Gemeentelijke regelgeving

Procedurebesluit Inspraak en Locatiekeuze (ondergrondse) verzamelcontainers Sint-Michielsgestel 2024

Gemeente Sint-Michielsgestel · geldt sinds 21 februari 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel;

gelet op de Afvalstoffenverordening gemeente Sint-Michielsgestel 2024;

gelet op Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluit vast te stellen het overig besluit van algemene strekking van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel houdende het beheer van huishoudelijk afval:

Procedurebesluit Inspraak en Locatiekeuze (ondergrondse) verzamelcontainers Sint-Michielsgestel 2024

Artikel 1. Begrippen en definities

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

•Hoogbouw-/Verzamellocatie

Een perceel of groep van percelen waar de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door de aard van de bebouwing en/of bewoning niet met individuele inzamelmiddelen kan plaatsvinden. Deze locaties worden opgenomen in het Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening 2025.

•Verzamelcontainer – algemeen

Een inzamelmiddel voor een niet specifieke groep van gebruikers, ten behoeve van de gescheiden inzameling van aangewezen huishoudelijke afvalstromen op wijk-/kernniveau.

•Verzamelcontainer – specifiek

Een inzamelmiddel voor een specifieke groep van percelen en/of gebruikers, ten behoeve van de geschieden inzameling van aangewezen huishoudelijke afvalstromen bij Hoogbouw-/Verzamellocaties.

•Inzamelplaats

Een door de gemeente aangewezen locatie voor de inzameling van een of meerdere huishoudelijke afvalstromen.

•Inzamelmiddel

Een door de gemeente aangewezen middel voor de (al dan niet tijdelijke opslag en) het aanbieden van gescheiden huishoudelijke afvalstoffen voor een perceel, een groep van percelen, of voor een groep van gebruikers. Een inzamelmiddel kan zowel een ondergrondse als een bovengrondse verzamelcontainer zijn, al dan niet met toegangscontrole, bestemd voor de gescheiden inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

•Inzameldienst

De door het college aangewezen partij die het legen van de inzamelmiddelen uitvoert. Dit kan de eigen inzameldienst zijn of een zakelijke dienstverlener in opdracht van de gemeente.

•Inzamelvoertuig

Een voertuig bedoeld, en geschikt voor het legen van, al dan niet ondergrondse, verzamelcontainers en minicontainers bestemd voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.

•Restafval

Dat deel van het huishoudelijk afval dat over blijft na het scheiden van de verplichte stromen dat vanwege aard en omvang geschikt is om aan te bieden in het hiertoe aangewezen inzamelmiddel.

•GFT

Alle toegestane, voor hergebruik geschikte, organische materialen die zonder gevaar voor milieu en volksgezondheid ingezet kunnen worden voor vergisting/compostering.

•PMD

Alle toegestane, voor hergebruik geschikte, verpakkingen van plastic, metaal of drankenkarton, of combinaties daarvan.

•OPK

Al het toegestane oud papier en karton, zowel verpakkingen als gebruiksmaterialen.

•Glas

Alle toegestane, voor hergebruik geschikte, verpakkingen van glas.

•Luiers/Inco

Alle kinderluiers en schoonmaakdoekjes. Al het overige incontinentiemateriaal dat vrijkomt uitgezonderd het materiaal dat vrijkomt tijdens medische behandelingen.

•Medisch afval

Al het afval dat vrijkomt door of ten gevolge van (de behandeling) van een aandoening, zoals onder andere stoma-materiaal, wondverzorgingsmiddelen en niet herbruikbare verpakkingen van medische toebehoren en gebruiksvoorwerpen. Hier valt ook incontinentiemateriaal dat vrijkomt tijdens een medische behandeling onder.

•Textiel

Alle toegestane, voor hergebruik geschikte, textiel en kleding.

•Tuin-/Snoeiafval

Al het organisch, plantaardig materiaal dat vrijkomt bij het onderhoud van tuin, balkon en resten van kamerplanten en/of snijbloemen.

•Locatieplan, ontwerp

Het ontwerp locatieplan met daarin de voorkeurslocatie van het college van burgemeester en wethouders voor de inzamelplaats en individuele inzamelmiddelen.

•Locatieplan, definitief

Het locatieplan met daarin de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde definitieve locatie van de inzamelplaats en individuele inzamelmiddelen.

Artikel 2. Doelstelling

De toepassing van dit besluit is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.

Artikel 3. Uitgangspunten voor de Verzamelcontainers - algemeen

Voor het plaatsen van (ondergrondse) verzamelcontainers – algemeen, op wijk-/kernniveau gelden de volgende uitgangspunten:

1De inzameling dient een logische koppeling te hebben met de gekozen locatie. Denk hierbij aan het inzamelen van Glas en/of textiel in de nabijheid van supermarkt/winkel(centra) of Luiers/Inco-materiaal bij kinderdagverblijven en maatschappelijke instellingen. De spreidingsgraad van de containers en voldoende dekking binnen de bebouwde kom voor het verwachte aanbod van alle huishoudens kan een reden zijn hiervan af te wijken;

2De inzamelplaats dient goed bereikbaar te zijn voor de inzameldienst;

3De inzamelplaats en de inrichting daarvan dient zodanig te zijn dat de mogelijke overlast voor gebruikers, en gebruikers van de omgeving zo beperkt mogelijk blijft.

Artikel 4. Uitgangspunten voor de Verzamelcontainers – specifiek

Voor het plaatsen van (ondergrondse) verzamelcontainers – specifiek, bij aangewezen Hoogbouw-/Verzamellocaties gelden de volgende uitgangspunten:

1De inzamelplaats dient bij voorkeur op het perceel gerealiseerd te worden. Bij nieuwbouw dient hier tijdens het ontwerp rekening mee gehouden te worden;

2Als de inzamelplaats niet op het perceel gerealiseerd kan worden is de

a.Streefwaarde voor de loopafstand maximaal 25 meter (enkele reis gemeten vanaf de uitgang van het complex tot aan de inzamelplaats);

b.Maximale loopafstand 100 meter (enkele reis gemeten vanaf de uitgang van het complex tot aan de inzamelplaats).

c.In uitzonderlijke gevallen kan deze maximale afstand overschreden worden, maar uitsluitend in overleg met de ontwikkelaar/eigenaar en gemeente, en met maximaal een extra loopafstand van 100 meter (enkele reis gemeten vanaf de uitgang van het complex tot aan de inzamelplaats);

3De gemeente bepaalt de onderlinge locaties voor de verschillende afvalstromen;

4Voor het overige gelden de randvoorwaarden zoals gemeld in hoofdstuk 3 van dit besluit.

Artikel 5. Bereikbaarheid voor de inzameldienst

1De inzamelplaats dient te allen tijde voor de inzameldienst voldoende en veilig bereikbaar te zijn;

2De inzamelmiddelen dienen te allen tijde door de inzameldienst op een veilige manier geleegd te kunnen worden. Tijdens het legen mag er geen kans zijn objecten in de openbare ruimte of gebouwen te kunnen raken. Hiervoor geldt de volgende randvoorwaarde dat indien het inzamelmiddel om te legen getild en/of verplaatst dient te worden de minimale afstand tussen het hart van de container en het dichtstbijzijnde object of bebouwing 2,00 meter bedraagt.

Artikel 6. Bereikbaarheid voor de gebruikers

1De inzamelplaats en de individuele inzamelmiddelen dienen te allen tijde makkelijk bereikbaar, toegankelijk en voldoende veilig bereikbaar te zijn. Hierbij houden we rekening met de toegankelijkheid voor inwoners met een beperking en/of ouderen.

2Een inzamelplaats dient bij voorkeur te bereiken te zijn zonder hierbij een druk bereden rijweg, al dan niet met verkeerslicht in de directe nabijheid, te hoeven oversteken.

Artikel 7. Verkeersveiligheid

Een inzamelplaats dient zo te worden geplaatst dat:

1De afstand gemeten vanaf de uiterste rand van de inzamelplaats tot aan een kruising, rotonde en/of afslag minimaal 25 meter bedraagt;

2De afstand gemeten vanaf de uiterste rand van de inzamelplaats tot aan een, al dan niet met verkeerslicht uitgeruste, oversteekplaats minimaal 25 meter bedraagt;

3De inzameldienst voldoende ruimte heeft om het inzamelvoertuig voldoende veilig op te stellen, rekening houdend met de mogelijke risico’s voor:

a.Voetgangers en fietsers;

b.Gemotoriseerd verkeer;

c.De bereikbaarheid voor alarm- en hulpdiensten;

d.Het verkeer dat gebruik maakt van de aanliggende weg bij voorkeur de mogelijk heeft om 1 zijde van de weg te blijven gebruiken;

4De inzamelplaats en de individuele inzamelmiddelen geen directe verkeershinder veroorzaken.

Artikel 8. Ondergrondse infrastructuur

1Een inzamelplaats kan niet worden geplaatst bij de aanwezigheid van:

a.Wettelijk vastgelegde vrijwaringszones van Netbeheerders, Defensie en andere belanghebbenden;

b.Hoofd tansport leidingen, hoofdrioolleidingen en glasvezelkabels;

2Voor overige kabels en leidingen die tot een lokaal netwerk behoren, straatkolken en huisaansluitingen weegt de gemeente de overlast en kosten voor omlegging af tegen het belang van de locatie.

Artikel 9. Parkeervoorzieningen

Indien er in de omgeving aantoonbaar hoge parkeerdruk is gelden de volgende voorwaarden:

1Inzamelplaatsen komen, zoveel als mogelijk, niet op de plek van openbare parkeerplaatsen;

2Indien er geen andere mogelijkheid is dan het opheffen van een (of meer) parkeerplaatsen dient er indien mogelijk in de nabije omgeving een gelijk aantal nieuwe parkeerplaatsen te komen;

Artikel 10. Bomen en Groenvoorzieningen

1Inzamelplaatsen komen, zoveel als mogelijk, niet op de plek van bomen;

a.Indien er echt geen andere mogelijkheid is dan het verwijderen van een (of meer) bomen dient er indien mogelijk in de nabije omgeving een gelijk aantal, gelijkwaardige nieuwe bomen te komen;

2Inzamelplaatsen komen, zoveel als mogelijk, niet op de plek van overige groenvoorzieningen;

a.Indien er onvoldoende geschikte plaatsingsruimte binnen de bestaande verharding is, dan zal aanliggend groen wel benut worden.

Artikel 11. Inpassing in de openbare ruimte, overige ruimtelijke aspecten

Alle inzamelplaatsen dienen te passen binnen het straatbeeld. De locatiekeuze wordt daarom afgestemd met de overige objecten in de openbare ruimte:

1Inzamelplaatsen vallen zoveel mogelijk buiten de zichtlijnen van woningen, waarbij het algemeen belang (doelmatige beheer van huisvuil) uiteindelijk voor het individueel belang gaat;

2Inzamelplaatsen voldoen aan de geldende eisen en richtlijnen in het geval van:

a.Historische omgeving;

b.Beschermd stads-/dorpsgezicht;

c.Architectonische belangrijke objecten.

Artikel 12. Verzamelcontainers - algemeen

Voor het plaatsen van (ondergrondse) verzamelcontainers – algemeen, op wijk-/kernniveau maken we gebruik van de Openbare Uniforme Voorbereidingsprocedure volgens Afdeling 3.4 Awb, waarbij:

1Het college een ontwerp locatieplan voor de inzamelplaats(en) opstelt en bekendmaakt, met daarin de voorkeurslocatie(s) en een beschrijving van de:

a.Aangewezen afvalstromen;

b.Aantallen containers, per afvalstroom;

c.Locatie van de inzamelplaats, en de individuele verzamelcontainer(s);

2Inwoners 6 weken de tijd hebben om een zienswijze in te dienen;

3Het college daarna een definitief locatieplan vaststelt;

4Inwoners de mogelijkheid hebben om in beroep te gaan.

Artikel 14. Verzamelcontainers – specifiek

Voor het plaatsen van (ondergrondse) verzamelcontainers – specifiek, bij aangewezen Hoogbouw-/Verzamellocaties maken we gebruik van de Openbare Uniforme Voorbereidingsprocedure volgens Afdeling 3.4 Awb, waarbij:

1Het college, in overleg met de eigenaar van de locatie, een ontwerp locatieplan voor de inzamelplaats(en) opstelt en bekendmaakt, met daarin de voorkeurslocatie(s) en een beschrijving van de:

a.Aangewezen afvalstromen;

b.Aantallen containers, per afvalstroom;

c.Locatie van de inzamelplaats, en de individuele verzamelcontainer(s);

2We alle betrokken inwoners schriftelijk informeren over het besluit en de te volgen procedure;

3We een informatieavond (fysiek en digitaal) organiseren voor de betrokken inwoners;

4Inwoners 6 weken de tijd hebben om een zienswijze in te dienen;

5Het college daarna een definitief locatieplan vaststelt;

6Inwoners de mogelijkheid hebben om in beroep te gaan.

Bijlage I Nadere uitwerking uitgangspunten en randvoorwaarden locatiekeuze

Artikel 3. Uitgangspunten voor de Verzamelcontainers – algemeen

Artikel 4. Uitgangspunten voor de Verzamelcontainers – specifiek

Bepaling

Hard

Zacht

Beperken overlast

1.

De inzameling dient een logische koppeling te hebben met de gekozen locatie. Denk hierbij aan het inzamelen van Glas en/of textiel in de nabijheid van supermarkt/winkel(centra) of Luiers/Inco-materiaal bij kinderdagverblijven en maatschappelijke instellingen

X

2.

De afstand van het hart van een container tot een gevel van een woonhuis bedraagt minimaal 2.00 meter, maar zo mogelijk meer.

X

3.

Er mag bij aanleg en gebruik van een container geen schade aan gebouwen ontstaan.

X

4.

De afstand van het hart van een container tot een gevel van een woonhuis is dusdanig groot dat de geluidsbelasting op de gevel tijdens het gebruik en legen van de container niet te hoog is.

X

5.

Een container bevindt zich niet voor een deur en/of onder een raam of balkon.

X

6.

Een container bevindt zich niet voor een inrit, carport of garage.

X

Artikel 5. Bereikbaarheid voor de inzameldienst

Bepaling

Hard

Zacht

7.

De doorrijhoogte van bruggen, viaducten en andere obstakels op de route naar een inzamelplaats is minimaal 4 meter.

X

8.

Een inzamelplaats is goed bereikbaar voor inzamelvoertuigen met een lengte van 8,50 tot 11 m. en een maximale breedte van 2,55 m (3,05 m incl. spiegels).

X

9.

Een inzamelplaats is bereikbaar via een weg die berekend is op zwaar verkeer (het maximale gewicht van het inzamelvoertuig met belading is 35 ton verdeeld over 3 assen). Dit geldt ook voor locaties op het terrein van derden.

X

10.

Een inzamelplaats is zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig op een gefundeerde verharding kan “afstempelen”, zowel links als rechts.

X

11.

Een inzamelplaats is zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig (bij lediging van de container) geen hinder ondervindt van aanwezige objecten, zoals straatmeubilair.

X

12.

Een inzamelplaats bevindt zich op (in) gemeentegrond. In andere gevallen moet een overeenkomst met de eigenaar van de grond worden afgesloten in verband met eigendomsrecht, schade aan wegdek, onderhoudskosten en dergelijke.

X

13.

Een inzamelplaats (een container) bevindt zich op een locatie die eenvoudig door een inzamelvoertuig te bereiken is. De bochtstraal is minimaal 8,5 m (draaicirkel over de bumper van het voertuig).

X

14.

De afstand tussen het hart van een container en de longitudinale middellijn van het inzamelvoertuig bedraagt maximaal 4 meter.

X

Artikel 6. Bereikbaarheid voor de gebruikers

Bepaling

Hard

Zacht

15.

Een inzamelplaats is voor bewoners goed bereikbaar.

X

16.

Een inzamelplaats is goed toegankelijk voor rolstoelgebruikers.

X

17.

Een inzamelplaats is goed toegankelijk voor ouderen en mensen met een beperking

X

18.

Een inzamelplaats is zodanig gesitueerd dat voetgangers en rolstoelgebruikers ongehinderd gebruik kunnen maken van doorlooproutes op het trottoir.

X

19.

Een inzamelplaats is bij voorkeur te bereiken zonder hierbij een druk bereden rijweg, al dan niet met verkeerslicht in de directe nabijheid, te hoeven oversteken.

X

20.

Een inzamelplaats is uitgevoerd als trottoir indien al een trottoir aanwezig is.

X

21.

Een inzamelplaats is uitgevoerd gelijke hoogte indien al een trottoir aanwezig is.

X

Artikel 7. Verkeersveiligheid

Bepaling

Hard

Zacht

22.

Er ligt geen fietspad tussen de inzamelplaats en het inzamelvoertuig.

X

23.

Er liggen geen parkeervakken tussen de inzamelplaats en het inzamelvoertuig.

X

24.

De afstand gemeten vanaf de uiterste rand van de inzamelplaats tot aan een kruising, rotonde en/of afslag bedraagt minimaal 25 meter.

X

25.

De afstand gemeten vanaf de uiterste rand van de inzamelplaats tot aan een, al dan niet met verkeerslicht uitgeruste, oversteekplaats bedraagt minimaal 25 meter.

X

26.

De inzameldienst heeft voldoende ruimte om het inzamelvoertuig voldoende veilig op te stellen, rekening houdend met de mogelijke risico’s voor:

Voetgangers en fietsers

X

Gemotoriseerd verkeer

X

De bereikbaarheid voor alarm- en hulpdiensten

X

Het verkeer dat gebruik maakt van de aanliggende rijbaan. Dat heeft bij voorkeur de mogelijkheid om de andere rijbaan te gebruiken.

X

27.

De afstand tussen de zijkant van een bovengrondse container of de rand van het voetgangersplatform van een ondergrondse container en een fietspad bedraagt minimaal 62,5 cm. (in verband met obstakelvrees).

X

Artikel 8. Ondergrondse infrastructuur

Bepaling

Hard

Zacht

Geen aanvullende bepalingen

Artikel 9. Parkeervoorzieningen

Bepaling

Hard

Zacht

28.

Een inzamelplaats gaat niet ten koste van een bestaande laad- en losplaats en/of een parkeervoorziening voor artsen, invaliden, autodate, 0-emissie voertuigen.

X

29.

Een inzamelplaats gaat niet ten koste van een parkeervoorziening voor inwoners, (betalende) bezoekers en/of vergunninghouders.

X

30.

Een inzamelplaats naast een parkeervak moet zodanig worden uitgevoerd dat de bumper van een geparkeerd voertuig niet over het voetgangersplatform kan steken, en dat reiniging van het parkeervak eenvoudig mogelijk blijft.

X

Artikel 10. Bomen en Groenvoorzieningen

Bepaling

Hard

Zacht

31.

Een inzamelplaats is zodanig gesitueerd dat bij het legen van de container geen schade ontstaat aan bomen (kroon, wortels) in een volwassen stadium.

X

32.

Een inzamelplaats bevindt zich niet in het openbare groen, maar bij voorkeur in een verhard gebied. Als plaatsing in het groen onontkoombaar is, dient voorkomen te worden dat “groensnippers” overblijven.

X

Artikel 11. Inpassing in de openbare ruimte, overige ruimtelijke aspecten

Bepaling

Hard

Zacht

33.

De afstand gemeten vanaf de uiterste rand van de inzamelplaats tot bruggen en duikers bedraagt minimaal 15 meter.

X

34.

De afstand gemeten vanaf de uiterste rand van de inzamelplaats tot de weg bedraagt minimaal 50 cm..

X

35.

De afstand gemeten vanaf de uiterste rand van de inzamelplaats tot een bushalte bedraagt minimaal 5 meter.

X

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.