Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.wet: de Destructiewet;
b.aangifteplichtige: eigenaar of houder van destructiemateriaal;
c.destructiemateriaal: dode honden, dode katten en het krachtens artikel 2, tweede lid van de wet aangewezen dierlijk afval;
Artikel 2
Het college van burgemeester en wethouders wijst een verzamelplaats aan waar het destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen.
Artikel 3
De aangifteplichtige is verplicht uiterlijk op de eerste werkdag, die volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan, het materiaal te vervoeren naar de krachtens artikel 2 aangewezen verzamelplaats en het daar aan te geven en af te staan.
Artikel 4
Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden het destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met ander materiaal wordt voorkomen.
Artikel 5
De artikelen 3 en 4 vinden geen toepassing voor zover artikel 30 van het Destructiebesluit 1996 van toepassing is.
Artikel 6
Deze verordening treedt in wekring op de dag nadat die is bekendgemaakt.
Artikel 7
Deze verordening kan worden aangehaald als “Destructieverordening”.