Aanhef
Samenvatting
Voor u ligt het Onderwijsachterstandenbeleid 2023-2026. In dit beleidsplan leest u hoe wij in de komende beleidsperiode vorm geven aan ons onderwijsachterstandenbeleid. Doel daarbij is het verminderen en bestrijden van taal- en onderwijsachterstanden en daarmee het bevorderen van kansengelijkheid voor alle kinderen.
Om dit doel te bereiken, bieden we peuteropvang (peuteropvang in peutergroepen en in een horizontale groep bij een kinderdagverblijf) en onderwijs subsidie mogelijkheden om de ontwikkeling van het jonge kind te stimuleren en extra activiteiten in te zetten ter bevordering van de beheersing van de Nederlandse taal in het basisonderwijs. We kiezen er daarbij voor om doelgroep peuters al vanaf 2 jaar (en niet vanaf de wettelijke 2,5 jaar) te laten deelnemen aan voorschoolse educatie om de impact zo groot mogelijk te laten zijn. En streven daarbij naar deelname aan het volledige aanbod van 640 uur voorschoolse educatie per jaar.
In de periode 2019 tot en met 2022 zien we een toename van het totaal aantal peuters (doelgroep en niet-doelgroep peuters) dat naar een voorschoolse voorziening (peuteropvang) gaat. Met name in het jaar 2022 is een forse toename te zien van het aantal doelgroep peuters. Op de peildatum voor het jaar 2022 hebben 271 peuters met een VVE-indicatie een voorschoolse voorziening bezocht en 487 peuters zonder VVE-indicatie. Het aantal scholen met een hoge schoolweging zoals bedoeld in het onderwijskader (>31) is in de afgelopen jaren gelijk gebleven (in totaal 6 scholen).
In de afgelopen periode (2019-2022) hebben we positieve ervaringen opgedaan en is gebleken van een goede samenwerking tussen betrokken partijen. Een mooie basis dus om op voort te borduren. In de voorliggende beleidsperiode willen we (aanvullend) inzetten op verbinding. Verbinding van partners, maar ook verbinding met voor onderwijsachterstanden relevante beleidsterreinen en vooral ook verbinding met ouders. Samenwerken, ontschotten en de verantwoordelijkheid daar leggen waar die thuis hoort.
Op het snijvlak van de overgang van peuter naar kleuter zoeken we naar mogelijkheden voor een steeds verdergaande samenwerking tussen peuteropvang en onderwijs. Dit omdat kinderen bij hun ontwikkeling verschillende fases doorlopen en zij dit doen in een verschillend tempo. Wij willen, over de organisaties heen, aansluiten bij de belangen van kinderen. Onze stakeholders van onderwijs en kinderopvang delen deze visie. Bij de samenwerking zijn varianten te bedenken die minder complex zijn (bijvoorbeeld afstemming van thema’s en programma’s) tot uiterst complex (gezamenlijke peuter-kleutergroep) en alles daar tussenin. De warme overdracht blijft net als voorgaande jaren de minimale variant.
Verbinden vraagt om onderzoeken, experimenteren en durf. Het voorliggende beleidsplan geeft dan ook geen dichtgetimmerd kader. Het Subsidiekader onderwijsachterstandenbeleid 2021-2022 dat wordt gehandhaafd, is bedoeld als basis. Het is niet bedoeld als beperking van (nieuwe) mogelijkheden. Ditzelfde geldt voor de subsidieregeling. De Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie 2020 blijft ongewijzigd van kracht, maar ook dit betekent niet dat andere mogelijkheden voor kinderopvangorganisaties op voorhand zijn uitgesloten.
Onderzoeken en experimenteren vraagt om monitoring en evaluatie. Meer concreet betekent dit dat wij onderzoeken of we de hieronder genoemde resultaten behalen.
-Alle kinderen met een risico op een onderwijsachterstand zijn door JGZ geïndiceerd op de leeftijd van twee jaar.
-Alle geïndiceerde peuters maken gebruik van een voorschoolse voorziening (VVE peuteropvang) vanaf de leeftijd van twee jaar en voor 640 uur per jaar.
-Na inzet van voor- en vroegschoolse educatie of activiteiten in het onderwijs is sprake van vermindering van de achterstand bij de doelgroepkinderen.
Naast onderzoek naar het behalen van de hiervoor genoemde resultaten willen we inzoomen op meer inhoudelijke aspecten met het doel te onderzoeken of er veranderingen of verbeteringen mogelijk zijn. We willen weten welke mogelijkheden het meest bijdragen aan het daadwerkelijk verminderen van onderwijsachterstanden. Alle betrokken partijen kijken gezamenlijk naar de wijze waarop dit concreet wordt gemonitord.
Voor de financiering van activiteiten uit het onderwijsachterstandenbeleid ontvangen wij een Specifieke uitkering van het Rijk.