Aanhef
Het college besluit:
1Het Overbruggingsbeleidsplan VTH-taken Sittard-Geleen 2026-2027, deel 1 ‘Prioriteiten en doelstellingen’ vast te stellen.
2Tot intrekking van het Beleidsplan VTH-taken ‘Prioriteiten en doelstellingen deel 1” (2017).
3 Prioriteiten en doelen
3.5 Omgevingsanalyse per taakveld
3.5.1 Strijdig gebruik
Profiel
De zorg voor en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving is een gemeentelijke kerntaak. In de gemeentelijke Omgevingsvisie is op hoofdlijnen aangegeven waar bepaalde functies thuishoren en wat de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen zijn voor een bepaalde periode. Uitwerking van deze hoofdlijnen vinden plaats door het opstellen van beleid op verschillende onderdelen (zoals wonen, detailhandel, externe veiligheid, horecabeleid, etc.). Het Omgevingsplan gemeente Sittard-Geleen is hiervoor de juridische basis. De ‘voormalige’ deelbestemmingsplannen maken van rechtswege onderdeel uit van het Omgevingsplan.
Problemen en risico’s
Een (voorgenomen) initiatief in de fysieke omgeving kan strijdig zijn met de bepalingen van het bestemmingsplan of de beheersverordening. Een initiatiefnemer kan een aanvraag indienen om de strijdigheid op te heffen. Het college van B&W besluit over initiatieven met planologische strijdigheid. Een initiatief wordt getoetst aan de beleidsregels (zoals wonen, detailhandel, externe veiligheid, horecabeleid, etc.) en de stedenbouwkundige inpassing. Er kunnen activiteiten voorkomen die strijdig zijn met de regels van een omgevingsplan waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen bouwvoorschriften en gebruiksvoorschriften. Het handelen in strijd met een gebruiksvoorschrift komt regelmatig voor. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het gebruik van een bedrijfspand voor woondoeleinden. Bij het handelen in strijd met bouwvoorschriften kan worden gedacht aan afwijkende oppervlakten of hoogten of aan het bouwen waar dat in het geheel niet is toegestaan.
Risico-matrix
Prioriteiten en doelstelling
Voor de komende beleidsperiode zijn de doelstellingen:
Doelstelling
Gebruik van gronden en bouwwerken conform bestemmingsplan (thans: het omgevingsplan) en afwijkingen binnen geldende beleidskaders.
3.5.2 Bouwen
Profiel
Er worden jaarlijks ongeveer 500 aanvragen ingediend voor omgevingsvergunningen activiteit vallende onder afdeling 5.1 van de Omgevingswet en waar de gemeente het bevoegde gezag voor is. Ondanks de verruiming van het vergunningsvrij bouwen steeg het aantal vergunningaanvragen. Door onze transformatieopgave in het (regionale) woonbeleid, de ontwikkellocaties en het aantrekken van de economie kan het aantal vergunningaanvragen de komende jaren stijgen.
Problemen en risico’s
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) staan voorschriften die toezien op de veiligheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Deze voorschriften hebben een rechtstreekse werking. Dit betekent dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor de naleving hiervan. Dit geldt evenzeer voor bouwwerken die vergunningsvrij kunnen worden opgericht. Bij bouwwerken waarvoor een vergunningplicht geldt, worden de voorschriften uit het Bbl getoetst voordat een vergunning wordt verleend. Vervolgens wordt toezicht gehouden op de naleving. De mate waarin wordt getoetst en toezicht wordt gehouden, wordt bepaald door het risico. Dit neemt overigens niet weg dat de initiatiefnemer te allen tijde verantwoordelijk is voor naleving van de voorschriften.
Conform vastgestelde protocollen en werkinstructies worden jaarlijks ca. 1500 controles verricht. Hier maken doorgaans ook een aantal grote projecten onderdeel van uit en waarop projectgericht toezicht plaatsvindt met doorgaans een hoog aantal controles.
Bij controles op basis van een verleende vergunning wordt regelmatig geconstateerd dat er sprake is van overtredingen. De meeste overtredingen worden geconstateerd op het gebied van constructieve veiligheid (denk hierbij aan het afwijken van constructies tijdens de uitvoering of foutieve constructiegegevens).
Na een hercontrole zijn de overtredingen in de meeste gevallen opgelost. Er wordt een schriftelijke waarschuwing verzonden als de overtreding blijft voortbestaan en daarna volgen stappen conform de sanctiestrategie. Deze strategie is in deel 2 van het overbruggingsbeleidsplan nader uitgelegd.
Risico matrix
² Toezicht op bouwwerken in gevolgklasse 1 is overgeheveld naar de kwaliteitsborger. Zie hiervoor het Uitvoeringsbeleid Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
Prioriteiten en doelstelling
Voor de komende beleidsperiode zijn de doelstellingen:
Doelstelling
Realisatie en gebruik van veilige, gezonde, en leefbare bouwwerken die constructief veilig zijn.
3.5.3 Ruimtelijke kwaliteit
Profiel
Het borgen en stimuleren van ruimtelijke kwaliteit is in juridische zin verdeelt over diverse wetten, verordeningen, plannen en beleid. De Omgevingswet heeft daar verandering in gebracht. De gemeente Sittard-Geleen heeft er destijds voor gekozen om vooruit te lopen op de Omgevingswet door de Nota Ruimtelijke Kwaliteit niet te beperken tot de specifieke wettelijke taak welstand, maar door deze breed in te zetten op het vlak van ruimtelijke (omgevings)kwaliteit. Aantrekkelijkheid van de woon- en werkomgeving is het doel. Ruimtelijke kwaliteit van de omgeving dient als selling point. Nadrukkelijk is de bestuurlijke insteek om ruimtelijke kwaliteit te laten fungeren als vliegwiel voor de revitalisering van het stadsbeeld, in het bijzonder de centra.
De Nota Ruimtelijke Kwaliteit:
•benoemd per gebiedstype de gemeentelijke criteria ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit;
•bevat per gebiedstype een beschrijving waarmee een initiatief in zijn opzet rekening moet houden;
•bevat kaders om plannen voor ontwikkelen aan te toetsen of ze voldoen aan de ruimtelijke kwaliteit, gaat om bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit.
Een onafhankelijke adviescommissie, zijnde de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK), adviseert op basis van deze nota. Dit gebeurt bij de beoordeling van conceptverzoeken (vooroverleg, initiatieven, ontwikkelingskaders, stedenbouwkundige plannen), vergunningaanvragen en in het kader van conceptverzoeken/beoordeling welstandsexces.
Het welstandstoezicht heeft haar basis in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit, het Omgevingsplan, de bruidsschat (overgangsrecht) en het Bbl en sommige artikelen in de Algemene Plaatselijke Verordening Sittard-Geleen.
Problemen en risico’s
Iedereen wil leven in een aantrekkelijke omgeving. Ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan de aantrekkelijkheid ervan en bevordert de leefbaarheid. Aantasting of verlies van de ruimtelijke kwaliteit van een gebouw of een gebied is veelal blijvend. Zowel het slopen van een gebouw als het neerzetten van nieuwbouw heeft een hoge mate van onomkeerbaarheid. Aantasting of verlies kan negatieve gevolgen hebben voor de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de woon- en leefomgeving. Dat kan vervolgens leiden tot een negatief imago voor Sittard-Geleen.
Ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald en/of beïnvloed door een breed scala aan zaken. Het kan gaan om een woonhuis en om handelsreclame. De kans op ongewenst gedrag is niet groot als het gaat om nieuwbouw en is wel groot als het gaat om handelsreclame. Het gaat om een veelheid van activiteiten die storend kunnen zijn en/of tot kwaliteitsaantasting leiden. Wij sturen dan ook sterk op ruimtelijke kwaliteit, waarbij we bewustwording en vooraf aanvragen bij de gemeente willen stimuleren.
Risico-matrix
Prioriteiten en doelstelling
Voor de komende beleidsperiode zijn de doelstellingen:
Doelstelling
Behouden en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.
3.5.4 Cultuurhistorisch erfgoed
Profiel
Cultuurhistorisch erfgoed is de verzamelnaam voor alles wat in de loop der geschiedenis door mensen is aangelegd en gemaakt. Het is de verzamelnaam van alle archeologie, cultuurlandschap en monumenten. Ons erfgoed bepaalt in belangrijke mate de identiteit en beleving van onze woon- en leefomgeving.
Cultuurhistorisch erfgoed is in ons gemeentelijk beleid verankert in:
•De Beleidsnota archeologie en monumenten Sittard-Geleen
•Erfgoedverordening Sittard-Geleen
•De Nota Ruimtelijke Kwaliteit
•De Omgevingsvisie
Het cultuurhistorisch erfgoed wordt op verschillende manieren beschermd door het:
•aanmerken van een pand als monument. In onze gemeente zijn 263 panden rijksmonument en 233 panden gemeentelijke monument;
•aanwijzen van diverse delen van de gemeente door het Rijk of de gemeente als beschermd stads- of dorpsgezicht;
•opnemen van verbods-, onderzoeks- en vergunningsbepalingen in onze bestemmingsplannen;
•het hanteren van richtlijnen voor het veranderen en/of wijzigingen van monumenten.
De gemeente is bevoegd om vergunningen te verlenen voor en toezicht te houden op het wijzigen, verbouwen of slopen van cultuurhistorisch erfgoed.
Problemen en risico’s
Instandhouding van cultuurhistorisch erfgoed heeft een hoge prioriteit, omdat het verlies van cultuurhistorisch erfgoed leidt tot een onomkeerbare situatie (weg = weg). Verloren cultuurhistorisch erfgoed kan niet terug worden gehaald. Dit leidt tot verlies van identiteit en verbindingen met het verleden. Nieuw cultuurhistorisch erfgoed vormt zich immers pas over tientallen tot honderden jaren. Cultuurhistorisch erfgoed is niet altijd rechtstreeks zichtbaar. Denk bijvoorbeeld aan een archeologisch belangrijk gebied dat door graafwerkzaamheden verloren kan gaan of het slopen in een historisch waardevol pand.
Risico-matrix
Doelstelling
Beschermen van de aanwezige cultuurhistorische waarden
3.5.5 Slopen en verwijdering asbest
Profiel
Met de invoering van het Bbl geldt een meldingsplicht voor slopen met een aantal uitzonderingen. Afhankelijk van het risico moet de melding voorzien zijn van een sloopveiligheidsplan. Voor sloopwerkzaamheden aan monumenten en een beschermd stads- of dorpsgezicht is de vergunningsplicht blijven bestaan. Tevens is er een omgevingsvergunning nodig als er in het omgevingsplan een verplichting staat voor slopen.
Problemen en risico’s
Slopen zonder asbest
Het slopen zonder asbest van bouwwerken heeft een beperkt risico. Dit risico is groter bij de sloop van hoogbouw. Over het algemeen zijn de uitvoerders van deze sloopwerken deskundig en worden de terreinen goed afgeschermd om schade en letsel door vallend puin te voorkomen. Indien gebruik wordt gemaakt van mobiele puinbrekers (enkele keren per jaar) worden de regels ten aanzien van stof, geluid en trillingen gecontroleerd.
Slopen met asbest
Met de invoering van de Omgevingswet en de hiermee samenhangende regels, is de bedrijfsmatige verwijdering van asbest ondergebracht in de basistaken van de ODZL. Deze activiteit blijft daarom verder onbesproken in deze paragraaf.
Risico-matrix
Prioriteiten en doelstelling
Doelstelling
Verwijderen en afvoeren van asbest door gecertificeerde saneringsbedrijven tijdens sloopwerkzaamheden zonder gevaar voor de volksgezondheid.
3.5.6 Brandveiligheid
Profiel
Voor sommige gebouwen geldt een meldingsplicht brandveilig gebruik. In het Bbl is een tabel opgenomen in welke gevallen dit van toepassing is
3Artikel 6.6 en 6.7 Bbl.
.
Risico’s en problemen
De grootste risico’s liggen bij gebouwen waar niet-zelfredzame personen overnachten. Deze personen kunnen bij een brand niet zelfstandig het pand verlaten, waardoor het risico op letsel of zelfs overlijden erg groot is. Daarnaast vormen de gebouwen met veel bezoekers een verhoogd risico. Het effect van branden is voor de aanwezigen in dergelijke gebouwen groot.
Risico-matrix
Een aantal omstandigheden kan ertoe leiden dat panden in een hogere risicocategorie terecht komen:
–Ligging van panden in intensieve bebouwing / gevaar voor de omgeving.
–Aanwezigheid of nabijheid van opslag van gevaarlijke stoffen.
–Monumentale status.
Prioriteiten en doelstelling
Doelstelling
Gebruik van gebouwen die voldoen aan de eisen van brandveiligheid met name waar veel bezoekers aanwezig zijn, niet-zelfredzame personen verblijven of mensen overnachten.
3.5.7 Milieu (bij bedrijven met milieubelastende activiteiten)
Profiel
Voor het werkveld ‘milieu’ behandelen we vergunningsaanvragen (Omgevingswet) en meldingen en houden we toezicht op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de milieuregelgeving geïntegreerd in één samenhangend wettelijk stelsel voor de fysieke leefomgeving. De Wet milieubeheer is grotendeels opgegaan in de Omgevingswet en de daarbij behorende algemene maatregelen van bestuur.
Het toezicht op milieubelastende activiteiten vindt plaats op basis van: de Omgevingswet, het Bal, het Bkl, het Bbl, het geldende omgevingsplan, verleende omgevingsvergunningen en maatwerkvoorschriften.
Het begrip ‘inrichting’ is vervallen. In plaats daarvan staat het begrip ‘milieubelastende activiteit’ centraal. Rijksregels voor deze activiteiten zijn opgenomen in het Bal. Aanvullende lokale regels kunnen zijn vastgelegd in het omgevingsplan of via maatwerkvoorschriften.
Binnen de gemeente Sittard-Geleen vinden (bedrijfsmatige) milieubelastende activiteiten (hierna: mba) plaats die onder dit wettelijk kader vallen. In de herijking van 2026-2027 wordt het aantal mba’s nader onderzocht.
Onder de Omgevingswet wordt toezicht risicogericht en programmatisch ingericht. Er wordt niet langer gewerkt met milieucategorieën als juridisch toetsingskader.
3.5.8 Omgevingsdienst Zuid-Limburg
De ODZL (voorheen de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid-Limburg) voert namens de gemeente Sittard-Geleen de basismilieutaken uit op het gebied van VTH. Hierbij handelen ze op basis van de vigerende Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. Voor de basismilieutaken gelden landelijke kwaliteitscriteria. De gemeente blijft bevoegd gezag voor de gemeentelijke milieutaken en verantwoordelijk voor beleidsmatige sturing, prioritering en bestuurlijke handhaving.
Voor bedrijven die vallen onder de Europese Seveso-richtlijn (voorheen BRZO-bedrijven) is het toezicht landelijk georganiseerd binnen een stelsel van gespecialiseerde omgevingsdiensten. Deze zogenoemde Seveso-inrichtingen worden aangemerkt als risicovolle milieubelastende activiteiten vanwege de aanwezigheid van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. De uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor deze bedrijven vindt plaats binnen het landelijke stelsel van zes gespecialiseerde omgevingsdiensten, waaronder de Omgevingsdienst Zuid-Limburg. Daarnaast voert de Omgevingsdienst Zuid-Limburg namens de provincie Limburg toezicht uit op provinciale milieubelastende activiteiten. Dit betreft activiteiten waarvoor de provincie bevoegd gezag is op grond van de Omgevingswet. De ODZL handelt hierbij namens het provinciebestuur.
De taakverdeling is daarmee gebaseerd op de bevoegdheidsverdeling tussen gemeente en provincie en niet langer op milieucategorieën. Complexe en risicovolle milieubelastende activiteiten worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag, waarbij specialistisch toezicht is belegd bij de ODZL.
Problemen en risico’s
Indien bedrijven zich niet aan de regels houden kunnen risico’s ontstaan voor de fysieke leefomgeving: bodem, lucht, afvalwater, externe veiligheid, geluid, licht, geur en verkeer. De meest risicovolle activiteiten zijn: opslag en verwerking van gevaarlijke stoffen, afleveren brandstoffen bij tankstations, handelen in strijd met de omgevingsvergunning of algemene regels.
Een groot deel van de constateringen bij milieu- dan wel integrale controles betreft tekortkomingen in vereist onderhoud, keuringen en onderzoeken (energiebesparing, bodem beschermende voorzieningen, keuringen stookinstallaties en opslagtanks), niet keuren brandblusmiddelen en tekortkomingen vluchtwegen.
Risico-matrix
Prioriteiten en doelstelling
Voor de komende beleidsperiode benoemen we ten aanzien van milieu de volgende doelstellingen:
Doelstelling
Beschermen van de omgeving van de milieubelastende activiteit door een zo hoog mogelijk naleefgedrag en dan met name bij bedrijven met activiteiten met een hoge milieubelasting.
3.5.9 Bodem en bouwstoffen
De bodem in onze gemeente is van goede kwaliteit en dient van goede kwaliteit te blijven. De bodemkwaliteitskaart laat zien dat de bovenlaag (tot 0,5 meter onder het maaiveld) grotendeels schoon is. Alleen in het binnenstedelijke gebied van Sittard en Geleen en in de kernen Obbicht en Grevenbicht is de grond licht verontreinigd. De ondergrond (0,5-3,5 meter onder het maaiveld) is overal schoon.
Voor het werkveld ‘bodem, grond en bouwstoffen’ behandelen wij meldingen en houden wij toezicht op basis van de Omgevingswet en de daarbij behorende uitvoeringsregelgeving, in het bijzonder het Bal en het Bkl. Het toezicht richt zich onder meer op het toepassen van grond en bouwstoffen, het tijdelijk opslaan van grond en baggerspecie, mobiele puinbrekers en bodembeschermende activiteiten.
Voor historische bodemverontreinigingen blijft het overgangsrecht van de Wet bodembescherming van toepassing.
We ontvangen per jaar een aantal (telefonische/mail) klachten en vragen over toepassingen.
Toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen
Profiel
Binnen het werkveld bodem, grond en bouwstoffen is de gemeente Sittard-Geleen voor het grootste deel van haar grondgebied bevoegd gezag onder de Omgevingswet. Dit geldt niet voor het Chemelot terrein en een deel van het grondgebied waarvoor Rijkswaterstaat (RWS) en waterschappen bevoegd gezag zijn.
De regels voor het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen zijn opgenomen in het Bal en het Bkl. Deze regelgeving bevat kwaliteitseisen voor het toepassen van materialen in of op de bodem en stelt eisen aan de uitvoering van bodemwerkzaamheden (voorheen Kwalibo). Het doel van deze regelgeving is het waarborgen van duurzaam bodembeheer: het beschermen en verantwoord benutten van de bodem, zowel nu als in de toekomst. Voor bepaalde toepassingen van grond en baggerspecie geldt een meldingsplicht. De meldingen worden ingediend via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Voor bouwstoffen geldt in beginsel geen meldingsplicht, tenzij sprake is van specifieke situaties zoals aangewezen in het Bal.
Problemen en risico’s
Bij foutieve toepassingen bestaat het risico dat de bodemkwaliteit verslechtert. Omdat de grond zo schoon is bestaat een relatief hoog risico dat dit fout kan gaan en verontreinigde grond terecht kan komen op schone grond. De kosten voor het herstel, c.q. het verwijderen van verontreinigde grond, zijn substantieel.
De risico’s doen zich voor bij:
–niet gedane, afwijkende, of te late meldingen
–ontgravingen
–toepassing van grond
–kunstgrasvelden
–bedrijven die grond opbulken
–aanleg en in werking hebben van bodemenergiesystemen
Mobiel breken
Profiel
De gemeente was voorheen bevoegd gezag voor het Besluit mobiel breken van bouw- en sloopafval (BMobB). Dit valt nu onder het Bbl. Uitgediende bouwwerken (woon- en utiliteitscomplexen, loodsen e.d.) worden na sloop gebroken tot een recyclinggranulaat (bouwstof). D.m.v. een gecertificeerde mobiele breker wordt het puin gebroken tot een gecertificeerde bouwstof (recycling puingranulaat).
Problemen en risico’s
Het naleefgedrag is over het algemeen goed, hierdoor is de kans dat risico’s zich voordoen redelijk klein.
Sanering van bodemverontreiniging
Profiel
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de systematiek van bodemsaneringen gewijzigd. De Wet bodembescherming (Wbb) is grotendeels vervallen en vervangen door het nieuwe stelsel van de Omgevingswet.
Voor historische bodemverontreinigingen (ontstaan vóór 1 januari 1987) blijft het overgangsrecht van de Wet bodembescherming van toepassing. In dat kader is de gemeente bevoegd gezag voor de afhandeling van Wbb-gevallen binnen haar grondgebied, voor zover deze niet onder provinciale bevoegdheid vallen.
Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging (zorgplichtgevallen) vallen onder de Omgevingswet. Hiervoor geldt een directe zorgplicht en, indien noodzakelijk, een verplichting tot het treffen van passende maatregelen. Saneringen worden uitgevoerd conform de regels uit het Bal en het omgevingsplan.
Jaarlijks worden een klein aantal meldingen ontvangen van voorgenomen saneringen van (niet-ernstige) historische verontreinigingen. Bij dergelijke meldingen wordt een plan van aanpak of saneringsplan ingediend ter beoordeling. Daarnaast vinden incidenteel saneringen plaats van ondergrondse opslagtanks, waarbij risico’s voor bodem- en grondwaterverontreiniging aanwezig kunnen zijn.
Problemen en risico’s
Risico’s doen zich voor bij illegale stortingen (bijvoorbeeld met asbest of afval uit drugsproductie) en saneringen zonder of zonder deugdelijke melding of aanpak.
Risico-matrix
Prioriteiten en doelstelling
Voor de komende beleidsperiode benoemen we ten aanzien van bodem, grond en bouwstoffen de volgende doelstellingen:
Doelstelling
Voorkomen van verontreiniging van de bodem door te zorgen dat toepassingen van grond, bouwstoffen en baggerspecie voldoen aan het Besluit Bodemkwaliteit.
3.5.10 Horeca
De in deze paragraaf genoemde Preventie- en Handhavingsplan 2015-2019, het exploitatievergunningenbeleid 2014-2018 en dergelijke zijn mogelijk niet meer actueel en worden in de periode 2026-2027 herijkt. In de uitwerking van het nieuwe VTH-beleid in 2027 worden de relevante VTH-wijzigingen meegenomen.
Profiel
Er zijn twee vergunningstelsels van toepassing op de horeca, die een aantal activiteiten/toestemmingen reguleren:
•exploitatievergunning voor een horeca-inrichting op grond van de APV. Dit is een vergunning voor het exploiteren van een inrichting en een terras;
•een vergunning op grond van de Alcoholwet voor het mogen verstrekken van alcoholische drank. Deze wet is van toepassing op (para commerciële) horeca inrichtingen waar alcohol geschonken wordt, maar ook op slijterijen en evenementen (ontheffingen). Het onderdeel Alcoholwet komt in dit beleid verder niet aan de orde. Dat is naast de relevante bepalingen in de Alcoholwet ook geregeld in Zuid-Limburgs beleidsplan Preventie en Handhaving Jeugd & Middelen 2025-2028.
Er worden jaarlijks ongeveer 100 horeca exploitatievergunningen verleend. Op grond van het actuele ‘Horeca exploitatievergunningenbeleid’ worden de exploitatievergunningen voortaan verleend voor onbepaalde duur.
Problemen en risico’s
Indien horecabedrijven zich niet aan de regels houden kunnen risico’s ontstaan voor.
–de volksgezondheid,
–het woon- en leefklimaat in de directe nabijheid van het horecabedrijf,
–de bruikbaarheid van de weg (terrassen),
Daarnaast zijn horecabedrijven kwetsbaar, omdat ze mogelijkheden tot witwassen en andere vormen van (vermogens-)criminaliteit bieden. Om dit tegen te gaan, maken wij gebruik van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet Bibob).
Risico-matrix
Doelen en indicatoren
Doelstelling
Beschermen van de leefomgeving door te bevorderen dat horeca-gelegenheden aan de wettelijke eisen voldoen en voorkomen van inmenging van criminaliteit
3.5.11 Evenementen
Profiel
Jaarlijks vindt een groot aantal evenementen plaats in Sittard-Geleen, variërend van klein tot groot. In artikel 2.24 en 2.25 van de Algemene Plaatselijke Verordening Sittard-Geleen (APV) is geregeld voor welke evenementen een vergunning is vereist of met een melding kan worden volstaan. Er geldt een meldingsplicht voor kleine(re) evenementen en een vergunningplicht voor grote(re) evenementen. Voor elk evenement wordt het risicoprofiel bepaald (melding, A, B of C), waarbij de meest risicovolle evenementen als profiel C worden aangeduid. Jaarlijkse risicovolle evenementen zijn bijvoorbeeld: Oktoberfeesten, Groove Garden, Carnaval (‘t Kanón van ‘t Balkón), Kennedymars.
Meldingen
Vergunningen:
A
Weinig risico
B
Gemiddeld risico
C
Hoog risico
Wet- en regelgeving en beleid
Op evenementen is een breed scala van wet- en regelgeving van toepassing (Gemeentewet, Algemene wet bestuursrecht, Alcoholwet, Zondagswet, Luchtvaarwet, Bbl, Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop, etc.). De belangrijkste lokale verordening is de. Beleidsmatig zijn evenementen verankerd in het evenementenvergunningenbeleid Sittard-Geleen (inclusief nadere regels).
Problemen en risico’s
Evenementen zijn en blijven maatwerk. Per evenement vindt een risicoscan (A/B/C) en risicoanalyse plaats in samenwerking met adviseurs en hulpdiensten. De meest risicovolle evenementen zijn de B en C evenementen. Echter, ook A evenementen en in het bijzonder een cumulatie van evenementen, kunnen (hoog) risico met zich meebrengen.
Risico-matrix
Voor verder informatie verwijzen wij naar het Evenementenvergunningenbeleid Sittard-Geleen.
Doelen en indicatoren
Doelstelling
Veilige, gezonde en kwalitatieve evenementen die inpasbaar zijn in de leefomgeving.
3.5.12 Relevante aspecten APV en overige Omgevingsvergunningen
Profiel
Met betrekking tot kansspelen is er een vergunningstelstel van kracht voor:
–Het exploiteren van een speelgelegenheid op grond van de APV.
–Het aanwezig hebben van kansspelautomaten op grond van de Wet op de kansspelen. Op grond van deze wet is het aantal toegestane kansspelautomaten verdeeld in hoogdrempelige inrichtingen en in laagdrempelige inrichtingen.
–Verenigingen en anderen die bingo, kienen of loterij organiseren kunnen volstaan met een melding.
Voor het kappen van bomen is op basis van de Omgevingswet een vergunning nodig. In Sittard-Geleen is slechts in een beperkt aantal gevallen een omgevingsvergunning kap vereist.
Voor het realiseren of veranderen van een weg of uitweg is op basis van de Omgevingswet een vergunning nodig.
Problemen en risico’s
Bij kansspelen is er een risico op gokverslaving, concurrentievervalsing en op overlast in algemene zin indien er veel bezoekers komen. De kans op het zonder vergunning of melding exploiteren van een kansspelautomaat is niet erg groot.
Een risico en ongewenst effect van het onder toestemming kappen van bomen is een aantasting van groen binnen onze gemeente.
Bij de aanleg van een inrit, uitrit of het veranderen van een weg kan een onveilige verkeerssituatie ontstaan als dit zonder of in afwijking van een vergunning wordt gedaan. De kans hierop is klein.
Risico-matrix
Prioriteiten en doelstelling
Voor de komende beleidsperiode zijn de doelstellingen:
Doelstelling
Toezien op het voldoen aan eisen bij het organiseren van kansspelen, het kappen van bomen en de aanleg van inritten/uitritten of het veranderen van een weg.