Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregeling monumenten en klein erfgoed Sittard-Geleen

Gemeente Sittard-Geleen · geldt sinds 29 december 2015

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen;

overwegende dat het gewenst is cultuurhistorische waarde te behouden en te beschermen in de gemeente Sittard-Geleen;

gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Sittard-Geleen 2015;

mede gelet op de Beleidsnota archeologie en monumenten d.d.13 september 2012;

besluiten vast te stellen de volgende subsidieregeling:

Subsidieregeling monumenten en klein erfgoed Sittard-Geleen

Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

1In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

a) ARK:

Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit die op basis van de Monumentenwet 1988 is ingesteld op het gebied van de monumentenzorg;

b) Asv:

Algemene subsidieverordening gemeente Sittard-Geleen 2015;

c) Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

d) Bijzondere onderdelen:

beschermingswaardige onderdelen van een monument die als zodanig zijn vermeld in de redengevende omschrijving van het monument;

e) BRIM:

Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten;

f) Burgemeester en wethouders:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen;

g) Eigenaar:

de natuurlijke of de rechtspersoon, die het recht van eigendom of een ander gelijkwaardig zakelijk recht heeft op een monument;

h) Gemeentelijk monument:

een monument, aangewezen conform het bepaalde in de Erfgoedverordening Sittard-Geleen 2012;

i) Inspectierapport:

een rapport opgesteld door Monumentenwacht Limburg dat een gedetailleerde omschrijving van de technische staat van de bijzondere onderdelen van het monument omvat en niet ouder is dan twee jaar;

j) Instandhouding:

onderhouds- of kleine restauratiewerkzaamheden die noodzakelijk zijn om een monument in goede staat te houden dan wel als zodanig in stand te houden én kostbare grootschalige restauraties voorkomen;

k) Klein erfgoed:

kruisen, kapellen, beelden, gevelstenen en gedenkstenen, die een hoge geschiedkundige waarde hebben en beeldbepalend voor de omgeving zijn;

l) Niet-rendabel rijksmonument:

een rijksmonument dat uit de aard der zaak niet op een rendabele wijze kan worden geëxploiteerd;

m) Monument:

een gemeentelijk of niet-rendabel rijksmonument;

n) Opheffen verstoringen:

het opheffen van verstoringen van de architectonische waarden aan de voorgevel van een gemeentelijk monument;

o) RCE:

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;

p) Redengevende omschrijving:

omschrijving van het bijzonder onderdeel van het monument inclusief motivatie conform het bepaalde in de Erfgoedverordening Sittard-Geleen 2012;

q) Restauratie:

werkzaamheden aan een monument die het normale onderhoud te boven gaan en welke noodzakelijk zijn voor het behoud van de cultuurhistorische waarden van het monument of onderdelen hiervan;

r) Rijksmonument:

door het rijk aangewezen monument conform het bepaalde in de Monumentenwet 1988;

s) Subsidiabele kosten:

de kosten voor:

· de (sober en doelmatig) instandhouding en/of restauratie van een monument of klein erfgoed;

· het opheffen van verstoringen aan de voorgevel van een gemeentelijk monument.

t) Verbeteringsplan:

een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden bestaande uit bouwkundige tekeningen alsmede een (globale) omschrijving van de werkzaamheden, kleur, tijdsplanning, een specificatie van de kosten per eenheid in manuren en materialen.

Artikel 1.2 Doelstelling

In het belang van het beschermen van de cultuurhistorische waarde en het verbeteren van historische beeldkwaliteit, met inachtneming van het bepaalde in de Monumentenwet 1988, de Erfgoedverordening Sittard-Geleen 2012, de Asv en de regels in deze subsidieregeling kunnen burgemeester en wethouders subsidie verlenen ten behoeve van:

a) de instandhouding van bijzondere onderdelen van gemeentelijke monumenten;

b) de instandhouding van niet-rendabele rijksmonumenten;

c) het opheffen van verstoringen aan de voorgevel van een gemeentelijk monument;

d) het uitvoeren van restauratie- of instandhoudingswerkzaamheden aan klein erfgoed.

Artikel 1.3 Verlening van de subsidie

1Subsidie wordt verleend aan de eigenaar van een monument of de aanvrager ten behoeve van klein erfgoed.

2Indien een eigenaar zelf werkzaamheden in het kader van restauratie- of instandhoudingswerkzaamheden verricht, zijn diens loonkosten niet subsidiabel tenzij hij die werkzaamheden verricht in het kader van een door hem gedreven onderneming.

3Subsidie wordt verleend voor zover de werkzaamheden noodzakelijk zijn voor:

· de instandhouding en/of restauratie van het monument of klein erfgoed;

· het opheffen van verstoringen aan de voorgevel van een gemeentelijk monument.

Artikel 1.4 Subsidieplafond

1Burgemeester en wethouders kunnen voor deze subsidieregeling binnen de in de gemeentelijke begroting vastgestelde programma’s jaarlijks een subsidieplafond vaststellen.

2De behandeling van de aanvragen, geschiedt in volgorde van indiening bij burgemeester en wethouders. Als aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvullende aanvraag is ingediend.

Artikel 1.5 Algemene bepalingen inzake aanvraag en beslissing

1Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een aanvraagformulier.

2Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

3Burgemeester en wethouders kunnen de termijn als bedoeld in lid 2 eenmalig met maximaal 13 weken verlengen.

Artikel 1.6 Weigering subsidie

1De subsidie kan, naast de in artikel 10 Asv en artikelen 4:25 en 4:35 Awb genoemde gronden, in ieder geval (deels) geweigerd worden indien:

a) de subsidiabele restauratie- en instandhoudingskosten op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht;

b) met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;

c) de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat.

HOOFDSTUK 2 Subsidie voor de instandhouding van bijzondere onderdelen van gemeentelijke monumenten

Artikel 2.1 Algemene bepalingen

Voor subsidiëring komen alleen bijzondere onderdelen van gemeentelijke monumenten in aanmerking die als zodanig in de redengevende omschrijving zijn vermeld conform het bepaalde in de Erfgoedverordening Sittard-Geleen 2012.

Artikel 2.2 Aanvraag van subsidie

1Per gemeentelijk monument kan door de eigenaar éénmaal per kalenderjaar een aanvraag voor de instandhouding van bijzondere onderdelen worden ingediend.

2De aanvraag bestaat uit:

a) een volledig ingevuld aanvraagformulier;

b) een inspectierapport;

c) een toelichting inzake de oorzaken van de gebreken;

d) bouwkundige tekeningen en/of foto’s van de bestaande toestand;

e) een specificatie van de kosten per eenheid in manuren en materialen en

f) een tijdsplanning van de geplande instandhoudingswerkzaamheden.

3Burgemeester en wethouders kunnen nadere gegevens opvragen.

Artikel 2.3 Subsidiegrondslag en -bedrag

1De subsidie voor instandhouding van bijzondere onderdelen van gemeentelijke monumenten bedraagt 50 % van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 2.500,-- per kalenderjaar. De subsidiabele kosten worden vastgesteld aan de hand van de “Leidraad BRIM subsidiabele instandhoudingskosten”.

2De eigenaar van een gemeentelijk monument kan éénmaal in de twee jaar in aanmerking komen voor een subsidie van 50 % tot een maximum van € 500,-- voor het opstellen van het inspectierapport van een gemeentelijk monument.

Artikel 2.4 Vaststelling en bevoorschotting

1De subsidie wordt voor 100 % als voorschot verstrekt.

2Na afloop van de instandhoudingswerkzaamheden zendt de eigenaar binnen 8 weken een financiële verantwoording aan burgemeester en wethouders.

3Bij de financiële verantwoording worden gelijktijdig kopieën van rekeningen van de uitgevoerde instandhoudingswerkzaamheden overlegd.

4Na indiening van de financiële verantwoording, als bedoeld in lid 2, stellen burgemeester en wethouders ambtshalve de subsidie vast aan de hand van een berekening van de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten.

HOOFDSTUK 3 Subsidie voor de instandhouding van niet-rendabele rijksmonumenten

Artikel 3.1 Algemene bepalingen

Voor subsidiëring komen alleen niet-rendabele rijksmonumenten in aanmerking.

Artikel 3.2 Aanvraag van subsidie

1Per niet-rendabel rijksmonument kan door de eigenaar éénmaal per zes jaar een aanvraag voor subsidie worden ingediend.

2De aanvraag bestaat uit:

a) een volledig ingevuld aanvraagformulier;

b) een kopie van het door de RCE goedgekeurde instandhoudingsplan en

c) een kopie van het besluit van de RCE inzake de vaststelling van de subsidiabele instandhoudingskosten en verlening van de subsidie;

d) indien aangevraagd een kopie van het besluit van de provinciale subsidieverlening of een kopie waaruit blijkt dat de provinciale subsidieaanvraag is ingediend.

3Burgemeester en wethouders kunnen nadere gegevens opvragen.

Artikel 3.3 Subsidiegrondslag en -bedrag

1Subsidie kan alleen verleend worden voor niet-rendabele rijksmonumenten waarvoor ook subsidie is verleend op grond van het BRIM.

2De subsidieverlening vindt plaats op basis van het besluit van de RCE.

3Subsidiabel zijn de instandhoudingskosten die door de RCE voor het desbetreffende instandhoudingsplan zijn vastgesteld.

4De subsidie voor de instandhouding van niet-rendabele rijksmonumenten bedraagt maximaal 10 % van de door RCE vastgestelde subsidiabele kosten.

5De gestapelde subsidie van rijk, gemeente en provincie kan nooit meer bedragen dan 90 % van de subsidiabele instandhoudingskosten, zoals deze bij besluit van de RCE zijn vastgesteld.

Artikel 3.4 Vaststelling en bevoorschotting

1De subsidie wordt jaarlijks voor 100 % als voorschot verstrekt op basis van de verstrekte overzichten van het Nationaal Restauratiefonds.

2Ten behoeve van de vaststelling van de gemeentelijke subsidie moet de eigenaar binnen 13 weken na ontvangst van het besluit van de RCE inzake de vaststelling van de daadwerkelijk gemaakte subsidiabele kosten, een kopie van dit besluit indienen bij burgemeester en wethouders.

HOOFDSTUK 4 Subsidie voor het opheffen van verstoringen aan de voorgevel van een gemeentelijk monument

Artikel 4.1 Algemene bepalingen

Voor subsidiëring komt alleen een gemeentelijk monument in aanmerking waarvan de architectonische waarden aan de voorgevel zijn verstoord.

Artikel 4.2 Aanvraag van subsidie

1Per gemeentelijk monument kan door de eigenaar eenmalig een aanvraag voor subsidie voor het opheffen van verstoringen aan de voorgevel worden ingediend.

2De aanvraag bestaat uit:

a) een volledig ingevuld aanvraagformulier;

b) een verbeteringsplan;

c) een onderzoek naar de oorspronkelijke situatie en/of situaties vóór de aanwezigheid van de verstoring(en) en

d) een onderzoek naar de waarden van het monument (waardestelling).

3Burgemeester en wethouders kunnen ter nadere gegevens opvragen.

Artikel 4.3 Subsidiegrondslag en -bedrag

1Subsidie kan alleen verleend worden aan de eigenaar van een gemeentelijk monument ten behoeve van het opheffen van verstoringen aan de voorgevel.

2Het opheffen van verstoringen aan de voorgevel levert, gehoord de ARK, een bijdrage aan het bevorderen van de architectonische kwaliteit en belevingswaarde van de omgeving en daarmee een toeristische of economische impuls geven aan de gemeente.

3De subsidie voor het opheffen van verstoringen aan de voorgevel van een gemeentelijk monument bedraagt 50 % van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 2.500,--.

4De bijdrage in de planvorming voor het opheffen van verstoringen aan de voorgevel van een gemeentelijk monument bestaat uit een subsidie van 50 % tot een maximum van € 500,-- in de kosten van:

a) een onderzoek naar de oorspronkelijke situatie en/of situaties vóór de aanwezigheid van verstoringen en

b) een onderzoek naar de waarden van het gemeentelijk monument (waardestelling).

Artikel 4.4 Vaststelling en bevoorschotting

1De subsidie wordt voor 100 % als voorschot verstrekt.

2Na afloop van de werkzaamheden zendt de eigenaar binnen 8 weken een financiële verantwoording aan burgemeester en wethouders.

3Bij de financiële verantwoording worden gelijktijdig kopieën van rekeningen van de uitgevoerde werkzaamheden overlegd.

4Na indiening van de financiële verantwoording, als bedoeld in lid 2 van dit artikel, stellen burgemeester en wethouders ambtshalve de subsidie vast aan de hand van een berekening van de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten.

HOOFDSTUK 5 Subsidie voor restauratie en instandhouding van klein erfgoed

Artikel 5.1 Algemene bepalingen

Voor subsidiëring komt alleen klein erfgoed in aanmerking dat zich op grondgebied van de gemeente Sittard-Geleen bevindt en niet is aangewezen als monument.

Artikel 5.2 Aanvraag van subsidie

1Een subsidie kan worden aangevraagd door een natuurlijk persoon, heemkundige vereniging of vrijwilligersorganisatie.

2De aanvraag bestaat uit:

a) een volledig ingevuld aanvraagformulier;

b) foto’s van de bestaande toestand;

c) een toelichting inzake de oorzaken van de gebreken;

d) een specificatie van de kosten per eenheid in manuren en materialen en

e) een tijdsplanning van de geplande werkzaamheden.

3Burgemeester en wethouders kunnen nadere gegevens opvragen.

Artikel 5.3 Subsidiegrondslag en -bedrag

1Subsidiabel zijn de kosten voor de restauratie of instandhouding van klein erfgoed.

2De subsidie als bedoeld in lid 1 bedraagt 100 % tot een maximum van € 1.500,--.

Artikel 5.4 Vaststelling en bevoorschotting

1De subsidie wordt voor 100 % als voorschot verstrekt.

2Na afloop van de restauratie- of instandhoudingswerkzaamheden zendt de aanvrager binnen 8 weken een financiële verantwoording aan burgemeester en wethouders.

3Bij de financiële verantwoording worden gelijktijdig kopieën van rekeningen van de uitgevoerde restauratie- of instandhoudingswerkzaamheden overlegd.

4Na indiening van de financiële verantwoording, als bedoeld in lid 2, stellen burgemeester en wethouders ambtshalve de subsidie vast aan de hand van een berekening van de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten.

HOOFDSTUK 6 Overige bepalingen

Artikel 6.1 Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders kunnen, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 6.2 Overgangs- en slotbepalingen

1Deze subsidieregeling kan worden aangehaald als “Subsidieregeling monumenten en klein erfgoed Sittard-Geleen” en treedt in werking de dag na de dag van bekendmaking.

2De “Subsidieverordening Cultuurhistorisch Erfgoed Sittard-Geleen 2008”, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 20 maart 2008, vervalt op moment van in werking treding van deze subsidieregeling.

3Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze subsidieregeling blijven de bepalingen zoals opgenomen in de "Subsidieverordening Cultuurhistorisch Erfgoed Sittard-Geleen 2008" van toepassing.

4Op subsidies die voor inwerkingtreding van deze subsidieregeling zijn verleend en die nog niet zijn vastgesteld, blijven de bepalingen zoals opgenomen in de “Subsidieverordening Cultuurhistorisch Erfgoed Sittard-Geleen 2008” van toepassing.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.