Aanhef
De raad der gemeente Sittard-Geleen,
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 oktober 2005, gemeenteblad 2005,
nummer
gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de:
Verordening op de heffing en invordering van staangeld 2006.
(Verordening staangeld 2006)
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
a.standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Woningwet;
b.woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Woningwet;
c.huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats c.a., waarin de huurbepalingen voor de standplaats zijn geregeld.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam “staangeld” wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden.
Artikel 3 Belastingplicht
Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft, wordt aangemerkt een lid van het huishouden van de woonwagen, die door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar wordt aangewezen.
Artikel 4 Vrijstelling
Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang met betrekking tot de standplaats een huurovereenkomst geldt.
Artikel 5 Belastingtarieven
Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 6 Belastingtijdvak
Het belastingtijdvak loopt van 1 juli tot en met 30 juni.
Artikel 7 Wijze van heffing
Het recht wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 vervalt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing wordt, wordt op schriftelijk verzoek ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 9 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er, met inbegrip van de maand van dagtekening van het aanslagbiljet, nog maanden in het belastingtijdvak overblijven. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
2In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval van dagtekening van het aanslagbiljet na het einde van het belastingtijdvak dat de aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Kwijtschelding
Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Machtiging tot overdracht van bevoegdheden
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van staangeld.
Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel
1De “Verordening staangeld 2004” wordt met ingang van 1 januari 2006 vervallen verklaard, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2006.
4Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening staangeld 2006”.
Tarieventabel
Behorende bij de verordening staangeld 2006
Woonwagenlocatie
SITTARD
Tarief (€)/maand
Aan ’t Broek
127,91
Beukenboomsweg
205,16
Beukenboomsweg 64
161,23
Boterbloemstraat
127,09
Dalstraat
124,62
Flemminghof
127,91
Flemminghof 7
85,29
Geleenderweg
127,91
Geleenderweg 19
85,29
Heerlenerweg
151,10
Manekoulsweg
143,13
Ritterberg 11,13, 15, 17, 19
205,16
Ritterberg 21
180,76
Schubertstraat
205,16
Schubertstraat 1
175,01
Schubertstraat 3 (zonder sanitair)
160,77
Sportcentrumlaan
127,09
Zonnebloemstraat
127,91
GELEEN
Biesenweg
96,87
Bosweg
185,45
Daniken
96,87
Oranjelaan
97,00
Hazenpad
185,36
Hazenpad 14
151,10
BORN
Obbichterweg 50,56,60,62,68,70,72 (m.s.)
189,20
Obbichterweg 52,54,58,64,66 (z.s.)
151,10
Achter het hout
126,33
Hitsberg
132,24
Grote Dries
198,64
Buchterweg
198,64
Karenstraat
136,63
Behoort bij besluit van de gemeenteraad van 9 november 2005De griffierDrs F.T.H.A. Coenen De voorzitterDrs W.J.A. Dijkstra
Tarieventabel per 1-1-2011
GB322a 23-01-2010 tarieventabel staangeld woonwagens per 1-1-2011.pdf