Gemeentelijke regelgeving

Nota parkeernormen 2025

Gemeente Sint-Michielsgestel · geldt sinds 9 juli 2025

1 Inleiding

1.4 Juridisch kader

1.4.1 Juridische borging

De juridische basis is en wordt geborgd binnen de regels van het omgevingsplanen. In de omgevingsplannen is een dynamische verwijzing opgenomen naar de meest recent vastgestelde parkeernota.

1.4.2 Hardheidsclausule

In artikel 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht is verwoord dat het bevoegde bestuursorgaan de beleidsregels respecteert, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. Concreet betekent dit dat het college van B&W de bevoegdheid heeft om af te wijken van de ‘Parkeernormennota voor auto en fiets Sint-Michielsgestel 2025’, als zich bijvoorbeeld een situatie voordoet waarin één of meerdere belanghebbenden onevenredig worden benadeeld door toepassing van deze nota.

Indien gebruik gemaakt wordt van deze zogenaamde “hardheidsclausule” dient dit onderbouwd en beargumenteerd te worden.

1.4.3 Slot- en overgangsbepaling

De beleidsregel wordt door de Raad vastgesteld op 19 juni 2025 en treedt één dag na publicatie in het Gemeenteblad in werking. De `Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel` komen met de inwerkingtreding per direct te vervallen.

Het overgangsrecht is van toepassing op bouwplannen waarvoor vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels een formele aanvraag voor een omgevingsvergunning, BOPA of wijziging omgevingsplan is ingediend. Voor deze bouwplannen is initiatiefnemer vrij te kiezen welke parkeernormennota , de oude of de nieuwe, van toepassing te verklaren.

1.6 Relatie met ander beleid

1.6.1 Programma Duurzame Mobiliteit Sint-Michielsgestel

Het Programma Duurzame Mobiliteit omschrijft de behoefte aan actueel parkeerbeleid met voldoende ruimte voor maatwerk. Streven is minder ruimte voor de stilstaande auto, zodat er meer ruimte beschikbaar is voor een andere invulling. Dit is in deze nota vertaald door beter passende parkeernormen voor te schrijven met een grotere differentiatie in met name verschillende woonvormen. Als gevolg hiervan zijn de normen voor met name goedkopere woningen naar beneden bijgesteld.

1.6.2 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) vs fietsparkeren hoofdgroep Wonen

In het Bbl is in artikel 4.171 opgenomen dat een woning een bergruimte moet hebben voor het kunnen opbergen van een fiets of scootmobiel:

“Een woonfunctie, anders dan een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden, heeft een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen.”

Het aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen legt de gemeente vast in deze nota. Daarnaast geeft deze nota ook aan hoeveel fietsparkeerplaatsen er voor bezoekers beschikbaar moeten komen.

1.6.3 Economische visie vs parkeerbeleid

Conform de Economische visie wil de gemeente via de huisvestingscarrière bedrijven aan zich binden: starten als zzp’er in een woon-werk woning, doorgroeien naar een bedrijfsverzamelgebouw aan de rand van een woonwijk om vervolgens te verhuizen naar een solitair pand op een bedrijventerrein. Deze ontwikkeling maakt functiemenging, het mengen van wonen en werken, planologisch nodig.

Om kleinschalige bedrijvigheid (starters) te stimuleren, is een vrijstelling op de parkeereis van toepassing (zie H3.5) voor ontwikkelingen waarvan de parkeereis 1,0 parkeerplaats of lager is.

2 Bereikbaarheidskenmerken

2.4 Parkeerregulering

2.4.1 Communicatie parkeerregulering naar (eind)gebruikers

Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het een verantwoordelijkheid van de aanvrager van de omgevingsvergunning om de (toekomstige) eigenaren / huurders / gebruikers vooraf te informeren over de wijze van parkeren, inclusief eventuele parkeerregulering in het openbaar gebied.

2.4.2 Vrijstellingsoverzicht

Alle adressen binnen nieuwbouw en/of verbouwplannen ten behoeve van de functie wonen die voldoen aan het principe Parkeren Op Eigen Terrein, worden opgenomen in het vrijstellingsoverzicht. Gebruikers en/of bezoekers van deze adressen komen nooit in aanmerking voor parkeervergunningen of ontheffingen voor parkeren op de openbare weg.

3 De parkeereis

3.1 Bepaling Parkeereis

3.1.1 Automatische vrijstelling op parkeereis

Er is een automatische vrijstelling van toepassing op de parkeereis wanneer bij een willekeurige ontwikkeling de parkeereis ≤1,0 parkeerplaats is en de parkeerdruk in de openbare ruimte onder de 85% blijft.

3.2 Parkeerbalans

3.2.1 Parkeren Op Eigen Terrein (POET)

Een ruimtelijke ontwikkeling dient in haar eigen parkeeropgave te voorzien om te voorkomen dat de parkeerdruk in de directe omgeving toeneemt tot een niveau waarbij parkeerhinder te verwachten is. De benodigde ruimte voor deze parkeeropgave moet in beginsel worden gezocht op eigen terrein.

Onder “eigen terrein” verstaan we de grond waarover een initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling duurzaam en aantoonbaar kan beschikken gedurende het gebruik van de functie, binnen de maximaal acceptabele loopafstand van de ruimtelijke activiteit. Dit kan in voorkomende gevallen ook openbare ruimte omvatten. Denk bijvoorbeeld aan het bezoekersaandeel van individuele woningen of parkeergelegenheid voor ouders die hun kinderen brengen en halen van een basisschool.

Is de parkeerbehoefte op basis van het initiële plan niet of niet geheel op het eigen perceel te realiseren dan kunnen onderstaande maatregelen genomen worden:

1Bouwplan zodanig aanpassen dat een lagere parkeerbehoefte ontstaat en kan worden voorzien in voldoende parkeercapaciteit op eigen perceel;

2Creëren van meer parkeeraanbod door het aanleggen en/of beschikbaar maken van extra parkeergelegenheid buiten het plangebied op particulier terrein, binnen de van toepassing zijnde acceptabele loopafstanden (voorwaarden zie H3.2.2);

3Gebruik maken van eventueel beschikbare restcapaciteit voor het bezoekersaandeel van de parkeerbehoefte (voorwaarden zie H3.2.3) , e.e.a. aan te tonen met een representatieve parkeerdrukmeting (vereisten parkeerdrukmeting zie H3.2.6)

3.2.2 Gebruik niet-openbare parkeergelegenheid buiten plangebied

Het betrekken van parkeergelegenheid in de parkeeropgave buiten het planologische plangebied op particulier terrein is mogelijk mits deze binnen de van toepassing zijnde maximale loopafstand van de ontwikkeling gelegen is. Dit wordt gezien als een vorm van Parkeren Op Eigen Terrein.

De voorwaarde is dat de beschikbaarheid van deze parkeerplaatsen voor de gebruikers van de ontwikkeling voor onbepaalde tijd moet zijn geborgd, gebruik makend van een notarieel vast te leggen kwalitatieve verplichting. Ook moet inzichtelijk zijn gemaakt door de initiatiefnemer dat het gebruik van deze parkeerplaatsen geen tekort aan parkeerplaatsen tot gevolg heeft voor de bestaande functie(s) waarvoor deze parkeergelegenheden ooit aangelegd zijn. Mocht het contract voor onbepaalde tijd tussentijds worden opgebroken dan moet alsnog voldaan worden aan de parkeereis.

3.2.3 Gebruik bestaande restcapaciteit in de openbare ruimte

Het bezoekersaandeel van de parkeereis voor woondoeleinden kan in veel gevallen (geheel of gedeeltelijk) worden ingevuld door gebruik te maken van bestaande restcapaciteit in de openbare ruimte waar de gemeente eigenaar van is.

Of gebruik maken van bestaande restcapaciteit mogelijk is, wordt per geval beoordeelt door de gemeente en is met name afhankelijk van eventueel geplande ruimtelijke ingrepen in de betreffende openbare ruimte zoals bijvoorbeeld bouwplannen in de directe nabijheid, vergroeningsopgaven of andere herinrichtingsplannen. Oftewel er wordt bekeken of het in een specifiek geval aannemelijk is dat het betreffende initiatief duurzaam kan beschikken over deze openbare ruimte met de kennis die ten tijde van de aanvraag redelijkerwijs voorhanden is.

De eventueel beschikbare restcapaciteit vervolgens door initiatiefnemer aan te tonen middels een representatieve parkeerdrukmeting (zie H3.2.5)

3.2.4 Parkeercapaciteit op eigen perceel bij functie Wonen

Om te bepalen in welk deel van de parkeereis van een woonfunctie op het woonperceel zelf voorzien kan worden moeten onderstaande rekenwaarden worden toegepast.

Tabel 2 - Rekenwaarden parkeren op woonperceel

3.2.5 Parkeerdrukmeting

De eventueel aanwezige restcapaciteit in de directe omgeving, zijnde openbare ruimte, van een ruimtelijke ontwikkeling moet met een representatieve parkeerdrukmeting, vooraf afgestemd met de gemeente (afdeling verkeer) en op kosten van de initiatiefnemer inzichtelijk worden gemaakt. De parkeerdrukmeting moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

•De meting moet representatief zijn, passend bij de ruimtelijke ontwikkeling. Daarom moet rekening gehouden worden met speciale omstandigheden die een afwijkend parkeerbeeld tot gevolg kunnen hebben.

•Elk representatief meetmoment moet minimaal twee keer gemeten worden. De aanwezigheidspercentages in Tabel 1 worden toegepast om te bepalen wat de representatieve momenten zijn voor een specifieke parkeerdrukmeting.

•Het onderzoeksgebied van de parkeerdrukmeting moet binnen de van toepassing zijnde maximale loopafstand vallen.

•Het onderzoeksgebied wordt opgedeeld in secties van maximaal 100m lengte die rekening houden met de aanwezige situatie.

•De parkeercapaciteit binnen het onderzoeksgebied moet éénduidig en herleidbaar worden vastgesteld en weergegeven.

•Bij de bepaling van de parkeercapaciteit moet rekening gehouden worden met de eventueel van toepassing zijnde parkeerregulering.

•De eventueel beschikbare restcapaciteit wordt berekend door de parkeerdruk in mindering te brengen op 85% van de totale parkeercapaciteit.

Het kan voorkomen dat een ruimtelijke ontwikkeling vraagt om een uitgebreider parkeeronderzoek, dat zal per geval door de gemeente beoordeelt worden.

3.2.6 Acceptabele loopafstanden

Goede verbindingen voor alternatieve vervoerswijzen zoals lopen, fietsen en het openbaar vervoer tussen de locatie van (grotere) parkeervoorzieningen en de populaire bestemmingen zijn van invloed op de acceptabele loopafstanden. Om die reden is onderscheidt gemaakt tussen acceptabele loopafstanden van en naar deelgebied Centrum en overige deelgebieden. In onderstaande tabellen staan de maximale acceptabele loopafstanden weergegeven voor de meest voorkomende functies.

Tabel 3 - Acceptabele loopafstanden Auto

Tabel 4 - Acceptabele loopafstanden Fiets

3.4 Speciale parkeergelegenheden

3.4.1 Algemene gehandicaptenparkeerplaats

Een algemene gehandicaptenparkeerplaats is te herkennen aan een blauw verkeersbord met een witte P en een wit rolstoelsymbool (verkeersbord E6). Alleen voertuigen met een gehandicaptenparkeerkaart mogen hier staan.

Er moet een minimum van vijf procent aan algemene gehandicaptenparkeerplaatsen zijn bij publieke voorzieningen zoals een bioscoop, bibliotheek of gemeentehuis. De loopafstand tussen de parkeerplaats en de ingang moet zo klein mogelijk zijn en minder dan 100 meter.

3.4.2 Parkeerplaatsen voor laden van elektrische auto’s

Bij het berekenen van de parkeeropgave dient het aandeel voor te bereiden oplaadpunten voor elektrische voertuigen per specifiek geval te worden afgestemd met de gemeente Sint-Michielsgestel.

Voor de van toepassing zijnde ontwerpeisen voor oplaadpunten wordt de richtlijn `Parkeren\Laadpunten voor elektrische auto’s in de openbare ruimte` van het CROW gehanteerd.

3.4.3 Laad- en losvoorzieningen

Indien de bestemming en/of functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en lossen, moet op eigen perceel in voldoende mate in deze behoefte worden

voorzien. De benodigde ruimte voor het laden en lossen is inclusief de benodigde manoeuvreerruimte, achteruitrijdbewegingen op de openbare weg door zwaar verkeer moet in alle gevallen voorkomen worden.

Op basis van afmetingen van het te verwachten (vracht)verkeer en rijcurves wordt de bruikbaarheid van de laad en los mogelijkheid getoetst.

Voor het laden/lossen van voertuigen van pakketdiensten geld dat er op eigen terrein in de behoefte voor laden en lossen moet worden voorzien. Een initiatief waar een pakketkluis in is opgenomen kan een reden zijn om in een laad-/losplaats te moeten voorzien.

4 De parkeernormen

4.1 Wonen

4.1.1 Wonen - Auto

* Voor arbeidsmigrantenhuisvesting is de norm bepaald per arbeidsmigrant i.p.v. per woonruimte

** Een arbeidsmigrantencomplex is een complex waar minimaal 150 arbeidsmigranten verblijven. Voor kleinere woonvormen waar arbeidsmigranten gehuisvest worden wordt aangesloten op de parkeernormen voor reguliere woondoeleinden

4.1.2 Wonen – Fiets

* Een kamer is een niet gedeelde woonruimte; een hal, schuur, technische- of sanitaire ruimte valt niet onder deze definitie

4.2 Werken

4.2.1 Werken – Auto

* Parkeernorm exclusief laden/lossen (vrachtauto’s). De benodigde laad- en losvoorzieningen dienen apart onderbouwd te worden

4.2.2 Werken – fiets

* Eenheid parkeernormen per 100 m2 BVO, uitgezonderd bezoekersaandeel kantoren: per balie

** kantoren minimaal 6 fietsparkeerplaatsen

4.3 Winkelen en boodschappen

4.3.1 Winkelen en boodschappen - Auto

4.3.2 Winkelen en boodschappen – Fiets

* Voor de overige functies binnen hoofdgroep Boodschappen en winkelen zijn geen fietsparkeernormen opgenomen. Aantal fietsers dient per functie te worden onderbouwd

4.4 Sport, cultuur en ontspanning

4.4.1 Sport, cultuur en ontspanning – Auto

* Bij bioscopen moet voor parkeren rekening worden gehouden met een eventuele overlap tussen twee voorstellingen (+ 40% Gegeven kengetallen betreffen de drukste voorstelling op de drukste dag van de drukste maand

** Theater/schouwburg: 100 zitplaatsen is circa 300 m2 BVO

*** Sportveld: exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten

4.4.2 Sport, cultuur en ontspanning – Fiets

* Voor de overige functies binnen hoofdgroep Sport, cultuur en ontspanning zijn geen fietsparkeernormen opgenomen. Aantal fietsers dient per functie te worden onderbouwd

4.5 Horeca en (verblijfs)recreatie

4.5.1 Horeca en (verblijfs)recreatie – Auto

* Camping: exclusief 10% parkeervraag door gasten van bezoekers

4.5.2 Horeca en (verblijfs)recreatie – Fiets

* Voor de overige functies binnen hoofdgroep Horeca en (verblijfs)recreatie zijn geen fietsparkeernormen opgenomen. Aantal fietsers dient per functie te worden onderbouwd

** Terras oppervlak meetellen ten behoeve van functies Fastfoodrestaurant en restaurant

4.6 Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

4.6.1 Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen - Auto

4.6.2 Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen – Fiets

* Voor de overige functies binnen hoofdgroep Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen zijn geen fietsparkeernormen opgenomen. Aantal fietsers dient per functie te worden onderbouwd.

4.7 Onderwijs

4.7.1 Onderwijs – Auto

Halen en brengen

Voor het halen en brengen van kinderen bij een basisschool of een kinderdagverblijf geldt landelijk een aanvullende parkeeropgave: naast parkeerplaatsen voor medewerkers, zijn ook parkeerplaatsen nodig voor kortparkeren. De parkeerbehoefte voor het halen en brengen van kinderen is afhankelijk van een viertal factoren:

•A aantal leerlingen

•B percentage kinderen met de auto

•C parkeerduur

•D aantal kinderen per auto

De aanvullende parkeeropgave wordt voor de verschillende groepen met de volgende formule berekend: Aanvullende parkeeropgave = A * B * C * D

•Kinderdagverblijf (aantal leerlingen) x 0,42 x 0,25 x 0,75

•Groepen 1 t/m 3 (aantal leerlingen) x 0,42 x 0,5x 0,75

•Groepen 4 t/m 8 (aantal leerlingen) x 0,62 x 0,25 x 0,85

Indien aanvangs- en eindtijd van de groepen 1 t/m 3 en 4 t/m 8 met minimaal 30 minuten worden gescheiden, mag de parkeeropgave met 40% worden gereduceerd.

* Kinderdagverblijf, basisschool: exclusief kiss & ride. Zie hiervoor onderdeel halen en brengen.

4.7.2 Onderwijs – Fiets

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.