

2Paracommerciële instellingen;

3Logiesverstrekkende bedrijven (horeca IV);

4Afhaal- en bezorgbedrijven.

-Ongewijzigde overnames overal toegestaan

Ongewijzigde overnames zijn overal toegestaan. Dit betekent dat de exploitant (en eventuele leidinggevenden) wijzigt, maar dat alle andere facetten van het horecabedrijf ongewijzigd blijven. De nieuwe exploitant dient wel tijdig zijn eigen vergunning(en) aan te vragen, waarbij (zoals bij elke vergunningsaanvraag) wordt nagegaan of er weigeringsgronden vanuit de Apv, Alcoholwet en de wet Bibob van toepassing zijn. Na het verlenen van de benodigde vergunningen, mag de nieuwe exploitant zijn bedrijf exploiteren.

1.2.2 Horecaconcentratiegebied de Kaden

Het horecaconcentratiegebied de Kaden betreft de straten Noord- en Zuidkade, vanaf de Singel tot aan de Noorder-/Zuiderdwarsvaart. Dit gebied is waar de meeste horeca, en met name de nachthoreca, is geconcentreerd. Het beleid is er op gericht om dit te behouden. Dit is in overeenstemming met de Centrumvisie, waarin wordt aangegeven dat op de Kaden de horecafunctie een plek behoudt.

Alle panden aan de Kaden hebben een centrumbestemming. Dit betekent dat in dit gebied overal horeca I en afhaal-/bezorgrestaurants (detailhandel) zijn toegestaan.

Het huidige vestigingsbeleid voor de Kaden wordt voortgezet. Dit betekent dat de doelstelling blijft om een evenwicht tussen de woon-, werk- en winkelfuncties enerzijds, en de horeca anderzijds te behouden. Om deze reden is uitbreiding van de horecafuncties niet toegestaan.

Concreet betekent dit dat de volgende voorwaarden voor vestiging van nieuwe horeca in afwijking van het bestemmingsplan gelden:

-Horeca II wordt niet toegestaan in panden die deze bestemming niet hebben, zodat het woon-/leefklimaat op de Kaden wordt bevorderd.

-Horeca III wordt niet toegestaan in panden die deze bestemming niet hebben, omdat nachthoreca een dusdanige (negatieve) invloed op de woon-/leefklimaat en de openbare orde en veiligheid heeft. (Voor Horeca III wordt de oude definitie van de Kaden gehanteerd, dit betreft Noord- en Zuidkade, vanaf de Drift/Torenstraat tot aan de Noorder-/Zuiderdwarsvaart)

1.2.3 Het centrum

Het centrum omvat het gebied vanaf de Singel, Vogelzang/De Lange West, Oude Nering, Jan Gelinde van Blomstraat en de Gauke Boelensstraat/Berglaan (zie kaartje in Bijlage I). Dit gebied kenmerkt zich door een concentratie van publiekgerichte functies, zoals detailhandel, cultuur, leisure en horeca. In het gebied wordt ook gewoond.

Alle panden in het centrum hebben een centrumbestemming. Dit betekent dat overal in het centrum horeca I en afhaal-/bezorgrestaurants (detailhandel) zijn toegestaan.

Het vestigingsbeleid is er op gericht om de horeca-activiteiten te behouden en waar mogelijk uit te breiden. Dit sluit aan op de Centrumvisie, waarin wordt aangegeven om meer (diverse) dag- en avondhoreca toe te voegen aan het centrum. Dit vergroot de kwaliteit (van horeca) en draagt bij aan de centrale verblijfs- en ontmoetingsfunctie van het centrum.

Gelet op het vestigingsbeleid, gelden de volgende voorwaarden voor vestiging van nieuwe horeca in het centrum in afwijking van het bestemmingsplan:

-Horeca II wordt toegestaan in panden die deze bestemming (nog) niet hebben. Dit sluit aan op de Centrumvisie, waarin wordt aangegeven om meer (diverse) dag- en avondhoreca toe te voegen aan het centrum.

-Horeca III wordt niet toegestaan in panden die deze bestemming niet hebben, omdat nachthoreca een dusdanige (negatieve) invloed op de woon-/leefklimaat en de openbare orde en veiligheid heeft. Zoals hierboven (horecaconcentratiegebied de Kaden) is aangeven, is het vestigingsbeleid erop gericht om de concentratie van de nachthoreca te behouden op de Kaden. (Voor Horeca III wordt de oude definitie van de Kaden gehanteerd, dit betreft Noord- en Zuidkade, vanaf de Drift/Torenstraat tot aan de Noorder-/Zuiderdwarsvaart)

Als een exploitatie niet binnen het bestemmingsplan past, dan moet er een ruimtelijke procedure worden gevolgd. Per aanvraag vindt vervolgens een afweging plaats, waarbij onder andere wordt gekeken naar aspecten zoals milieu (geluid, geur) en parkeren.

1.2.4 Overig Drachten en dorpen

Dit gebied betreft geheel Smallingerland met uitzondering van het horecaconcentratiegebied de Kaden en het centrum (zoals hierboven beschreven). Dit betreft dus onder andere de woonwijken, de winkelcentra, de bedrijventerreinen en de dorpen. In een aantal van deze gebieden is de woonfunctie veel prominenter aanwezig. In deze gebieden wordt horeca dan ook beperkt toegestaan.

Voorwaarden voor vestiging van nieuwe horeca in de overige gebieden in afwijking van het bestemmingsplan:

-Horeca I en II is toegestaan, tenzij de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf, dan wel de openbare orde en veiligheid op nadelige wijze wordt beïnvloed.

-Horeca III wordt niet toegestaan in panden die deze bestemming niet hebben, omdat nachthoreca een dusdanige (negatieve) invloed op de woon-/leefklimaat en de openbare orde en veiligheid heeft. Zoals hierboven (horeca concentratiegebied de Kaden) is aangeven, is het vestigingsbeleid erop gericht om de concentratie van de nachthoreca te behouden op de Kaden. (Voor Horeca III wordt de oude definitie van de Kaden gehanteerd, dit betreft Noord- en Zuidkade, vanaf de Drift/Torenstraat tot aan de Noorder-/Zuiderdwarsvaart)

Als een exploitatie niet binnen het bestemmingsplan past, dan moet er een ruimtelijke procedure worden gevolgd. Per aanvraag vindt vervolgens een afweging plaats, waarbij onder andere wordt gekeken naar aspecten zoals milieu (geluid, geur) en parkeren.

2. Vergunningen

2.1 Exploitatievergunning

2.1.1 Ondergeschikte horeca

Blurring, het vermengen van functies, is een ontwikkeling van deze tijd. Detailhandel maakt tegenwoordig steeds vaker de combinatie met horeca. Het gaat hierbij vaak om het kleinschalig verstrekken van eten en drinken tegen betaling voor gebruik ter plaatse, dat een ondergeschikt onderdeel is van de hoofdactiviteit.

In de Apv is vastgelegd dat de vergunningsplicht niet geldt, voor zover de horeca een nevenactiviteit van de winkelactiviteit is (artikel 2:28, lid 6). Hieronder volgt een toelichting wanneer deze vergunningsplicht niet geldt voor winkels met horeca-activiteiten.

Aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan, zodat er sprake is van horeca als nevenactiviteit en waarbij er dus geen exploitatievergunning nodig is:

i.De horeca-activiteit is duidelijk ondergeschikt aan de hoofdactiviteit. Dit betekent onder andere dat maximaal 15% van de verkoopvloeroppervlakte van het betreffende pand mag worden gebruikt voor horeca-activiteiten met een maximum van 35 m2.

ii.De openingstijden van de horeca-activiteit zijn dezelfde als voor de hoofdactiviteit (Winkeltijdenwet);

iii.De toegang tot de horeca-activiteit is dezelfde als voor de hoofdactiviteit. Er is dus geen aparte toegang voor de horeca-activiteit;

iv.Er mag geen alcohol worden geschonken.

v.De horecaruimte mag niet worden verhuurd of aan anderen in gebruik worden gegeven ten behoeve van feesten en partijen.

vi.Het is verboden een terras te exploiteren.

vii.Er mag geen reclame voor horeca-activiteiten worden gemaakt.

viii.De horeca-activiteit kan alleen geëxploiteerd worden zover het pand ook een horeca-bestemming heeft volgens het geldende bestemmingsplan.

Blurring met alcohol

Er is sprake van blurring met alcohol als detailhandel gecombineerd wordt met horeca, waarbij alcohol voor gebruik ter plaatse wordt geschonken. Op grond van de Alcoholwet is het voor detailhandel niet mogelijk om alcoholhoudende drank te verkopen voor gebruik ter plaatse. Hierdoor is het alleen toegestaan om alcoholvrije dranken te schenken in combinatie met detailhandel.

Bijlage II - Standaard vergunningsvoorschriften exploitatievergunning

In een exploitatievergunning worden in ieder geval onderstaande voorschriften opgenomen. Als daartoe aanleiding is, dan kunnen er aanvullende voorschriften worden gesteld.

1Algemeen

1.1 Deze vergunning of een kopie ervan moet in de inrichting aanwezig zijn.

1.2 Deze vergunning vervalt van rechtswege zodra geen van de genoemde [exploitant/exploitanten], zoals vermeld op de vorige pagina, nog als zodanig [functioneert/functioneren].

1.3 Deze vergunning vervalt van rechtswege zodra de ondernemingsvorm wordt gewijzigd.

1.3 De exploitatievergunning kan worden ingetrokken als de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen.

2Openbare orde en veiligheid

2.1 De exploitatie en het gedrag van bezoekers van het horecabedrijf mag de openbare orde, veiligheid en de woon- en leefsituatie niet op ontoelaatbare wijze negatief beïnvloeden;

2.2 De exploitant is verplicht ervoor te zorgen dat de politie en de toezichthouders van de gemeente die met het toezicht op de naleving zijn belast, onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot het bedrijf;

2.3 Het parkeren van fietsen/bromfietsen/snorfietsen (bedrijfsvoertuigen) van het horecabedrijf dient tot een minimum beperkt te worden of er dienen voorzieningen te worden aangebracht dat een onbelemmerde doorgang voor de gebruikers van het trottoir kan worden gegarandeerd;

2.4 De door de politie, brandweer of toezichthouders gegeven opdrachten, voorschriften en aanwijzingen moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd;

2.5 De exploitant is verplicht er voor te zorgen dat de bezoekers van het horecabedrijf geen overlast veroorzaken voor of nabij het horecabedrijf.

Bijlage III - Standaard vergunningsvoorschriften terrasvergunning

In een terrasvergunning worden in ieder geval onderstaande voorschriften opgenomen. Als daartoe aanleiding is, dan kunnen er aanvullende voorschriften worden gesteld.

1Algemeen

1.1 Deze vergunning of een kopie ervan en de terrastekening moeten in de inrichting aanwezig zijn.

1.2 Als het gedeelte van het terras wat geëxploiteerd wordt op gemeentegrond, betrokken is bij een markt, vergunde standplaats of evenement, moet het meubilair tijdelijk worden verwijderd.

1.3 Het terras wordt vergund onder de voorwaarde dat exploitatie van dit terras is toegestaan zolang er zich geen wijziging van pandeigenaar is en/of een nieuwe ondernemer zich vestigt op [adres]. Als op dit adres wel sprake is van een wijziging van pandeigenaar en/of nieuwe ondernemer, dan is er sprake van gewijzigde omstandigheden. De terrasvergunning voor dit gedeelte kan dan worden ingetrokken zodat een nieuwe verdeling van de openbare ruimte kan plaatsvinden.

1.4 De exploitatievergunning kan worden ingetrokken als de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen.

2Terrasmeubilair

2.1 Het terrasmeubilair dient de grenzen van het vergunde terras, zoals hierboven beschreven en zoals aangegeven op de terrastekening, niet te overschrijden.

2.2 Voorzieningen in de openbare ruimte ter bestrijding van brand (brandkranen, brandputten), alsmede de volledige breedte van vluchtwegen, (nood-)uitgangen en toegangsdeuren dienen ten allen tijde vrijgehouden te worden van terrasmeubilair en vrij toegankelijk te blijven.

2.3 Het terrasmeubilair en accessoires zijn in kwalitatief goede staat, zonder (zichtbare) beschadigingen.

2.4 Het terrasmeubilair mag niet aard- of nagelvast worden bevestigd.

2.5 Het is niet toegestaan om een buitenbar of (party)tent te plaatsen op het terras.

2.6 Vrijstaande heaters dienen een omvalbeveiliging te hebben.

2.7 Het terrasmeubilair dient na sluitingstijd van het terras te worden opgeruimd door:

a.het meubilair inpandig op te slaan, of;

b.het meubilair gestapeld op de terraslocatie bijeen te plaatsen, of;

c.het meubilair, in terrasopstelling, aan elkaar te ketenen.

2.8 In geval van onderhoud aan gemeentelijke eigendommen of aan kabels/leidingen van nutsbedrijven, dient het terrasmeubilair tijdelijk te worden verwijderd.

3Terrasschermen

3.1 Een terrasscherm is maximaal 1,50 meter hoog, waarbij het gedeelte vanaf 1,20 meter volledig transparant is.

3.2 Verankering van de terrasschermen mag alleen na contact met en goedkeuring van de gemeente.

4Parasols

4.1 Een parasol is maximaal 3 meter hoog.

4.2 Een parasol moet (in uitgeklapte toestand) binnen de oppervlakte van het vergunde terras blijven.

4.3 Verankering van een parasol mag alleen na contact met en goedkeuring van de gemeente.

5Openbare orde en veiligheid

5.1 De exploitatie van het terras en het gedrag van bezoekers van het terras mag de openbare orde, veiligheid en de woon- en leefsituatie niet op ontoelaatbare wijze negatief beïnvloeden.

5.2 Het terras en omliggende omgeving dient dagelijks na sluiting van het terras vrij te worden gemaakt van afval, achtergebleven stoffen en/of voorwerpen, voor zover afkomstig van de exploitatie en/of bezoekers van het horecabedrijf en terras.

5.3 Het is niet toegestaan om op een terras (live) muziek ten gehore te brengen. Wanneer van het terras gebruik wordt gemaakt, moet de muziek vanuit de inrichting zodanig worden afgesteld dat de omgeving hiervan geen overlast ondervindt.

5.4 De exploitant is verplicht ervoor te zorgen dat de politie en de toezichthouders van de gemeente die met het toezicht op de naleving zijn belast, onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot het terras.

5.5 De door de politie, brandweer of toezichthouders gegeven opdrachten, voorschriften en aanwijzingen moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd.

5.6 De exploitant is verplicht er voor te zorgen dat de bezoekers van het terras geen overlast veroorzaken voor of nabij het terras

Bijlage IV - Standaard vergunningsvoorschriften aanwezigheidsvergunning

In een aanwezigheidsvergunning worden in ieder geval onderstaande voorschriften opgenomen. Als daartoe aanleiding is, dan kunnen er aanvullende voorschriften worden gesteld.

1Deze vergunning of een kopie ervan moet in de inrichting aanwezig zijn.

2Deze vergunning is niet overdraagbaar.

3Deze vergunning vervalt van rechtswege zodra geen van de genoemde [exploitant/exploitanten], zoals vermeld op de vorige pagina, nog als zodanig [functioneert/functioneren].

4In de inrichting mogen alleen speelautomaten worden opgesteld, die in eigendom toebehoren aan een exploitant die in het bezit is van een vergunning tot het exploiteren van speelautomaten, als bedoeld in artikel 30h, eerste lid van de Wet op de Kansspelen en die zijn voorzien van een merkteken, als bedoeld in artikel 30r van de Wet op de Kansspelen

5De houder van de exploitatievergunning speelautomaten (speelautomatenexploitant) is:

-[naam]

-[adres]

-[pc en woonplaats]

-Nummer exploitatievergunning kansspelautomaten: [nummer]

6Als de speelautomatenexploitant wijzigt, dan dient dit per omgaande aan de burgemeester te worden gemeld.

7Als de wijze van exploitatie van de inrichting wijzigt, dan dient dit per omgaande aan de burgemeester te worden gemeld.

8De exploitant dient ervoor te zorgen dat personen onder de 18 jaar geen kansspelautomaten bespelen.

9De exploitant is verplicht ervoor te zorgen dat de politie en de toezichthouders van de gemeente die met het toezicht op de naleving zijn belast, onmiddellijk en onbelemmerd toegang hebben tot het horecabedrijf;

10De door de politie, brandweer of toezichthouders gegeven opdrachten, voorschriften en aanwijzingen moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd;

11De aanwezigheidsvergunning kan worden ingetrokken als de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.