Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Sittard-Geleen 2026 (1e wijziging)

Gemeente Sittard-Geleen · geldt sinds 25 december 2025

Aanhef

De Raad van de gemeente Sittard-Geleen,

Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 september 2025, met registratienummer Z/25/776979.

Gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de geldende Parkeerverordening,

b e s l u i t :

Vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Sittard-Geleen 2026 (1e wijziging)

(Verordening parkeerbelastingen Sittard-Geleen 2026 (1e wijziging))

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Sittard-Geleen een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel;

b.houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;

c.motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

d.parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

e.parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven:

a.een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

b.een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

2Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

a.degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

b.zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat:

1als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;

2als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.

3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

4De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

1De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

2Voor de berekening van een eenheid wordt, tenzij anders is aangegeven, in de tarieventabel onder een gedeelte van een eenheid verstaan een volle eenheid.

Artikel 5 Wijze van heffing

1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

3Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd (indien nodig voor aangifte) of waarvoor de vergunning geldt worden opgegeven.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld

1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer..

2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7 Termijnen van betaling

1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.

2In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip dat de vergunning wordt verleend.

4In afwijking in het bepaalde in lid 3, moet de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, overeenkomstig de aangifte, indien deze langs elektronische weg wordt gedaan, onverwijld worden betaald.

5In afwijking van de leden 3 en 4 moet de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, overeenkomstig de aangifte, indien deze langs elektronische weg wordt gedaan en de vergunning niet onverwijld kan worden verleend of indien de aangifte op schriftelijke wijze wordt gedaan, worden betaald binnen één maand na dagtekening van de kennisgeving.

6Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8 Heffing naar tijdsgelang

1Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, die naar kwartaal of jaartarieven wordt geheven, in de loop van een belastingtijdvak aanvangt is deze belasting, verschuldigd vanaf het begin van de maand van aangifte.

2Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, die naar kwartaal- of jaartarieven wordt geheven, in de loop van een belastingtijdvak eindigt, bestaat voor deze belasting aanspraak op ontheffing voor zoveel maanden van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde belasting als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit

Artikel 10 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82,00.

Artikel 11 Vrijstelling

Houders van een geldige Europese Gehandicaptenparkeerkaart, die parkeren op een algemene gehandicaptenparkeerplaats, die is aangewezen als een plaats waarvoor betaald parkeren geldt, zijn vrijgesteld mits de Europese Gehandicaptenparkeerkaart met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit in het motorvoertuig is geplaatst. Deze vrijstelling geldt voor een aaneengesloten periode van maximaal 3 uur. De aanvang van de parkeertijd dient te worden aangegeven door het, conform de wettelijke voorschriften, instellen van een parkeerschijf, die eveneens op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit in het motorvoertuig is geplaatst.

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Overgangsrecht

De ‘Verordening parkeerbelastingen Sittard-Geleen 2026, vastgesteld op 12 november 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14 Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening parkeerbelastingen Sittard-Geleen 2026’.

Tarieventabel (publiekrechtelijk) Behorende bij de Verordening parkeerbelastingen Sittard-Geleen 2026

1.Het tarief voor het parkeren als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de verordening bedraagt:

Locatie:

Minimale inworp:

Tarief:

Tarief volgend op tarief in vorige kolom

Parallelweg, Sittard (Nettorama)

€ 0,10

1euur €0,60

daarop volgende

30minuten € 0,30

€ 1,90 per uur

Stations(voor)plein

(van Stationsdwarsstraat t/m Coffeeshop), Sittard

€ 0,10

1ehalf uur € 3,80

€ 5,70 per uur

Tempelplein, Sittard

€ 0,10

1euur € 3,80

2euur € 3,80

€ 5,70 per uur

Parkeerterrein Steenweg, Sittard

€ 0,10

1uur € 1,90

€ 1,90 per uur met een maximumtarief van € 5,00

Overige locaties Sittard (hierboven niet met name genoemd)

€ 0,10

1uur € 1,90

€ 1,90 per uur

Geleen

€ 0,10

1uur € 1,00

€ 1,00 per uur

* Daar waar het maximumtarief € 5,00 is, betreft het een dagkaart waarmee de gehele dag kan worden geparkeerd.

Betaald parkeertijden:

–ma-za 09.00-19.00 uur

–koopavonden tot 22.00 uur

–koopzondagen 12.00-18.00 uur*

*Data van (gratis) koopzondagen worden getoond op de displays van de parkeerautomaten

Betaald parkeertijden Stadssporthal Sittard:

–Maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 9.00 uur tot 16.00 uur

–Woensdag van 9.00 uur tot 13.00 uur

2.Het tarief voor parkeren als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening bedraagt voor:

2aVergunningen

Type vergunning:

Tarief per kwartaal:

Tarief per jaar:

Kantoorurenvergunning (geldig ma-vr 09.00-19.00 uur)

€ 130,50

Winkelurenvergunning (geldig gedurende de betaald parkeertijden)

€ 183,00

Combivergunning (geldig ma-vr 09.00-19.00 uur)

€ 130,50

Algemene vergunning (niet locatiegebonden op kenteken*)

€ 201,00

Algemene vergunning (niet locatiegebonden, kentekenloos**)

€ 402,00

Stadssporthal Sittard

€ 93,00

Vergunning voor burgerleden en raadsleden op donderdag vanaf 17:00 voor de parkeerterreinen Elisabethstraat en Markt (voor stadswinkel) in Geleen

€ 80,00

*drie kentekenwijzigingen zonder kosten

** alle kentekenwijzigingen zonder kosten

2bBewonersvergunningen

Type vergunning:

Tarief per jaar:

Tarief per uur

Centrumvergunning

€ 75,00

Extra centrumvergunning (centrum) per extra voertuig

€ 120,00

Schilvergunning

€ 75,00

Bezoekersvergunning (schil)

€ 0,20

2cKraskaarten

Type kraskaart

Tarief per 10 stuks:

Kraskaart t.b.v. bewoners

€ 25,00

Kraskaart t.b.v. bedrijven

€ 50,00

–bestemd voor bewoners en bedrijven in de bestaande gereguleerde gebieden met vergunningparkeren om hun bezoekers te faciliteren.

–maximaal 4 uur parkeren met één kraskaart

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.