Gemeentelijke regelgeving

Handboek Evenementenbeleid Simpelveld

Gemeente Simpelveld · geldt sinds 30 november 2021

Aanhef

Inleiding

Het handboek evenementenbeleid is een aanvulling en uitwerking van het ‘lokale evenementenbeleid Simpelveld’, dat is vastgesteld op 23 april 2015. Het lokale evenementenbeleid geeft de visie weer van de raad over evenementen. Hierin zijn de grote kaders geschetst, bijvoorbeeld het aantal evenementen en de begin- en eindtijden. De beslispunten van het lokale evenementenbeleid zijn in het handboek evenementen verwerkt. Het doel van dit handboek is om duidelijkheid te geven over de vergunningaanvraag, vergunningverlening, vergunningsvoorwaarden, toezicht en handhaving. Het is te beschouwen als een draaiboek bij evenementen waarin alle aspecten ter sprake komen. Het hangt van de aard en omvang van het betreffende evenement af in hoeverre deze aspecten van belang zijn.

Om een evenement veilig te laten verlopen en om overlast voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken zal een evenement aan een aantal regels en eisen moeten voldoen. In de Verordening openbare orde en veiligheid van Simpelveld is bepaald wanneer voor het organiseren van een evenement een evenementenvergunning nodig is. In de evenementenvergunning wordt bepaald aan welke (rand-)voorwaarden het evenement dient te voldoen en met welke beperkende maatregelen rekening gehouden moet worden.

Een evenementenvergunning wordt door de burgemeester afgegeven. De burgemeester laat zich door diverse partijen adviseren voordat hij een vergunning afgeeft.

Deel 2 – Voorschriften en aandachtspunten

2.1 Veiligheidsplan

2.1.1 Crowdmanagement en Crowdcontrol

Een te hoge publieksdichtheid bij een evenement brengt een verhoogde kans op incidenten met zich mee. Daarom wordt van de organisator verwacht dat in de voorbereiding van het evenement een inschatting gemaakt wordt van het verwachte aantal gelijktijdige bezoekers en het verwachte aantal totale bezoekers. Aan de hand van deze inschatting kunnen vooraf maatregelen getroffen worden. Ook is het van belang een publieksprofiel te maken om de risico’s in te schatten. Daarbij wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan het type mensen, leeftijd, percentage mannen en vrouwen en stemming.

Crowdmanagement is de systematische planning vooraf en supervisie over de ordelijke verplaatsing en verzameling van personen. Hiervoor moet duidelijkheid bestaan over de toegankelijkheid van het evenement, de mate van planning, de focus, de locatie, de gesteldheid van het terrein en de aard van crowdmanagement. Crowdmanagement is met name voor grotere evenementen van belang.

Crowdcontrol is het beperken van collectief gedrag met repressieve maatregelen, zoals het leiden van bezoekers met afzettingen/ hekken, verbod op crowdsurfen, boetes op vernielingen of ongewenst gedrag.

In het veiligheidsplan dient voor crowdmanagement en crowdcontrol aandacht besteed te zijn aan de volgende onderwerpen:

•analyse bezoekers;

•toestroom/aankomst van de bezoekers;

•toegangscontrole;

•vertrek van de bezoekers;

•spreiding van de bezoekers over het terrein;

•voorkomen van overcrowding;

•creëren van loop- en noodroutes;

•toegankelijkheid hulpdiensten;

•communicatie aan bezoekers;

•ontruimingsplan.

2.1.2 Bewaking/ Beveiliging

De organisator is primair verantwoordelijk voor de orde en de veiligheid van de bezoekers op het evenemententerrein. Er dient daarom gezorgd te worden voor voldoende toezicht. Afhankelijk van de aard van het evenement kunnen vrijwilligers toezicht houden of moet er een professioneel beveiligingsbedrijf ingehuurd worden. In het veiligheidsplan dient aandacht besteed te worden aan de bewaking en beveiliging van het evenement. De norm is dat per 250 gelijktijdig aanwezige bezoekers één toezichthouder aanwezig is. Van deze norm kan de gemeente, op advies van de politie en de brandweer, afwijken als de aard van het evenement dit vereist. De afwijking kan zowel naar boven als naar beneden worden bijgesteld.

Tijdens het evenement moet de opgegeven contactpersonen op het festivalterrein aanwezig en mobiel bereikbaar zijn. De contactpersonen fungeren als aanspreekpunt voor de hulpdiensten. Bevelen en aanwijzingen van politie, brandweer en gemeente dienen te allen tijden opgevolgd te worden. Niet opvolgen van de aanwijzingen of bevelen kan ertoe leiden dat de burgemeester gelast het evenement (tijdelijk) te staken.

2.1.3 Evenemententerrein

Voor het inrichten van het evenemententerrein dient rekening gehouden te worden met de standaardvoorschriften die gesteld worden door de brandweer. De standaardvoorschriften zijn om de (brand)veiligheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van het evenement te waarborgen. Er gelden standaardvoorschriften voor diverse onderwerpen, bijvoorbeeld voor:

•het aantal gasflessen;

•barbecues, bakken en braden;

•ballonnen;

•tenten;

•Kramen;

•plaatsen van objecten;

•gebruik van brandbare materialen;

•vluchtwegen;

•bereikbaarheid hulpdiensten.

De standaardvoorwaarden kunnen opgevraagd worden bij de gemeente, zodat hiermee rekening gehouden kan worden bij de inrichting van het evenemententerrein. De (standaard)voorschriften voor brandveiligheid worden vastgesteld door de Brandweer en in de vergunning opgenomen of aan de vergunning toegevoegd.

Plastic bekers

Om veiligheidsredenen kan als voorwaarde in de vergunning opgenomen worden om gebruik te maken van plastic bekers. De organisatie dient hiermee rekening te houden.

2.1.4 Opbouw- en afbouwwerkzaamheden

Om overlast te voorkomen wordt een evenement kort van tevoren opgebouwd en direct na het evenement afgebroken. Er dient bij de aanvraag een planning bijgevoegd te worden van de op- en afbouw. Hierbij dient rekening gehouden te worden dat in principe niet voor 08.00 uur en niet na 23.00 uur op- of afgebouwd mag worden. Is het niet mogelijk om binnen de aangegeven tijden op of af te bouwen dan dient in overleg met de gemeente afspraken gemaakt te worden om overlast zoveel mogelijk te beperken.

2.1.5 Extreme weersomstandigheden

Als tijdens het evenement sprake is van ‘extreme’ weersomstandigheden kan extra aandacht voor gezondheid en hygiëne of openbare orde en veiligheid nodig zijn. Vooraf dient er een inschatting gemaakt te worden van het weer en welke gevolgen dit heeft.

Bijvoorbeeld: vindt het evenement in december plaats dan kan ‘extreme’ kou ontstaan. In het veiligheidsplan van het evenement dient door de organisator scenario’s uitgewerkt te zijn waarin duidelijk is hoe gehandeld wordt bij extreme weersomstandigheden. Hierbij dient aandacht besteed te worden aan:

•communicatie naar bezoekers vooraf en tijdens het evenement;

•wie is aanspreekpunt binnen de organisatie?

•bij welke weersomstandigheden wordt ontruimd en wie neemt deze beslissing?

•waar worden bezoekers ondergebracht bij ontruiming?

Het weer is drie dagen voor het evenement redelijk nauwkeurig te voorspellen. De organisator dient de weersvoorspellingen in de gaten te houden voor en tijdens het evenement. De burgemeester kan besluiten in overleg met hulpdiensten om nadere voorwaarden op te leggen aan de organisatie indien dit nodig wordt geacht. Aangezien weer onvoorspelbaar is kunnen deze voorwaarden zelfs nog op de dag van het evenement opgelegd worden. Indien de organisator niet naar behoren handelt bij extreme weersomstandigheden kan de burgemeester besluiten om het evenement stop te leggen en het terrein te laten ontruimen.

2.1.6 Calamiteiten tijdens evenementen

De organisator van een evenement is primair verantwoordelijk voor de veiligheid op het evenemententerrein. Daarom moet hij zorgdragen voor de bestrijding van kleine incidenten. In het veiligheidsplan dient daarom aandacht besteed te worden aan risico’s van incidenten en hoe hiermee omgegaan wordt.

Ondanks goede voorbereidingen om het evenement zo veilig mogelijk te laten verlopen, kan het voorkomen dat zich tijdens het evenement een calamiteit voordoet waardoor het noodzakelijk is om in te grijpen. Dit kunnen verschillende soorten calamiteiten zijn, zoals een (grote) brand op of nabij het evenemententerrein, vechtpartijen, haatzaaiing of andere ongeregeldheden op het evenemententerrein, legionellabesmetting enz. Op grond van de Gemeentewet is de burgemeester bevoegd om bevelen te geven die noodzakelijk zijn voor:

•De handhaving van de openbare orde;

•Het voorkomen, beperken en bestrijden van gevaar;

•De bescherming van veiligheid en gezondheid.

Wanneer zich een grote calamiteit voordoet, beslist de burgemeester in overleg met de hulpdiensten over de te nemen maatregelen. De organisator wordt hierover geïnformeerd.

2.2 Verkeer, vervoer en bereikbaarheid

2.2.1 Bereikbaarheid en mobiliteitsplan

Om een goede inschatting te maken van de bereikbaarheid van het evenement dient rekening gehouden te worden met de volgende factoren:

•geraamde hoeveelheid bezoekers;

•samenloop met andere evenementen in de omgeving;

•wegwerkzaamheden, afsluiting of andere knelpunten;

•beschikbaarheid van parkeervoorzieningen.

Aan de hand hiervan kan nagegaan worden of het evenement de doorstroming van de hoofdwegen sterk beïnvloedt. Mocht dit het geval zijn dan dient de organisator een mobiliteitsplan op te stellen. De vergunningverlener bepaalt wanneer dit nodig is.

Uitgangspunt van het plan is dat de overlast voor bewoners, bedrijven en overige verkeersgebruikers zo veel mogelijk beperkt blijft. In het mobiliteitsplan dient aandacht besteed te worden aan de volgende punten:

Wegafsluitingen

•Welke weg(en) moet(en) worden afgesloten voor het verkeer en gedurende welke tijden (ook voor en na aan het evenement, t.b.v. de op- en afbouw). Aangegeven moet worden of de weg geheel autovrij (incl. parkeren) moet zijn of dat er beperkt verkeer (met ontheffing) mogelijk is?

•Voor wie geldt de ontheffing (o.a. taxi, buurtbewoners, gehandicapten) en hoe ziet deze eruit?

•Hoe is de bereikbaarheid van de hulpdiensten geregeld?

•Is er een calamiteitenroute?

•Rijdt er openbaar vervoer over de afgesloten wegen en kan er tijdens het evenement worden gereden. Zo nee, gedurende welke tijden is openbaar vervoer niet mogelijk?

Vervoerswijze

•Uit welke delen van het land komen de bezoekers/deelnemers van het evenement en met welke vervoersmiddelen?

•Wordt het gebruik van openbaar vervoer gestimuleerd en op welke wijze?

•Wat zijn de verschillende vervoersalternatieven?

•Hoe worden de bezoekers geïnformeerd over de verschillende vervoersalternatieven?

Parkeren

•Op welke weg(en) mogen gedurende welke tijden geen geparkeerde auto’s staan?

•Zijn er gereserveerde parkeerplaatsen nodig voor specifieke voertuigen? (materialenauto, tv-auto, etc.)

•Is er voldoende parkeergelegenheid voor het verwachte aantal bezoekers?

•Waar worden auto’s en bussen van bezoekers/deelnemers geparkeerd?

•Zijn er (tijdelijke) fietsenstallingen voor fietsers?

Afzetmateriaal

•Wordt er afzetmateriaal gebruikt om plaatsen vrij van publiek/verkeer te houden? Zo ja, welk materiaal en waar? (aangeven op tekening)

Verkeersregelaars

•Zijn er gecertificeerde evenementenverkeersregelaars aanwezig? (Zo ja, hoeveel?)

•Zijn er mensen beschikbaar die opgeleid kunnen te worden als evenementenverkeersregelaars? (Zo ja, hoeveel?).

Verkeersvoorlichting

•Hoe worden bewoners/bedrijven en bezoekers voorgelicht over de afsluitingen en andere verkeersmaatregelen?

2.2.2 Verkeersmaatregelen

Als voor een evenement de openbare weg wordt afgesloten of omleidingsroutes worden ingesteld, zijn verkeersmaatregelen nodig in de vorm van verkeer- of verwijzingsborden. De borden dienen te voldoen aan de huidige wet- en regelgeving. Het plaatsen van de borden is de verantwoordelijkheid van de organisator. De plaatsing dient te voldoen aan het afgegeven verkeersbesluit dat is opgenomen in de evenementenvergunning.

Parkeerverboden

Indien er gebruik gemaakt wordt van parkeerverboden dan dient dit tijdig kenbaar gemaakt te worden aan verkeersgebruikers. In de vergunning wordt als voorwaarde opgenomen dat minimaal 5 dagen voor het evenement borden worden aangebracht om het parkeerverbod kenbaar te maken op de aangewezen locaties. Op het bord staat het tijdvak en de reden vermeldt.

2.2.3 Wegsleepregeling

In de gemeente Simpelveld is een wegsleepregeling van toepassing, dit geldt niet voor de parkeervakken. Het kan wenselijk zijn om tijdens het evenement ook de wegsleepregeling van toepassing te laten zijn op de parkeervakken. De organisatie dient aan te geven dat zij gebruik willen maken van de wegsleepregeling. Er dient gezorgd te worden voor de juiste bebording voor het aangeven van het parkeerverbod. Voor de naleving op de wegsleepregeling wordt door de gemeente een boa ingezet.

2.3 Gezondheid en hygiëne

2.3.1 Geneeskundige inzet

De GHOR adviseert bij grote evenementen over de geneeskundige inzet bij evenementen. Omdat elk evenement anders is en de inzet afhankelijk is van de activiteiten die plaatsvinden zal voor ieder grootschalig evenement een afzonderlijk advies worden uitgebracht met betrekking tot de geneeskundige inzet. Van de organisator wordt verwacht de geneeskundige inzet te regelen.

Geneeskundige inzet kan bestaan uit:

•EHBO-post (duidelijk en als zodanig herkenbaar);

•EHBO-materialen;

•EHBO-ers (in het bezit van een geldig diploma)/

Grofweg kan men uitgaan van de volgende indicatie:

•minimaal 2 EHBO-ers voor ieder evenement;

•1 EHBO-er per 1.000 bezoekers;

•vanaf 5.000 bezoekers is advisering door de GHOR gewenst.

2.3.2 Calamiteiten

Bij spoedgevallen zorgt de organisator of een aangewezen contactpersoon van het evenement ervoor dat de opgeroepen ambulance aan de openbare weg wordt opgevangen. Het is van groot belang dat de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het evenemententerrein gegarandeerd zijn voor ambulances en overige hulpverleningsvoertuigen. De organisator dient aan te geven hoe het evenement bereikbaar en toegankelijk is voor hulpdiensten en dient ervoor te zorgen dat de route te allen tijden beschikbaar is. Aangezien de brandweer de grootste voertuigen bezitten, beoordelen zij de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het evenemententerrein.

2.3.3 Sanitaire voorzieningen

De organisator is verantwoordelijk voor het regelen van voldoende toiletvoorzieningen, zowel voor dames, heren en mindervaliden. Dit kan door bestaande toiletvoorzieningen, chemische toiletten of toiletwagens in te zetten die, indien mogelijk, aangesloten kunnen worden op de openbare riolering.

Als richtlijn worden de volgende normen gehanteerd:

•één toilet per 150 gelijktijdig aanwezige bezoekers;

•minimaal twee toiletten (één voor dames en één voor heren);

•het toilet is op loopafstand van maximaal 150 meter te bereiken;

•herentoiletten mogen vervangen worden door urinoirs. Het aantal urinoirs mag maximaal ¼ van het totale aantal toiletten bedragen.

De toiletten moeten minimaal twee maal per dag en zo nodig vaker worden gereinigd. De extra toiletvoorzieningen dienen bij voorkeur op plaatsen te staan die uitnodigen tot wildplassen.

Als tijdens het evenement wordt overnacht, moet rekening gehouden worden met minimaal één douche per 35 gasten.

2.4 Milieu en geluid

2.4.1 Afval

Bij veel evenementen ontstaat een hoop afval. De organisator van een evenement is verantwoordelijk voor het opruimen van afval tijdens en na afloop van het evenement. Tijdens het evenement dienen voldoende afvalbakken geplaatst te worden, zodat publiek het afval niet op de grond gooit. Het inschatten van de juiste hoeveelheid afvalbakken is erg moeilijk. De regel is dat per bezoeker minimaal één kilo afval geproduceerd wordt tijdens een evenement dat vier uur duurt.

Afval afkomstig van het evenement dient direct na het evenement opgeruimd te worden. Afval dat na de afbouw van het evenement achterblijft dient ook door de organisator te worden opgeruimd. Lukt het niet om het afval op te ruimen dan zal de gemeente dit doen. De kosten van het opruimen worden aan de organisator doorberekend.

2.4.2 Voor- en naschouw evenemententerrein

Als een reële kans op schade of vervuiling aan het terrein of openbare gebouwen bestaat, zal de gemeente een voor- en naschouw van het terrein uitvoeren samen met de organisator. De voorschouw vindt minimaal één werkdag voor de opbouw van het evenement plaats en de naschouw vindt minimaal één werkdag na de afbouw van het evenement plaats.

Als schade en/of vervuiling wordt geconstateerd aan het terrein wat veroorzaakt is door het evenement, verhaalt de gemeente de schade op de organisator van het evenement.

Verkeer

Tijdens de opbouw en afbraak van een evenement moet soms veel en vaak zwaar verkeer heen en weer rijden voor de aan- en afvoer van materialen (podia, tenten, geluidsapparatuur, etc.). Vooral dit zware verkeer, maar ook busjes of gewone auto’s, kunnen veel schade opleveren aan de bodem. Rijsporen zijn vaak nog lange tijd zichtbaar. Om schade aan de bodem te voorkomen, is het van belang om zwaar en intensief verkeer om te leiden langs verharde wegen. Is dat niet mogelijk, dan dienen stevige rijplaten of rolmatten toegepast te worden op de routes die het meest worden gebruik. Dit geldt ook voor parkeervoorzieningen voor bezoekers op onverharde terreinen.

2.4.3 Bodem en groen

Weersomstandigheden kunnen het evenemententerrein veranderen, waardoor de bodem veel schade kan ondervinden. Vooral bij regen kan het evenemententerrein veranderen in een modderpoel. Voor noodgevallen is het handig om houtkrullen, houtsnippers, strooisel, zand, e.d. achter de hand te hebben om wateroverlast aan te pakken.

Bomen en struiken mogen in principe niet gebruikt worden om spullen aan te bevestigen.

Het evenement mag geen bodemverontreiniging veroorzaken. Om bodemverontreiniging te voorkomen dien de organisator voorzieningen te treffen om de bodem te beschermen. Bijvoorbeeld ervoor zorgen dat bodemvervuilende stoffen zoals olie niet worden gemorst en lekbakken onder aggregaten worden geplaatst.

2.4.4 Energie en water

Op sommige locaties in de gemeente zijn voorzieningen aanwezig voor elektra en water. Hiervan kan na toestemming van de eigenaar gebruik gemaakt worden. Daar waar de voorzieningen niet aanwezig zijn dient de organisator zelf voor voorzieningen te zorgen.

2.4.5 Geluid en geluidhinder

Bij grote evenementen is in het verleden vaker geluidsoverlast geconstateerd. Om geluidsoverlast te beperken is het belangrijk om concrete richtlijnen aan te geven. De volgende richtlijnen worden aangehouden:

Kernen

•op een afstand van 25 meter van het evenement dient de geluidbelasting niet meer dan 80 dB(A) te zijn tussen 09.00 uur en 19.00 uur;

•op een afstand van 25 meter van het evenement dient de geluidbelasting niet meer dan 75 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur;

•op een afstand van 25 meter van het evenement dient de geluidbelasting niet meer dan 70 dB(A) tussen 23.00 uur en 01.30 uur.

Buitengebied

•op een afstand van 50 meter van het evenement dient de geluidbelasting niet meer dan 80 dB(A) te zijn tussen 09.00 uur en 19.00 uur;

•op een afstand van 50 meter van het evenement dient de geluidbelasting niet meer dan 75 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur;

•op een afstand van50 meter van het evenement dient de geluidbelasting niet meer dan 70 dB(A) tussen 23.00 uur en 01.30 uur.

Uitzondering

Indien woningen meer dan 50 meter van het evenement zijn gesitueerd worden de volgende richtlijnen aangehouden:

•gevelbelasting van 80 dB(A) tussen 09.00 uur en 19.00 uur;

•gevelbelasting van 75 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur;

•gevelbelasting van 70 dB(A) tussen 23.00 uur en 01.30 uur.

De gemeente kan als voorwaarde in de evenementenvergunning opnemen dat er gewerkt moet worden met een begrenzer. De begrenzer wordt dan in opdracht van de gemeente door een deskundig bedrijf zodanig afgesteld dat boven gestelde normen niet overschreden worden. De kosten voor het instellen van een begrenzer worden doorberekend aan de organisator. Tijdens het evenement zijn de begrenzers verzegeld. De verzegeling mag pas na het evenement verwijderd worden, tenzij de geluidsmetingen, uitgevoerd door of namens de gemeente, aanleiding geven om de begrenzer bij te stellen.

2.7 Horeca

2.7.1 Evenementen gericht op jongeren

Sinds 1 januari 2014 is de leeftijdsgrens voor het nuttigen van zwak alcoholische dranken verschoven naar 18 jaar. Hierdoor is er des te meer reden om ervoor te zorgen dat er geen alcoholverkoop plaatsvindt aan jongeren onder de 18 jaar.

De organisator van een evenement gericht op jongeren kan kiezen voor diverse mogelijkheden om drankgebruik onder jeugdigen tegen te gaan, bijvoorbeeld:

•Aan bezoekers vanaf 18 jaar en ouder wordt een polsbandje verstrekt. Zonder polsbandje is het niet mogelijk om alcoholhoudende drank te kopen, of;

•Bezoekers van 18 jaar of ouder worden op een andere wijze van een duidelijk herkenningsteken voorzien. Zonder dit herkenningsteken is het niet mogelijk om alcoholhoudende drank te kopen, of;

•Er is een legitimatieplicht bij alle verkooppunten van alcoholhoudende drank.

De volgende voorwaarden worden opgenomen bij evenementen gericht op jongeren:

•Tijdens evenementen is het verboden te stunten met alcoholprijzen, dus geen bier per meter, happy hours, toegangsprijs inclusief drinken e.d.;

•Mobiele tappunten zijn niet toegestaan;

•Gebruik van glaswerk is niet toegestaan;

•Barpersoneel/ barvrijwilligers zijn IVA gecertificeerd. (IVA = Instructie Verantwoord Alcohol schenken);

•Tijdens een evenement georganiseerd voor en/of door kinderen tot 18 jaar wordt geen vergunning voor het schenken van alcoholhoudende drank verstrekt.

In 2015 is het Preventie- en Handhavingsplan Jeugd, Alcohol & Omgeving vastgesteld. Hierin is regionaal met de GGD en het Trimbos-instituut afgestemd hoe gemeenten voorlichtingscampagnes rond het thema alcohol en drugs organiseren. Er dient nog een uitvoeringsplan opgesteld worden door de gemeentes. Het uitvoeringsplan kan ook gevolgen hebben voor evenementen, bijvoorbeeld door voorlichtingen aan evenementenorganisatoren over alcohol- en drugsgebruik.

Deel 3 - Handhaving

3.2 Controle tijdens evenement

3.2.1 Controle algemene voorschriften

Onder algemene voorschriften wordt verstaan de (brand)veiligheid, toegankelijkheid en de inrichting van het evenement. De medewerker handhaving en de boa van de gemeente zijn bevoegd om deze controle uit te voeren. Daarnaast kan een bedrijf deze taak namens de gemeente uitvoeren. De politie en de brandweer zijn bevoegd om op eigen gelegenheid een controle uit te voeren. Tijdens de controle wordt nagegaan of de voorschriften die in de evenementenvergunning zijn opgenomen daadwerkelijk worden nageleefd. In onderstaand tabel is het aantal minimale steekproefsgewijze controles tijdens evenementen aangegeven per jaar.

Soort Evenement

Aantal steekproefsgewijze controles

A evenementen

5% van de aangevraagde evenementen

B1 en B2 evenementen

15% van de aangevraagde evenementen

C evenementen

Nader te bepalen

Als er een overtreding geconstateerd wordt, zal de organisator gevraagd worden om dit binnen de aangegeven herstelperiode te herstellen. Wordt, of kan, hier niet aan voldaan worden dan kan de burgemeester beslissen om het evenement stop te leggen. Het kan ook zijn dat besloten wordt om het evenement door te laten gaan, maar dat bij een constatering van een overtreding een bestuurlijke boete of dwangsom opgelegd wordt of toepassing wordt gegeven aan bestuursdwang.

3.2.2 Controle voorschriften geluid

Voor evenementen in de gemeente Simpelveld is een maximaal geluidsniveau opgenomen. De voorwaarden waar aan voldaan moet worden staan omschreven in paragraaf 2.4.5. De geluidsmeting wordt uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf in het bijzijn van een medewerker Handhaving of de boa. Per jaar worden minimaal drie geluidmetingen uitgevoerd. Deze worden steekproefsgewijs gepland. De organisator wordt niet vooraf op de hoogte gesteld van de geluidsmeting. Wanneer uit de meting blijkt dat de normen overschreden worden, zal de organisator gevraagd worden om dit direct te herstellen. Ingeval van een overtreding zal tijdens het evenement een tweede geluidsmeting worden uitgevoerd. Blijkt dat er nog steeds een overtreding plaats vindt na de tweede meting dan kan de burgemeester beslissen om het evenement stop te leggen. Het kan ook zijn dat besloten wordt om het evenement door te laten gaan, maar om een bestuurlijke boete of dwangsom op te leggen.

3.2.3 Controle voorschriften Alcoholwet ontheffing

Bij de evenementenvergunning kan een ontheffing verleend worden voor zwak alcoholische dranken. In de ontheffing kunnen extra voorschriften worden opgenomen, vooral voor evenementen gericht op jongeren. De boa is bevoegd om controles uit te voeren op basis van de Alcoholwet. Het kan ook voorkomen dat de politie deze controle uitvoert, zij zijn eveneens bevoegd. Tijdens de controle wordt nagegaan of de voorschriften die in de ontheffing zijn opgenomen en de regels in de wet daadwerkelijk worden nageleefd. In onderstaande tabel is het aantal steekproefsgewijze controles aangegeven per jaar waarbij extra aandacht is voor evenementen gericht op jongeren.

Soort Evenement

Aantal steekproefsgewijze controles

A evenementen

5% van de aangevraagde evenementen

B1 en B2 evenementen

15% van de aangevraagde evenementen

C evenementen

Nader te bepalen

Als er een overtreding geconstateerd wordt, zal de organisator gevraagd worden om dit binnen de aangegeven herstelperiode te herstellen. Wordt, of kan, hier niet aan voldaan worden dan kan de burgemeester beslissen om het evenement stop te leggen. Het kan ook zijn dat besloten wordt om het evenement door te laten gaan, maar om een bestuurlijke boete of dwangsom op te leggen.

3.2.4 Controle wegsleepregeling

In de gemeente is een wegsleepregeling van toepassing, dit geldt niet voor de parkeervakken. Bij evenementen kan er ook een wegsleepregeling gelden voor de parkeervakken. Daardoor kan het voorkomen dat vlak voor de start of tijdens het evenement motorvoertuigen geparkeerd staan die voor hinder zorgen. In eerste instantie wordt achterhaald wie de eigenaar is van het motorvoertuig en wordt hem verzocht deze te verplaatsen. Mocht de eigenaar niet bereikbaar zijn of weigeren om het motorvoertuig te verplaatsen dan kan besloten worden om het motorvoertuig te verwijderen. De beslissing wordt gemaakt door de boa, een medewerker van de politie of een medewerker Handhaving.

3.2.5 Controle gemeentelijke verordeningen

Tijdens de steekproefsgewijze controles kan het zijn dat een overtreding geconstateerd wordt op basis van een gemeentelijke verordening, zoals de Verordening openbare orde en veiligheid. Zowel de boa als de politie is bevoegd om te handhaven op deze overtreding.

3.2.6 Controle Politie

De politie is in beginsel terughoudend in haar optreden tijdens evenementen. De politie is onder het gezag van de burgemeester belast met de handhaving van de openbare orde en het verlenen van hulp aan hen die dat nodig hebben. Daartoe heeft de politie een aantal speciale bevoegdheden. De politie is de enige organisatie die bevoegd is tot een rechtmatig gebruik van geweld tegen mensen.

De politie is bevoegd om controles uit te voeren tijdens evenementen wanneer zij dit nodig achten en hierop te handhaven. Wanneer de politie een overtreding constateert geven zij dit door aan de gemeente. Het kan voorkomen dat naar aanleiding van de melding van de politie de gemeente maatregelen treft ter voorkoming van herhaling van de overtreding.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.