Hoofdstuk 1: Inleiding
Tekst
Artikel 2:10 Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) regelt het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan. Met het opstellen van dit beleid en het ernaast vigerende beleid inzake terrassen wordt vastgelegd onder welke omstandigheden en onder welke voorwaarden iemand de openbare plaats (hierna: ook wel openbare ruimte of openbare weg) voor andere dan verkeersdoeleinden mag gebruiken. De intentie is niet om andere activiteiten dan verkeersactiviteiten in de openbare ruimte te verbieden; dat zou namelijk de levendigheid van het straatbeeld te veel aantasten en te kort doen aan een bredere functie die voornamelijk de winkelgebieden hebben. Het doel van dit beleidsstuk is te komen tot een zekere ordening van andere dan verkeersactiviteiten in de openbare ruimte, zodat de weg aan zijn oorspronkelijke bestemming kan blijven beantwoorden en de openbare ruimte de kwaliteit bezit die de gemeente nastreeft.
Dit beleidsstuk ziet op het reguleren van voorwerpen in de openbare ruimte en standplaatsen, niet zijnde terrassen. Het reguleren van terrassen zal plaatsvinden in een apart beleidsstuk. Er is gekozen voor een splitsing van het beleid, omdat het college ex. artikel 2:10 APV bevoegd is te besluiten over het plaatsen van voorwerpen in de openbare ruimte, hieronder vallen de standplaatsen en de overige voorwerpen op de weg. De burgemeester is ex. artikel 2:28 APV bevoegd te besluiten over de exploitatie van een openbare inrichting (terrassen incluis). Om de helderheid van de gemeentelijke regelgeving voor alle betrokkenen te vergroten, is er derhalve voor gekozen deze drie onderwerpen in twee aparte beleidsstukken uiteen te zetten.
Uitstallingen en overige voorwerpen in de openbare ruimte
Een uitstalling is alles wat direct voor de gevel van een bedrijfs- of winkelpand of gevel van een culturele en toeristische instelling op straat wordt geplaatst, niet zijnde een terras bij een openbare inrichting. Hier worden geen uithangborden of reclame die is vastgehecht aan het pand (daarvoor is een omgevingsvergunning noodzakelijk) onder verstaan. Willekeurige voorbeelden van een uitstalling zijn bijvoorbeeld een stoepbord met daarop de aanbiedingen, kledingrekken of bakken met koopwaar, maar ook een rek met kranten voor de boek- of tabakshandel. Ook speeltoestellen voor kinderen vallen onder de noemer ‘uitstalling’. De buiten de winkel uitgestalde koopwaar of stoepborden waarop koopwaar wordt aangeprezen, is bedoeld voor de voorbijganger die zich (nog) buiten de winkel bevindt. De uitstalling, eigenlijk een etalage buiten de winkel, heeft ook de functie te laten zien wat de aard is van de winkel: welke goederen er worden verkocht, op welke doelgroep de onderneming zich richt. Winkelwagens op het terrein van een supermarkt vallen buiten de noemer "uitstalling".
Daarnaast worden overige voorwerpen op of aan de openbare weg onderscheiden. Hierbij is te denken aan (tijdelijke) bouwmaterialen, vlaggen, spandoeken, driehoeks (of sandwich)borden e.d. Ook voor deze voorwerpen stelt dit beleidsstuk regels.
Standplaatsen
Tot slot zijn in dit stuk regels te vinden omtrent standplaatsen binnen de gemeente Sluis. Verkoop in de openlucht valt niet onder de noemer "uitstallingen" maar onder "standplaatsen" (“het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten…” artikel 5:17 APV). Hiervoor is een vergunning nodig op grond van artikel 5:18 APV. Deze beleidsnotitie stelt tevens het kader vast voor de vergunningverlening met betrekking tot standplaatsen. Met dit beleid wordt invulling gegeven aan de regels van de APV om een uniforme aanpak ten aanzien van standplaatsen te kunnen realiseren. In de onderhavige beleidsregels wordt onder meer het aantal locaties, de locaties zelf en de tijden gereguleerd om het gebruik van de standplaatsen in goede banen te leiden. Deze beleidsregels hebben6 als doel ondernemers en standplaatsvergunninghouders dan wel aanvragers duidelijkheid te bieden over hun mogelijkheden en positie. Daarnaast heeft het als doel het gemeentelijk apparaat helderheid te verschaffen ten aanzien van vergunningverlening en handhaving.
Normstelling
Het voorkomen van overlast, het streven van de gemeente om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren, alsmede het verduidelijken van de regelgeving, zijn aanleiding om goede afspraken te maken over de eisen die aan voorwerpen in de openbare ruimte moeten worden gesteld. Van de gemeente mag een zakelijke benadering verwacht worden daar waar het gaat om commercieel gebruik van de openbare ruimte. In vele gevallen is het beleid van toepassing, in specifieke gevallen zal door de gemeente maatwerk moeten worden geleverd. Dit maatwerk zal geschieden in een door het college verleende vergunning. Aan de vergunning zijn voorwaarden verbonden en deze voorwaarden kunnen per verleende vergunning verschillen.
Deregulering
In dit beleidsstuk is getracht, in het kader van deregulering, het aantal voorwaarden beperkt te houden en daar waar mogelijk, te werken met het indienen van een melding in plaats van het indienen van een vergunningaanvraag. De melding heeft een kortere administratieve doorlooptijd en wordt geaccepteerd of geweigerd, waarbij in de weigering wordt aangegeven waarom het niet mogelijk is en op welke wijze het voorwerp dan wellicht wel geplaatst kan worden. De APV van de gemeente Sluis is gebaseerd op de reeds gedereguleerde modelverordening van de VNG.
Kern
De doelstelling van de nadere regels is ervoor te zorgen dat een bijdrage wordt geleverd aan een prettig en veilig verblijf- en winkelklimaat, een verzorgd stads- en dorpsbeeld en goed toegankelijke straten, met name voor ouderen en gehandicapten. Om meer overzichtelijkheid op straat te verwezenlijken, is regulering noodzakelijk. Door middel van de nadere regels wordt duidelijk aangegeven op welke plaatsen en op welke wijze voorwerpen zonder vergunning, maar met een melding, in de openbare ruimte mogen worden geplaatst. De inrichting en uitstraling van deze voorwerpen zijn in beginsel de verantwoordelijkheid van de exploitant, maar zijn echter mede bepalend voor de uitstraling van de openbare ruimte. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid de kwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen en te bevorderen. Het mogen uitstallen van goederen in de openbare ruimte is daarom géén recht. Het is een gunst die de gemeente Sluis in de openbare ruimte biedt en, daar waar mogelijk, verantwoord en passend in de omgeving is.
Nieuw (aangepast) beleid
In dit beleid legt de gemeente Sluis de regels rondom het uitstallen van voorwerpen op een openbare plaats opnieuw vast. Voortschrijdend inzicht, ontwikkelingen, veranderde wet- en regelgeving en de grote aantrekkingskracht die de gemeente Sluis op (horeca-) ondernemers blijft uitoefenen, maakt dat de keuze is gemaakt het beleid te vernieuwen, optimaliseren en dereguleren. Het beleid is nieuw in die zin dat het aangepast oud beleid is. Inhoudelijk zijn er weinig veranderingen.
Voorafgaand aan de vaststelling zijn de bij het terrassen- en voorwerpen in de openbare ruimte betrokken partijen, waaronder ondernemersverenigingen, in de gelegenheid gesteld commentaar op de nadere regels te geven. Vanwege de minimale inhoudelijke veranderingen van het beleid is deze herziening van ondergeschikt belang te noemen en is er bij de vaststelling van het beleidsstuk voor gekozen niet de formele inspraakprocedure zoals deze is vastgelegd in de Inspraakverordening gemeente Sluis te volgen, doch, de importantie van de inbreng van ondernemers bij dit beleidsstuk te erkennen door deze in een informele procedure bij de voorbereiding van dit beleidsstuk te betrekken.