5. Algemeen
Artikel 1: Waarnemen en meten
In geval van Hoogwater Maas voert RWS voor de Regio NML c.q. RBZL exclusief het proces “waarnemen en meten” uit en is daarmee de enige instantie die voor de rampenbestrijding in dit kader aan de Regio NML c.q. RBZL relevante gegevens of voorspellingen kan afgeven omtrent waterstanden en/of debieten. Waarnemingen of gegevens in genoemd kader door derden aangeleverd zullen door de Regio NML c.q. RBZL niet worden gehanteerd zolang ze niet door RWS zijn bevestigd.
Artikel 2: Verzenden van hoogwaterberichten
1In het hoogwaterseizoen draagt RWS zorg voor verzending (via RIZA) aan de Regio NML c.q. RBZL van de prognoses voor alle vaste meetpunten, zoals genoemd in het extern hoogwaterplan van RWS, digitaal en op de volgende tijdstippen:
-bij prognoses van ca. 1500 m3/s en meer te Borgharen-dorp twee maal daags, ontvangst bericht door de Regio NML c.q. RBZL tenminste om 08.00 uur en bij voorkeur om 20.00 uur;
-bij prognoses van ca. 1970 m3/s en meer te Borgharen-dorp tenminste drie maal daags, ontvangst bericht door de Regio NML c.q. RBZL in ieder geval om 08.00 uur, om 14.00 uur en om 20.00 uur;
-bij prognoses van ca. 2500 m3/s en meer te Borgharen-dorp tenminste 4 maal daags, ontvangst bericht door de Regio NML c.q. RBZL in ieder geval om 08.00 uur, om 14.00 uur, om 20.00 uur en om 02.00 uur.
2Bij de prognoses voor de vaste meetpunten zoals genoemd in lid 1 worden nader te bepalen marges gehanteerd teneinde voor de stroomafwaarts gelegen gemeenten de nauwkeurigheid of onnauwkeurigheid van de voorspellingen aan te geven.
3Voor prognoses kan geen absolute nauwkeurigheid worden gegarandeerd. Hieraan kunnen dan ook noch door de Regio NML c.q. RBZL noch door de individuele gemeenten in de regio Noord- en Midden-Limburg en Zuid-Limburg rechten worden ontleend. RWS is derhalve niet aansprakelijk voor de eventuele schade die uit het gebruik van deze voorspellingen voortvloeit of zou kunnen voortvloeien.
4De Regio NML c.q. RBZL zal de individuele gemeenten instrueren dat de gegevens en voorspellingen op de overeengekomen tijdstippen door RWS aan de Regio NML c.q. RBZL zullen worden gegeven, en dat aan verzoeken om tussentijdse informatie van individuele gemeenten geen gehoor zal worden gegeven door RWS. Dit laat onverlet dat gemeenten het algemeen informatienummer van RWS kunnen bellen.
Artikel 3: Overige communicatie
1Zolang de (Regionaal) Operationeel teams (hierna te noemen: (R)OT’s) niet actief zijn, zal de Regio NML c.q. RBZL centraal via de Regionaal Commandant van Dienst respectievelijk de Regionaal Officier van Dienst communiceren met RWS.
2RWS stelt ten behoeve van de (R)OT’s te Venlo en te Maastricht liaisons beschikbaar vanaf het moment dat deze (R)OT’s voor het eerst bij elkaar komen en vervolgens conform afspraken in de (R)OT’s.
3Vanaf de eerste vergadering van de (R)OT’s zal de Regio NML c.q. RBZL zaken met betrekking tot waarnemingen en metingen centraal middels deze liaisons communiceren.
Artikel 4: Vergoeding
Aan de uitvoering van deze overeenkomst zijn voor geen van de partijen kosten verbonden.
Artikel 5: Duur en beëindiging van de overeenkomst
1Deze overeenkomst treedt in werking vanaf het hoogwaterseizoen 2004-2005 of zoveel eerder als digitale verzending van prognoses voor vaste meetpunten conform het gestelde in artikel 2 technisch mogelijk is.
2De overeenkomst heeft de looptijd van 1 jaar en wordt telkens stilzwijgend verlengd voor de periode van 1 jaar.
3Opzegging geschiedt schriftelijk door middel van een aangetekend schrijven met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie maanden.
Artikel 6: Slotbepalingen
1Deze overeenkomst kan slechts worden gewijzigd door middel van een schriftelijk stuk dat door alle partijen is ondertekend.
2Deze overeenkomst zal jaarlijks worden geëvalueerd.
3Indien zich een geschil voordoet ten aanzien van de interpretatie of uitvoering van deze overeenkomst, zullen partijen dat geschil zo spoedig mogelijk in der minne oplossen.
Aldus in drievoud opgemaakt te Venlo, op ……..…… 2004.
Voor RWS Voor de Regio NML Voor RBZL
Bijlage
Bijlage 3 Hulpmiddel besluitvorming evacuatie
Onderstaande factoren spelen allen een rol bij de overweging om wel of niet te gaan evacueren. Door elke factor per gebied te wegen en aan te kruisen ontstaat een urgentiebeeld voor evacuatie. Ligt de nadruk overduidelijk op het linker deel van de schalen dan zal die over het algemeen lager liggen, dan wanneer men overwegend aan de rechterzijde van het model zit. Het geheel vormt een model dat uiteraard slechts een hulpmiddel is om tot een afgewogen besluit te komen. Dit model is niet regiobreed toepasbaar, omdat factoren van gebied tot gebied kunnen verschillen.
Wel dient de beleidslijn gehanteerd te worden dat een besluit of advies van toepassing moet zijn op alle personen binnen één aaneengesloten geografisch gebied met logische en handhaafbare grenzen.
Factor
Niet evacueren
Evacuatieadvies
Verplicht evacueren
Waterkracht
Nauwelijks stroming
Stroming levensbedreigend
Waterhoogte
Centimeters
Meters
Duur
wateroverlast
Uren
Weken
Weers-
omstandigheden
Gunstig
Ongunstig
Routes, bereikbaarheid
Goed begaanbaar
Onbegaanbaar (lopend / rollend)
Uitval Nutsvoorzieningen
Geen uitval
Totale uitval
Bedreiging Volksgezondheid
Geen bedreiging
Concrete dreiging
Milieugevaarlijke stoffen
Geen Verspreiding
Verspreiding buiten instelling
Beveiliging, ordehandhaving
Onmogelijk
Optimaal mogelijk
Zelfredzaamheid
Iedereen zelfredzaam
Meerderheid niet zelfredzaam
Hulverlenings-capaciteit
Ruim over
Ernstig tekort
Alternatieve maatregelen
Alternatieven mogelijk
Geen mogelijkheden
Externe druk op besluit evacueren
Geen druk c.q. onrust
Hoge druk,bestuur- lijke aanwijzing
Wat doen de buren?
Buren evacueren niet
Buren evacueren
Evacuatietijd beschikbaar - nodig
Tijd over
Tijd tekort
Onzekerheid, marges
Onzekerheid, ruime marges
Zekerheid, geen marge
Juridische afweging
Weinig draagvlak
Veel draagvlak
Toelichting factoren
Waterkracht, watersnelheid
Dit speelt bij dijkoverstroming minder een rol, maar wanneer een dijk het begeeft zal het water met meer kracht en snelheid het achterliggende gebied binnenstromen. De gevaarszetting is vooral afhankelijk van de grootte van de bres en het verschil in waterhoogte tussen buiten- en binnendijks. Ook de afstand van woningen tot de doorbraak zal een sterke relatie hebben met betrekking tot de gevaarszetting van de bewoners. Hoe groter de waterkracht, hoe groter de noodzaak tot evacuatie.
Waterhoogte
Dit aspect betreft alleen het directe effect van waterhoogte op de gevaarszetting: natte voeten, tot het middel in het water, of alleen op de 1e verdieping nog veilig: hoe hoger het water, hoe groter de noodzaak tot evacuatie. Het water staat niet in iedere woning even hoog, er zullen ook woningen zijn die niet onderlopen maar wel door water omgeven zijn. Het gaat hier om een goed gemiddelde.
Duur van de blootstelling
Is er overlast gedurende enkele uren te verwachten, of praten we over dagen of weken? Dit raakt aan diverse andere aspecten als volksgezondheid, bereikbaarheid, capaciteit hulpdiensten etc. Bepalend hiervoor zijn onder andere de waterkeringen (beschermen aanvankelijk tegen overstroming, maar bemoeilijken bv. na een overstroming het normalisatieproces) en weersomstandigheden met name in het stroomgebied van de Maas in Frankrijk en Belgie, die de duur van de golf bepalen. Hoe langer de duur, hoe groter de noodzaak tot evacuatie.
Weersomstandigheden
“Slecht weer” is in dit verband een relatief begrip. Kou en warmte kunnen op het ene aspect positief werken, op het andere negatief. Hier zal de weerssituatie van dat moment geanalyseerd dienen te worden. Hoe “slechter” het weer, hoe groter de noodzaak tot evacautie.
Routes, bereikbaarheid
Overweging hier is of gebieden toegankelijk blijven, enerzijds om te ontvluchten, anderzijds om hulpverleners toe te laten. Varianten die de noodzaak tot evacuatie uitdrukken zijn: niet meer lopend / rijdend / rijdend in speciale voertuigen toegankelijk / alleen nog via boten toegankelijk.
Uitval van essentiële nutsvoorzieningen
De toelevering van gas, elektriciteit en de mogelijkheid tot communicatie via GSM, internet, etc. zal in een overstroomd gebied al snel problematisch zijn, echter ook de levering van drinkwater via het waterleidingsysteem en de werking van het riool kan dan niet meer als vanzelfsprekend worden beschouwd. Dit heeft onmiddellijk effect op de zelfredzaamheid van eenieder, vooral bij langere duur. Hoe meer voorzieningen uitvallen, hoe groter de noodzaak tot evacuatie.
Bedreiging volksgezondheid, vrijkomen milieugevaarlijke stoffen
Dit kan ontstaan door bv. uitstroom van vervuild water uit de rioleringssystemen, het vrijkomen van gevaarlijke stoffen door het onderlopen van bedrijven, het onderlopen van gierkelders etc. Het gaat hier om de directe effecten op mensen, maar ook de kans op ontstaan van epidemieën. Hoe hoger de kans, hoe groter de noodzaak tot evacuatie.
Handhaven rechtsorde
Voor geëvacueerde personen is het van groot belang te weten dat hun achtergebleven woning en de daarin aanwezige goederen beschermd zijn tegen inbraak / plundering. Dit aspect heeft een grote relatie met duur en hulpverleningscapaciteit, en kan zeer arbitrair zijn: een klein gebeid met veel achterblijvers kan moeilijker te beveiligen zijn dan een groot gebied zonder achterblijvers. Als een gebied niet te beveiligen is, is dat op zich een argument om niet te evacueren. Dit zal tegen de gevaarszetting moeten worden afgewogen. Hoe optimaler de mogelijkheden, hoe groter het draagvlak voor een evacuatiebesluit.
Zelfredzaamheid van mensen
De zelfredzaamheid is eveneens variabel bij een hoogwater; als de situatie maar lang genoeg aanhoud c.q. het water maar hoog genoeg komt, is uiteindelijk niemand meer zelfredzaam. In beginsel betreft dit dus vooral kinderen, ouderen, zieken en gehandicapten, in een later stadium kan het hier bijvoorbeeld ook om kerngezonde achterblijvers gaan. Een meerderheid van verminderd zelfredzame mensen in een gebeid is een sterk argument voor evacuatie.
Beschikbare capaciteit bij de hulpverleningsdiensten
Afhankelijk van het aantal overstroomde gebieden zal de capaciteit van de hulpverleningsdiensten niet steeds gelijke tred houden met de door de gemeenten gestelde hulpvraag. De mogelijkheden van hulpdiensten om hulp te beiden bij evacuatie, of aan achterblijvers, of voor beveiliging of voor opvang kan zeer bepalend zijn voor het besluit tot evacuatie. Bij een te verwachten ernstig tekort aan hulpverleners wanneer het onverhoopt mis zou gaan is verplichte preventieve evacuatie een reële maatregel: de situatie blijft dan tenminste beheersbaar, en er kunnen nog keuzes gemaakt worden ten aanzien van tijstippen en volgorde van maatregelen.
Alternatieve maatregelen
In hoeverre bestaat er nog een mogelijkheid om (een deel van) de dreiging weg te nemen? Voor zowel bevolking als bestuur een belangrijke vraag. Ook hier geldt dat ook als er mogelijkheden beschikbaar zijn men zich moet afvragen of het risico ook echt verkleind wordt, of de situatie juist verergerd als het onverhoopt toch misgaat.
Externe druk
Bestuurlijk kan externe druk eveneens van invloed zijn op het te nemen besluit. De zwaarste vorm van externe druk is een ministeriële aanwijzing. Maar ook op andere manieren kan druk ervaren worden om wel of niet te evacueren. Hoe wordt het door de bevolking zelf beleefd? Hoe zitten de media er in? Wat doen de buren (vooral binnen een en dezelfde dijkring speelt dit een rol)? Niet het enige aspect, maar wel een om mee te wegen.
Evacuatietijd (Beschikbaar - benodigd)
Zolang er nog tijd over is, zal de noodzaak tot evacuatie minder gevoeld worden. Als er tijd tekort is, is het eigenlijk al te laat. Bij het gewone hoogwater bestaat hier grofstoffelijk wel zicht op en kan deze factor gewogen worden. Bij een doorbraak is dat niet te voorspellen, dan gaat bv. zelfredzaamheid zwaarder wegen.
(On)zekerheid, marges, juridische afweging
De factor zekerheid is niet te onderschatten: bij een grote onzekerheid c.q. relatief ruime marges zal het besluit tot evacueren moeilijker genomen worden. Bij een grotere zekerheid (voorspelling, waargenomen knelpunten) danwel een kleinere marge zal het besluit makkelijker maken. Onderzoek heeft aangetoond dat de gedragenheid van het besluit tot evacuatie boven de 90% stijgt als de kans op overstroming de 50% nadert. Dit heeft ook te maken met het juridische aspect. In de regelgeving wordt gesproeken over een reële en zichtbare dreiging als voorwaarde om tot evacuatie over te mogen gaan. Reëel en zichtbaar zijn echter beide relatieve begrippen, afhankelijk van de perceptie van de te evacueren bewoner. Een inschatting van het gemiddelde draagvlak voor een evacuatiebesluit is dan wellicht een betere maatstaf.
Bijlage 4 Beschikbare militaire middelen per proces in de regio Zuid-Limburg
Deelproces Rampenbestrijding
Militaire middelen CMBA / ICMS
Reactietijd
0
“Command & Control”, verbindingen en logistiek
Back-up communicatie- en ICT-middelen voor 3 bestuurlijke en/of operationele commandocentra (per centrum 20 werkstations + telefoon)
24uur
Alle hieronder genoemde middelen zijn inzetbaar voor een ondersteunend proces, in het bijzonder voor logistieke operaties
Zie deelproces
1
bestrijden van brand en emissie gevaarlijke stoffen
Blushelikopter inzet
2uur (indien geconsigneerd)
Detachement 3000 militairen voor bewaking en beveiliging, rampenbestrijding en ondersteunende taken;
·Snelle reactie macht van 200 personen
·Tweede tranche van 1000 personen
·Derde tranche van 1800 personen
·8 uur
·24 uur
·48 uur
2
redden en technische hulpverlening
Zie overige deelprocessen
3
ontsmetten mens en dier
CBRN detectie- en ontsmettingscapaciteit en een CBRN response team
·Maximaal 3 ontsmettingspelotons voor maximaal 6 ontsmettingsstraten
·Attentie: middelen voor deze configuratie zijn identiek aan deelproces 4
24uur (2012)
4
ontsmetten voertuigen en infrastructuur
CBRN detectie- en ontsmettingscapaciteit en een CBRN responseteam:
·Verkenning en inrichting van maximaal 2 voertuig-ontsmettingstraten
·Attentie: middelen voor deze configuratie zijn identiek aan deelproces 3
24uur (2012)
5
waarnemen en meten
CBRN detectie- en ontsmettingscapaciteit en een CBRN response team:
·Maximaal 6 verkenningsvoertuigen N+C
·1 CBRN response team
·24 uur (2012)
·2 uur (2012)
6
waarschuwen van de bevolking
Zie overige deelprocessen
7
toegankelijk maken en opruimen
Constructie-eenheid inclusief technische adviescapaciteit voor:
·Doorgangen en/of overgangen creëren
·Opsporen, verkennen, markeren, passeren, doorbreken en ruimen van hindernissen
·Aanleg en/of verbetering van routes voor verplaatsing
·Voorbereiden, aanleg, herstel en onderhoud landingsstrips en -terreinen
·Bouwen, slopen, grondverzet en springen
·Aanleg en/of aanpassing oeverbescherming en (nood)dijken
48uur
Vouwbrugeenheid voor noodbruggen en noodvlotten; overbrugging van brede (tot enkele honderden meters) waterloop door een vaste, drijvende en/of flexibele constructie (geschikt voor zware vrachtauto’s)
48uur
Opsporing, identificatie en ruiming van conventionele en geïmproviseerde explosieven
3uur
8
Geneeskundige Hulpverlening - somatisch
6geneeskundige hulpposten voor triage en eerstelijnshulp; 1 Algemeen Militair Arts (AMA), 1 Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV) en ondersteunend personeel
48uur
Ziekenautopeloton, 12 voertuigen inclusief AMV
48uur
Noodhospitaal, 3 verpleegafdelingen, 60 bedden inclusief 3 x AMA
48uur
9
Preventieve Openbare Gezondheidszorg (inclusief verzamelen besmette waren)
PM
10
Geneeskundige Hulpverlening - psychosociaal
PM
11
ontruimen en evacueren
Stafcapaciteit voor multidisciplinaire planning en aansturing (evacuatie) operaties
48uur
Transportcapaciteit; 350 rups- en wielvoertuigen voor:
·Verplaatsen evacués inclusief bagage en huisdieren
·Verplaatsen evacués in moeilijk begaanbaar terrein
·Overige logistieke functies, etc.
48uur
12
afzetten en afschermen
Bewaking en beveiliging
·“Bataljon” (± 750 militairen) voor fysieke bewaking en beveiliging
·Inzet mobiele grondradar systemen
·Inzet onbemande kleine vliegtuigen
·48 uur
·48 uur
·48 uur
Samengestelde eenheden voor havenbescherming
48uur (2011)
13
verkeer regelen
Zie overige deelprocessen
14
handhaven openbare orde
Zie overige deelprocessen
15
identificeren slachtoffers
PM
16
Begidsen
Zie overige deelprocessen
17
strafrechtelijk onderzoek
·KMar
·Ondersteuning grootschalige zoekacties
·Inzet van duikers
·Inzet specifieke diensten o.a. gravendienst
·Bijzondere bijstand (onder vlag DSI)
·Etc.
Dienst afhankelijk
18
voorlichten en informeren
PM
19
opvangen en verzorgen
Defensie opvanglocatie per provincie:
·Totaal voor Nederland maximaal ±12.500 stretchers en ±12.500 bedden
·In Limburg (Weert) en Noord-Brabant (Oirschot)
¨Optie “licht”: 300 stretchers
¨Optie “Medium”: 1900 stretchers
¨Optie “Zwaar”:1900 stretchers + 3650 bedden
< 24 uur
20
Uitvaartverzorging
PM
21
registratie van slachtoffers
Zie overige deelprocessen
22
voorzien in primaire levensbehoefte
Zie overige deelprocessen
23
registratie van schade en afhandeling
PM
24
Milieuzorg
PM
25
Nazorg
Zie nota blz. 3
DEEL B
Operationeel deel
1Operationele uitwerking regionaal
1.1 Lijst hoogwaterfasering hoogwaterseizoen 2007-2008
De hoogwaterfasen geven een dreigingsniveau aan. De dreiging op een bepaald moment kan van gemeente tot gemeente verschillen. Dat betekent dat het ingaan van een bepaalde fase ook per gemeente verschillend kan zijn. Elke gemeente heeft zelf vastgesteld welke referentie (waterstand + meetpunt) wordt gebruikt om het scenario (de kleurcode) voor die gemeente vast te stellen. Hieronder is een overzicht van deze referenties opgenomen voor alle Maasgemeenten in de regio, geldend voor het hoogwaterseizoen 2007-2008. Uit door Rijkswaterstaat voorspelde waterstanden bij de meetpunten kan zo de kleurcode voor elke gemeente worden afgeleid.
Maasgemeentes
Zuid-Limburg
Referentie-meetpunt
Voorspelde waterstand
bij referentiemeetpunt (m+NAP)
Eijsden
Maastricht
Borgharen-Dorp
42,75
43,55
44,60
45,00
45,85
Meerssen
Borgharen-Dorp
42,75
43,55
44,60
45,50
46,25
Stein
Elsloo
36,95
37,65
38,82
39,79
40,55
Sittard-Geleen
Grevenbicht
29,30
30,00
31,60
33,00
33+
1.2 Actielijst ROvD Hoogwater Maas (versie 18 januari 2007)
Alle debieten betreffen “Borgharen-dorp”.
Attendering door RWS (1.000 m³/s)
1Na alarm naar RAC gaan
2Informeren bij RWS naar de verwachtingen*
3Alle HOvD’s laten alarmeren, daarna informeren
Voorwaarschuwing I door RWS (1.250 m³/s)
1Vrije ROvD’s informeren
2Alle HOvD’s laten alarmeren, daarna informeren
3RCvD laten alarmeren, daarna informeren
4RCC ondersteuner laten alarmeren, daarna informeren
5Piket Regionaal Team Voorlichting laten alarmeren, daarna informeren
6Taakverdeling en rooster maken voor Regiopersoneel
Voorwaarschuwing II door RWS (1.500 m³/s verwacht en mogelijk verdere stijging)
1ROT leden laten alarmeren conform GRIP 2 plus vertegenwoordiger Rijkswaterstaat, vertegenwoordiger waterschap Roer en Overmaas en vertegenwoordiger Defensie NB: voorzitter is HOVD van district 3; AOV’er district 3 is staffunctionaris gemeente.
2HOvD’s district 1 en 2 uitnodigen bij eerste overleg ROT
3RCvD informeren (hierna: informeren indien gewenst / nodig naar eigen inzicht)
4Eerste info maken voor L1 samen met piket Regionaal Team Voorlichting
Start hoogwaterberichten Waterdienst (oude stijl)
én hoogwaterprognoses RWS nieuwe stijl cf. convenant (vanaf 1.500 m³/s)
1Hoogwaterberichten van Waterdienst (oude stijl) komen binnen via e-mail van de ROvD, de e-mail van de brandweersectie in het ROC en de e-mail van (de ondersteuner van) het ROT. De ROvD is ervoor verantwoordelijk dat deze info ingebracht wordt bij het ROT.
2Hoogwaterprognoses van RWS directie Limburg komen binnen via dezelfde e-mail adressen als de hoogwaterberichten van Waterdienst. De ROvD is ervoor verantwoordelijk dat deze info ingebracht wordt bij het ROT (de vergaderklok is zó gepland dat het ROT vergadert direct na ontvangst van deze hoogwaterprognoses). Na de ROT-vergadering hangt de ondersteuner de prognose als bijlage onder de sitrap.
Fase rood / GRIP 4
1.Zodra één gemeente naar fase rood gaat (dit wordt gemeld door de HOvD c.q. het CoPI): RBT-leden laten alarmeren conform GRIP 4, plus voorzitter van waterschap Roer en Overmaas. Naar verwachting is Maastricht de eerste die opschaalt naar rood, en wel bij een waterstand van 45,00 mtr. bij Borgharen-Dorp.
Afschalen
1Bij het wederom bereiken van een debiet van 1.000 m³/s en de verwachting dat dit zo blijft of nog verder gaat zakken, heeft de dienstdoende ROvD contact met de dienstdoende OL (HOvD district 3).
2Bij akkoord HOvD maakt de ROvD een sitrap einde hoogwaterincident op Vnet.
3Tevens geeft de ROvD opdracht aan de centralist het hoogwaterincident af te sluiten.
4Eventueel laat hij ook het bericht op L1-tekst door de centralist verwijderen.
1.3 Actielijst RAC Hoogwater Maas (versie 13 maart 2006)
Alle debieten betreffen “Borgharen-dorp” + NAP
Hoogwater Maas is één (regionaal) incident.
Attendering door RWS (1.000 m³/s)
1Alarm ROvD
2Alarm OvD’s (District 1 Zuid, District 1 Noord, Westelijke Mijnstreek)
3Alarm AOV (Eijsden, Maastricht, Meerssen, Stein, Sittard-Geleen)
4Alarm Bevelvoerder Stein
5Alarm verbindingsdienst Maastricht
6Alarm andere functionarissen conform aanwijzing ROvD
7Waarschuwen Vodafone
8Waarschuwen piket provincie
9Fax versturen naar Maasgemeenten, brandweerkazernes, provincie
Voorwaarschuwing I door RWS (1.250 m³/s)
1Alarm ROvD
2Alarm OvD’s (District 1 Zuid, District 1 Noord, Westelijke Mijnstreek)
3Alarm AOV (Eijsden, Maastricht, Meerssen, Stein, Sittard-Geleen)
4Alarm verbindingsdienst Maastricht
5Alarm andere functionarissen conform aanwijzing ROvD
6Waarschuwen piket provincie
7Waarschuwen WML (voor alle Maasgemeenten: Eijsden, Maastricht, Meerssen, Stein, Sittard-Geleen)
8Waarschuwen Essent (voor alle Maasgemeenten: Eijsden, Maastricht, Meerssen, Stein, Sittard-Geleen)
9Waarschuwen Nutsbedrijven Maastricht
10Fax versturen naar Maasgemeenten, brandweerkazernes, provincie
Voorwaarschuwing II door RWS (1.500 m³/s verwacht en mogelijk verdere stijging)
1Fax versturen naar Maasgemeenten, brandweerkazernes, provincie
2Alarm AOV (Eijsden, Maastricht, Meerssen, Stein, Sittard-Geleen)
3Alarm verbindingsdienst Maastricht
4Alarm andere functionarissen conform aanwijzing ROvD
Alarmering door Waterdienst (1.500 m³/s bereikt en verdere stijging verwacht)
1Alarm piketcentralist
2Fax versturen naar Maasgemeenten, brandweerkazernes, provincie
3Alarm AOV (Eijsden, Maastricht, Meerssen, Stein, Sittard-Geleen)
1.4 Actielijst ROT Hoogwater Maas (versie 1 juli 2007)
Eerste ROT-overleg
· Besluiten al dan niet op te schalen naar GRIP 2 en het in functie stellen van het regionaal coördinatiecentrum (RCC).
· Bij opschaling: bericht geven van het operationeel zijn van het RCC aan de burgemeesters van de Maasgemeenten in de regio Zuid-Limburg, aan de Commissaris van de Koningin in Limburg en aan alle betrokken operationele diensten.
· Na afloop van het eerste ROT-overleg: voorzitter ROT informeert de coördinerend burgemeester (CB).
· Indien de situatie daartoe aanleiding geeft vanwege prognoses dan wel daadwerkelijke waterstanden, zal op regionaal niveau verder worden opgeschaald.
GRIP 2
· Zorgen voor coördinatie.
· Zorgen voor afstemming.
· Zorgen voor bijstand.
· Monitoren van het hoogwater, zodat tijdig kan worden opgeschaald mocht dat nodig zijn.
· Verstrekt informatie aan de rampenbestrijdingsorganisatie.
· Beantwoorden vragen van gemeenten.
· In het ROT worden afhankelijk van de omstandigheden vervolgafspraken gemaakt omtrent de frequentie van de bijeenkomsten van het volledig team (zie 3.4 voor vergadercyclus).
· De voorlichter van het ROT coördineert en beantwoordt eventuele vragen over prognoses, risico’s en de hulpverlening en verwijst de pers voor lokale vragen door naar de gemeenten.
· De voorlichter van het ROT zorgt ook voor de afstemming met voorlichters van de regio Noord- en Midden-Limburg en van andere partners en belanghebbenden, zoals Rijkswaterstaat en waterschap Roer en Overmaas.
· Ook de communicatie via (teletekst van) L1 verloopt zoveel mogelijk via het ROT; gemeenten leveren hun input hiervoor aan bij de voorlichter van het ROT.
GRIP 4
Naast de taken die het ROT al had, krijgt het ROT nu ook de volgende taken:
· Voorbereiden van de beslissingen voor het RBT met betrekking tot de schaarse menskracht en middelen, door alternatieven op een rij te zetten. Als input gelden de bijstandsverzoeken die de gemeenten aan het ROT richten (en niet rechtstreeks aan de provincie).
· Door het RBT genomen beslissingen vertalen naar activiteiten voor de uitvoering.
· Faciliteren van de uitvoerende werkzaamheden.
Binnen GRIP 4: hoogste scenario (blauw):
· De regionale rol in verband met afstemming en verdeling van schaarse middelen verschuift verregaand naar coördineren en regisseren.
· Vanwege het nadrukkelijke evacuatieaspect is ook het opschalen van niet betrokken gemeenten in verband met de behoefte aan bijstand in deze fase aan de orde.
· PCC en NCC zullen bij dit scenario uitdrukkelijker bij de coördinatie betrokken worden.
1.5 Overzicht verwachte bijstand
Hieronder staat per Maasgemeente de voorzienbare bijstandbehoefte wat betreft materieel en/of personeel. De betreffende gemeente beschikt zelf niet over het gespecificeerde materieel/personeel, wat betekent dat dit elders (uit de regio of buiten de regio) gehaald dient te worden.
Eijsden:
geen voorzienbare bijstandsbehoefte.
Maastricht:
behoefte aan bijstand is niet bekend.
Meerssen:
Er ontstaat een bijstandsbehoefte bij 45.50m +NAP, maar deze behoefte wil Meerssen niet vooraf expliciet willen kwantificeren, maar op dat moment zelf willen neerleggen bij het RCC.
Sittard-Geleen (meetpunt Grevenbicht)
-31.20m : 1 x DPU
-31.70m : 2 x DPU
-33.00m : VC-wagen
-acute ontruiming preventief: politie, nader te kwantificeren
-ontruiming na acute overstroming: 2 hulpverleningpelotons brandweer; ondersteuning door politie nader te kwantificeren.
-afzetposten ring 1: 10 x 2 medewerkers politie 24/24 u
-afzetposten ring 2: 10 x 2 medewerkers politie 24/24 u
-afzetposten ring 3: 3 x 4 medewerkers politie 24/24 u
Stein:
behoefte aan bijstand is niet bekend.
Voor een overzicht van wat defensie zou kunnen leveren per rampbestrijdingsproces:
zie bijlage 4.
1.6 Heli-inzet
1.6.1 Heli-inzet bij evacuatie
Defensie zou helikopters kunnen inzetten ten behoeve van een evacuatie. Er zijn echter geen garanties vooraf mogelijk over de daadwerkelijke beschikbaarheid.
Hoewel niet gegarandeerd, is er een zeer grote kans op beschikbaarheid van minstens één transportheli. Vervoerscapaciteit is enkele tientallen mensen per uur, mits landingsplaats/opvanglokatie dicht bij is.
Preparatief kan overlegd worden omtrent:
· Landingsplaatsen
· Onderzoek naar mogelijkheid (semi) vaste oeververbindingen (pontonbrug, etc.)
· Afspraken (convenant) met betrekking tot beschikbaarheid luchthaven MAA inclusief beschikbaarheid brandstofverlading etc.
· Reactietijdverkorting door “stand-by” regeling te treffen (vergelijkbaar met blusheli procedures)
1.6.2 Heli-inzet bij individuele medische evacuatie
Overdag kan een ambulance-helikopter worden ingezet. ’s Nachts mag deze echter niet althans zeer beperkt vliegen.
(Nieuwe) Regelgeving stelt dat HEMS-vluchten alleen buiten daglichtperiode mogen vliegen onder bepaalde voorwaarden, waaronder:
· De oproep voor de vlucht vindt plaats tijdens daglichtperiode of binnen een kwartier vóór aanvang van de daglichtperiode.
· De plaats van bestemming kan binnen een kwartier na het einde van de daglichtperiode worden bereikt.
Vrijstelling is mogelijk: Volkel heeft deze nu bij wijze van proef. Er gaan stemmen op om deze proef om te zetten in een verruiming van de regelgeving, zodat alle HEMS-operators voortaan ‘s nachts mogen vliegen. (NB: de vrijstelling die we hadden voor Duitse grens-HEMS-vluchten, had dezelfde beperking).
De helikopter van de KLPD kan eventueel wél ’s nachts vliegen, maar deze heli is niet geschikt voor reddingen.
Het duurt anderhalf uur vanaf Schiphol voordat hij in Zuid-Limburg aankomt; om een snelle inzetbaarheid te kunnen waarborgen, dient de heli tijdig aangevraagd te worden, zodat hij stand-bye kan staan op Beek. Aanvraag via / kosten voor politie.
Voor reddingen kan de marinehelikopter worden aangevraagd.
Het vrijmaken van een marineheli duurt ca. 3 tot 7 uur. Deze heli wordt dan stand-bye gezet op Beek. Aanvraag in het kader van CMBA – dit betekent dat beschikbaarheid niet gegarandeerd is.
2Operationele uitwerking gemeentelijk
Bijlagen:
1Actielijst hoogwater
2Inventarisatie bedreigde objecten
3Bedrijven
4Kritische processen
5Specificatie evacuatie, opvang en verzorging
6Noodbevoegdheden
7Kaart Overmaas
8Overzichtskaart AØ