Aanhef
De gemeenteraad van de gemeente Smallingerland;
overwegende dat het Klimaatakkoord op 28 juni 2019 door het Kabinet is gepresenteerd;
dat zonne-energie een stap is richting een energieneutrale gemeente;
dat de gemeenteraad zich kan verenigen met de motieven die ten grondslag liggen aan het voorstel van burgemeester en wethouders;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 10 maart 2020;
B E S L U I T:
Het beleid "Verder met zonne-energie in Smallingerland vast te stellen waarbij op bladzij 19 in de laatste alinea de volgende zin wordt opgenomen "deze afspraken worden met harde financiële garanties onderbouwd".
Aldus vastgesteld door de raad voornoemd
in zijn openbare vergadering van 19 mei 2020;
griffier ,
voorzitter,
Hoofdstuk 3 De uitgangspunten voor locaties voor het opwekken van zonne-energie
3.1 De provincie Fryslân stelt kaders voor het aanleggen van zonnevelden
De provincie Fryslân is verantwoordelijk voor de 'kwaliteit fan de romte' in het buitengebied. Eind 2019 publiceerde zij het ontwerp van hun omgevingsvisie De Romte Diele. De notities 'Romte foar Sinne' en 'Sinnefjilden yn it lânskip’ zijn daarin opgenomen. Daarnaast publiceerde de provincie de 'Leidraad Sinnetafels'. Hierin beschrijft zij hoe zij initiatiefnemers kan helpen. De provincie brengt hierin vragen, belangen, kansen en wensen van alle betrokken partijen samen.
Over 'Romte foar Sinne' en de omgevingsvisie
In deze notitie beschrijft de provincie haar doelstellingen. En onder welke voorwaarden zij ruimte biedt aan zonnepanelen op de grond. De uitgangspunten zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. Belangrijke uitgangspunten zijn:
•Er moet genoeg ruimte zijn voor gemeentelijke beleidsambities en voor projecten van lokale energie-coöperaties.
•Het karakteristieke landschap moeten we beschermen.
•Het zonneveld moet goed aansluiten op een stad of dorp. Een richtlijn daarbij is dat er een kleine afstand (minder dan 200 meter) zit tussen de bebouwing en het zonneveld. De kwaliteit van het landschap is hierbij belangrijk. Dit is maatwerk per locatie.
•De omvang van zonnevelden bij de dorpen moet overeenkomen met de aard en schaal van het dorp.
•Kansen voor kleine zonnevelden bij agrarische bedrijven kunnen worden onderzocht.
Zonnevelden zijn uitgesloten in de volgende gevallen:
•Grote losliggende zonnevelden in het buitengebied wil de provincie liever niet.
•Grootschalige locaties bij een agrarisch bedrijf wil de provincie liever niet.
•Zonnevelden mogen niet aangelegd worden in gebieden die zijn aangewezen als provinciale natuurgebieden (NNN).
Over 'Sinnefjilden yn it lânskip' (2017)
Dit document is een aanvulling op de beleidsnotitie 'Romte foar Sinne'. Hierin staan 10 'vertrekpunten'. Deze punten leest u in figuur 2.
Figuur 1 Vertrekpunten, zoals beschreven in Sinnefjildenynitlanskip p. 12
3.2 Wij kunnen afwijken van de kaders van de provincie Fryslân
In punt 3.1 van dit hoofdstuk leest u de provinciale kaders voor de aanleg van zonnepanelen. Als gemeente bieden wij de mogelijkheid om in overleg van een aantal kaders af te wijken:
•Dorpen mogen meer opwekken dan wat ze nodig hebben. In ‘Romte foar sinne’ staat dat de omvang van zonnevelden bij dorpen overeen moet komen met de aard en schaal van het dorp. Dorpen mogen hiervan afwijken. Bijvoorbeeld als ze meer willen opwekken dan wat ze nodig hebben en hiermee energieleverancier worden.
•Zonnevelden mogen ook verder dan 50 - 200 meter van bestaand stedelijk gebied afliggen. Dit maakt een grotere groene buffer tussen bebouwing en zonneveld mogelijk. Dat kan als aanwonenden dit willen en als dat past in het landschap.
•Wij kunnen wel meewerken aan kleinschalige losliggende zonnevelden in het buitengebied. Bijvoorbeeld bij veehouders, als tweede stap naast zon op dak. De panelen moeten dan binnen het agrarisch bouwvlak geplaatst worden. De eventuele uitbreiding van het agrarisch bouwvlak moet voldoen aan het bestemmingsplan. Dit voorkomt losliggende velden. En de bebouwing in het buitengebied blijft geconcentreerd.
Let op:
Agrariërs wonen vaak in (buiten)gebieden met weinig aansluitmogelijkheden. Voor zonnevelden die meer opwekken dan het verbruik zijn grote investeringen nodig. Dit wil de netbeheerder het liefst voorkomen.
3.3 De capaciteit van het elektriciteitsnetwerk
De energie die wordt opgewekt door een zonneveld wordt geleverd aan het elektriciteitsnetwerk:
•Lokale middenspanningsnet: het laagspanningsnet ligt overal waar elektriciteit verbruikt wordt. Hier zijn bijvoorbeeld alle voedingspunten voor woningen op aangesloten. Kleinere zonnevelden tot ongeveer 2 MWA/ha kunnen hier op worden aangesloten. Maar alleen als er ruimte is op het elektriciteitsnetwerk.
•Middenspanningsnet: dit verbindt het hoogspanningsnet met het laagspanningsnet. In het middenspanningsnet zijn onderstations en regelstations opgenomen. Is er ruimte beschikbaar op de middenstations? Dan kunnen daar middelgrote zonnevelden op worden aangesloten (tot ongeveer 10 MWA/ha).
•Hoogspanningsnet: grote zonnevelden worden aangesloten op een onderstation van Liander of op het hoogspanningsnet van Tennet. Dit hangt af van de grootte en locatie. Tennet is de landelijke beheerder van het hoogspanningsnet in Nederland.
We betrekken Liander op tijd bij het uitwerken van initiatieven
Liander beheert het elektriciteits- en gasnet in Fryslân. De doelstelling van Liander is om de aansluit- en maatschappelijke kosten voor zonnevelden zo laag mogelijk te houden.
De eigenaren van zonnevelden betalen zelf de kosten om hun zonneveld op het elektriciteitsnet aan te sluiten. De netbeheerder betaalt extra investeringen die nodig zijn om het achterliggende elektriciteitsnet aan te passen. Zodat de energie getransporteerd kan worden. Alle investeringen die een netbeheerder doet, worden verwerkt in de tarieven voor stroom. Dit zijn dus maatschappelijke kosten.
De richtlijnen van de netbeheerder bij de zoeklocaties voor zon
1) Installeer zonnepanelen achter een bestaande aansluiting en gebruik de stroom direct.
De stroom wordt niet geleverd aan het elektriciteitsnet. Dit geldt bijvoorbeeld voor zonnepanelen op daken of panelen op eigen erf. Dit geldt ook voor bedrijven die elektriciteit nodig hebben op het moment dat de zon schijnt.
2) Installeer zonnepanelen achter een bestaande aansluiting en gebruik een deel van de stroom direct en lever een deel terug aan het net.
Dit kan als er ruimte is op het elektriciteitsnetwerk.
3) Combineer zonnestroom met wind.
De ritmiek van het opwekken van zon, sluit aan op de ritmiek van het opwekken van wind. Zon en wind kunnen daarom dezelfde aansluiting gebruiken.
4) Is een nieuwe aansluiting nodig? Houdt dan de afstand tot een bestaande kabel of station zo klein mogelijk.
Zoek aansluitpunten waarbij het net niet verzwaard hoeft te worden. Zo blijven de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk.
Hoofdstuk 4 Wij willen zonne-energie stimuleren
4.1 We realiseren zo veel mogelijk zon op het dak
Het streven blijft om zoveel mogelijk zonnepanelen op daken te realiseren. Zodat we zuinig kunnen omgaan met zonnepanelen op de grond en tegelijkertijd toewerken naar energieneutraliteit.
Hoe doen we dat?
•We stimuleren zon op de daken van bedrijven.
Dat doen we door hierover actief met de bedrijven in gesprek te gaan.
•We stimuleren zonne-energie op woningen.
Dat doen we onder andere door de duurzaamheidslening opnieuw te introduceren.
•We wijzen op verschillende landelijke financierings-en subsidieregelingen.
Zoals de salderingsregeling, SDE-subsidie en postcoderoos. U leest hierover meer in bijlage 2.
4.2 We zetten in op zon op de grond
Zuinig ruimtegebruik blijft voorop staan. Dubbel ruimtegebruik heeft de voorkeur boven enkel ruimtegebruik. Aan alle locaties met zonnepanelen stellen we voorwaarden voor de inrichting en het maatschappelijk draagvlak. Over het meedenken en meedoen leest u meer in hoofdstuk 6.
De volgende uitgangspunten zijn hierbij belangrijk:
Zon op de grond binnen het stedelijk gebied
In eerste instantie zoeken we locaties voor zon op de grond binnen het stedelijk gebied. Mogelijkheden voor zuinig en dubbel ruimtegebruik zoeken we bijvoorbeeld op:
•braakliggende terreinen
•ongebruikte grond op bedrijventerreinen
•geluidswallen
•ongebruikte grond bij infrastructuur
•carpoolplaatsen
•open veldjes
Extra voordeel is dat we hier de energie kunnen opwekken dichtbij de plek waar het wordt gebruikt. Zo kunnen kleine installaties binnen stedelijk gebied mogelijk aangesloten worden op het bestaande elektriciteitsnet. Hierover leest u meer in hoofdstuk 3 onder 3.3.
Zon op de grond grenzend aan bestaand stedelijk gebied
Aangrenzend aan het stedelijk gebied van Drachten zoeken we naar beschikbare gebieden voor zon op grond. Daarbij vinden we het belangrijk dat omwonenden kunnen meedenken en meedoen. Dit wordt beschreven in hoofdstuk 6.
Zon bij dorpen
Als gemeente ondersteunen we initiatieven vanuit de dorpen op allerlei manieren. Dit doen we onder andere met de Energiewerkplaats Fryslân. Deze organisatie biedt kennis en capaciteit aan dorpen en wijken die zelf aan de gang willen met een energievisie. En die hun eigen dorp of wijk energieneutraal willen maken. Daarvoor bieden wij ondersteuning. We voeren hierover al met een aantal dorpen gesprekken.
Zon bij agrariërs
We willen agrariërs mogelijkheden bieden om energieopwekking als neventak te ontwikkelen. Dit betekent dat zij meer opwekken dan zij nodig hebben voor eigen gebruik. De energie wordt dan teruggeleverd aan het net. Ook bieden we de mogelijkheid om naast zon op het dak, zon op de grond te realiseren binnen het bouwvlak. We bekijken per situatie wat de mogelijkheden zijn.
4.3 We hebben contact met de netbeheerder
Wij zijn steeds in gesprek met Liander over de huidige en toekomstige mogelijkheden van het netwerk. Het uitgangspunt om binnenstedelijke locaties te benutten past hierbij. Waarbij zoveel mogelijk bestaande aansluitingen kunnen worden gebruikt (zie ook hoofdstuk 3.3)
Hoofdstuk 5 Hoe stimuleren we zonnestroom?
5.1 We initiëren en stimuleren zonnestroom
We geven het goede voorbeeld voor duurzame energieopwekking
Dat doen we door panelen op onze eigen gebouwen te leggen. En door gemeentelijke gronden actief te ontwikkelen. We kiezen er hierbij nadrukkelijk voor om geen eigen energieleverancier te worden. Wel onderzoeken we de mogelijkheid voor samenwerking binnen Fryslân verder.
We helpen om energiecoöperaties op te zetten
Hiermee stimuleren we initiatieven van de bewoners zelf. We ondersteunen de energiecoöperaties met tijd, kennis en eventueel geld. We werken samen met Energiewerkplaats Fryslân en bieden een energieregisseur aan. Deze helpt bij afspraken tussen ontwikkelende partijen, de coöperaties en de dorpen. Zo vergroten we de kans op een succesvol initiatief.
We bieden overzichtelijke en gunstige leges aan
Voor de aanleg van zonnevelden is meestal een omgevingsvergunning nodig voor planologisch strijdig gebruik en voor bouwen. Daarvoor betaalt de aanvrager leges. Wij bepalen elk jaar de hoogte van de leges. De leges voor het onderdeel strijdig gebruik zijn een vast bedrag. Voor het onderdeel bouwen zijn de leges afhankelijk van de bouwkosten.
De aanvrager betaalt leges voor de omgevingsvergunning voor bouwen
De hoogte van de leges is afhankelijk van de bouwkosten. Zonnepanelen zijn duur en hebben daarom een grote invloed op de hoogte van de leges. Om de aanleg van zonnevelden te stimuleren, laten wij de aanschafkosten van de panelen buiten de bouwkosten. Zo blijven de leges lager. Daarnaast is de aanleg van panelen op daken vaak vergunningvrij.
5.2 We regisseren zonnestroom
We zorgen dat de zonnepanelen goed passen binnen het stedelijk gebied
De impact van zonnepanelen op de omgeving kan groot zijn. De opstellingen zijn vaak groot, industrieel en technisch. We zorgen er daarom voor dat deze zo goed mogelijk binnen de omgeving passen.
De voorwaarden zijn:
•De panelen staan in een aaneengesloten vlak of herkenbaar patroon.
•Het zonneveld wordt afgeschermd met een hekwerk of een sloot.
•De achterkanten en onderkanten van zonnepanelen zijn niet in het zicht.
•Zichtbare kanten van het paneelveld hebben geen ‘rafelige’ randen. Zie figuur 2.
•De afstand tussen het transformatorstation en een woning is minimaal 30 meter.
Figuur 2. Het uitlijnen van panelenrijen langs zichtbare randen.
Zonnevelden krijgen een groenstrook waar nodig
Langs recreatieve routes en grenzend aan woningen is een groenstrook van ongeveer 10 meter breed wenselijk. Met onder andere ‘streekeigen’ beplanting. De beplantingsstrook geldt voornamelijk voor zonnevelden in het buitengebied. Maatwerk is voor elke locatie belangrijk.
De zonnevelden mogen natuurwaarden niet schaden
Bij de aanleg van zonnevelden is het uitgangspunt dat de natuur erop vooruit moet gaan. Dat hebben brancheorganisaties uit de zonne-energiesector afgesproken met natuurorganisaties. Dit is beschreven in de Gedragscode Zon op Land. Er kan bijvoorbeeld ruimte blijven tussen het hekwerk en het maaiveld. Daardoor kunnen kleine zoogdieren vrij door het zonneveld lopen. Zonnevelden moeten niet helemaal worden volgebouwd met panelen die stroom opwekken. Er moet ook ruimte tussen zitten voor groen en 'natuurelementen' als poelen, nestplaatsen en bijenhotels. Ook kunnen de randen ingezaaid worden met kruiden en planten waar vlinders en andere insecten op af komen.
De zonnevelden moeten goed passen binnen het landschap
Landschappelijke inpassing vinden we belangrijk. Daar willen we voldoende ruimte voor bieden. Een grotere groene buffer tussen de bebouwing en het zonneveld is mogelijk als omwonenden dit graag willen en als het past in het landschap. In het buitengebied zien we 2 landschapstypes: het besloten landschap ‘De Noordelijke Wouden’ en het open gebied ‘De Veenpolders’. Bij de inpassing van zonnevelden moeten we rekening houden met de eigenschappen van het landschap.
Aandachtspunten zijn:
•De afstand tussen het zonneveld en de kavelgrens.
•Een inrichtingsplan.
•De bestaande houtsingels;
o Uitgangpunt is dat houtsingels niet gerooid worden.
o Waar nodig kunnen we bestaande houtsingels aanvullen of nieuwe houtsingels toevoegen. Om zo zonnevelden aan het zicht te onttrekken.
o De beeldbepalende houtsingels mogen niet worden gerooid.
o Is het toch de wens om houtsingels te rooien voor een zonneveld? Dan gelden de regels in het Bestemmingsplan Buitengebied 2013.
o Ook geldt een compensatieregeling als houtsingels worden gerooid (zie bijlage 5, 6 en 7 bij het bestemmingsplan Buitengebied).
De overige voorwaarden voor kwaliteit en inpassing leest u in de welstandsrichtlijnen in bijlage 3.
Voor bedrijventerreinen gelden minder strenge inpassingsregels
Bij bedrijventerreinen past een industriële uitstraling. Er gelden minder strenge regels voor landschappelijke inpassing.
Hoofdstuk 6 Hoe zorgen we ervoor dat inwoners kunnen meedenken en meedoen?
6.1 Meedenken in het proces
Projecten waarbij bewoners kunnen meedenken en meedoen hebben een grotere kans van slagen. In de Gedragscode Zon op Land (2019) staat dat organisaties en omwonenden die invloed ondervinden van het zonneproject kunnen bijdragen aan het ontwerp door (gebieds)kennis en wensen in te brengen. In gelijkwaardigheid en vertrouwen kunnen energiecoöperaties, ontwikkelaars, bewoners en
organisaties samen het plan uitwerken. Het doel van participatie is dat er een zorgvuldig proces is doorlopen. Hierdoor kan draagvlak ontstaan. Draagvlak betekent dat:
•Omwonenden kunnen zich vinden in een initiatief.
•Omwonenden weten wat de noodzaak is van energietransitie.
•Omwonenden weten waarom het belangrijk is om dit lokaal op te lossen.
Als wij een initiatief krijgen om een zonneveld aan te leggen zijn dit de stappen:
De stappen die hieronder zijn beschreven gelden op dit moment. Wij werken aan algemene participatierichtlijnen die gaan gelden voor alle projecten die in de gemeente uitgevoerd worden. Wanneer het college algemene richtlijnen vaststelt sluiten we bij zonne-projecten aan op die algemene richtlijnen.
Wij vragen de initiatiefnemer in gesprek te gaan met de omwonenden.
De initiatiefnemer en omwonenden gaan vanaf de start van een initiatief in gesprek over de uitwerking van het idee, de mogelijkheden, kansen en belangen. Hier kunnen ook meerdere bijeenkomsten voor nodig zijn. Bijvoorbeeld met een werkgroep.
De gemeenteraad kan uitgenodigd worden bij de bijeenkomsten als toehoorder.
De initiatiefnemer maakt van alle bijeenkomsten een verslag. Dat verslag is openbaar voor omwonenden en andere belanghebbenden.
Wij bieden ondersteuning aan op maat
Afhankelijk van het initiatief kijken we samen met betrokken inwoners welke ondersteuning zij nodig hebben. Dat kan een procesbegeleider zijn. Die zorgt ervoor dat nut en noodzaak voor het project duidelijk wordt. Deze helpt om de gesprekken soepel te laten verlopen. Maar de inwoners kunnen ook behoefte hebben aan meer inhoudelijke deskundigheid.
We geven advies aan de gemeenteraad
Voor zonnevelden in het buitengebied is een omgevingsvergunning voor het onderdeel 'strijdig gebruik' nodig. Hiervoor is een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig. Het college biedt hiervoor een onderbouwd advies aan de gemeenteraad aan. Als het nodig is kunnen we een informatiebijeenkomst organiseren voor raadsleden.
Een proces waarbij de inwoners zijn betrokken is een belangrijke eis voor de aanvraag van de omgevingsvergunning. Een omgevingsgericht proces helpt bij de afweging om wel of geen verklaring van geen bedenkingen af te geven.
We werken aan een breder maatschappelijk draagvlak
Ligt een initiatief voor een zonneveld binnen 500 meter van de komgrens van een dorp? Dan worden alle bewoners vanuit het postadres van het betreffende dorp uitgenodigd (acceptatiegebied). Dit is een bredere doelgroep dan de juridisch belanghebbenden (omwonenden). De juridisch belanghebbenden kunnen een zienswijze indienen op de aangevraagde omgevingsvergunning. Zo wordt een grotere groep mensen bewust van nut en noodzaak van het opwekken van duurzame energie. Dit zorgt voor een groter draagvlak.
Figuur 3 Invloedgebied zonneveld (bron: netwerk duurzame dorpen).
Deze aanpak sluit aan op de werkwijze in het Manifest 'Zonneparken Noord Nederland' van de Noordelijke milieufederaties en de koepelorganisaties voor onder andere de energiecoöperaties. U vindt het manifest en de gedragscode in bijlage 4.
6.2 Deelnemen is een mogelijkheid
We bieden omwonenden en belanghebbenden graag de mogelijkheid om voordeel te hebben van een zonneveld, al dan niet financieel. Dit noemen we financiële participatie. Daarmee verdelen we de lusten en lasten van zonnevelden evenrediger.
Financiële participatie
Hoe bewoners financieel mee kunnen doen moet per project onderzocht worden. Hier is geen standaard regel voor. Bij de start van een project vragen we de initiatiefnemer een voorstel te doen om participatiemogelijkheden uit te werken. De gemaakte afspraken leggen we vast in overeenkomsten.
Mogelijkheden voor participatie
1Financiële participatie met aandelen of lokaal eigendom via bijvoorbeeld een lokale energie coöperatie. Volgens het Klimaatakkoord moet je proberen dat 50% van het project voor het opwekken van duurzame energie in eigendom is van de lokale omgeving.
2Een gebiedsfonds, duurzaamheidsfonds of omgevingsfonds voor de directe omgeving van het zonneveld. Dit fonds wordt gevuld met een bedrag uit de opbrengsten van het zonneproject. De omgeving beslist mee waar het geld aan uitgegeven zal worden. Bijvoorbeeld aan projecten op het gebied van energietransitie, het versterken van het landschap of de biodiversiteit.
3Bijdragen aan de lokale economie.
Het aanleggen en het beheren van een zonneveld levert werk op. Bij voorkeur wordt het werk gegund aan lokale bedrijven. Hierdoor verdienen lokale bedrijven geld aan het zonneveld.
Het zonneproject moet een positieve bijdrage leveren aan de omgeving
De initiatiefnemer moet aantonen dat hij zich ingezet heeft om de financiële mogelijkheden aan te bieden. Hij moet investeerders goed en transparant infomeren over de risico’s van investeren.
Het kan zijn dat er in de directe omgeving niet voldoende belangstelling is voor de mogelijkheden om financieel mee te doen. Dan kan de gemeente in overleg met de omgeving en de initiatiefnemer afspraken maken over een andere manier waarop het zonneproject een positieve bijdrage kan leveren aan de omgeving.
De partijen leggen de afspraken vast in een overeenkomst
De initiatiefnemer, de gemeenten en de omgeving maken onderling afspraken. Partijen kunnen de afspraken vastleggen in een overeenkomst.
Hierin worden ook afspraken vastgelegd over de kosten voor het opruimen van het zonneveld. Deze afspraken worden met harde financiële garanties onderbouwd.
In dit hoofdstuk leest u wat de stappenplannen zijn om zonnepanelen aan te vragen en te realiseren.
Hoofdstuk 7 Wat zijn de procedures om zonnepanelen aan te vragen?
7.1 Voor zonnepanelen op daken is meestal geen vergunning nodig
De belangrijkste regels voor zonnepanelen op schuine daken zijn:
•Het zonnepaneel mag niet uitsteken. Het paneel moet aan alle kanten binnen het vlak van het dak blijven.
•Het zonnepaneel moet in of direct op het dakvlak worden geplaatst.
•De hellingshoek van het zonnepaneel moet hetzelfde zijn als die van het dakvlak waarop het ligt.
Voor zonnepanelen op platte daken geldt:
•Het zonnepaneel moet ten minste net zo ver verwijderd blijven van de dakrand als het paneel hoog is. Is het hoogste punt bijvoorbeeld 50 centimeter? Dan moet de afstand tot de dakrand(en) ook minimaal 50 centimeter zijn.
Voor zonnepanelen op monumenten geldt:
•De aanvrager neemt contact met ons op. We overleggen dan graag wat de mogelijkheden zijn.
7.2 Voor zonnevelden is een omgevingsvergunning nodig
Dit zijn de stappen:
We houden een vooroverleg
Wij gaan samen met de initiatiefnemer in gesprek over de uitwerking van het idee. De kwaliteit voor de omgeving en een helder participatieplan zijn hierbij belangrijk.
Het college van B&W besluit of zij achter het initiatief staat
Dit doen zij op basis van de informatie vanuit het vooroverleg. Is het college positief? Dan vragen wij de initiatiefnemer om het plan samen met de omgeving uit te werken.
We kijken wat het maatschappelijk draagvlak is
Dit is de eerste stap in de ruimtelijke procedure. Hierover leest u meer in hoofdstuk 6.
De initiatiefnemer laat de benodigde onderzoeken uitvoeren
Wij willen onder andere weten:
Ecologie:
•Zijn er natuurwaarden aanwezig die een beschermde status hebben vanuit de Wet
natuurbescherming?
•Welke maatregelen zijn eventueel nodig?
Archeologie:
Zijn er archeologische waarden in de bodem?
Watertoets:
•Beïnvloedt de ontwikkeling het watersysteem?
•Dit stemmen we af met Wetterskip Fryslân als dat nodig is.
Landschap:
•Hoe passen de zonnepanelen in het landschap?
•Waar komt de rand van het zonneveld?
•Hoe breed is deze rand en uit welke soorten bestaat de rand?
•Wat zijn de gevolgen voor het milieu, geluid, lichthinder en externe veiligheid?
De initiatiefnemer maakt de ontwerp- en inrichtingstekening
Dit doet hij op basis van de samenwerking met de omgeving en de resultaten uit de onderzoeken. Op de tekening zien we onder andere:
•Hoe ziet de inrichting eruit?
•Hoeveel panelen komen er?
•Waar komen de transformator- en inkoopstations?
We bespreken met de welstandscommissie 'hûs & hiem':
•het ontwerp van het zonneveld
•de kleur van de panelen
•de landschappelijke inpassing
•de vormgeving en kleur van gebouwen en hekwerken
De initiatiefnemer vraagt de omgevingsvergunning aan
Dit doet hij digitaal via het omgevingsloket: www.omgevingsloket.nl. Hij vraagt een vergunning aan voor:
•strijdig gebruik
•bouwen
•extra onderdelen: denk aan de onderdelen aanleg, uitrit of kappen.
De aanvrager voegt een advies toe van Liander over de mogelijkheid om aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Dit advies kan hij aanvragen op: www.mijnaansluiting.nl.
Wij beoordelen de aanvraag en nemen een besluit
•Voor de ruimtelijke procedure stellen wij een ruimtelijke onderbouwing op. Dit is nodig voor de omgevingsvergunning om te kunnen afwijken van de geldende bestemming.
•Het verlenen van de omgevingsvergunning met een uitgebreide procedure duurt ongeveer 6 maanden.
•Na publicatie van het initiatief ligt de ontwerpbeschikking 6 weken ter inzage.
•Belanghebbenden mogen zienswijzen indienen.
•Op basis hiervan kan het plan eventueel worden aangepast.
•Wij vragen de gemeenteraad om een verklaring van geen bedenkingen af te geven.
•Daarna kunnen wij de omgevingsvergunning verlenen.
•Tenslotte maken wij bekend dat de omgevingsvergunning is verleend.
Bronnen:
-Energie van Ons e.a. (2018). Manifest Zonneparken Noord Nederland. Geraadpleegd via https://nmfgroningen.nl/wp-content/uploads/sites/17/2019/05/manifest-Grondgebonden-zonnecentrales-1710-def.pdf (4-2-2020)
-Holland Solar e.a. (2019). Gedragscode Zon op Land. Geraadpleegd via
https://hollandsolar.nl/u/files/energie-samen-a4-klik-hr.pdf (4-2-2020)
-Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2019). Klimaatakkoord. Den Haag: EZK
-Provincie Fryslan (2019). De Romte Diele, ontwerp omgevingsvisie. Leeuwarden: Provincie Fryslân.
-Provincie Fryslan (2015). Notitie Romte foar Sinne. Leeuwarden: Provincie Fryslân.
-Provincie Fryslan (2017). Sinnefjilden yn it lânskip. Leeuwarden: Provincie Fryslân.